Categoriearchief: Geen categorie

Nederland kan verschil maken in laatste Europese dictatuur

In Wit-Rusland, de laatste dictatuur van Europa, gloort de hoop van verandering. Drie vrouwen, echtgenotes van opgesloten politieke activisten, hebben de handen ineengeslagen. Alhoewel hun programma onduidelijk is, hebben zij steun van een breed spectrum van oppositiepartijen. Vorige week organiseerden zij de grootste politieke demonstratie van het land sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
Twee standpunten zijn echter duidelijk: zij willen eerlijke verkiezingen en vrijlating van politieke gevangenen. President Lukashenko sluit al jaren mensen op, om hen vervolgens vrij te laten zodra ze geen bedreiging meer zijn en hij er sier mee kan maken. Het is van groot belang dat deze vrouwen het oog van wereld op zich gericht weten te houden.
Van 2005 tot 2007 was ik betrokken bij een particulier humanitair project in Wit-Rusland en bezocht het land twee keer. Destijds waren we verbluft van de armoede en uitzichtloosheid in het land. Ons project daar, het renoveren van een kostschool voor arme plattelandskinderen, is een blijvende herinnering.

Rotterdam

Toen de European Metalworkers’ Federation mij in 2010 vroeg om onderzoek te doen naar de export van Wit-Rusland in onderdelen voor de Duitse automotive industrie, deed ik dat graag. Maar gaandeweg ontdekte ik dat die schroefjes en boutjes naar Duitsland weinig voorstelden. Export van olieproducten was vreemd genoeg de belangrijkste buitenlandse handel. Vreemd, omdat Wit-Rusland nauwelijks olie produceert. Het ging om ruwe olie uit Iran, Azerbeidzjan en Venezuela die werd doorverkocht of geraffineerd in een door Shell opgeknapte raffinaderij in Wit-Rusland. De meeste van die producten gingen via de haven in Rotterdam de wereldmarkt op. Daarmee was Nederland destijds na Rusland de grootste exportpartner. Lukashenko won in 2010 de presidentiële verkiezingen met een onwaarschijnlijke meerderheid van tachtig procent. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) stelde vast dat de verkiezingen niet eerlijk waren verlopen. Daarmee was druk ontstaan om het regime te boycotten. De oppositie was klaar met symbolische sancties.

Boycot

Nederland had als grootste EU-exportpartner de sleutel van een succesvolle boycot in handen. Een Wit-Russische oppositiedelegatie verzocht toenmalig Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal met ons rapport in handen om een handelsboycot in te stellen. Ook wij togen naar Den Haag met hetzelfde verzoek. Rosenthal wilde alleen sancties in EU-verband. Daarom zochten wij contact met de toenmalige EU-buitenlandvertegenwoordiger Catherine Ashton met hetzelfde verzoek. Zij kaatste de bal terug naar Nederland. Na nog een kleine discussie in het Europees Parlement en een presentatie bij het Nederlands Helsinki Comité met de in ballingschap levende oppositieleider Kazoulin, doofde ons verhaal uit.

Autoritaire heerschappij

Wit-Rusland heeft een kwakkelende economie en is feitelijk een van de armste landen van Europa. Het land is economisch en systematisch het enig overgebleven restant van de SovjetUnie. Lukashenko heeft in zijn 26-jarige autoritaire heerschappij weinig tot niets veranderd. Behalve voor zijn familie en naaste lakeien, die tot de rijkste bovenklasse zijn opgeklommen.

Inmiddels is Nederland afgezakt tot de vijfde handelspartner, maar met een kleine 5 procent nog steeds van groot belang voor de economie van Wit-Rusland. Daarmee rust op ons ook een verantwoordelijkheid om de Wit-Russische oppositie te steunen en hen niet opnieuw in de steek te laten.

De slaven van het WK

Het is inmiddels tien jaar geleden dat wereldvoetbalbond FIFA besloot om het WK voetbal in 2022 in Qatar te houden. Sindsdien is het oliestaatje de grootste bouwput ter wereld.

In Qatar zijn vele toeristische attracties en accommodaties gebouwd. Om deze te bedienen is er in Doha is een splinternieuw metrosysteem met drie lijnen gebouwd. De lijnen zijn samen 76 kilometer lang en bedienen 37 stations. In het centrum van de stad is een tramringlijn van 12 kilometer gebouwd, inclusief zeven nieuwe stations en de renovatie van een bestaand station. In Lusail, de nieuw gebouwde stad voor 250 duizend inwoners, wordt een lightrailsysteem van vier lijnen en 37 stations aangelegd.

Bouwvakkers
In Qatar wonen 2,8 miljoen mensen. Slechts 330 duizend van hen zijn Qatari’s. De overige ruim 2,5 miljoen inwoners zijn migranten uit zo’n 25 landen in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Velen werken in sectoren als de horeca, de schoonmaak, de beveiliging, de transportsector en de aardolie- en gasindustrie. Maar de meesten van hen, minstens een miljoen, zijn bouwvakkers.

Er zijn verschillende schattingen van het aantal doden sinds de start van de bouwwerken in 2012. De hoogste loopt in de duizenden. De laagste schatting is het officiële getal van uitsluitend sterfgevallen bij de bouw van WK-faciliteiten, 34. Daarvan zijn er slechts drie als arbeidsongeval geregistreerd. Het probleem is dat veel mensen sterven aan hart- en longfalen. Dat is niet direct gerelateerd aan het werk, maar wél aan de extreme arbeidsomstandigheden, zoals lange werkdagen en extreme hitte. Deze doden worden dus niet als arbeidsongeval geregistreerd. Onder de shariawetgeving is het vaak niet mogelijk om een autopsie te doen, omdat daar toestemming van de naaste familie in een ver buitenland voor nodig is.

Om het in perspectief te zetten: in Nederland sterven ongeveer zeventig mensen per jaar als gevolg van een arbeidsongeval. In de bouw zijn dat er ongeveer twintig per jaar. De totale bouwproductie en -populatie ligt in Qatar zeker drie keer hoger als in Nederland. Daarentegen zijn de migranten in Qatar over het algemeen jonger en gezonder dan de gemiddelde Nederlandse bouwvakker.

Kafalasysteem
Vanaf de eerste golf van negatief nieuws, voornamelijk afkomstig van Amnesty en Human Rights Watch, heeft de internationale vakbondsgemeenschap onder voortouw van Building Workers International en de World Players Association zich ingezet voor verbeteringen. Ik ga hier niet in op alle acties en procedures, maar het heeft uiteindelijk geleid tot een driejarige samenwerkingsovereenkomst tussen de International Labour Organization (ILO, onderdeel van de Verenigde Naties) en Qatar.

Deze overeenkomst moet leiden tot betere betaling van werknemers, versterking van de arbeidsinspectie, afschaffing van het als moderne slavernij omschreven Kafalasysteem, verbetering van de wervingspraktijken, betere preventie en vervolging van gedwongen arbeid en promotie van medezeggenschap.

Om dit alles te bewerkstelligen, hebben internationale vakbonden elke zes maanden overleg met de regering en ILO. Ik ben lid van die delegatie. Daarnaast hebben Internationale vakbonden contactpersonen in Qatar aangesteld. Zij bezoeken werknemers, geven hen voorlichting over hun rechten en helpen hen met klachtprocedures.

Hoe ver zijn we?
Er zijn de afgelopen twee jaar in een razend tempo wetswijzigingen doorgevoerd. Er is een arbeidsinspectie van bijna niets tot driehonderd man opgebouwd. Veel arbeidsomstandigheden en voorzieningen zijn verbeterd. De exitvisa zijn afgeschaft. Wervingsfees zijn verboden. We zijn een evidence based minimumloon overeengekomen en er is een loonbeschermingssysteem opgezet, waardoor een werkgever niet langer het loon van de werknemer kan verlagen bij aankomst. Paspoortconfiscatie is verboden. Veel bedrijven hebben joint committees waarin werknemers worden gekozen. Het No Objection Certificate (NOC), dat nodig is om van baan te veranderen, wordt afgeschaft. Onze contactpersonen hebben netwerken in verschillende sectoren opgebouwd.

Wat gaat er mis?
Er zijn in de wetgeving nog twee hete hangijzers die aan het begin van het jaar zouden zijn opgelost, maar door de coronacrisis zijn blijven liggen. Het gaat om de invoering van het minimumloon en de afschaffing van het NOC. Het laatste nieuws is dat dat volgende maand gaat gebeuren.

Verder moeten we ons realiseren dat het een complexe arbeidsmarkt is. Het is een komen en gaan van bedrijven, waaronder veel westerse joint ventures, en een enorme rotatie van migranten. Dat betekent dat er veel arbeiders zijn die hun rechten niet kennen en veel werkgevers die hun plichten niet zo nauw nemen. Door de joint committees, de meertalige website van het ministerie van Arbeid en onze netwerken komen er meer klachten naar voren dan het systeem kan verwerken. Klachtbehandeling gaat via het ministerie in fasen van onderzoek, bemiddeling en juridische procedures. De bewijslast is vaak complex, de capaciteit volstrekt onvoldoende en werknemers zijn bang. Dat is helaas niet heel snel op te lossen.

Vrije vakbonden
Ik heb aan de hand van cijfers van de FNV laten zien hoeveel systeemdruk er wegvalt als er vrije en professionele vakbonden zouden zijn. Dat is voor de Qatari’s nog steeds een brug te ver. Met een bevolking waarvan 85 procent migrant is, zien Qatari’s organisatie als een bedreiging voor hun clancultuur en systeem. Dat weerhoudt ons er niet van om het te benoemen. Het feit dat ze daar nog niet voor open staan, weerhoudt ons evenmin van deelname aan de samenwerking. Er is veel bereikt, nog veel te doen en het is een showcase in het Midden-Oosten waarmee veel levens verbeteren. De manier waarop we nu het contact met migranten organiseren, nemen zij mee naar huis, waar doorgaans wel vrije vakbonden zijn.

Het is makkelijk om in elke discussie in Nederland de situatie in het Midden-Oosten erbij te slepen. Maar vaak is de werkelijkheid complexer en genuanceerder. Er gebeurt veel meer achter de schermen dan menigeen weet. Voor zover de kritiek oprecht is, is het zeker acht jaar te laat.

Nepvakbonden hebben in Nederland vrij spel

Vakbonden

In Nederland kennen we grotere vakbonden die doorgaans zijn aangesloten bij FNV, CNV of VCP. Zij hebben leden in één of meerdere sectoren waar alle werknemers tot de doelgroep behoren. Daarnaast zijn er flink aantal kleine bedrijfs- en beroepsbonden, bonden die alleen personeel bij één bedrijf of één beroepsgroep binnen één of meerdere bedrijven vertegenwoordigen.

We hebben kort gezegd algemene bonden voor alle werknemers binnen één of meer sectoren, bedrijfsbonden voor alle werknemers binnen één bedrijf, categorale bonden voor bepaalde categorieën werknemers in één of meerdere sectoren (bijvoorbeeld hoger personeel) en beroepsverenigingen voor specifieke beroepen. Tot slot zijn er ook nog confessionele vakbonden. Deze zijn gebonden aan een kerkgenootschap, zoals het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond.

Cao’s

Er zijn en Nederland meer dan duizend cao’s. De meeste zijn cao’s die alleen binnen één bedrijf gelden, maar er zijn ook een slordige tweehonderd cao’s die voor een hele bedrijfstak gelden. Alle cao’s moeten worden aangemeld bij de minister, voor bedrijfstak-cao’s kan een verzoek tot algemeen verbindendverklaring (avv) worden ingediend. Zo’n avv zorgt ervoor dat de cao op alle bedrijven van toepassing is, ook als een bedrijf niet is aangesloten bij de werkgeversvereniging.

Bij ongeveer zeshonderd cao’s worden de onderhandelingen aan werkgeverszijde ondersteund door de Algemene Werkgevers Vereniging Nederland, AWVN. AWVN heeft een separate overeenkomst met bonden over vergoedingen die kunnen worden afgesproken bij cao’s . De AWVN-regeling is daarom de meest representatieve regeling voor vakbondsvergoedingen. De aanbevolen hoogte is op dit moment € 21,04 per werknemer per jaar. Een cao voor vijfhonderd werknemers levert zodoende € 10.520 op, te verdelen onder de tekenende vakbonden.

Vergoedingen

De meeste niet-algemene vakbonden leiden een marginaal bestaan. Met een paar honderd leden is het erg moeilijk een organisatie in stand te houden. In Nederland bestaat een lange traditie, ook buiten de AWVN-regeling, dat partijen een vergoeding krijgen voor het afsluiten van een cao. Dit geld komt uit het cao-fonds. Daarnaast zijn er representatievergoedingen voor deelname aan commissies, ook wel vacatiegelden genoemd. Met weinig leden is dit een lucratieve inkomstenstroom.

Er is altijd een discussie geweest of deze inkomstenstroom de vakbond niet te afhankelijk maakt van de werkgever. Zo kende de oude Industriebond FNV een regel waarbij deze stroom nooit in het operationele budget werd ingerekend, maar apart werd gezet voor projecten die geen directe invloed hadden op de continuïteit.

Bestedingsdoelen

Vanwege kritiek op de algemeen verbindendverklaring van de cao kwam in 1998 het Toetsingskader avv tot stand. Daarin werden een aantal duidelijke eisen en beperkingen gesteld aan cao-bepalingen die algemeen verbindend verklaard konden worden. Voor de fondsgelden moesten bestedingsdoelen worden gedefinieerd en moest ook een verantwoordingssystematiek worden opgesteld.

Uiteraard mocht het niet zo in elkaar steken dat het alleen aan de (leden van de) eigen organisatie ten goede zou komen. Het moest een duidelijk sectorbelang dienen. Zo kon je een ledenvergadering niet wegschrijven op het fonds, een algemene voorlichtingsbijeenkomst wel. Het zogenaamde draagvlakmodel van Alternatief voor Vakbond past perfect in de bestedingsdoelen.

Onafhankelijkheid

Daar zit de zwakte van het systeem. Grote algemene vakbonden met een solide contributieopbrengst en stevig buffervermogen kunnen zich veroorloven om een cao die niet aan hun eisen voldoet niet te tekenen. Er zijn echter ook bonden die zich dat simpelweg niet kunnen veroorloven. Door wel te tekenen zetten zij bonden met hogere eisen voor het blok: mede ondertekenen of geen bijdrage uit het fonds. In Nederland kan elke vakbond, hoe klein ook, een cao tekenen. FNV is principieel en tekent nooit bij het kruisje. Hierdoor is FNV zeker meer dan een miljoen aan inkomsten misgelopen.

IKEA en W.I.M.

Een gele bond is een bond die door werkgevers mede wordt gefinancierd en gecontroleerd. We kennen in Nederland enkele voorbeelden. Zo richtte de HR-directeur van IKEA in 1992 een eigen vakbond op via de ondernemingsraad, louter om gedispenseerd te worden van de duurdere cao meubelbranche . Een dispensatie die onder het huidige toetsingskader niet zou zijn gelukt.

Gele bond W.I.M. is nog steeds partner bij de cao IKEA Nederland en heeft naar eigen zeggen duizend leden. Niet alle leden betalen echter de jaarlijkse contributie van € 42. De maximale contributieopbrengst is dus € 42.000. Daar legt IKEA jaarlijks € 90.000 bij.

Landelijk Belangen Vereniging

Andere bekende voorbeelden zijn de Werknemersvereniging Adriaan Kooren bij Kotug en de LBV bij Sandd . Deze drie cases hebben met elkaar gemeen dat er door één bedrijfs- of algemene bond een bedrijfs-cao werd afgesloten die dispensatie van de bedrijfstak cao mogelijk moest maken .

Het verdienmodel van LVB is simpel. Bied de werkgever een goedkopere cao met een vergoeding voor de vakbond en vraag dispensatie aan bij de bedrijfstak-cao. Toen de minister vanwege kritiek van de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties) en de Tweede Kamer minder ruimhartig dispensatie verleende, diende LBV een door werkgevers gesteunde klacht in bij de ILO.

Zonder schaamte stelde LVB dat de weigering van het Ministerie hun dispensatieverzoek in te willigen, hen de mogelijkheid ontnam om een arbeidsvoorwaardenpakket aan te bieden waarmee de werkgever een concurrentievoordeel zou behalen. Volgens LVB zou het daarmee onmogelijk worden om werkgevers te vinden die bereid zijn om tijd en geld te investeren in een cao met hen. Hierdoor zou hun bestaansrecht in gevaar komen .

LBV is betrokken bij 22 cao’s en heeft naar eigen zeggen elfduizend leden. De maximale contributie is €120 per jaar. LBV wordt al sinds de afsplitsing van OVB (Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties) bestuurd door het echtpaar Ger IJzermans (voorzitter) en Annet Dolman (penningmeester) en heeft vijftien medewerkers in dienst.

Het vreemde is dat de minister via artikel 7 van het Toetsingskader avv wél een aantal criteria heeft om bij een dispensatieverzoek van een sector-cao de onafhankelijkheid van de desbetreffende vakbond te toetsen, maar dat die criteria bij het afgeven van een algemeen verbindendverklaring niet worden gebruikt. Als Nederland zich wil houden aan het door haar geratificeerde ILO-Verdrag nr. 98, geldt dat niet alleen voor het recht om als vakbond dispensatie aan te vragen, maar ook voor het aangaan van een cao zelf.

Alternatief voor Vakbond

Van Alternatief voor Vakbond (AVVnu) weten we dat zij 680 leden hebben. Waar die leden zitten, weten wij niet. Hoogstwaarschijnlijk niet of nauwelijks op plaatsen waar AVVnu een cao afsluit. De contributie is nog geen 2,5 procent van de begroting. De rest van het geld komt via de fondsen van werkgevers. Volgens het jaarverslag was de verenigingsreserve op 31-12 2018 164 duizend euro. Zodra de grootste inkomstenbron wegvalt (SF InRetail), is AVVnu binnen een half jaar failliet.

Figuur 1 Inkomsten van AVVnu

(bron: AVVnu, gewijzigde begroting 2019)

AVVnu gebruikt als argument dat hun ledental niet relevant is, omdat ze het draagvlakmodel hanteren. “Eén van de belangrijkste innovaties die AVVnu voorstaat en uitvoert, is het gebruikmaken van een draagvlakmodel voor de cao. Het draagvlakmodel is een inclusief model, dat zowel leden als niet-leden ruimte geeft om mee te praten en te stemmen over de inhoud van de cao. Inspraak wordt georganiseerd via het cao-panel en de MZ-groep.” Bron: website Alternatief voor Vakbond .

Men claimt dat de cao-panels 4300 leden hebben. Dat zijn dan 43 panels die gemiddeld dus honderd leden hebben. Daarvan zijn. 34 panels slapende, omdat AVVnu in negen sectoren een cao afsluit. In die negen sectoren werken circa 350 duizend werknemers. Overigens kan een werknemer zich aanmelden voor meerdere panels.

Maar is het AVVnu eigenlijk wel een vereniging? In het verenigingsrecht geldt dat in een Algemene Ledenvergadering (ALV) niet-leden niet meer dan de helft van het aantal stemmen dat door leden is uitgebracht mogen uitbrengen, zodat de primaire zeggenschap van leden gewaarborgd is. Het stemmen over een cao is geen algemene ledenvergadering, maar wél de meest wezenlijke stemming met grote consequenties voor de leden. Bij AVVnu is het heel goed mogelijk dat het merendeel van de uitgebrachte stemmen van niet-leden komt.

Een alternatief voor de vakbond is, zoals de naam al suggereert, geen vakbond. Een alternatief voor iets kan niet hetzelfde zijn. Het is geen werknemersvereniging, maar een club van mensen van zeer diverse pluimage. Kleine zelfstandigen, kunstenaars, freelancers, you name it. Veel van hen zijn geen werknemer in juridische zin. Zij verrichten geen arbeid in loondienst. En dus kan het Alternatief voor Vakbond geen werknemersvereniging zijn, en mag je je afvragen of zij bevoegd zijn om een cao af te sluiten. De Wet op cao omschrijft nadrukkelijk een werknemersvereniging als bevoegde partij. Harry van Drongelen schreef hier in 2015 over in Zeggenschap .

En dat brengt ons tot de kern van het probleem. Het enige houvast is de zeer beperkte tekst in de Wet op cao : “Eene vereeniging van werkgevers of van werknemers is slechts bevoegd tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten, indien de statuten der vereeniging deze bevoegdheid met name noemen.”

Los van het feit dat niet-leden mogen meestemmen over cao’s, is AVVnu een gemengde vereniging. Dit komt doordat de weinige leden van AVVnu niet louter werknemers zijn, maar ook zzp’ers. Een gemengde vereniging kan geen vakbond zijn in de zin van ILO-conventie 98 en de Wet op cao. Een vakbond is immers een vereniging van werknemers.

ILO

Het committee van experts van de ILO schreef hierover in 2003: “(…) the Committee considers that the real issue at stake is the absence of any legal mechanism to examine the independence of trade unions vis-à-vis employers in the framework of collective bargaining or the extension of sectoral collective agreements.”

De door Nederland geratificeerde ILO-conventie 98 verplicht de regering in artikel 2 werknemers te beschermen tegen door werkgevers gecontroleerde bonden. De minister heeft als gevolg hiervan het dispensatiebeleid aangescherpt, maar een algemene regel tegen gele bonden is uitgebleven.

1. Workers’ and employers’ organisations shall enjoy adequate protection against any acts of interference by each other or each other’s agents or members in their establishment, functioning or administration.
2. In particular, acts which are designed to promote the establishment of workers’ organisations under the domination of employers or employers’ organisations, or to support workers’ organisations by financial or other means, with the object of placing such organisations under the control of employers or employers’ organisations, shall be deemed to constitute acts of interference within the meaning of this Article.

Deze ILO-conventie heeft geen directe werking en is nooit omgezet in wetgeving, zoals bijvoorbeeld in België en Duitsland . Zelfs in de Verenigde Staten kan de vakbond gewoon naar de rechter stappen.
Nederland blijft hier in gebreke, met als gevolg dat gele bonden vrij spel hebben.

Hoe Rosenmöller de onderwijsbonden een loer draaide

Er zaten zes partijen in gezamenlijkheid tegenover onderwijsminister Arie Slob. Rinda den Besten (PO-raad), Paul Rosenmöller (VO-raad), Jan de Vries (CNV Onderwijs), Jilles Veenstra (FvOv) Liesbeth Verheggen (AOb) en Ingrid Doornbos (AVS). Rosenmöller en Den Besten vertegenwoordigen de onderwijswerkgevers, AVS is een club van vijfduizend schooldirecteuren en FvOv een verzameling van kleine clubjes. Beiden niet echt in staat een achterban te mobiliseren. Het komt écht op FNV en CNV aan, samen goed voor 140.000 leden.

Toen er 460 miljoen (!!!) op tafel lag (36,5 miljoen meer dan gevraagd) en er twijfel rees, schoten werkgevers in hun rol als cao-onderhandelaars. Als CNV en FNV dit door hun vingers zouden laten glippen, zouden werkgevers hen weigeren aan de cao-tafel. De werkgevers, die eerst de bonden nodig waren om maximale druk op Slob te zetten, plaatsen bonden nu in een prisoner’s dilemma. Een smerig spel waar ik vooral doorgewinterd politicus, GroenLinks-senator en oud-vakbondsbestuurder Rosenmöller van verdenk. Rinda den Besten heeft nauwelijks ervaring met landelijke politiek en vakbonden. Ze heeft Nederlands gestudeerd en was wethouder in Utrecht.

Incidenteel geld

De vakbonden gaan echter ook niet vrijuit. Ze stapelden fout op fout. Ten eerste stelden de gezamenlijke bonden een ultimatum. In het eerste gedeelte, het feitelijke ultimatum, eisten zij 423 miljoen extra voor 2020. Dat is een klip en klare eis voor incidenteel geld.

In de verdere uitleg, waar een normaal mens geen touw aan vast kan knopen, hebben de bonden alvast het geld verdeeld over hun subsectoren voor 2020 en 2021, wat opgeteld ruim 1,1 miljard maakt. Tweeënhalf keer meer dan wat eerst in ultimatieve zin is geformuleerd.

Blijft staan het feitelijke ultimatum van 423,5 miljoen voor 2020. En dat is ruimschoots binnen. Case closed (of niet?). Maar nee, het blijkt dat Facebookgroep PO in actie (45.000 volgers) structureel geld wil. En de onderwijzers ook, getuige hun poll. Maar als je meer krijgt dan gevraagd, is een mogelijk stakingsverbod ook een reële dreiging.

Deelbelang

Nu is het lastig structureel geld te vragen van een kabinet dat van Prinsjesdag naar Prinsjesdag leeft en in 2021 aan het einde van de termijn is. Maar de vraag blijft hoe er zoveel licht kan zitten tussen het ultimatum en de verwachtingen van de achterban. Ik vermoed dat het ultimatum niet tot stand is gekomen door intensieve ledenraadpleging, maar door onderhandelingen tussen AOb, AVS, CNV, FNV overheid en FvOv, die elk een deelbelang in het onderwijs vertegenwoordigen en het ultimatum ondertekenden.

Vervolgens gingen de onderhandelaars mét de onderwijswerkgeversorganisaties naar Arie Slob. PO- en VO-raad zijn de counterparts van de bonden bij cao-onderhandelingen. Nu stellen die als cao-onderhandelaars weinig voor. Elk dubbeltje dat ze in de cao stoppen, moet uiteindelijk van Arie Slob komen. Deze gezamenlijke tocht voor meer geld valt te begrijpen als je niet weet dat je ‘bondgenoten’ een andere agenda en andere prioriteiten hebben en zich op het moment suprême tegen je keren.

Dus besloten de bonden (niet alleen AOb, maar alle eerder genoemde partijen) te tekenen. Het wordt vooral de AOb, met 85.000 leden de grootste van deze bonden, aangerekend. Maar alle eerder genoemde bonden gingen akkoord en besloten in gezamenlijkheid de staking af te blazen.

PO in actie

Een staking zonder ledenraadpleging, uitgeroepen en afgeblazen op basis van een eis die niet wordt gedragen door de achterban. Die achterban is opgeruid door PO in actie. Een groep die van alles wil, zelf geen verantwoordelijk neemt en anderen de schuld geeft wanneer ze niet op hun wenken worden bediend.

Welke les leren wij van de leraren?

1. Laat je niet gek maken op social media. Het is los zand.

2. Beleg ledenvergaderingen voor je een ultimatum stelt en schep redelijke verwachtingen

3. Stel een helder ultimatum zonder politiek jargon en niet kloppende rekensommen (nota bene in het onderwijs)

4. Samenwerken met werkgeversverenigingen waarin het politieke old boys netwerk een rol speelt, is levensgevaarlijk

5. Als je een actie uitroept en de sfeer langzamerhand begint op te warmen, dan kun je die niet ongestraft zonder leden te raadplegen afblazen.

6. Bedenk je timing vooraf. Zo kort voor de stakingsdatum onderhandelen is gevaarlijk, omdat het organisatorisch en logistiek heel ingewikkeld is om de staking ordentelijk af te blazen.

7. Bij twijfel niet tekenen, schorsen voor beraad en eventueel terug naar de achterban. In dat geval kun je de staking gebruiken om de situatie te bespreken.

8. Als je geen stoel aan de cao-tafel kunt afdwingen (vakbondsmacht), vraag je dan af wat je überhaupt aan die tafel te zoeken hebt.

De vakbond is dood, lang leve..deel 2

Ik schreef onlangs dit artikel naar aanleiding van de berichten over het ledenverlies bij de vakbonden. Ik ben er niet helemaal tevreden over, omdat mijn oplossing zich vooral richt op hoe je leden werft en bindt, maar daar redden we het niet mee. De vakbond zit ook zichzelf in de weg.

Bedrijven zijn tegenwoordig heel anders georganiseerd, door outsourcing en offshoring. Maar ook door nog meer schakel te zijn in een keten.

Kolommen

Vakbonden zijn ontstaan in beroepsgroepen, zoals drukkers, diamantbewerkers en lantaarnopstekers. Dat werkte, omdat de economie toen zo in elkaar stak. De baas was meestal de eigenaar. Langzamerhand is dit uitgegroeid tot een indeling in kolommen, zoals Bouw, Transport, Chemie, Voeding, Handel, Horeca en Metaal. Alhoewel veel bonden in West-Europa zijn gefuseerd en meerdere kolommen organiseren, gaat het werk en ook de samenwerking met werkgevers nog steeds langs die kolomindeling. Maar die werkgevers zijn vaak geen eigenaar meer. Producten worden niet meer in een bedrijf gemaakt en verkocht, maar in een complexe keten van onderlinge afhankelijkheid. Die keten bestrijkt vaak meer dan één kolom. Sterker nog, soms heel veel kolommen.

Stel, je bestelt een pizza via een platform of via een telefoonnummer. De eerste schakel is het platform in de ICT-kolom. De tweede schakel is de pizzabakker in de horecakolom. De bakker haalt zijn grondstoffen uit de voedingsmiddelenkolom. Hij huurt zijn pand in de dienstenkolom en krijgt zijn vergunningen uit de kolom Overheid. Wellicht heeft hij uitzendkrachten uit de Uitzendkolom in dienst. De bezorger komt uit de transportkolom. Er zijn dus zes cao’s die onafhankelijk van elkaar de prijs van het product beïnvloeden. En dit is een simpel voorbeeld. Kijk je bijvoorbeeld naar de keten van een platform als bol.com, dan wordt het nog veel ingewikkelder. Dan zien we ketens en sterren die zich uitspreiden over acht verschillende vakbondskolommen.

Ketenstrategie

Vakbonden hebben zelden een ketenstrategie, omdat ze vastzitten in die kolommen. Het is erg ingewikkeld en ze zijn er organisatorisch niet op ingericht. Een goed voorbeeld uit mijn eigen ervaring is privatisering van vuilophaaldiensten. Dat waren niet zo lang geleden machtige vakbondsbolwerken binnen de kolom Overheid. De meeste vuilophaaldiensten zijn inmiddels geprivatiseerd. Het personeel ging mee. De overheidsbonden volgden niet, want het was immers geen overheid meer. Ik herinner me een discussie met collega’s. Overheid zei: “Je mag ze hebben.” Vervoer zei: “Er zitten wielen onder, dus het is van ons.” Wij zeiden: “Het is industriële reiniging, dus diensten.” Overheid zei: “No way dat jullie een cao afsluiten die de laatste grote gemeentelijke bedrijven aanzet tot privatisering.” Gevolg: de ophaalbedrijven hebben vrij spel, want er is geen eensgezinde tegenmacht.

Werkgevers hebben feitelijk hetzelfde probleem. Ze gaan niet meer over hun eigen prijsstelling, Als we terug willen naar effectieve en gebalanceerde verhoudingen, moet eigenlijk alles op de schop van verticale naar horizontale organisaties. Dat dit ingewikkeld is, merk ik zelf in mijn huidige baan. Ik vertegenwoordig bonden van schoonmakers en beveiligers in de hele wereld. Onze grootste tegenspelers zijn G4S en ISS, werkgevers van respectievelijk zeshonderdduizend en vijfhonderdduizend werknemers. Bij ISS is door het integrated facility services-concept de schoonmaakcomponent inmiddels teruggevallen naar 50 procent van de business. De andere diensten zijn beveiliging (da’s nog makkelijk), catering en landscaping. Dat laatste valt onder een andere wereldfederatie, IUF. IUF doet zaken met cateringgigant Sodexo, waar precies het omgekeerde gebeurt. We zouden moeten samenwerken, maar dat gaat moeizaam.

Bangladesh Akkoord

Maar soms lukt het. Na de kledingfabriekramp in Bangladesh hebben de internationale kolommen Handel en Industrie en mensenrechtenorganisaties de koppen bij elkaar gestoken en samen het Bangladesh Akkoord gesloten. Het is een ketenakkoord waar de productie, distributie en de grote retailers deel van uit maken. In Bangladesh hebben zij nu een groot team van brandveiligheidsinspecteurs en is de kans op herhaling sterk afgenomen. En er zijn meer voorbeelden. Als we daarnaartoe werken, moeten we ook wegen vinden om onze wortels in de samenleving terug te vinden.

De vakbond is dood, lang leve de vakbond! Deel 1

Groot nieuws dat de Nederlandse vakbonden de afgelopen twee jaar 100.000 leden verloren. Het is zelden nieuws dat vakbonden leden winnen, maar dat terzijde.


Wat is er aan de hand? Vakbonden verliezen al decennialang leden. Dat is niets nieuws. Ook de verwijzing naar vakbonden in Nederland, in het bijzonder de FNV, is in dit verband ook nauwelijks relevant. De kracht van vakbonden meten we in organisatiegraad, het percentage werkenden dat lid is. Dat percentage neemt in bijna alle OESO-landen af. Nederland loopt al sinds 1975, het historische hoogtepunt van de wereldwijde organisatiegraad, bijna gelijke tred met het OESO-gemiddelde.

In mijn werk als vertegenwoordiger, adviseur en trainer voor 130 vakbonden in 75 landen zie ik met uitzondering van enkele Afrikaanse landen overal een dalende organisatiegraad. En de enkele bonden die winnen binnen een bepaalde sector, kunnen het verlies in andere sectoren niet compenseren.

Neoliberalisme

Er worden zeer veel externe oorzaken aangevoerd: het neoliberalisme, individualisering, verzakelijking, union-bashing, veranderende arbeidsverhoudingen, vergrijzing etc. Allemaal een beetje waar.

Maar de werkelijke oorzaak zit in de conservatieve aard van vakbondsorganisaties. Veranderingen komen niet of nauwelijks van de grond. En dat terwijl bonden al zo’n veertig jaar positie verliezen.

Kijken we naar de FNV, dan is de leeftijdsopbouw van het ledenbestand de grootste oorzaak van het ogenschijnlijk plotselinge ledenverlies. Verreweg de grootste groepen leden zitten in de cohorten 45-55 en 55-65. Uit die laatste groep gaan heel veel mensen met pensioen. De helft zegt dan het lidmaatschap op. Er is ook een grote groep gepensioneerden. Hun lidmaatschap eindigt bij hun overlijden. Dat is de dijkdoorbraak van de afgelopen twee jaar. Terwijl de aanwas bij lange na geen gelijke tred houdt. En die nieuwe aanwas blijft ook steeds korter lid.

Vernieuwing

Die aanwas is moeilijk, omdat het over hele grote aantallen gaat. Ga er maar aan staan, vijftigduizend nieuwe leden per jaar werven. Ik heb een tijdje voor een Europese federatie van ambtenarenbonden trainingen gegeven. In sommige landen haalden we mooie resultaten, in totaal zo’n duizend nieuwe leden in een jaar tijd. Maar alle lidbonden verloren in datzelfde jaar tachtigduizend leden. De schaal van vernieuwing is gewoon te klein.

Wat doen we dan precies tijdens die winnende training? Allereerst besteden we aandacht aan het bestuur. Is het solide en eensgezind in de wil om te veranderen. Willen ze daar ook middelen aan toewijzen? Is dat het geval, dan ontwikkelen we een herkenbare visie. Vervolgens gaan we met personeel aan de slag. Wat zijn de problemen die leden ondervinden? Wat is de boodschap naar hen? Hoe gaan we het gesprek aan? Tenslotte maken we een afgebakend strategisch plan. Wat willen we bereiken in een gegeven tijdspanne? Stel zo concreet mogelijke doelen. Het getrainde personeel (of activisten) gaat daarop met werknemers spreken. Individueel of groepsgewijs.

En dat werkt meestal, ongeacht de sector en het land. De keren dat het niet lukt, zit het meestal in de randvoorwaarden. Vijftigduizend nieuwe leden per jaar vragen een hele grote investering met een lange terugverdientijd.

Organisatiegraad

FNV heeft veel geld en veel personeel. Er zijn er echter maar vierhonderd die, naast cao’s afsluiten en bestaande leden tevreden houden, ook nog moeten werven. Die moeten dus minimaal elk 125 nieuwe leden bijschrijven. Dat lukt niet, omdat de verreweg de meeste mensen worden ingezet op plaatsen met een relatief hoge organisatiegraad en dalende personeelsaantallen, zoals industrie en vervoer. Er zijn circa vijf miljoen ongeorganiseerde werknemers. De grootste aantallen zitten in sectoren waar vakbonden nooit een stevige voet tussen de deur hadden en waar de doorstroom ook nog eens hoog is. Zoals winkels, horeca, zorg en diensten. In het algemeen besteden westerse bonden 80 procent van hun middelen aan bestaande leden en 20 procent aan werving. Dat je daarmee het tij niet keert, bewijst de OESO-statistiek over bijna 50 jaar.

Maar laten we de vakbond vooral niet doodverklaren. De verlaging van de leeftijd van het wettelijk minimumloon, waardoor 21-jarigen er 262 euro p/m bij kregen, is het resultaat van acties door Young & United (powered by FNV). Het bewijs dat de vakbond nog niet dood is. Leve de vakbond!

Schiphol: Anti-EU-sentiment moest stakingsverbod legitimeren

Schiphol praatte zoals gewoonlijk weer poep, ditmaal uit de populistische koker. Om te voorkomen dat beveiligers zouden staken, klaagde de luchthaven tevergeefs bij de rechter over de aanbestedingsregels van de EU.

Schiphol betoogde onlangs voor de rechter dat zij bij de aanbesteding van de beveiliging geen eisen aan de toepassing van de cao aan de bieders mag stellen, op grond van Europese aanbestedingsregels. De luchthaven hoopte dat de rechter een mogelijke staking van FNV Beveiliging zou verbieden. Gelukkig werd de eis afgewezen, maar daarbij bleef de sfeer hangen van de beknottende regels van de EU. Koren op de molen van anti-EU-populisten, die dit argument ook vaak gebruiken. In het geval van aanbestedingsregels luiden velen de klok, maar weten weinigen waar de klepel hangt.

Temco-arrest

Europese aanbestedingsregels gelden voor publieke bestedingen en zijn bedoeld om aanbestedingen eerlijk en transparant te laten verlopen. Het is een instrument om (semi-)overheidsprojecten in de gemeenschappelijke markt te zetten. Bedrijven in eigen land voorrang geven is verboden. Dat lijkt een beperking, maar dat is het niet. Met deze regels kan beveiligingsbedrijf Wakend Oog uit Klazienaveen in principe onder gelijke voorwaarden meedingen op de beveiliging van Madrid-Barajas en Schiphol.

Buiten de aanbestedingsregels is de Wet Overgang Van Onderneming veelal van toepassing op dit soort contractswisselingen. Daarmee is een wijziging van arbeidsvoorwaarden feitelijk niet mogelijk. In Nederland heeft FNV jarenlang gestreden en geprocedeerd om deze wet, feitelijk een omgezette Europese Richtlijn, van toepassing te krijgen op contractswisselingen. De omslag werd mede door onze Belgische vakbondscollega’s bereikt in 2002, in een zaak bij het Europese Hof, bekend als het Temco-arrest. Sindsdien volgen Nederlandse rechters dat arrest en is er meestal sprake van een overgang van onderneming.

Laagsteprijsdoctrine

Terug naar de aanbestedingsregels. Omdat de regels complex zijn en aanbestedingen vaak in rechtszaken overgaan vanwege vermeende ontduiking, zijn aanbesteders en inkopers uiterst voorzichtig. Er is een praktijk ontstaan waarbij de laagste prijs de meest concrete gunningsfactor is, onder het credo: het moet van de EU. Weinig kans op procedures, en je maakt de baas er ook nog blij mee.

Die laagsteprijsdoctrine is een doorn in het oog van vakbonden en contracters. Het leidt immers tot een race to the bottom, tot steeds lagere lonen en minder winst.

De EU sponsort een sociale dialoog tussen werkgevers en werknemers op zowel centraal niveau als bedrijfstakniveau. Daar komen Europese werkgevers- en werknemersorganisaties bij elkaar. In verschillende sectorale dialogen speelde de discussie over Europese aanbestedingen en de race to the bottom. Vandaar dat in onder andere in de beveiliging en schoonmaak sociale partners een handleiding voor Europese aanbestedingen hebben ontwikkeld. Daarin werd onder toezicht van de Europese Commissie tot achter de komma uiteengezet welke elementen in een aanbesteding mogen meewegen, waaronder toepassing van de cao.

Populistische kreet

Ik was zelf betrokken bij de eerste versie in de schoonmaak in 2005 en de gereviseerde versie in de beveiliging in 2018. Ik herinner mij de lange weg in 2005, toen we met een consultant en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers uit alle lidstaten het eerst eens moesten worden wat erin moest, om vervolgens de bezwaren en correcties van de Europese Commissie te verwerken. Ik ben er nog steeds trots op dat ik deelnemer was aan zo’n belangrijk en complex proces. Ik schaam me voor een semi-overheidsbedrijf als Schiphol, dat nog steeds voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten en zich verschuilt achter een populistische kreet.

En voor de cynici onder mijn lezers: zowel de Wet Overgang Van Onderneming als de aanbestedingsregels laten zien dat vakbonden via hun Europese invloed de positie van werknemers in dit soort situaties behoorlijk hebben verbeterd.

De meest recente aanbestedingshandleiding voor particuliere beveliging in ENG

De meest recente aanbestedingshandleiding voor schoonmaak in NL

Hema-CNV cao, Waarom?

CNV heeft vorige week een cao afgesloten voor de medewerkers van Hema. Op zich geen groot nieuws, ware het niet dat CNV akkoord is gegaan met een cao die ervoor zorgt dat nieuwe werknemers erop achteruit gaan.

De vakbond gaf er zelf niet veel ruchtbaarheid aan, maar het was zo’n opvallende cao, dat er tóch media-aandacht voor was. De huidige werknemers worden er nauwelijks beter van. Nóg opvallender? Nieuwe medewerkers stappen in voor ongeveer 25 procent minder salaris.

Splijtzwam

Een potentiële splijtzwam, want je kunt verwachten dat Hema bij een volgende tegenvaller alles gaat doen om van die oude, duurdere werknemers af te komen of hun salaris te verlagen. Waarom werkt een respectabele vakbond als CNV hier aan mee? Ik kan mij niet voorstellen dat dit wordt bedoeld met hun slogan, ‘de vakbond die verschil maakt’.

CNV kampt, net als FNV en veel andere bonden in Europa, met gestaag dalende ledentallen. Enkele achtereenvolgende jaren waren de contributieopbrengsten lager als begroot. Dat leidde tot tekorten, die uit de verkoop van bezittingen en vermogenswinsten moesten worden afgedekt. Alhoewel een derde van de begroting is gebaseerd op inkomsten uit werkgeversbijdragen, heeft CNV anders voldoende vermogen om het risico af te dekken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld AVV (Alternatief voor Vakbond). Maar dat kun je niet oneindig blijven doen, omdat daarmee investeringsruimte om de ledendaling te keren wegvalt. Maar voorlopig lijkt het nog geen urgente reden om ondermaatse cao’s te tekenen. Buiten dat heeft de nieuwe cao Hema nauwelijks werfkracht. Wie wil lid worden van een bond die verslechteringen afspreekt?

Weinig waarde

Er moet dus een andere reden zijn. Hema is de afgelopen decennia door eigenaren leeggezogen, door middel van te dure leningen en sale-and-leasebackconstructies op de panden, met hoge huren tot gevolg. Alhoewel het een winstgevende onderneming is, zit er behalve de ijzersterke merknaam weinig waarde in het bedrijf.

CNV tekende niet lang geleden samen met AVV een slechte cao voor de detailhandel met Inretail. Die cao geeft een veel hogere werkgeversbijdrage aan vakbonden dan de 25.000 euro van Hema. Die Inretail-cao, dát is waar Hema naartoe wil. CNV kan daar moeilijk bezwaar tegen maken, omdat ze zélf die cao hebben afgesloten. Onderhandelaar Martijn den Heijer zegt het eigenlijk zélf.

CNV is partij bij een groot aantal cao’s met FNV, maar heeft veel minder menskracht om al die onderhandelingstafels te bemensen. Eén CNV’er onderhandeld naast de ledencontacten en andere taken gemiddeld bij vijf à zes cao’s. Bij FNV dat er 2 à 3.

Niet tekenen

Voordat een vakbond een conflict aangaat zijn, er een aantal afwegingen. De belangrijkste afwegingen? Wat is mijn vakbondsmacht (of actiekracht)? Hoeveel tijd en geld gaat dat kosten? Waar haal ik die tijd vandaan en hoe verhoudt zich dit tot de (potentiële) contributieopbrengst? Gewoon niet tekenen, zoals FNV doet, is een optie die veel vakbondsonderhandelaars niet begrijpen. In de machocultuur onder onderhandelaars is je relevantie afhankelijk van getekende cao’s. Als werknemers niet goed genoeg georganiseerd zijn om actie te voeren, zou ‘geen cao’ wellicht een impuls kunnen zijn om alsnog te versterken. Maar dan moet er wel geïnvesteerd worden.

Overigens kan CNV maar op zeer weinig plekken actievoeren. Er zijn te weinig leden, verspreid over teveel werkgevers. CNV Vakmensen heeft 135.000 leden, verspreid over 500 cao’s. CNV is doorgaans afhankelijk van de actiekracht van FNV, die op veel plaatsen ook beperkt is.

Inretail

Hema zal opgaan in de Inretail-cao. De merknaam Hema blijft bestaan, maar de vraag is onder welke formule en met hoeveel directe medewerkers. Hema heeft al een succesvolle franchiseformule. CNV heeft ongeveer vijftig leden bij Hema en geen strategisch groeiplan. Vijftig leden zorgen voor ongeveer 9.000 euro contributieopbrengst.

Waarom zou CNV menskracht en geld besteden met een kleine kans op winnen, terwijl de handtekening 25.000 euro oplevert? CNV heeft HEMA en het personeel opgegeven.

Een stem vóór Mei Li Vos is een stem tégen de arbeid

‘Vakbond’ AVV mag dan naar eigen zeggen een vakbond zijn, maar wordt vrijwel volledig betaald en gecontroleerd door werkgevers. Het is een gotspe dat minister Koolmees (Sociale Zaken) cao’s voor 300.000 werknemers algemeen verbindend verklaart, die door deze 680 leden tellende gele bond worden afgesloten. Een nog grotere gotspe? De PvdA wast deze gele vakbond wit door vicevoorzitter Mei Li Vos te kiezen als fractievoorzitter in de Eerste Kamer.

Maandag 27 mei kiezen de leden van de Provinciale Staten de leden van de Eerste Kamer. AVV-vicevoorzitter Mei Li Vos is daarvoor lijsttrekker van de PvdA. Door haar te verkiezen in de Eerste Kamer, wast de partij de gele vakbond AVV wit, schreef ik al eerder.

Een gele bond is een vakbond die financieel en/of strategisch wordt gecontroleerd door werkgevers. In de door Nederland geratificeerde ILO-conventie 98 artikel 2 verplicht de staat zichzelf om werknemers te beschermen tegen een door werkgevers gecontroleerde vakbond.

· 1. Workers’ and employers’ organisations shall enjoy adequate protection against any acts of interference by each other or each other’s agents or members in their establishment, functioning or administration.
· 2. In particular, acts which are designed to promote the establishment of workers’ organisations under the domination of employers or employers’ organisations, or to support workers’ organisations by financial or other means, with the object of placing such organisations under the control of employers or employers’ organisations, shall be deemed to constitute acts of interference within the meaning of this Article.

Niet openbaar

Omdat gegevens over AVV niet openbaar zijn, moest ik in mijn vorige blog werken met veronderstellingen. Toen ik de blog schreef, heb ik mij aangemeld voor een van de cao-panels van AVV. Dit om te zien of AVV screent of hun cao-panelleden daadwerkelijk in de desbetreffende sector werken. Dat doen ze dus niet, waardoor het heel makkelijk is om de stemming van buitenaf te beïnvloeden.

Als gevolg van mijn registratie kreeg ik een uitnodiging voor hun algemene ledenvergadering. Ik meldde mij aan en kreeg een bevestiging. Een week voor de algemene ledenvergadering ontving ik een mailtje van Mei Li Vos dat ik per abuis was uitgenodigd, omdat ik geen betalend lid ben.

Geen probleem. Omdat AVV door werkgevers gesponsord wordt, is de contributie heel laag, slechts 25 euro per jaar. En dus meldde ik mij subiet aan als lid en vroeg AVV alsnog de vergaderstukken te sturen. Na de gebruikelijke welkomstmail kreeg ik echter bericht van voorzitter Martin Pikaart.

“Wij zijn bekend met uw uitingen over AVV op uw persoonlijke website (www.eddystam.com). In deze uitingen geeft u duidelijk te kennen het werk van AVV sterk af te wijzen. Wij hebben geconcludeerd dat het niet geëigend is u toe te laten.”

Werkgever betaalt

Per abuis bereikten de jaarstukken mij toch. Het blijkt dat ik er toch een beetje naast zat. AVV heeft geen 2500 leden, zoals ik uit een interview met voorzitter Pikaart vernam. Het zijn er slechts 680. Bedenk daarbij dat AVV cao’s afsluit voor 300.000 werknemers. Die 680 leden betalen in totaal 17.000 euro aan contributie. Bijna 675.000 euro is afkomstig van werkgevers. Dat is meer dan 97,5 procent van de hele begroting!

In de algemene ledenvergadering claimde het bestuur dat de cao-panels, de brede democratische en vernieuwende basis van deze ‘vakbond’, 4300 leden hebben. Ik was al lid van een panel waar ik feitelijk niets te zoeken heb. Bij het schrijven van deze blog heb ik het even getest. Ik ben nu lid van vier panels, waarvan één dubbel. Je kunt je zo vaak registreren als je wil. AVV sluit een stuk of tien cao’s af voor circa 300.000 werknemers en heeft 43 panels. Waaronder 33 slapende panels, want er valt niets te stemmen. De CAO panels zijn fake.

Minimum loon verhogen is kans!

Beste Jacco Vonhof

De bekendmaking van de FNV om het wettelijk minimumloon op te trekken naar 14 euro en vooral ook de reacties daarop, deden mij denken aan een project in 2004. Een schoonmaker verdiende toen 8,33 euro bruto per uur. Dat was een paar centen meer dan het minimumloon. Wij wilden dat loon verhogen naar 10 euro. 17 procent erbij. Vriend en vijand verklaarden ons voor gek. Ook binnen FNV waren er grote twijfels.

Natuurlijk was het niet zomaar een idee. Het was een zorgvuldig bedacht campagneplan dat begon op een conferentie bij collega-schoonmaakvakbond IG BAU in Duitsland. Toen wij het hoorden, dachten we: tien euro, dat kun je heel goed communiceren, ook met de vele anderstaligen in de sector. 10 euro is voor de gemiddelde Nederlander weinig en moeilijk als ‘overvragen’ te framen. Door het in een vijfjarenplan te stoppen (34 cent per jaar erbij), is het haalbaar en verkoopbaar. We gingen een weddenschap aan met IG BAU en hebben die uiteindelijk gewonnen.

We hebben veel uit kast moeten halen om dit te bereiken. Eén van de activiteiten achter de schermen was een ‘geheime’ sessie met een aantal kleinere schoonmaakbaronnen en een barones in de burcht in Amsterdam. MAS uit Amsterdam, Hectas uit Arnhem, NOVON uit Zwolle en nog een aantal anderen werkten mee. Het was een hele vruchtbare dag, omdat deze mensen zich in hun eigen kring minder goed gehoord voelden en de race naar het putje zat waren. Een stevige prijsbodem in de cao was een kans, in jullie ogen. Ik herinner mij dat de toenmalige directeur van Novon zei: ‘Dit gaat sneller lukken dan je denkt. Als je wint, drinken we samen bier en word ik lid van FNV.’

Dat biertje hebben we gedronken en je hebt het lidmaatschapsformulier ingevuld, Jacco. Toen ik je onlangs op een groot internationaal congres tegen het lijf liep, hebben we er nog eens om gelachen en verzekerde je mij dat je altijd lid bent gebleven.

Daarom verbaasde ik mij over de dramatische gevolgen die MKB Nederland voorziet als het wettelijk minimumloon zou worden verhoogd. Onmogelijk! Ik dacht: Jacco, die ziet altijd kansen die anderen missen. Een sociaal betrokken vent die zich, ondanks zijn positie, goed kan inleven in de kleine portemonnee. Een man die denkt in win-winstrategieën. Daarom daag ik je uit om aan te geven hoe het wél kan.

Groet
Eddy