Maandelijks archief: februari 2020

Nepvakbonden hebben in Nederland vrij spel

Vakbonden

In Nederland kennen we grotere vakbonden die doorgaans zijn aangesloten bij FNV, CNV of VCP. Zij hebben leden in één of meerdere sectoren waar alle werknemers tot de doelgroep behoren. Daarnaast zijn er flink aantal kleine bedrijfs- en beroepsbonden, bonden die alleen personeel bij één bedrijf of één beroepsgroep binnen één of meerdere bedrijven vertegenwoordigen.

We hebben kort gezegd algemene bonden voor alle werknemers binnen één of meer sectoren, bedrijfsbonden voor alle werknemers binnen één bedrijf, categorale bonden voor bepaalde categorieën werknemers in één of meerdere sectoren (bijvoorbeeld hoger personeel) en beroepsverenigingen voor specifieke beroepen. Tot slot zijn er ook nog confessionele vakbonden. Deze zijn gebonden aan een kerkgenootschap, zoals het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond.

Cao’s

Er zijn en Nederland meer dan duizend cao’s. De meeste zijn cao’s die alleen binnen één bedrijf gelden, maar er zijn ook een slordige tweehonderd cao’s die voor een hele bedrijfstak gelden. Alle cao’s moeten worden aangemeld bij de minister, voor bedrijfstak-cao’s kan een verzoek tot algemeen verbindendverklaring (avv) worden ingediend. Zo’n avv zorgt ervoor dat de cao op alle bedrijven van toepassing is, ook als een bedrijf niet is aangesloten bij de werkgeversvereniging.

Bij ongeveer zeshonderd cao’s worden de onderhandelingen aan werkgeverszijde ondersteund door de Algemene Werkgevers Vereniging Nederland, AWVN. AWVN heeft een separate overeenkomst met bonden over vergoedingen die kunnen worden afgesproken bij cao’s . De AWVN-regeling is daarom de meest representatieve regeling voor vakbondsvergoedingen. De aanbevolen hoogte is op dit moment € 21,04 per werknemer per jaar. Een cao voor vijfhonderd werknemers levert zodoende € 10.520 op, te verdelen onder de tekenende vakbonden.

Vergoedingen

De meeste niet-algemene vakbonden leiden een marginaal bestaan. Met een paar honderd leden is het erg moeilijk een organisatie in stand te houden. In Nederland bestaat een lange traditie, ook buiten de AWVN-regeling, dat partijen een vergoeding krijgen voor het afsluiten van een cao. Dit geld komt uit het cao-fonds. Daarnaast zijn er representatievergoedingen voor deelname aan commissies, ook wel vacatiegelden genoemd. Met weinig leden is dit een lucratieve inkomstenstroom.

Er is altijd een discussie geweest of deze inkomstenstroom de vakbond niet te afhankelijk maakt van de werkgever. Zo kende de oude Industriebond FNV een regel waarbij deze stroom nooit in het operationele budget werd ingerekend, maar apart werd gezet voor projecten die geen directe invloed hadden op de continuïteit.

Bestedingsdoelen

Vanwege kritiek op de algemeen verbindendverklaring van de cao kwam in 1998 het Toetsingskader avv tot stand. Daarin werden een aantal duidelijke eisen en beperkingen gesteld aan cao-bepalingen die algemeen verbindend verklaard konden worden. Voor de fondsgelden moesten bestedingsdoelen worden gedefinieerd en moest ook een verantwoordingssystematiek worden opgesteld.

Uiteraard mocht het niet zo in elkaar steken dat het alleen aan de (leden van de) eigen organisatie ten goede zou komen. Het moest een duidelijk sectorbelang dienen. Zo kon je een ledenvergadering niet wegschrijven op het fonds, een algemene voorlichtingsbijeenkomst wel. Het zogenaamde draagvlakmodel van Alternatief voor Vakbond past perfect in de bestedingsdoelen.

Onafhankelijkheid

Daar zit de zwakte van het systeem. Grote algemene vakbonden met een solide contributieopbrengst en stevig buffervermogen kunnen zich veroorloven om een cao die niet aan hun eisen voldoet niet te tekenen. Er zijn echter ook bonden die zich dat simpelweg niet kunnen veroorloven. Door wel te tekenen zetten zij bonden met hogere eisen voor het blok: mede ondertekenen of geen bijdrage uit het fonds. In Nederland kan elke vakbond, hoe klein ook, een cao tekenen. FNV is principieel en tekent nooit bij het kruisje. Hierdoor is FNV zeker meer dan een miljoen aan inkomsten misgelopen.

IKEA en W.I.M.

Een gele bond is een bond die door werkgevers mede wordt gefinancierd en gecontroleerd. We kennen in Nederland enkele voorbeelden. Zo richtte de HR-directeur van IKEA in 1992 een eigen vakbond op via de ondernemingsraad, louter om gedispenseerd te worden van de duurdere cao meubelbranche . Een dispensatie die onder het huidige toetsingskader niet zou zijn gelukt.

Gele bond W.I.M. is nog steeds partner bij de cao IKEA Nederland en heeft naar eigen zeggen duizend leden. Niet alle leden betalen echter de jaarlijkse contributie van € 42. De maximale contributieopbrengst is dus € 42.000. Daar legt IKEA jaarlijks € 90.000 bij.

Landelijk Belangen Vereniging

Andere bekende voorbeelden zijn de Werknemersvereniging Adriaan Kooren bij Kotug en de LBV bij Sandd . Deze drie cases hebben met elkaar gemeen dat er door één bedrijfs- of algemene bond een bedrijfs-cao werd afgesloten die dispensatie van de bedrijfstak cao mogelijk moest maken .

Het verdienmodel van LVB is simpel. Bied de werkgever een goedkopere cao met een vergoeding voor de vakbond en vraag dispensatie aan bij de bedrijfstak-cao. Toen de minister vanwege kritiek van de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties) en de Tweede Kamer minder ruimhartig dispensatie verleende, diende LBV een door werkgevers gesteunde klacht in bij de ILO.

Zonder schaamte stelde LVB dat de weigering van het Ministerie hun dispensatieverzoek in te willigen, hen de mogelijkheid ontnam om een arbeidsvoorwaardenpakket aan te bieden waarmee de werkgever een concurrentievoordeel zou behalen. Volgens LVB zou het daarmee onmogelijk worden om werkgevers te vinden die bereid zijn om tijd en geld te investeren in een cao met hen. Hierdoor zou hun bestaansrecht in gevaar komen .

LBV is betrokken bij 22 cao’s en heeft naar eigen zeggen elfduizend leden. De maximale contributie is €120 per jaar. LBV wordt al sinds de afsplitsing van OVB (Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties) bestuurd door het echtpaar Ger IJzermans (voorzitter) en Annet Dolman (penningmeester) en heeft vijftien medewerkers in dienst.

Het vreemde is dat de minister via artikel 7 van het Toetsingskader avv wél een aantal criteria heeft om bij een dispensatieverzoek van een sector-cao de onafhankelijkheid van de desbetreffende vakbond te toetsen, maar dat die criteria bij het afgeven van een algemeen verbindendverklaring niet worden gebruikt. Als Nederland zich wil houden aan het door haar geratificeerde ILO-Verdrag nr. 98, geldt dat niet alleen voor het recht om als vakbond dispensatie aan te vragen, maar ook voor het aangaan van een cao zelf.

Alternatief voor Vakbond

Van Alternatief voor Vakbond (AVVnu) weten we dat zij 680 leden hebben. Waar die leden zitten, weten wij niet. Hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks op plaatsen waar AVVnu een cao afsluit. De contributie is nog geen 2,5 procent van de begroting. De rest van het geld komt via de fondsen van werkgevers. Volgens het jaarverslag was de verenigingsreserve op 31-12 2018 164 duizend euro. Zodra de grootste inkomstenbron wegvalt (SF InRetail), is AVVnu binnen een half jaar failliet.

Figuur 1 Inkomsten van AVVnu

(bron: AVVnu, gewijzigde begroting 2019)

AVVnu gebruikt als argument dat hun ledental niet relevant is, omdat ze het draagvlakmodel hanteren. “Eén van de belangrijkste innovaties die AVVnu voorstaat en uitvoert, is het gebruikmaken van een draagvlakmodel voor de cao. Het draagvlakmodel is een inclusief model, dat zowel leden als niet-leden ruimte geeft om mee te praten en te stemmen over de inhoud van de cao. Inspraak wordt georganiseerd via het cao-panel en de MZ-groep.” Bron: website Alternatief voor Vakbond .

Men claimt dat de cao-panels 4300 leden hebben. Dat zijn dan 43 panels die gemiddeld dus honderd leden hebben. Daarvan zijn. 34 panels slapende, omdat AVVnu in negen sectoren een cao afsluit. In die negen sectoren werken circa 350 duizend werknemers. Overigens kan een werknemer zich aanmelden voor meerdere panels.

Maar is het AVVnu eigenlijk wel een vereniging? In het verenigingsrecht geldt dat in een Algemene Ledenvergadering (ALV) niet-leden niet meer dan de helft van het aantal stemmen dat door leden is uitgebracht mogen uitbrengen, zodat de primaire zeggenschap van leden gewaarborgd is. Het stemmen over een cao is geen algemene ledenvergadering, maar wél de meest wezenlijke stemming met grote consequenties voor de leden. Bij AVVnu is het heel goed mogelijk dat het merendeel van de uitgebrachte stemmen van niet-leden komt.

Een alternatief voor de vakbond is, zoals de naam al suggereert, geen vakbond. Een alternatief voor iets kan niet hetzelfde zijn. Het is geen werknemersvereniging, maar een club van mensen van zeer diverse pluimage. Kleine zelfstandigen, kunstenaars, freelancers, you name it. Veel van hen zijn geen werknemer in juridische zin. Zij verrichten geen arbeid in loondienst. En dus kan het Alternatief voor Vakbond geen werknemersvereniging zijn, en mag je je afvragen of zij bevoegd zijn om een cao af te sluiten. De Wet op cao omschrijft nadrukkelijk een werknemersvereniging als bevoegde partij. Harry van Drongelen schreef hier in 2015 over in Zeggenschap .

En dat brengt ons tot de kern van het probleem. Het enige houvast is de zeer beperkte tekst in de Wet op cao : “Eene vereeniging van werkgevers of van werknemers is slechts bevoegd tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten, indien de statuten der vereeniging deze bevoegdheid met name noemen.”

Los van het feit dat niet-leden mogen meestemmen over cao’s, is AVVnu een gemengde vereniging. Dit komt doordat de weinige leden van AVVnu niet louter werknemers zijn, maar ook zzp’ers. Een gemengde vereniging kan geen vakbond zijn in de zin van ILO-conventie 98 en de Wet op cao. Een vakbond is immers een vereniging van werknemers.

ILO

Het committee van experts van de ILO schreef hierover in 2003: “(…) the Committee considers that the real issue at stake is the absence of any legal mechanism to examine the independence of trade unions vis-à-vis employers in the framework of collective bargaining or the extension of sectoral collective agreements.”

De door Nederland geratificeerde ILO-conventie 98 verplicht de regering in artikel 2 werknemers te beschermen tegen door werkgevers gecontroleerde bonden. De minister heeft als gevolg hiervan het dispensatiebeleid aangescherpt, maar een algemene regel tegen gele bonden is uitgebleven.

1. Workers’ and employers’ organisations shall enjoy adequate protection against any acts of interference by each other or each other’s agents or members in their establishment, functioning or administration.
2. In particular, acts which are designed to promote the establishment of workers’ organisations under the domination of employers or employers’ organisations, or to support workers’ organisations by financial or other means, with the object of placing such organisations under the control of employers or employers’ organisations, shall be deemed to constitute acts of interference within the meaning of this Article.

Deze ILO-conventie heeft geen directe werking en is nooit omgezet in wetgeving, zoals bijvoorbeeld in België en Duitsland . Zelfs in de Verenigde Staten kan de vakbond gewoon naar de rechter stappen.
Nederland blijft hier in gebreke, met als gevolg dat gele bonden vrij spel hebben.