Maandelijks archief: juli 2016

Behålla

Mijn vriend en collega Mari en ik bezochten een klein bluesfestival in Noord Zweden. De hoofdsponsors waren de collega vakbonden IF Metall en Kommunal. Nu heb ik mij wel vaker afgevraagd of vakbonden evenementen moet sponsoren. Zo was er bij ABVAKABO een jarenlange traditie om voor duizenden euro’s appels uit te delen bij de Nijmeegse vierdaagse. Ik was er op tegen om de simpele reden dat er nog nooit een lid is bijgekomen omdat ze een appel hebben gekregen. En omdat ze aan het vierdaagsen zijn, heb je ook geen tijd om een gesprekje aan te knopen. En dat is juist het ding van iets weggeven, een wervingsgesprekje te beginnen.

Dus zochten we op het festival terrein naar de wervings “stand” van de collega’s.  Die was er niet. Nog meer redenen om je af te vragen waarom de bonden dit sponsoren. Maar goed, wij waren er voor ons plezier en ook een zitplaats nodig om de hele avond door te brengen. We vonden een paar grote stenen waar we min of meer op de eerste rij zaten. Achter ons zat een vrolijk koppel zich te verwonderen waar wij helemaal vandaan kwamen. Dus was er snel een gesprek. Zij was ambulance chauffeur en hij buschauffeur. Toch maar gevraagd of ze lid waren. “ Natuurlijk!” antwoorden ze bijna verontwaardigd. “Zodra ze er is, zullen we jullie introduceren aan de voorzitter”.  Dus een paar bandnummmers verder waren we ineens in gesprek met de regionale voorzitter van Kommunal. Volgens haar was 95% van de aanwezigen lid en een stand helemaal niet nodig. Toen we haar ongelovig aankeken zei ze: “vraag maar aan deze groep mensen hier”.  Die bleken alle elf lid.

IMAG1074

De sponsoring is ledenbehoud. “Hier in Norbotten is 95% vakbondslid stemmen we sociaal democraten, en dat willen we zo houden”, aldus de voorzitter. Het was een in meerdere opzichten bijzondere avond!

 

 

 

Hocus Pocus en weg is ons pensioen

De Europese Commissie heeft als een ware Hans Klok, met Jetta Kleinsma als charmante assistente, onze pensioenen doen verdwijnen. Zoals goochelaars dat doen, eerst de focus van het publiek afleiden met de Brexit en ondertussen een nieuwe pensioenrichtlijn uit de mouw halen ten koste van ons nationale spaarvarken. Dat is ongeveer de lezing van onze Nexitvandalen, want die hebben elk argument nodig om hun zaak groter te maken. Ik had beloofd om hier nog eens op in te gaan. Het duurde wat
langer, want het is lastig om dit onderwerp overzichtelijk en leesbaar te houden. Heel kort lukt in ieder geval niet.

Al in 2010 was er een plan om de IORP-richtlijn te herzien. Als antwoord op de crisis waren regels voor banken en verzekeraars inmiddels herzien in Basel II en Solvency II. Pensioeninstellingen zijn eigenlijk ook financiële instellingen dus lag het voor de hand om ook daar tot een herziening te komen. Ik was in die tijd beleidsmedewerker van de Europese
Metaalbewerkersbond (EMB) en pensioen was, zoals mijn baas het omschreef, a dog that nobody wants to pet. Het belangrijkste lid van EMB, IG Metall, vond echter dat wij er iets mee moesten, en dus kreeg ik het dossier. Mijn Zweedse partner zat in een gelijke positie bij de Europese dienstenfederatie UNI Europa, waar vooral druk was vanuit de financiële en uitzendsector om het dossier op te pakken. Dus met z’n tweeën trokken we het EU-pensioenlandschap in. Het Europees Vakverbond (EVV), zeg maar de federatie van federaties, had er een Fransman op zitten. Nu vinden Fransen dat de staat het pensioen moet betalen en de staat het geld rechtstreeks uit de hemel krijgt, dus inhoudelijk was er weinig steun.

Level playing field
Het was verzekeraars een doorn in hun oog dat er zwaardere eisen aan hen werden gesteld vdan aan pensioeninstellingen. Ambtenaren en politici werden gevoerd met een Brusselsw toverformule, “level playing field”. De commissie organiseerde voorlichtingsbijeenkomsten en hoorzittingen. Op elke bijeenkomst waar ik ben geweest, en ik was op de meeste, zaten
verzekeraars hun level playing field-verhaal te spinnen. Collega’s van vakbonden waren in die beginfase niet of nauwelijks aanwezig, we waren meestal met z’n tweeën. Ook de mensen die nu een hele grote mond hebben, heb ik niet gezien of gehoord.

En zo zagen we een EU-dossier groeien waarin de stem van verzekeraars veel beter te horen was dan de onze. In die fase begint ook het Europees parlement met de voorbereidingen. Dat doen ze niet alle 750. Zij wijzen een rapporteur aan die de nodige informatie verzamelt. In dit
geval Ria Oomen, een gelouterde politica uit de rechtervleugel van het CDA, in Brussel lid van de EVP-fractie. Ria werd overduidelijk ook gefrequenteerd door de verzekeringslobby. Het Europees Parlement hield ook een hoorzitting, waarbij Ria de enige aanwezige parlementariër
was. Het parlement was in Straatsburg, iedereen stuurde assistenten naar de hoorzitting. Wat overigens niet erg is, want die bereiden de standpunten van parlementariërs voor.

Groenboek
Er komt een zogenaamd groenboek, waarin de commissie alle richtingen exploreert en belanghebbenden vraagt te reageren. Als ik mij goed herinner waren er zo’n zestienhonderd
reacties, waaronder die van ons. Ik had inmiddels ook zitting genomen in het EU pension forum, een adviesorgaan onder DG sociale zaken en werkgelegenheid, destijds onder commissaris Laszlo Andor. Hij had als een
van de weinige sociaaldemocraten de Europese vakbeweging onverholen om hulp gevraagd. Pensioen was een item van Sociale Zaken, maar werd langzaam overgenomen door DG Interne Markt onder leiding van de neoliberale commissaris Michel Barnier. Het groenboek, met daarin alle input van buiten, werd ter verdere uitwerking overgedragen aan het nieuw gevormde toezichtsorgaan EIOPA, een instelling die achter de gesloten deuren van de Europese Bank in Frankfurt opereert. Rond de kerst van 2011 werd er een stakeholderscommissie samengesteld. Die posities waren in grote mate ingenomen door werkgevers, wetenschappers en commerciële belanghebbenden. Er zat maar één iemand die de vakbonden vertegenwoordigde, de eerder genoemde Fransman van het EVV. Voor
Nederland zat er de voorzitter van de pensioenfederatie, op dat moment een werkgever. Ik heb destijds een klacht ingediend bij EIOPA over de samenstelling van die commissie. Mijn partner deed gelijktijdig hetzelfde bij de EU-ombudsman. De klachten werden ons niet in dank afgenomen, maar de ombudsman is inmiddels een eigen initiatiefonderzoek gestart
naar de samenstelling van alle EU-commissies.

Dood geld
Intussen begon EIOPA ook aan een publieke consultatie waarin de vraagstelling de neoliberale wind al riekte. Ook daar overweldigend veel input. De samenvatting van alle commentaren telde maar liefst 378 pagina’s. Natuurlijk zaten ook onze reacties ertussen. Na deze exercitie kwam er een document met een duidelijke richting: een witboek. Dat moet dan door het Europees Parlement en de Raad van Ministers in een zogenaamde co-determinatieprocedure. De door de verzekeraars bepleitte buffervereisten, die zouden leiden tot hogere premies en ‘dood geld’, zijn dan al gesneuveld door de inspraak en lobby. Maar nu werden ineens meer slapende honden wakker gemaakt? Gaat de EU ons regels opleggen, waardoor financiële experts het voor het zeggen krijgen? Gaan zij bepalen dat we nog ingewikkelder jaaropgaves krijgen? Er ontstaat een coalitie van enkele landen. Onze Tweede Kamer start een zogenaamde
gelekaartprocedure. De commissie moet op grond van de ingebrachte bezwaren met een nieuw voorstel komen. Op het nippertje. Dus kwam de nieuwe commissie in een nieuw voorstel aan die bezwaren tegemoet. Dat werd uit den treure met de bezwaarmakers afgestemd, zonder een nieuw probleem te veroorzaken in de landen die de eerste versie accepteerden. Eigenlijk een huzarenstukje. En ja, ze hielden dat even onder de pet, omdat er iets belangrijkers speelde, het Brexitreferendum. Omdat Engeland een met Nederland vergelijkbaar systeem heeft en ook met Nederland bezwaar had gemaakt, zou vroegtijdige publicatie allerlei onbedoelde neveneffecten kunnen hebben.

Complotdenken
Maar de kern van de richtlijn: onze pensioengelden blijven onaangetast, de regels komen overeen met het toetsingskader van de Nederlandse Bank, die ook het toezicht blijft uitoefenen. De grote veranderingen zitten in grensoverschrijdende pensioenactiviteiten en communicatie. Daar zijn nu regels voor gekomen die door alle direct belanghebbenden worden onderschreven. Ik maak mij boos over de raddraaiers die doen alsof IORP een plotselinge en stiekeme streek uit Brussel is. Dat zijn allebei leugens. Het is een langlopend, ingewikkeld proces met vele inspraakmomenten waar geen van die types gebruik van heeft gemaakt toen het nog kon. Een proces met meerdere democratische toetsingsmomenten. En metvoldoende checks and balances om bij te sturen wanneer het fout dreigde te gaan.

EU voor dummies

Discussies over Brexit en Nexit op fora zijn zelden gebaseerd op feiten. Collega en Facebookvriend Bart Plaatje alias Bartje Brecht daagde mij uit om de discussie nog eens op basis van feiten aan te gaan. Om verwijten achteraf te vermijden: ik ben een groot fan van de Europese Unie.

De makkelijkste en nimmer bewijsbare argumenten gaan natuurlijk over vrede, veiligheid en handel. Nimmer bewijsbaar, omdat het zeker niet denkbeeldig is dat we ook zonder EU in vrede en welvaart zouden hebben geleefd. Dat de samenwerking in de EU conflictbronnen en handelsbarrières vermindert, lijkt mij echter evident. Ons jarenlange handelsoverschot en onze positie op de wereldmarkt wordt zeker versterkt door het EU-lidmaatschap. Ik ben bijna even oud als de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en ik heb de armoede van mijn ouders in relatieve welvaart zien veranderen. Van 1945 tot 1962 zijn onze lonen systematisch laag gehouden. Nederland was tot 1991 per saldo een netto ontvanger.

In Europa waren we sinds de oorlog een economisch achterblijvertje terwijl we nu een koploper zijn. Natuurlijk heeft de aardgasbel onze economie vanaf begin jaren zestig flink aangewakkerd. Maar dat moeten we ook niet overschatten. De totale aardgasopbrengst sinds 1960 is ongeveer 30 procent van ons huidige bruto binnenlands product (bbp). Over 56 jaar gerekend is dat een fractie van onze economische groei. Bewijzen is moeilijk, maar het valt niet te ontkennen dat het lidmaatschap van de EEG en later de EU onze economie positief heeft beïnvloed.

Regels

Laten we eens kijken naar een van de grote bezwaren tegen de EU: de Brusselse regelzucht. Een heel groot deel van onze wetgeving op het gebied van onder andere consumentenrecht, productveiligheid, milieu, werknemersrechten, verkeersveiligheid en antikartelregels komt uit Brussel. Over het algemeen zijn dat goede regels die ons leven verbeteren. Nu hoor ik al zeggen dat we zonder Brussel ook wel op het idee zouden zijn gekomen. Dat klopt in sommige gevallen. In andere gevallen was de knuppel uit Brussel nodig. En in sommige gevallen hebben wij het helemaal niet geregeld.

Wat er gebeurt als je zaken niét gezamenlijk regelt, kunnen we zien aan het waterbedeffect in asiel- en fiscale politiek. Als één land de regels verandert, verplaatst het ‘probleem’ zich naar een ander land.

Europese aanbestedingen, een doorn in veler ogen. Vooralsnog halen wij meer omzet uit aanbestedingen in het buitenland, dan buitenlandse bedrijven uit de Nederlandse markt halen. Dat is fijn voor de bedrijven, maar wat levert het ons op? Bedrijven die buitenlandse werknemers inhuren en Nederlandse belasting ontwijken? Dat eerste is het gevolg van het vrije verkeer in de EU, de schuld van Brussel. Het tweede is het gevolg van het feit dat Brussel zich juist niet heeft mogen bemoeien met belastingen. Dat is de schuld van Den Haag. Het werkgelegenheidseffect van buitenlandse handel is niet even groot als dat van onze binnenlandse business. Je kunt echter niet met droge ogen beweren dat vermindering van buitenlandse handel geen negatief effect heeft op onze werkgelegenheid.

Achterkamertjes

Nu de ondoorzichtige Brusselse achterkamertjes. De totstandkoming van besluiten in Brussel is even ingewikkeld als traag. Maar het is zeker niet ondoorzichtig. Het voert te ver om alle verschillende procedures uit te leggen, maar een richtlijn (een EU-wet) komt globaal als volgt tot stand. Er bestaat een politieke wens om iets te regelen door middel van wetgeving. Die wens komt niet uit Brussel, maar uit de lidstaten. In het totstandkomingsproces zijn er meerdere consultaties (inspraakrondes). Daar kunnen in principe alle belanghebbenden aan meedoen. Na zo’n groenboek procedure volgt een witboek. Via het witboek worden de lidstaten en het parlement geconsulteerd.

Uiteindelijk komt er een voorstel. Dat voorstel wordt feitelijk tweemaal democratisch getoetst: door het Europese parlement én door de lidstaten via de ministerraad (die bestaat uit democratisch gekozen regeringsleiders), de zgn co-determinatie-procedure. Als een richtlijn leidt tot wetswijzigingen in een lidstaat, komt de nationale democratische molen ook op gang. Dat vergt behendigheid en vooral veel geduld, terwijl er veel kan misgaan in het eindeloos marchanderen door lidstaten en andere belanghebbenden die de details nét even in hun eigen voordeel willen buigen.

Ik heb in mijn vorige blog al iets gezegd over de kosten en efficiëntie van het EU-apparaat. Het is een kleine en zeer efficiënte bureaucratie. Slechts 6 procent van de Europese begroting gaat op aan de eigen organisatie. Dus haal ik hier een ander puntje aan. De ambtenaren hebben geweldige arbeidsvoorwaarden en betalen nauwelijks belasting. Dat klopt, alhoewel er de laatste jaren wel is beknibbeld op de arbeidsvoorwaarden. De EU wil dat het ambtenarenkorps een afspiegeling is van de EU-landen. Er moeten verhoudingsgewijs evenveel Duitsers als Grieken werken.

Er worden zéér hoge eisen gesteld bij de sollicitatie die in het EU-jargon het concours heet. En je mag daarbij rustig aan een muziek- of dressuur concours denken. Het is een superzware procedure, met als doel alleen de allerbesten door te laten. Men wil de allerbeste ambtenaren die vervolgens met hun gezin naar Brussel moeten verhuizen. Mensen die in het thuisland ook goed aan de bak zouden kunnen komen. Of hun partners werk vinden in een stad met een zeer hoge werkloosheid, is nog maar de vraag. Misschien willen ze hun kinderen toch liever in het schoolsysteem van het thuisland laten. Een referendum thuis kan je immers zomaar werkloos maken. Dat wordt dus een dure internationale school in Brussel of nog duurdere kostschool thuis. En stel je laat een leuke woning thuis achter en wil niet drie hoog achter in Brussel wonen. Mede door de aanwezigheid van EU en NAVO is wonen in Brussel erg duur. De huur voor een rijtjeshuis met drie slaapkamers komt al snel op 1500 euro per maand of meer. Nogal wiedes dat de EU naar al deze omstandigheden moet betalen. Ook logisch dat het referentiekader niet het laagste, maar het hoogste salarisniveau in de EU is. Anders zouden de Grieken Brussel overnemen.

Belastingvoordeel

Het belastingvoordeel is ook zo’n tergend argument. Het is gebruikelijk dat internationale organisaties onder een afwijkend belastingregime in het gastland vallen. Het zou op veel bezwaren stuiten als vooral de Belgische fiscus zou profiteren van de EU. Hoge belastingen drijven de loonkosten op. Want ook een ambtenaar is een mens dat kijkt naar wat er overblijft onder de streep. België heeft de hoogste loonbelasting van de EU. Zevenentwintig EU-lidstaten betalen dan feitelijk aan de lachende achtentwintigste. Natuurlijk is het onrechtvaardig dat EU-ambtenaren en Europarlementariërs minder belasting betalen. Maar probeer eens te bedenken hoe je de beste mensen kunt laten verhuizen naar Brussel als er wél het volle pond zou moeten worden betaald. Dan moeten er nog hogere bruto salarissen worden betaald en zou alleen België er voordeel van ondervinden.

Het vervloekte verhuiscircus van het parlement is ook een telkens terugkerend argument van tegenstanders van de EU.. Het is het gevolg van een historisch politiek compromis en feitelijk de schuld van Frankrijk, niet van de EU. Straatsburg is de feitelijke zetel van het parlement. Dat is ooit om symbolische redenen besloten (Straatsburg is Duits én Frans geweest). Omdat de Commissie in Brussel zit, vergadert het parlement vooral in Brussel. Maar de Fransen hebben in de regels laten vastleggen dat er twaalf plenaire vergaderingen in Straatsburg moeten plaatsvinden. Het parlement wil deze regel afschaffen, maar de Fransen natuurlijk niet. Het kost veel geld, maar uiteindelijk is het 0,04 procent van de EU-begroting.

Omgerekend naar de Nederlandse bijdrage is dat jaarlijks 112 eurocent per Nederlander. Als men dat als reden aanvoert om de EU op te blazen, zijn er duizend betere redenen te vinden om Den Haag op te blazen.

De belangrijkste zaken die overblijven is de euro, Griekenland, banken en vluchtelingen. De euro, daar kunnen we simpel over zijn. Bij de invoering van de euro was bijna niemand tegen. In ons enthousiasme spaarden we zelfs de verschillende muntjes uit alle landen. Pas later werden de manco’s duidelijk. Buiten die manco’s zijn er nog steeds voordelen. Handel is gemakkelijker en transactiekosten zijn afgenomen. En het is voor de burger ook prettig dat niet na elke reis weer een restant vreemde valuta in de la verdwijnt.

Neoliberaal

De aanpak van Griekenland, banken en vluchtelingen vind ik moeilijker te duiden. De meeste EU-landen hebben rechtse en centrumrechtse regeringen. Daar hebben burgers voor gekozen. Die regeringen staan voor een neoliberaal beleid en trekken gezamenlijk op zolang ze daar zelf voordeel of het minste nadeel van ondervinden. De uitkomst in Brussel is navenant: een neoliberaal compromis. Als we met z’n allen linkser zouden stemmen, zouden er ook linksere oplossingen uit Brussel komen.

Tot slot nog één onderwerp: het vrije verkeer binnen de EU, een van de belangrijkste aanjaagargumenten in het Brexit-kamp. Sinds de toetreding van de Midden- en Oost-Europese landen is er een grote migratiegolf op gang gekomen. Hoge werkloosheid en lage lonen zijn de aanjagers. In de Brexitcampagne werd het neergezet als een Brits probleem. En dat terwijl er voldoende werk is voor al die migranten, de meesten werken en aan de Britse fiscus afdragen.

Tijdens mijn reizen naar Midden- en Oost-Europese landen zie ik de andere, veel minder besproken kant van de medaille. De vergrijzing in deze landen versnelt, doordat vooral jonge mensen wegtrekken. De belasting- en premiebasis in die landen wordt ernstig ondermijnd. Er ontstaan tekorten in segmenten van de arbeidsmarkt. Beroepen die goed scoren in deze landen, scoren ook goed in onze economieën en leveren bij ons een hoger loon op. Kortom, een zwakke arbeidsmarkt wordt verder ontwricht. Staatsinkomsten om een beter sociaal vangnet te creëren, nemen af. Het enige voordeel voor die landen is het geld dat naar huis wordt gestuurd, de zogenaamde remittances. De vraag is echter of het met die landen beter zou gaan als de mensen thuisblijven. Anders dan dat er ook een duidelijke retourstroom is van mensen die hun ervaring terugbrengen, weet ik het antwoord niet.