PvdA zet nepvakbond op voetstuk

Mede-oprichtster en oud-voorzitter van het Alternatief voor Vakbond is PvdA- lijsttrekker voor de senaat. Gefeliciteerd Mei Li en PvdA!

Een alternatief voor de vakbond is, zoals de naam al suggereert, geen vakbond. Een alternatief voor iets kan niet hetzelfde zijn. Een alternatief voor vlees kan geen vlees zijn, hooguit vis. Maar het alternatief voor vakbond is vlees noch vis. Het is geen werknemersvereniging, maar een vereniging van mensen van zeer diverse pluimage. Kleine zelfstandigen, kunstenaars, freelancers, you name it. Veel van hen zijn geen werknemer in de juridische zin. Zij verrichten geen arbeid in loondienst. En dus kan het AVV (Alternatief voor Vakbond) geen werknemersvereniging zijn, en mag je je afvragen of zij bevoegd zijn om een cao af te sluiten. De Wet op cao omschrijft nadrukkelijk een werknemersvereniging als bevoegde partij. Harry van Drongelen schreef hier in 2015 over in Zeggenschap.

Is het AVV eigenlijk wel een vereniging? In het verenigingsrecht geldt dat in een ALV niet-leden niet meer dan de helft van de stemmen die door leden zijn uitgebracht mogen uitbrengen zodat de primaire zeggenschap van leden gewaarborgd is.
Het stemmen over een cao is geen algemene ledenvergadering, maar wél de meest wezenlijke stemming met grote consequenties voor de leden. Bij AVV is het heel goed mogelijk dat het merendeel van de uitgebrachte stemmen van niet-leden komt. Ik zou daar als lid toch vraagtekens bij zetten. In de stemming zit geen onderscheid tussen lid en niet-lid. Elke stem telt even zwaar. Als bij het eerstvolgende cao-akkoord alle FNV-leden zouden meedoen aan de internetraadpleging van het AVV, zouden ze de leden van het AVV volledig buitenspel kunnen zetten.

Hoeveel leden heeft het AVV eigenlijk? Dat lijkt een groot geheim. Lukte het Harry Vogels nog om pas na de oprichting de cijfers uit het jaarverslag te vissen, nu is niets meer openbaar. We moeten voorzitter Pikaart op zijn woord geloven als hij zegt dat het er 2500 zijn. 2500 verspreid over alle sectoren en waarvan een groot deel geen werknemer is.

Van de laatste twee algemene ledenvergaderingen zijn echter geen verslagen te vinden. Zelfs op social media vond niemand, inclusief de accounts van het AVV zelf, het de moeite waard om er ook maar iets over te melden. Van de succesvolle algemene ledenvergadering en ledendag in 2017 heeft het AVV een fotoreportage gepubliceerd. Hoe je de foto’s ook telt, je komt op maximaal vijftien aanwezigen, inclusief bestuur.

Het functioneren van het AVV heeft veel meer kenmerken van een stichting dan een vereniging. Maar om cao’s af te sluiten (en als gevolg daarvan bijdragen te kunnen incasseren), moet het een vereniging zijn.

Als het er inderdaad 2500 zijn, dan is de contributieopbrengst 62.500 euro. Kun je daar een secretariaat, een helpdesk en deskundige onderhandelaars van betalen? Natuurlijk niet. De bijdragen van werkgevers zijn de belangrijkste inkomstenbron. “Het klopt dat het AVV grotendeels wordt betaald uit sectorfondsen,” geeft voorzitter Martin Pikaart ruiterlijk toe. Maar zijn verwijt dat de FNV hetzelfde doet, klopt niet. De FNV krijgt inderdaad forse bijdragen uit fondsen, maar dat is bij lange na niet hun hoofdmiddel van bestaan. Dat is nog steeds de contributie die leden betalen. Dat de FNV onafhankelijk is van werkgeversbijdragen, blijkt wel uit de vijfentwintig cao’s die de FNV niet heeft getekend. Daardoor liep de vakvereniging bijdragen mis. Pikaart kan bij hoog en laag beweren hoe onafhankelijk het AVV van werkgevers is, maar een kind begrijpt dat zijn clubje onmiddellijk door de hoeven zakt als de werkgeversbijdragen wegvallen.

Daarmee zijn ze niet onafhankelijk in de zin van artikel 2 van ILO-conventie 98.

Samengevat, het AVV (Alternatief voor Vakbond) is, zoals de naam al zegt, geen vakbond. Het is een vereniging met de kenmerken van een stichting, waarbij het stemrecht is geëxternaliseerd en de voornaamste inkomsten van derde belanghebbenden komen. Het AVV voldoet niet aan de criteria van de Wet op cao als bevoegde partij, omdat het geen vereniging van werknemers is, en voldoet niet aan de criteria van onafhankelijkheid zoals gesteld in ILO-conventie 98.

De minister van Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op cao, het algemeen verbindend verklaren van een cao en de implementatie van ILO-conventies. Het is dan ook een raadsel dat hij een cao met het AVV algemeen verbindend zou kunnen verklaren en dat nota bene de Partij van de ARBEID Mei Li Vos, de oprichtster van deze club, lijsttrekker heeft gemaakt voor de Senaat.

Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR) voor dummies

Met enige regelmaat bezoek ik Latijns Amerikaanse landen om vakbonden te adviseren. Vaak (of meestal) worden die openlijk tegengewerkt door werkgevers. Dat gebeurt doorgaans niet heel subtiel maar verder niet wezenlijk anders dan in Nederland. Waar zij een “pactos collectivos” sluiten, doen Nederlandse werkgevers het met een Arbeids Voorwaarden Regeling (AVR). Ik heb het eens opgeschreven hoe dat vanuit werkgeversperspectief werkt.

1. Zorg dat je veel mensen in dienst hebt die weinig met de vakbond hebben. Vrouwen, migranten, jongeren zijn moeilijke groepen voor vakbonden. Houdt het loon zo laag mogelijk zodat de vakbondscontributie een drempel is. Grote kans dat het aantal vakbondsleden laag blijft.

2. Als er een CAO is, wacht niet tot de onderhandelingen, maar zeg deze op voorhand op zodat de nawerking na expiratie beperkt is tot de weinige vakbondsleden. Die zullen dure rechtszaken moeten voeren om die doorwerking te claimen.

3. Ga vervolgens onderhandelen met vakbonden en zorg dat het gat tussen wat zij vragen en jij biedt zo groot mogelijk blijft. Vertel intussen aan de werknemers dat je er best iets bij wilt doen, maar die vakbonden zo onredelijk zijn. Frame ze als marginale buitenstaanders die weinig van uw mensen vertegenwoordigen. Als de bonden de onderhandelingen op enig moment afbreken om hun achterban te raadplegen, grote kans dat er daarna weinig of niets gebeurt. Zijn er wel wat acties, zet dan even de tanden op elkaar en frame het als een achterhoede gevecht van een organisatie die wanhopig zoekt naar leden.

4. Kijk of u, uw concern, uw aandeelhouders of werkgeversvereniging zich hebben uitgesproken of aangesloten bij internationale ethische initiatieven van Verenigde Naties (global compact), International Labour Organisation, OESO richtlijnen voor “responsible business conduct”, Global Deal, de Nederlandse corporate governance code of andere codes met verplichtingen t.o.v. Vrijheid van vereniging en het recht op vrije onderhandelingen. Hebt u zich direct of indirect verbonden aan één of meerdere van deze initiatieven, neem dan uw advocaat in de arm om te zien hoe u dit ongedaan kunt maken.

5. Weet wie uw klanten zijn en welke ESG (Environment, Social & Governance) policy zij er op na houden. U kunt maar beter niet leveren aan gerenommeerde Multi Nationale Ondernemingen, grote kans dat hun ESG beleid doorwerkt in de supply chain.

6. Heeft u uw hoofdkantoor of vestigingen in Frankrijk neem dan een Franse advocaat in de arm, de Franse wetgeving op gebied van Corporate governance en Due Dilligance stopt niet bij de Franse grens.

7. Nu kunt u beginnen met het roepen dat bonden ouderwets zijn en de moderne jonge werknemers in uw bedrijf niet vertegenwoordigen. U moet nu beginnen uw nieuwe partner, de OR te groomen. Een gekozen orgaan van alle werknemers, klinkt mooi toch? Via artikel 32;2 WOR kunt u een uitbreiding van de bevoegdheden van de OR afspreken in een convenant. Dit artikel is nooit bedoeld om arbeidsvoorwaarden te regelen, maar de eerste rechtszaak moet daarover nog worden gevoerd. Tot die tijd kan het.

8. Nu moet u gaan onderhandelen met uw nieuwe partner de OR. Om die ook enig krediet en geloofwaardigheid te geven is het beste dat u een onderzoekje doet naar de wensen van werknemers i.s.m. De OR.

9. Afspraken maken met de OR is niet moeilijk maar wel wat ingewikkeld. U legt een eindbod neer als het maximaal haalbare. Voor de OR is het dan stikken of slikken. Omdat de vakbond buitenspel is gezet kan die geen roet meer in het eten gooien en is er niemand om actie te voeren. Omdat de OR geen rechtspersoon en geen vakbond is, kan ze geen CAO af sluiten. Daarom noemt u de CAO in het vervolg Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR). De OR kan niet tekenen zoals een vakbond dat doet. Dus u zult het bereikte aan elke werknemer moeten voorleggen ter ondertekening. Het is ook goed om op te nemen dat werknemers daarmee afstand doen van alle rechten die voortvloeien uit de doorwerking van de CAO. Anders kunnen ongewenste claims volgen. Het is ook daarom dat u al die voorgaande stappen moest nemen. Vertegenwoordiging en collectieve onderhandelingen door een vakbond zijn namelijk mensenrechten. Als u niet voor mensenrechten schender wilt worden uitgemaakt is het zaak dat werknemers hier vrijwillig afstand van doen.

10. Om de “vrije wil” wat te stimuleren zorgt u dat niet tekenen consequenties heeft. Geen (kleine) loonsverhoging en jaren moeten vechten voor je rechten. Uw advocaat wrijft zijn handen al.

Nu bent u er, maar u heeft geen garantie dat deze constructie voor eeuwig werkt. Daarvoor moet de Nederlandse Regering nog het één en ander doen.

A. Opzeggen van ILO verdragen, daarin heeft de staat zich namelijk verplicht om vakbondsrechten te erkennen en toe te zien op de toepassing
B. Opzeggen van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens alsook het Europese Handvest voor de Rechten van de Mens. In die beide verdragen is geregeld dat vertegenwoordiging en onderhandeling door een onafhankelijke vakbond een mensenrecht is.
C. De ondertekening van UN Global Compact, Global Deal, OESO richtlijnen moet ook ongedaan gemaakt warden.

Pas dan kunnen we er van op aan dat uw overeenkomst met de OR en werknemers onbetwistbaar rechtsgeldig is.

Overigens, het kost nog steeds veel tijd, de totstandkoming méér geld en er blijven nog steeds ontevreden werknemers. Het zou maar zo kunnen dat die toch weer een vakbond oprichten en stiekem uw positie ondermijnen of zelfs de OR overnemen. Dat is te voorkomen door er zo nu en dan één te (laten) bedreigen, om te kopen of te ontslaan. Dat laatste wordt met de voorgenomen versoepeling van het ontslagrecht in Nederland een stuk gemakkelijker.

Corruptie in de polder?

Een sterke vakbond is een vereniging maar ook een bedrijf. Er komt geld binnen en er gaat geld uit, en dat moet met elkaar in balans zijn. Anders wacht faillisement. Het beleid hoe middelen en menskracht worden ingezet, wordt democratisch vastgesteld door gekozen leden. Komt de nadruk teveel te liggen op het binnenharken van geld, zonder dat leden veel te zeggen hebben, kun je eigenlijk niet meer van een vereniging spreken, dan is het een bedrijf. Of misschien wel een aan corruptie grenzende onderneming.

Net als een bedrijf moet ook een vakbond er een financiele administratie op nahouden. Contributie moet worden ingeboekt, salarissen, huur en lease contracten moeten worden betaald. Alleen dat al kost geld. Bedenk dat 1 miljoen leden 12 miljoen contributie transacties per jaar zijn. Daar zit nog een percentage late of niet betalers bij die opvolging behoeven. Alhoewel dat proces grotendeels geautomatiseerd is, is het niet gratis.

Het primaire proces bestaat uit individuele dienstverlening aan leden en collectieve belangen behartiging zoals het sluiten van CAO’s en sociale plannen. Daarvoor zijn specilisten nodig. Juristen, onderhandelaars, economen, arbeidsmarkt-, VGW-, en pensioen deskundigen, om er maar een paar te noemen. Daarnaast neemt een vakbeweging deel in externe organisaties.

Die deelnemingen, zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van Europese en wereldorganisaties van vakbonden kosten menskracht en geld. Anderen leveren geld op. Zo vergoeden pensioenfondsen de loonkosten voor vergaderdagen. Ook CAO-s afsluiten levert geld op, daarover straks meer. Daarnaast, het klinkt misschien ouderwets, heeft een vakbond een weerstandsvermogen. Reserves van waaruit de kosten van acties kunnen worden betaald. Die reserves leveren weer vermogenswinst (en soms ook verlies) op en na acties moet worden bijgestort.

CAO’s brengen geld op, hoe kan dit? Niet elke CAO brengt geld op en lang niet elke werkgever volgt de AWVN aanbeveling maar toch legt Peter de Waard het hier aardig uit. Overigens vergeet de Waard te vermelden dat werkgeversorganisaties via dezelfde route ook geld krijgen, maar dat terzijde.

Die geldstromen dekken bij lange de kosten niet, dus in de traditionele vakbond is contributie nog steeds de grootste inkomstenbron. Maar stel nou dat je de dienstsverlening zou kunnen minimaliseren tot een internet platform. Dat je je activiteiten beperkt tot waar het geld opbrengt? Dat je geen stakingskas hebt en niet veel leden om een administratie van bij te houden? Al die kleine transacties kosten veel meer aan verwerking en beheer dan grote jaarlijkse bijdragen van werkgevers. Voor leden raadplegingen stuur je geen mensen het land in maar houd je internet enquetes. Als je maar aan genoeg CAO tafels zit, heb je een verdien model. Klein nadeeltje: je kunt je niet veroorloven om nee te zeggen als de werkgever je vraagt om te tekenen bij het kruisje.

Dat is het verdienmodel van het Alternatief voor de Vakbond (AVV) en het begint er op te lijken dat anderen dat voorbeeld volgen.

De CAO (non food) retail geldt voor ca 170.000 werknemers. De bijdragen worden uitbetaald door het Sociaal Fonds. Die legt een heffing op aan elke werkgever van 0.2% van de loonsom. Stel dat het gemiddelde jaarsalaris van fulltimers, parttimers en jeugdloners 15.000 euro is, dan is 0.2% 5.1 miljoen. Dat is een enorme berg geld voor doelen als scholing, voorlichting en bijdragen aan de CAO partijen. Saillant detail, in de nieuwe CAO betalen werknemers ook 0.05% mee aan het fonds. Dat is op basis van hetzelfde veronderstelde gemiddelde, bijna 1.3 miljoen.

AVV claimt dat ze in tegenstelling tot de oude vakbond iedereen vertegenwoordigen. Zij doen een internet raadpleging die openstaat voor iedereen, ook voor niet leden en zelfs mensen uit andere sectoren kunnen meestemmen. Sterker nog, zelfs ik kan vanuit het buitenland stemmen. De secretaresse op het AVV kantoor dus ook.

Die raadpleging bestaat uit een samenvatting waarop je vóór, tegen of neutraal kunt stemmen. Bij je tegenstem mag je aangeven waarom je tegen bent. Maar dat wordt op zijn best in een volgende CAO gebruikt, het heeft geen invloed op de vraag die voorligt. Dat is anders dan een ouderwetse vakbondsvergadering waarbij tegenstanders kunnen argumenteren waarom anderen ook tegen moeten stemmen. Waarbij er een alternatief achter het nee zit, namelijk de werkgever onder druk zetten door middel van acties. Nu hoor ik zeggen dat die vergaderingen zelden plaatsvinden en slecht worden bezocht. Klopt en daarom vormen leden sector commissies die een uitkomst beoordelen en hun advies meegeven bij een enquete onder alle leden in een sector.

Het CNV heeft vooraf de leden geraadpleegt over de inzet via de online community jou achterban. Daar waren maar liefst 18 deelnemers. De stemming over de uitkomst liep ook via het platform, maar is niet openbaar. Maar het feit dat je de stem moest uitbrengen via e-mail, doet vermoeden dat het niet om een groot aantal gaat. En het stemadvies is duidelijk: “erg positief” en “het hoogst haalbare” is bepaald geen aanmoediging voor tegenstemmers.

Helaas zijn de internet wandelgangen van de UNIE niet toegankelijk voor mij. Maar het is publiek geheim dat de UNIE van oudsher met name in het lagere management enige leden heeft heeft. En dat zijn er geen honderden.

De raadpleging van de AVV raadpleging in retail: 269 respondenten (61%) hebben vóór gestemd, 169 respondenten (39%) tegen en 33 neutraal.

De drie bonden ondertekenden en hun kassa rinkelt. Het sociaal fonds zal de bijdrage uitbetalen aan de ondertekende organisaties. Hoeveel dat is, wordt in principe adhv het aantal werknemers bepaald, maar het bedrag per werknemer is onderdeel van onderhandelingen.

In het laatste verslag van het Sociaal Fonds AGF, Nu onderdeel van retail non food, kregen de deelnemende bonden 30 eu per werknemer. Omgerekend naar de hele sector zou er dan zo’n 5 miljoen te verdelen zijn. Dat is onwaarschijnlijk want dan heeft het fonds niets meer over voor werkgeversorganisatie INRETAIL die ook mee moet eten uit de ruif. Op grond van de AWVN regeling zou de bijdrage voor vakbonden uitkomen op 3 miljoen. Lijkt mij nog steeds onwaarschijnlijk veel. Het meest voor de hand liggende is dat de 0.02% (ca 1.3 miljoen) die werknemers moeten betalen, de bijdrage aan vakbonden is. In dat geval betalen de werknemers zelf hun waardeloze CAO en de handvol leden betalen feitelijk 2 keer. Overigens is dat bedrag het equivalent van 6250 volledig betalende leden. Ik durf wel te stellen dat dit zeker 10 zo niet 20 keer de contributie opbrengst is van deze 3 “bonden” in deze sector.

Stel dat dit straks normaal is aan de CAO tafel, waarom zou je dan nog leden moeten hebben? Hier kun je een leuke business case op bouwen. Maar je hebt een paar leden nodig om aan de wettelijke definitie van vakbond te voldoen. Als je er voor de geloofwaardigheid zo af en toe een internet enquete overheen gooit, dan lijkt het net echt. Werkgevers kopen een door henzelf gedicteerde CAO. De kassa van de “bonden” rinkelt. Is het corruptie? Het kan en het mag, dus nee. Noem het wat je wilt maar onderhandelen met tandenloze tijgers, zonder zeurende leden is voor werkgevers het ultieme “alternatief voor de vakbond”, en de werknemer betaald de rekening.

Werknemers zullen moeten leren dat zij en niemand anders een sterke vakbond moeten bouwen. Anders zullen ze voortdurend worden verkocht en verraden.

 

Mozambique, meer toeristen graag

Ik vlieg van Johannesburg naar Nampula. Van de 35 stoelen in het vliegtuig zijn 20 bezet. Het vliegveld van Nampula is klein, vies en chaotisch. Na controle van de bagage wil de douane geld voor tax-free spullen die uit Jo-burg heb meegebracht. Ik wordt naar een kantoortje gestuurd maar weet er tussendoor te glippen. Ik zou worden afgehaald door mijn vriendin, maar ze is er nog niet. Een stuk of 10 taxichauffeurs verdringen zich om mij een rit aan te bieden. Nee blijkt hier een slecht begrepen woord.

Nadat we eindelijk door het uitgestrekte landschap naar de kust rijden, stoppen we op een stil stuk weg voor een sanitaire pauze. Terwijl ik een boom zoek komen er kinderen uit het niets om hun handelswaar aan te bieden. De een verkoopt cashew noten, de andere bananan en maiskolven en er is er zelfs een met twee levende kippen. Dit is Mozambique, waar veel mensen overleven van simpele handel. Overheidsdienaren maken van omkoping een bijverdienste. Veel werk is er niet. Het wettelijk minimumloon verschilt per sector, maar in de grootste sector (landbouw) is het ongeveer 62 USD per maand. Dat is een besteedbaar inkomen van 2.04 USD per dag, verondersteld dat werkgevers zich aan de wet houden. Met een enorm overschot aan arbeidspotentieel en geen controle is de werkelijkheid anders. Het gevolg van dit alles is dat bijna 50% van de bevolking onder armoede grens (World Bank IPL) van 1.90 USD leeft.

Het valt mij op dat ik heel veel kinderen zie en weinig oude mensen. De levensverwachting bij geboorte is met 60 zeer laag. Veel mensen wonen in hutjes van bamboe, riet en golfplaat. Bijna iedereen die ik spreek heeft malaria gehad. Er is doorgaans geen stromend water en veelal ook geen electriciteit. Men kookt op houtskool. Op mijn logeeradres was een grondwatersysteem, maar de pomp is stuk. Nu worden elke dag emmers gevuld met een handpomp voor douche en toilet.

Op een steenworp van hier ligt Nacala Int airport, het modernste vliegveld van de hele regio. Volgens het verhaal heeft de Braziliaanse bouwer er met behulp van veel smeergeld goud geld aan verdiend. Maar er is nauwelijks vliegverkeer. Het aantal vluchten zit op 2% van de capaciteit. De directe omgeving van het vliegveld ziet er goed uit, maar na een kilometer veranderd het gladde wegdek in een hobbelige weg vol gaten.

Rond het punt waar de Oceaan in de prachtige Fernao Veloso baai overgaat, staan veel villa’s met binnen de hoge hekken mooie terassen en zwembaden. Gewapende security guards bewaken de ingang. Het zijn vakantiehuizen van Zuid Afrikaanse blanken. Hoe schrijnend de tegenstelling ook is, het geeft een impuls aan de lokale economie.

We gaan op een dagtrip naar Mozambique eiland, de vroegere uitvalsbasis van de Portugese kolonialisator. Het is UNESCO wereld erfgoed, het ziet er prachtig maar zeer vervallen uit. Minstens 50 jaar achterstallig onderhoud denk ik. Ook hier probeert iedereen handelswaar te slijten. De kleinste kinderen bedelen met een uitstoken hand en de andere op de buik. De touristische waarde zou groot kunnen zijn, maar ik zie meer handelaren dan toeristen. Het schijnt in de zomervakantie (rond kerst) drukker te zijn.

Aan de overkant van ons strand ligt een kolenterminal. Ontwikkeld door Arcadis uit Nederland. Ik vraag mij af hoe zij de opdracht zonder smeer en steekgeld hebben kunnen krijgen. De kolen worden via een lange spoorlijn uit NW Mozambique, dwars door Malawi aangevoerd. De meeste steenkool wordt hier verscheept naar China. 22 miljoen ton per jaar. De haven van Nacala is ook een belangrijke aanvoerlijn voor Malawi.

Mozambique exporteerd electriciteit , met als gevolg dat er in de haven van Nacala twee Turkse energieschepen liggen te ronken om haven en stad van stroom te voorzien. De stroom wordt met prepaid codes afgenomen.

Ik kijk naar de werklui die hier met minimaal gereedschap en materiaal een afdak op het strand bouwen. Vissers komen voorbij om hun schamele vangst aan de werklui te verkopen. Zij hebben immers iets te besteden. De bamboe wordt met de machete gespleten en aan elkaar geknoopt met een rubberdraad die uit oude autobanden is gesneden. Ergens in een van de vele hutjes zitten mensen oude autobanden te vesnijden tot bruikbaar bouwmateriaal. Als ik het werk zie vorderen realiseer ik dat hoe primitief ook: dit zijn vaklui zoals er velen werkloos rondlopen.

Terwijl de natuurlijke bronnen van het land wegstromen naar verre buitenlanden, stroomt het arbeidspotentieel weg naar waar het geld is. Voor Mozanbique is dat buurland Zuid Afrika, zoals dat in Noordelijk Afrika Europa is. Veel mensen beseffen niet dat hun leven er weinig beter van wordt. Maar als je bestaan uitzichtloos is, wint hoop van de ratio. In de VS zouden ze zeggen, if you hit rockbottom, it only can go up.

Je moet tegen de armoede kunnen, maar meer toerisme zou hier wonderen kunnen doen. Prachtige stranden waar walvissen en dolfijnen te zien. Een paradijs voor duikers en spotters.

– [ ]

De wereld die je niet in het jaarverslag ziet

De eerste ontmoeting met het management van een bedrijf dat tot de top tien van de grootste werkgevers behoort was positief, we spraken over ons “ethisch partnerschap” , alle goede intenties en mooie ESG performance van het bedrijf. We sluiten de bijeenkomst af met een lunch in een beter restaurant.

Maanden later bezoek ik een afgelegen site aan de andere kant van de wereld. Omdat het zo afgelegen is moeten werknemers in een grote actieradius worden gerecruteerd. In de woestijn van deze economische vrijhandelszone werken tienduizenden mensen voor met name automotive bedrijven. Bedrijven moeten vaak noodgedwongen huisvesting en of vervoer bieden. Anders zijn er gewoon te weinig mensen beschikbaar.

Ik vind en spreek mensen van “mijn bedrijf” die met z’n achten een kamer van 3 x 3 delen en in ploegen werken en slapen. Die na hun 12 urige werkdag  moeten koken op een gevaarlijke petroleum brander.

Mensen die hun behoefte moeten doen op een smerig toilet dat rechtstreeks verbonden is met een open riool direct buiten het gebouw. Een douche is er niet, mensen wassen zichzelf en hun kleren bij een put waar ook de straathonden, ratten en vogels van drinken. Veilig drinkwater ontbreekt.

Er zijn geen matrassen, laat staan bedden, mensen slapen op de grond zonder enige vorm van privacy. Over privacy gesproken, alle persoonlijke spullen liggen in de vensterbank. Het is heel erg heet, soms wel 40 graden, zelf meegebrachte ventilators worden afgenomen, want dat kost te veel electriciteit. De werknemers worden in de laadbak van een truck aan en afgevoerd.

De huur en vervoerskosten worden op het minimum salaris ingehouden.

Het overleg over verbeteringen met mijn ethische partner gaat stroef, ontkenning, onderzoeksrapporten en leugens. Er zijn nu 2 douches (voor ca 200 mannen) en het riool is afgedekt. Tel uit je winst. Ik werk aan een volgende stap, ik heb de directie uitgenodigd om met de lokale vakbond en mij een locatie inspectie te doen. Ik denk dat ze het niet gaan doen, dus moet ik alvast een volgende stap verzinnen.

Welcome to my world, de wereld die je niet in sociale jaarverslagen ziet.

The race to the bottom is a virus and we have the vaccin

“The race to the bottom” is a virus that has been going around the world for a long time. The parts of economy where wages often don’t pay the bills, is mostly affected by it. Cleaners and private Security guards are in almost every economy amongst the lowest paid. In parts of the world where there are no collective agreements or legal minimums it is the worst. But also, a legal minimum is not guarantee that workers get what their entitled too. Simply because there is no legal minimum “police”, workers are not organised and cannot afford to fight against their employer by themselves.

There are about 30 million cleaners and 20 million security guards in the world. It is an enormous workforce and they are essential to economy. Airplanes cannot fly without security. Public space, like shopping malls would have to close their doors if there is no supervision. And imagine how, airplanes, public buildings, or even your own workplace would look like if there was not someone to clean it up. Still the importance of the job does not pay of in the wages.

How different was that in the old days. Rembrandt pictured what are basically private security guards in his most famous “Nightwatch”. Actually, the original name of the painting is “Militia Company of District II under the Command of Captain Frans Banninck Cocq” Its officers were wealthy citizens of Amsterdam, appointed by the city magistrates. Joining as an officer for a couple of years was often a stepping-stone to other important posts within the city council. The members were expected to buy their own equipment: this entailed the purchase of a weapon and uniform. Each night two men guarded their district in two shifts, from 10:00 p.m. until 2:00 a.m., and from 2:00 a.m. until 6:00 a.m., closing and opening the gates of the city. How different now, where we see guards at their post from 8, to sometimes 16 hours a day. The only similarity is that many of them must buy their own uniform and arms too. But they are certainly not wealthy citizens with a great career perspective.

In cleaning there are no ancient stories to tell. It has always been an invisible job. For long, it must have been slaves and maids, always the lowest in the peck order. And Cinderella, the maid that made it, is a myth.

Nowadays cleaning and security is an outsourced business, ran by some of the largest multinational companies in the world and by numerous small family owned companies. All making money on low paid hours and some of them make so much, that you find them in the rankings of the richest people in the country.

It is a highly competitive price driven market. For a company to make money, they have to keep the wages as low as possible. The clients of cleaning companies can easily go for the lowest price because there is always one who can do it cheaper. If a purchasing department has to squeeze their suppliers, they will not start by squeezing their lawyers or IT contractors, no they always squeeze at the low end.

Workers in many countries where able to raise the standards by unionising and fight for collective agreements. But still it is still a low standard and in some countries no standard at all.

That is why we organise people and unite them. Every year on the 15th of June we celebrate our victories and get ready for the next battle. We call it international justice day and for the past decades it moved people around the globe. The race to the bottom is a virus and we have the vaccin: organise and unite!

Jumbo importeert Zuid Amerikaanse praktijken

In enkele Zuid Amerikaanse landen komen illegale overeenkomsten voor waarbij het afzweren van de vakbond een loonsverhoging oplevert. De beruchte “pactos collectivos”. 

Met de ArbeidsVoorwaarden Regeling (AVR) ondermijnen Nederlandse werkgevers de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het stakingsrecht. Ze zijn feitelijk één stap verwijderd van illegale praktijken zoals we die zien in landen als Columbia en Mexico.

Het is een trend onder werkgevers om vrije collectieve onderhandelingen te omzeilen met zo’n AVR. De werkgever sluit dan een akkoord met de ondernemingsraad en vraagt de werknemers hiermee in te stemmen. Dat lijkt democratisch, maar met de handtekening machtigen werknemers de OR om in het vervolg afspraken namens hen te maken. De enige invloed die overblijft is de OR-verkiezing, doorgaans eens in de vier jaar.

Vakbonden leggen de uitkomst van CAO-onderhandelingen altijd ter instemming voor aan hun leden. Als de leden niet tevreden zijn kunnen ze gaan staken. Dat staat in de statuten en is geregeld in het stakingsrecht. De ondernemingsraad hoeft een overeenkomst niet voor te leggen en doet dat ook zelden. In het geval van de Jumbo-AVR is het de directie die het dealtje éénmalig ter ondertekening aan de werknemers voorlegt. De OR kan in het Nederlandse recht geen staking uitroepen. Ze hebben ook geen middelen om dat te doen.

Ondernemingsraden worden democratisch gekozen. De animo is doorgaans gering en vaak is er niets te kiezen omdat de beschikbare zetels niet of nauwelijks kunnen worden gevuld. De ondernemingsraad spreekt de werkgever regelmatig, vaak een keer per maand. Over wat er in die gesprekken wordt gezegd en besloten wordt zelden of nooit de mening gevraagd van werknemers. In het beste geval hangt er een verslag aan het mededelingenbord.

Als je overeenkomsten tussen werkgevers en Ondernemingsraden zou analyseren, dan zijn deze doorgaans in het voordeel van de werkgever. Dat is niet vreemd, de ondernemingsraadsleden zijn afhankelijk van de werkgever en hebben een uitzonderlijke positie die ze graag willen behouden.

Eén van de ontwerpers van de wet op ondernemingsraden, professor Mauk Mulder, heeft een hele theorie geschreven over het mechanisme hoe mensen zich voegen naar een hogere macht om de machtsafstand naar lager gesitueerden te vergroten. Ironisch genoeg zie je dat terug in veel ondernemingsraden, ze luisteren beter naar de baas dan naar de mensen die ze vertegenwoordigen. Sterker nog, in het geval Jumbo wordt de informatie die de OR aan werknemers verstrekt, vooraf door de directie gecontroleerd. Zo staat in het convenant.

De Jumbo-OR heeft zijn eigen macht vergroot door de vakbonden buiten spel te zetten door dicht tegen de wensen van de werkgever aan te kruipen. In plaats van democratische controle over elke nieuwe afspraak, kun je ze eens in de 4 jaar naar huis sturen. Dat maakt het reeds geschiedde kwaad echter niet ongedaan.

de OR heeft geen tegenmacht anders dan ergens instemming te weigeren of een procedurestrijd aan te gaan. Maar het belangrijkste drukmiddel van werknemers -het stakingsrecht- een universeel mensenrecht, is tot in lengte van dagen naar de gallemiezen. Zuid Amerikaans…

Incredible India?

Ik zit in de ochtend te nippen aan een glas karnemelk, zoals dit ooit bij ons smaakte en denk na over de belevenissen van de vorige avond. Ik was op een van de inmense industrieparken in Gujarat, India. Als je denkt waar zijn al die Europese fabrieken gebleven, ze staan hier. Met grote belastingvoordelen en goede infrastructuur heeft de Indiase regering praktisch alle automotive giganten naar Sanand gelokt. Hele grote moderne fabrieken omringd met hekken en scheermes prikkeldraad. Het levert zoveel banen op dat mensen met honderden bussen worden aan en afgevoerd. Gemiddeld zijn ze een uur onderweg en werken ze zes en soms zeven shifts van 12 uur per week. De meesten voor het wettelijk minimum van ongeveer 150 Euro per maand.

De enige actieve vakbond is de Gujarat Security Workers Union en ze zijn redelijk succesvol. Tot nu toe weten de leden zich verzekerd van het wettelijk minimum loon, wat in India niet vanzelfsprekend is. Ook een tweede uniform hoort tot de verworvenheden. We spreken met verschillende security guards. Hun leven, ver weg van hun gezinnen en families is niet gemakkelijk.

Omdat er een groot tekort aan mensen is, komen de mensen van heinde en ver. Het zijn feitelijk interne migranten. Daarom zijn er een aantal appartement gebouwen door de werkgever aangekocht. Daar kunnen ze met vier man slapen op een kamer van drie bij drie. Een keukentje, toilet en waterput. Als wij een ruimte betreden treffen we drie slapende mannen aan. De vierde doet wellicht overwerk.

Het complex staat aan de rand van een vuilnisbelt. Het gebouw is omringd met een goot vol met stinkend water, feitelijk een open riool. De mannen slapen in shifts, dus het kleine kamertje is de feitelijke leefruimte van 8 mannen. Er is een lamp en een ventilator, bij de butaanbrander in de keuken is geen licht want dat kost teveel.

Je zou denken dat dit de “goedheid” van de werkgever is, die het verblijf vaak in rekening brengt bij de te beveiligen klanten. Maar nee, de mannen betalen zes en halve euro huur aan hun werkgever. De werkgever verdiend een derde maandsalaris per appartement terug. Zo “bespaard” hij een paar procent op de kosten. En zo gaan “onze” westerse bedrijven met mensen om.

Wingewest Groningen een schandvlek op de kaart

Groningen en eigenlijk heel Noord Oost Nederland is een wingewest van de Nederlandse staat en de grote olieboeren. Het begon met het winnen van turf in Drenthe, Overijssel, En Friesland. Daarna kwam de Schonebeekse olie. Ik herinner mij uit mijn jeugd in Ommen dat we de olietrein wagons telden bij het station. Soms wel 40 tankwagons vol met olie. Toen kwam het gas. Slochteren werd grotendeels leeggepompt en daarna nog andere velden in het Noorden. Het begint allemaal op te raken (turf wordt nu net over de grens bij Emmen gewonnen).

De exploitatie van deze rijkdommen waren van het vroege begin publiek private projecten. Of het nu de maatschappij van weldadigheid was, de Heidemij, de NAM, de Gasunie en Gasterra, zijn of waren allemaal gedeeltelijk eigendom van de staat. Lokale distributeurs waren eigendom van gemeenten. De andere eigenaren zijn Shell en Exxon Mobile. Met uitzondering de maatschappij van weldadigheid bestaan al die betrokken bedrijven nog, stuk voor stuk miljarden bedrijven.

Vele gemeenten verzilverden hun aandelen in de lokale distributeurs. De Nederlandse staat strijkt nog steeds een groot deel van de baten op, om maar te zwijgen over de twee olieboeren.

De enigen die nooit geprofiteerd hebben zijn de bewoners van het gebied. Drenthe en Groningen. De kaart van Nederlandse gemeenten met het laagste inkomens vertoond opvallend veel gelijkenis met de kaart waar energie is gewonnen.

Daar komt in Groningen de aardbevingsschade bovenop. Maar kennelijk kan niemand de grootmoedigheid opbrengen om de schade te compenseren. De staat, de olieboeren niet en de NAM laten het af weten. De rest van de Nederlanders lopen er ook niet warm voor, terwijl ze eeuwen warmte uit het Noorden hebben ontvangen. Een schandvlek op de kaart van Nederland.

Nederland corrupt?

We zijn een weekje op pad met vakbonden in de beveiligingsbranche.

Terwijl ik s’avonds een biertje met collega’s nuttig zie een man en een vrouw aan de hotelbar. Eén van mijn collega’s heeft inmiddels 4 strategisch opgestelde bewapende bodyguards gespot. Terwijl wij nog een biertje bestellen verteld de collega over zijn ervaringen in in Soweto tijdens de apartheid. Hij heeft er een scherp oog aan overgehouden.

De volgende dag staan er drie glimmend zwarte SUV’s met een escorte van twee hagelnieuwe politie auto’s te wachten op de mystery guest. De SUV’s hebben identieke kentekens en twee dragen vlaggen, zodat je nooit weet in welke auto de man zit. Het blijkt de gouverneur, die ondanks dat hij een residentie en twee villa’s heeft, in een luxe hotel in dezelfde stad slaapt. Later verneem ik het officiele standpunt: hij slaapt daar om veiligheidsredenen. Leuk idee voor de andere gasten dat ze het hotel met een mogelijk terroristisch doelwit delen. Ik houd het erop dat hij daar slaapt om gebruik te maken van alom aanwezige seksuele dienstverleners.

Een avond later wordt een van mijn collega’s beroofd in een restaurant. Terwijl twee verdachten worden opgehouden door de bediening, belt de restaurateur met de politie, “ze zijn hier zo” zegt hij, “want ik heb een deal met ze”. Binnen 10 minuten verschijnt er een hele oude auto met een gebroken voorruit. Er komen drie mannen in een aftands legertenue uit en elk van hen draagt een Kalishnikov gelijkend automatisch wapen. Het is inderdaad de politie en zij arresteren de twee verdachten.

Wij worden geacht naar het politiebureau te komen om aangifte te doen. Het politiebureau is een aftands gebouw met tralies, incompleet meubilair en hier en daar een oude computer. De aangifte wordt met de hand in het logboek geschreven. Wij gaan terug naar het restaurant terwijl de politie buiten wacht tot ons vertrek. Ik bedenk mij ineens dat onze taxi chauffeur de hele avond op ons staat te wachten. Ik besluit hem in te lichten over de vertraging en hem alvast extra geld in het vooruitzicht te stellen. Op weg naar de chauffeur zie ik de agenten op de achterklep van auto genieten van een door het restaurant beschikbaar gestelde maaltijd. Een van hen wil met mij praten. Hij zegt dat ik hen niet heb bedankt voor de snelle interventie en de nog te verlenen diensten. Dus ik geef hem een hand en zeg bedankt.

Op vriendelijke doch indringende wijze wordt mij duidelijk gemaakt dat dank in een zeker geldbedrag wordt uitgedrukt. Omringd door drie gewapende mannen zonder insignes, nummers of namen, besluit ik mijn portemonnee te trekken. Terug in het hotel verteld de barman dat dit normaal is en dat ze -eenmaal ten burele- een percentage moeten afstaan aan hun leidinggevende. De volgende dag spreken wij de politie weer. Nu in het bijzijn van twee gerenommeerde security guards. Beide vrouwen. Na wat vriendelijke uitwisselingen neemt de politieman mij apart en zegt dat ik de vrouwen beter onder controle moet houden. Als een van de vrouwen haar “special agent” badge van de Amerikaanse ambassade trekt en hem een ultimatum stelt om de gestolen waar terug te brengen slaat zijn bui om en wordt hij (vrouw)onvriendelijk. 

Weer een dag later zitten we bij de hoofdinspecteur criminaliteit. Ze lacht om het feit dat ik heb betaald en zegt sorry. Ook zij doet geen moeite om de gestolen waar terug te brengen, dus zitten we een dag later bij de commisaris van politie die lachend haar excuus aanbiedt. De achtereenvolgende vrouwen lijken moeders die zich verontschuldigen voor de ondeugende zoon.

We zijn in Nairobi te gast bij de vakbond van beveiligers. Beveiligers zijn de laagst betaalden in de frontlinie van een door terrorisme bedreigd land. Ze worden geacht terroristen tegen te houden met een uniform, een fluitje een een knuppel en draaien diensten van 12 uur voor een minimumloon. Voor hen geldt zero tolerance op corruptie.

Vandaar dat onze gastheer, voorzitter van de vakbond van beveiligers, ons meenam naar hoge politie officieren om ons recht te halen. Hij schaamt zich voor de laksheid en corruptie bij de politie. Maar als je de uitrusting, het bureau en salaris van politiemensen kent, snap je dat omstandigheden en gelegenheid bij de politie tot andere normen leidt. Het is een systeem waarbij de gouverneur zich met overheidsgeld s’nacht in een hotel vermaakt en overheidsdienaren hun schamele inkomen systematich aanvullen. De gestolen tas met inhoud alsook mijn “service fee” zien we nooit terug.

Zo ziet corruptie eruit. Alleen de gewone hardwerkende burger geniet niet mee, hij betaald. Dus loop nou niet te zeuren dat we in Nederland wel eens een dubieus zaakje tegenkomen. Als je in Nederland een agent geld aanbiedt is er een grote kans dat je in de cel beland. De agent die het aanneemt komt er zeker nog beroerder af. Een politicus die zich publiekelijk vermaakt met prostituees heeft geen lange carriere. Nederland is zo beroerd nog niet.