Maandelijks archief: augustus 2016

De glijdende rechter

vrouwe-justitia

Moet een rechter nog langer beslissen of er gestaakt mag worden? Ik heb al eerder betoogd wat er mis is met het stakingsrecht in Nederland. Ik zie o.m. naar aanleiding van mijn eerdere blogs veel reacties van mensen die het niet helemaal snappen. Een discussie met oud studiegenoot en uitzendbaas Sipke Meindertsma deed mij besluiten om nog één keer te bloggen over het stakingsrecht. Nu wil wat dieper op de procedure, die weinig mensen lijken te begrijpen. Daarom is het ook een lang stuk geworden. Ik ben geen jurist, ik begrijp en leg uit met een lekenverstand en daag elke gespecialiseerde jurist uit om het beter uit te leggen.

Wil je deze discussie zindelijk voeren dan moet je een oordeel over KLM-staking uitstellen. Of het slim is en of de FNV-ers kunnen winnen is voor de discussie niet relevant. Of de FNV een kutclub van oude mannen is (wat natuurlijk niet zo is), hoeveel stakers er zijn en of het een verloren strijd is, het is allemaal niet relevant.
Het recht op collectieve actie is een grondrecht en ooit bedoeld om de onevenwichtigheid in de machtsbalans tussen werknemer en werkgever te herstellen. In de vele onderhandelingen die ik heb gevoerd heb ik vaak aan den lijve ondervonden dat die machtsbalans nog steeds onevenwichtig is. Sterker nog, in de 25 jaar als vakbondsbestuurder heb ik de machtsbalans verder zien hellen ten gunste van werkgevers. Het feit dat FNV tientallen CAO’s niet rond kan krijgen zegt genoeg. Op enig moment is het enige tegengewicht collectieve actie.

Het stakingsrecht is vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest (ESH) en in veel beschaafde landen in nationale wetgeving of soms zelfs de grondwet. In Nederland helaas niet, wij leunen op het ESH. Het ESH is geen EU regelgeving, het is een verdrag binnen de raad van Europa, waarbij 47 landen waar onder Rusland en Turkije zijn aangesloten. Ik noen deze landen met opzet omdat daar, ondanks de ondertekening van het ESH, stakingen nogal eens naar aflopen. Het illustreert de zwakte van het ESH. Het is niet afdwingbaar.
Een suggestie die ik meerdere malen op sociale media zag: sleep KLM of de Nederlandse staat voor het Europese Hof van Justitie (EHvJ). Het EHvJ is echter een EU orgaan en gaat niet over het ESH. Het Europees Comité voor Sociale Rechten ECSR in Straatsburg gaat er over. Je zou naar het EHvJ kunnen gaan op grond van artikel 28 van het Europese handvest grondrechten van de EU. Let op: dat is niet het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) of ESH maar die EU “grondwet” die wij niet wilden. Die grondwet is tekstueel zwakker dan het ESH en tot nu toe neemt de Hoge Raad der Nederlanden niet de EU grondwet maar het ESH als uitgangspunt. Bovendien is er niet heel veel EHvJ jurisprudentie over stakingsrecht en wat er is, is niet gunstig. De beroemde Viking en Laval arresten -duidelijke beperkingen van het stakingsrecht- zijn EHvJ interpretaties van het EU handvest. Genoeg redenen om niet bij het EHvJ aan te kloppen.

Dus vallen we terug op het ECSR, een comité van 15 internationaal gerenommeerde rechtsgeleerden. Het ECSR heeft al veel vaker kritiek geuit op beperkingen van het stakingsrecht door Nederlandse rechters. Die kritiek wordt in rapporten doorgegeven aan de Nederlandse regering op wie dan de taak rust de rechterlijke macht te informeren. Die rechterlijke macht is -zoals het een democratie betaamd- onafhankelijk. Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om te kijken naar het ESH als rechtsbasis en de uitleg van het ECSR, -als een soort van memorie van toelichting van de wetgevende macht- in overweging te nemen. Dat doen ze ook.

In een arrest in 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Nederlandse rechtspraak in overeenstemming moet komen met het ESH en dat het stakingsrecht alleen beperkt kan worden op grond van de beperkingen die zijn neergelegd in artikel G. Artikel G zegt dat een staking “…alleen kan worden verboden wanneer dit in een democratische samenleving noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden”.
In dit zgn Amsta arrest heeft de Hore Raad het ultimum remedium criterium (zie eerdere blog) geherdefinieerd. “Bij de beoordeling óf een beperking of uitsluiting van de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk is, dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen (…) Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor in 3.3.3 is overwogen, kan in dit verband ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de spelregels zijn nageleefd”.

Dat is veel meer tekst dan artikel G van het ESH en -alhoewel het niet uitblinkt in duidelijkheid- lijkt het een verruiming van het stakingsrecht. Maar door het ultimum remedium principe onderdeel te laten zijn van een bredere afweging zijn er feitelijk meer mogelijkheden ontstaan om een staking te verbieden. “Vakantiedrukte en een mogelijk terroristische dreiging” zouden vóór het arrest minder haalbare gronden zijn geweest. Vakantiedrukte is immers inherent aan het vliegbedrijf en mogelijk terroristische dreiging is niet te objectiveren. Er is altijd een mogelijke dreiging.

In het KLM geding en appél valt de rechter terug op het Amsta arrest en grijpt de wollige nuancering van de Hoge Raad aan om een verbod te motiveren. De rechter dient alle omstandigheden te wegen en doet dit ook. Maar het gerechtshof doet nog meer en zegt:
“Het verbod van de door FNV voorgestane acties tot en met 4 september 2016 is in dat verband proportioneel”. Daar waar aanvankelijk werd getoetst of een staking proportioneel is, wordt nu ineens een proportionaliteitstoets op het verbod losgelaten. Is het redelijk om te staken wordt plotseling is het redelijk om te verbieden. Dat is wat mij betreft een Erdogannetje: een verbod op het uitoefenen van een grondrecht legitimeren. Een uitglijder die laat zien dat een verbod afhankelijk is van wie wordt bestaakt  en hoe de muts van de rechter staat.

Voor wat in andere landen een fundamenteel recht is, zijn wij in Nederland overgeleverd aan de grillen van de rechter. FNV zou in cassatie kunnen gaan. Cassatie is echter geen inhoudelijke beoordeling van het geschil, maar een beoordeling van de rechtsgang. Cassatie heeft het risico in zich dat deze uitspraak staande jurisprudentie wordt: uitgangspunt bij andere stakingszaken. Het is een zeer gespecialiseerde niche van de rechtspraak: cassatie; stakingsverbod; ESH, dus ik zou niet durven voorspellen hoe dit zou kunnen aflopen.

De andere stap is een klacht bij het Sociaal Comité. Grote kans dat die gehakt maken van het KLM arrest. Maar het zal jaren duren voordat een uitspraak van het ECSR doorsijpelt in de jurisprudentie.
Dit alles leidt tot de vraag of we in dit land niet eens serieus moeten nadenken over één van onze grondrechten en kijken hoe andere landen het doen. Een van de aanbevelingen in het ESH en de EU grondrechten is dat er een tussenstap van bemiddeling wordt ingebouwd. In Zweden is 70% lid van de vakbond. De arbeidsrust (stakingsdagen/werknemer) is bijna even laag als in Nederland. Als bonden een staking willen uitroepen, kijkt een comite van werkgevers en werknemers of het nog anders op te lossen is. Zo ja, wordt er verder onderhandeld, Zo neen, gaat of de werkgever akkoord of de bond in staking. Het leidt zelden of nooit tot rechtzaken (behalve dan de Laval zaak). In andere landen is er een speciale kamer van arbeid van de rechtbank.

In Nederland gaan we naar een willekeurige rechter. Die kan bij wijze van spreken dezelfde dag een burenruzie over een overhangende tak beslechten. Of hij verstand heeft van stakingsrecht en de consequenties van zijn uitspraken in een historische ontwikkeling van grondrechten kan plaatsen mogen we hopen.

Startup fuckup

COLLECTIE_TROPENMUSEUM_Het_aanduwen_van_een_auto_die_door_de_modder_op_de_weg_dreigt_weg_te_slippen_TMnr_20010530

In een vorig leven was ik twee keer betrokken bij de opstart van een nieuw bedrijf. “Voor jezelf beginnen” heette dat toen nog. Een familielid en een buurman wilden beiden mijn hulp bij het maken van het ondernemingsplan en ook een beetje sparren met een kritische geest. De één begon een zaak in de motorvoertuigbranche, de ander een schildersbedrijf.

Zo’n ondernemingsplan heb je nodig voor de startfinanciering, maar het is ook een hele goede denkoefening om voorzienbare kansen en tegenslagen in beeld te brengen. Als je een vak goed verstaat wordt je niet vanzelf een succesvolle ondernemer. Je moet er al doende een ander vak bijleren. Een koude start, als het ware. Enfin, beiden ondernemen er na vele jaren nog lustig op los en ik ben trots dat ik een klein beetje heb kunnen helpen bij die koude start.

Eigenlijk gebeurde dat vroeger veel. Je begon als monteur, timmerman, schilder of administrateur voor jezelf en als het goed ging groeide je op het succes van je bedrijf en overzichtelijk krediet. Ik sloot ooit een CAO bij een onderneming van 100 man die zo was ontstaan.

Tegenwoordig is er een andere manier om voor jezelf te beginnen. Het gaat niet om het exploiteren van vaardigheden maar om een concept of uitvinding waar investeerders geld in willen steken. Dat geld is nodig om mensen met de vaardigheden om het concept te realiseren binnen te halen. Omdat de belofte groot is, gaat er heel veel kost voor de baat. Ik las deze week een aanbevelenswaardig artikel over werken bij zo’n startup, want zo heet zo’n onderneming ineens(1). Eigenlijk zijn de personeelsleden durf investeerders die worden gepaaid met capacino’s,computergames en vage winstdelingsverwachtingen, maar zelden met een behoorlijk salaris. Zij geven de onderneming een warme start.

Ik dacht ineens aan een mislukt projectje eerder dit jaar. Het ging om een snel groeiende Nederlandse startup met een heel leuk technisch concept (2). Een conflictvrij, milieu-, werknemers- en klantvriendelijk product in de niche van een grote wereldmarkt. Het wordt natuurlijk in China gemaakt. In Nederland is het feitelijk een ontwerp, marketing en verkooporganisatie.

Maar hoe zorg je nou dat je product “eerlijk” tot stand komt in China en dat werknemers iets van fatsoenlijke voorwaarden, een veilige werkplek en een vorm van medezeggenschap hebben? Daarvoor was advies ingewonnen bij de collega’s van IG Metall die bij VW in China al de nodige ervaringen hadden opgedaan. Dat gratis advies was nuttig, er ontstond een soort alternatieve werknemersorganisatie om de beperkingen in de Chinese wet te omzeilen.

Nu konden de Duitse collega’ s niet nalaten om te vragen hoe het personeel in Nederland werd vertegenwoordigd. Je ziet het al komen, niet dus. Geen vakbond, geen ondernemingsraad en geen CAO. Een smetje op het zo schone blazoen en proper als Duitsers zijn spraken ze het bedrijf daar op aan. De Duitse vakbond kan zich natuurlijk niet rechtstreeks bemoeien met een bedrijf in Nederland.

Dus vroeg men mij of ik er eens naar wilde kijken. Een kolfje naar mijn hand wat ik tussen mijn reizen door kon oppakken. Ik belande al snel in een frivole werktuin in de Randstad. Een gigantische open ruimte met bureaus, exotische plantenbakken, smoothiebar, ontspanningslounges, speelhoekjes en Engels sprekende hipsters.

Alles ademde de geur van organische koffie, etherische oliën en hopelijk klare wijn. Op het eerste gezicht een intens gelukkige gemeenschap ver van noden en behoeften waarin een vakbond voorziet. Ik sprak met een gozer die alleen een voornaam leek te hebben maar wel CEO was. We bedachten een samenwerking om een OR tot stand te brengen en de arbeidsvoorwaarden wat te stroomlijnen. De HR afdeling, een kast in de hoek die net was net uitgebreid met een persoon die zich de people team noemde, zou contact met mij opnemen. Ze konden wel wat hulp en structuur gebruiken in hun snelle groeistuipen.

Maar er kwam ook net een “launch” aan. Nee, ze gingen niet de ruimte in, maar zo heet het begin van “de uitrol” van product 2.0. Die launch gaf zo’ n capaciteitsbeslag dat de samenwerking begrijpelijkerwijs even moest wachten. Dat was mooi want dat gaf mij tijd om met wat extra brainpower van een slimme jonge collega een plan van aanpak op te zetten.

We bedachten hoe we deze prille relatie zouden kunnen gebruiken om te laten zien dat jong, fris en hip en de vakbond heel goed samengaan. En hoe een innovatieve nieuwe onderneming de vakbond ook kan gebruiken voor het eigen imago. Een win-win showcase om maar even in het jargon te blijven.

De launch was voorbij en ik stuurde nog een keer of twee een e-mail naar de hippe vogel over wanneer we nu zouden beginnen en hoe wij het zouden benaderen. Natuurlijk was ik hartstikke duidelijk dat ik eerst het personeel moest spreken. Want ik wilde wel zeker weten of mijn inspanningen ook door het personeel zouden worden gedragen en had ook wat richting nodig.

Ruim zes maanden na het eerste contact kreeg ik een mail van de people team: of ik kon langs komen om wat ervaringen te delen. Ik mailde terug dat ik geen consultant ben die vrijblijvend ervaringen deelt, maar een vertegenwoordiger van een democratische werknemersvereniging die toch echt eerst met het personeel moet spreken. Of die boodschap is doorgekomen weet ik niet. Maar het feit dat het daarna stil bleef deed mij vermoeden dat een diepere blik in het paradijs niet gewenst was.

(1) De startup deceptie, Peter Blasic, Nieuwe Revu

(2) Zolang Ik geen enkele werknemer vertegenwoordig zie ik geen noodzaak om te onthullen om welk bedrijf het gaat en zul je mij op mijn woord moeten geloven dat het waar gebeurt is.

 

De verheffing

333469

Ik las deze week op twitter dat betaalbare zorg het verkiezingsitem van 2018 gaat worden. Nee, zeiden anderen het wordt Nexit en immigratie. Ik heb er een paar dagen over na lopen denken. Zijn dit nu echt essentiële onderwerpen voor de toekomst? Natuurlijk is zorg belangrijk. Maar behalve wat gesleutel aan de verdeling verwacht ik daar geen grote koerswijzigingen. Een nationaal zorgfonds (mocht dat er al komen) is wat mij betreft ook gesleutel aan de verdeling zonder aardverschuivingen. Nexit en immigratie, het eerste is een hobby van een handvol idioten en immigratie gaan wij niet over, het overkomt ons.

Er zijn wat mij betreft veel belangrijker thema’s waar we niets of veel te weinig over horen. Echte ouderwetse politiek-ideologische vraagstukken. Die helpen politiek consistente antwoorden op nieuwe vragen te vinden voorbij de waan van de dag (en de polls)

Het eerste is groen versus groei. We kunnen de keuze niet eindeloos blijven uitstellen want binnenkort zijn de fossiele brandstoffen op. (En misschien is er wel een optimist die groene groei voorziet). Ik hoorde het als dilemma ergens in het begin van mijn vakbondsloopbaan uit de mond van Hilda Verwey-Jonker en daarna werd het te vaak overschreeuwd door de waan van de dag.

Het tweede is verheffing van onze samenleving naar een gelijke en inclusieve samenleving. Waar iedereen een zelfde rechtszekerheid heeft. Waar respect wederkerig is. En iedereen toegang heeft tot dezelfde voorzieningen en naar vermogen bijdraagt.

Mijn derde punt is onderwijs. En dan vooral niet beperkt tot de balans tussen studieschuld en collegegelden, want dat zijn wederom knoppen om aan te draaien. Nee, hoe richten wij ons onderwijs zo in, dat het bijdraagt aan de eerste twee onderwerpen.
Ik zou zo graag een samenhangende visie zien op deze drie onderwerpen. Een visie die handelingsperspectief voor gewetensvolle politici biedt. Het zou ze verheffen tot voorspelbare en betrouwbare mensen. Want als je het vakje eenmaal hebt aangekruist is het fijn dat de gekozene enigszins doet wat als kiezer verwacht en uitlegt wanneer dat niet mogelijk blijkt.

Onderkruipers

Street limbo 3-2Onderkruipers, het zijn werkwilligen die een staking ondermijnen. Een oud en niet typisch Nederlands begrip. In het Engels heten ze “scabbers”. De meeste talen kennen een minder complimenteus woord voor het fenomeen. In Nederland kennen we het zogenaamde onderkruipers verbod (Artikel 10 wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs WAADI).
Het is een andere werkgever verboden om arbeidskrachten ter beschikking te stellen ter vervanging van stakers. Die andere werkgever is logischerwijs een uitzendbureau maar het kan ook een gewoon een normale werkgever zijn. “Het schaadt de arbeidsverhoudingen wanneer een onderneming waarin gestaakt wordt de aan zijn bedrijf toegebrachte schade en daardoor de kracht van de staking tracht te beperken door het inlenen van ter beschikking gestelde arbeidskrachten. Het sluitstuk daarvan is dat het ter beschikking stellen van arbeidskrachten in dergelijke situaties verboden moet zijn.” Zo valt in de WAADI memorie van toelichting te lezen.
Een werkgever mag echter wel eigen personeel inzetten ter vervanging van stakers. Binnen de bestaande gezagsverhouding is er immers geen sprake van allocatie van arbeid. Het maakt die werknemers niet minder onderkruiper maar het is niet verboden. In sommige sectoren zoals de havens, wordt het werk van stakers “besmet” verklaard. Niemand in Rotterdam haalt het in zijn hoofd een schip te lossen dat vanwege een staking in Antwerpen is uitgeweken naar Rotterdam. Dat is besmet werk en dat maakt je een onderkruiper.

Ik heb zelf een nog ruimere definitie van onderkruipers. Allerlei types die vinden dat werknemers om wat voor reden dan ook niet mogen staken en daarover publiceren zijn wat mij betreft (digitale) onderkruipers. Ik doel daarmee op opiniemakers. Zij ondermijnen een staking via het publieke debat en verraden daarmee de stakers. Er is een categorie die dat ook doet, terwijl we die geen onderkruiper kunnen noemen, dat zijn werkgevers.

KLM is één van die werkgevers. KLM zelf doet het naar luchtvaart maatstaven economisch niet heel slecht, maar de combinatie KLM-Air France schijnt wat minder te presteren. Daarom moet KLM personeel inleveren. Eigenlijk wil KLM veel minder personeel en veel meer inleen krachten. Zodat mensen precies kunnen komen wanneer er werk is en leegloop uren voor rekening van de werknemer komen. Dat is bij het grondpersoneel al gangbare praktijk en daarmee worden CAO afspraken uitgehold. Daar moeten die KLM-ers die zich tegen hun collega’ s keren ook maar eens over na gaan denken. Wat bij grondpersoneel kan, kan ook bij vliegend personeel. Wat bij Ryanair kan -vliegen via een uitzendbureau- kan bij KLM ook. Graaien in de pensioenpot is nog maar het begin.
In Frankrijk is een relatief goedverdienende en zeer kleine groep mensen die regelmatig het hele luchtverkeer platleggen: de verkeersleiders. Daar hebben alle over en invliegende carriers schade van. Het wordt geaccepteerd zoals ook een vulkaanuitbarsting of slecht weer wordt geaccepteerd. Het is een zeker bedrijfsrisico waar iedereen in gelijke mate onder lijdt. Als één bedrijf getroffen wordt door een staking, houden anderen zich stil. KLM lacht in zijn vuistje dat easyjet piloten wel mogen staken en KLM mensen niet. Solidariteit onder werkgevers is 0 in zo”n situatie.

Om KLM te schaden (schade is het directe doel van een staking) vanaf de grond heb je enkele honderden mensen nodig. “ A shift in a chain”. Nu is de schade van een korte staking vergelijkbaar met de schade van slecht weer, dus KLM zal er niet kapot aan gaan.

Veel erger voor KLM is dat het inzetten van ander personeel (zoals easyjet deed met de piloten) onmogelijk is. Want dat andere personeel is in dienst van derden. Daarom vallen zij wel onder artikel 10 van de WAADI en zijn het wettelijk gezien “onderkruipers”.

KLM moet een staking kost wat kost voorkomen want het zou de zwakte van hun flexibele business model blootleggen. Vakbonden zouden een winnende strategie kunnen ontwikkelen als ze bij deze zwakke plek kunnen komen. KLM heeft veel druk op het personeel gezet, de FNV in een negatief daglicht gezet, de grootste vakbond gemarginaliseerd en -met succes- dekking gezocht bij de rechter. Het is maar de vraag of dat uitermate vreemde vonnis in vervolgprocedures overeind blijft. Ik weet bijna zeker dat het Sociaal Comité van het Europees Sociaal Handvest gehakt zal maken van deze uitspraak want het valt domweg niet te rijmen met gangbare opvattingen over stakingsverboden. Het is ook nog eens volstrekt tegenstrijdig aan het Easyjet vonnis van enkele weken terug.

Maar intussen durf ik te wedden dat KLM VNO-NCW zal aanzetten tot een lobby tegen artikel 10 WAADI. Want er zijn natuurlijk meer werkgevers die de bui zien hangen, En als het geen concurrenten zijn, dan zijn werkgevers ook solidair.

Vrij als een vogel…

Alleen de vogels….kent u de tekst nog? In het liedje vlogen ze van oost naar west Berlijn. In werkelijkheid migreren vogels doorgaans langs de verticale Noord-Zuid as. De vogels volgen de seizoenen en het voedsel. Zo is het ook met arbeidsmigratie. Hier in arctisch Zweden houden mensen van wilde bessen. Bosbes, vossenbes en kruipbraam groeien in overvloed en door de middernachtzon is de smaak subliem. Maar wie gaat nog de hele dag gebukt bessen “kammen” met een muskietennet om als je die verse wilde bessen ook kunt kopen? Dus kwamen de Polen, Roemenen en Bulgaren hier bessen plukken. Nu worden er zelfs mensen uit Thailand ingevlogen. Een maand of twee zwaar werk en heel lange dagen. Naar verluidt verdienen ze er tussen de 4000 en 6000 euro mee. Maar wat doen diezelfde mensen de rest van het jaar? Zou er een kaart van Europa zijn waarmee je een roadtrip van poten, koppen, steken, pellen en plukken (what’s in a word?) zou kunnen uitzetten? Ik hoorde dat internetwerkers die werken waar ze willen zichzelf digitale nomaden noemen. Maar wat weten we van de echte nieuwe nomaden? Mensen die niet werken waar ze willen maar moeten werken waar ze kunnen? Hoe vinden ze emplooi? Wie wordt er beter van? Zijn ze vrij als een vogel of zijn ze vogelvrij?

Stakingskampioenen

De voorgenomen staking van KLM grondpersoneel riep de nodige reacties op sociale media op. Zo vond een piloot, nadat zij fors hebben ingeleverd van hun (riante) salaris, het grondpersoneel hun voorbeeld moest volgen. Dat staken schoot velen in het verkeerde keelgat, “FNV staakt de KLM kapot” en meer van dat soort teksten kwamen voorbij. Een bekende stuurman aan wal en FNV watcher twitterde dat onderhandelen altijd meer oplevert dan staken. Hij vindt staken niet meer van deze tijd.

In Nederland wordt heel weinig gestaakt. Wij zijn kampioen niet staken. Alleen landen waar nauwelijks een vakbond is, verslaan ons. Het Europese vakbondsonderzoek instituut (ETUI) zocht het uit, kijk hier maar eens: https://www.etui.org/content/download/23998/199748/file/interactivemapstrikes_20160729.pdf

Onderhandelingsmacht ontlenen wij uiteindelijk aan onrust. Rust is onze handelswaar. De tegenprestatie voor goede afspraken. Heel vaak wordt er niet gestaakt en slechte afspraken geaccepteerd. Omdat leden te braaf of te bang zijn en hun werkgever niet willen schaden. Of omdat andere bonden slappe knieën hebben en FNV alleen niet sterk genoeg is. Of omdat we het gewoon niet durven. Werkgevers als KLM gokken op het blauwe hart van hun werknemers als ze waardeloze CAO voorstellen doen. Als dan het hart minder blauw blijkt dan verwacht, voeren ze de druk op door KLM privileges op te schorten, de groep stakers te bagatelliseren en te isoleren van hun collega’s om uiteindelijk naar de rechter te gaan.

Kennelijk had die rechter wel een blauw hart want er kwam een hele vreemde uitspraak. De rechter wist het nog niet, wilde bedenktijd en legde een voorlopig stakingsverbod op.

Het recht om te staken is anders dan in vele andere democratische landen niet in de Nederlandse wet vastgelegd. Het VN verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten ICESCR en ILO conventies 87 en 98 geven ons impliciet het recht om te staken. Deze verdragen hebben echter geen directe werking. Dus vallen we terug op het Europees Sociaal Handvest (ESH) wat wel een directe werking kent. Overigens heb ik eerder beweerd dat we het ESH aan de EU hebben te danken. Dat is niet waar, het ESH is een verdrag binnen de Raad van Europa.

Bij een rechtszaak over een staking kijkt de rechter naar het ESH en de uitleg die rechters voor hem er aan gaven.  Daarmee is het Nederlandse stakingsrecht zogenaamd “rechters recht”. Daar is in de loop van de jaren een lijn in ontstaan. Een rechter zal zich nooit inhoudelijk uitspreken een staking. Het gaat er om of een staking rechtmatig is. Daarvoor gebruiken rechters doorgaans drie criteria:

1. Laatste redmiddel (Ultimum Remedium): zolang er andere wegen zijn om het doel te bereiken moeten die eerst worden bewandeld (onderhandelen, rechtszaak)

2. Proportioneel, dat wil zeggen dat de veroorzaakte schade en mate van ontwrichting in verhouding met het te bereiken doel moet staan. Op grond hiervan zijn stakingen in het OV dikwijls beperkt.

3. Zorgvuldigheid, de staking moet tijdig worden aangezegd en de werkgever moet noodmaatregelen kunnen nemen.

Het Europees Sociaal Comité dat toeziet op de toepassing van het ESH vindt overigens dat deze toetsing te strikt is. De enige grond om een staking te verbieden zou volgens hen moeten zijn waar een staking de elementaire rechten van anderen belemmerd of beperkt.

Enige tijd terug gingen Easyjet piloten naar de rechter om de werkgever te beletten tijdens de staking andere piloten in te zetten. Onderkruipers of scabbers in het jargon. Nu bestaat er in Nederland één wet met betrekking tot stakingen: het zogenaamde onderkruipers verbod, maar dat geldt alleen voor uitzendbureaus. Uitzendbureaus mogen geen stakers vervangen. Easyjet zette eigen piloten in  dus de rechtszaak leek op voorhand kansloos. Deze rechter had echter erg veel begrip voor de gefrustreerde piloten en gaf ze geen gelijk maar wel een cadeau: Ze hoefden slechts zes uur tevoren aan te zeggen zodat het voor Easyjet moeilijk, zo niet onmogelijk wordt om andere piloten in te roosteren. Een verruiming van het zorgvuldigheidscriterium.

Ik ken de motivering van de rechter in de KLM zaak niet. KLM gaf in de publiciteit aan dat het slechts een heel klein clubje stakers betrof. Vreemd, want met een klein clubje is het lastig om effectief te staken. KLM zette dat “kleine clubje” tegenover de grote  gevolgen (miljoenen schade en duizenden gedupeerde passagiers).  Wederom vreemd dat een klein clubje met een paar uurtjes staken zulke grote schade kan aanrichten. Maar voor het grondpersoneel heeft KLM, anders dan Easyjet met hun piloten, geen reserve personeel klaarstaan. Een grote groep grondpersoneel werkt niet eens voor KLM, maar voor een uitzendbureau. Dus bij de vervanging van stakers loopt KLM vast in het onderkruipersverbod wat hier wel van toepassing is. Ze vallen in hun eigen flexibele zwaard en daarom moest deze staking koste wat kost worden voorkomen. Het zou het zwakke punt van de steeds flexibeler arbeidsrelaties pijnlijk blootleggen en uitzendkrachten ineens erg machtig doen blijken.

Hoe de rechter tot het voorlopige verbod is gekomen blijft gissen, maar het kan eigenlijk alleen op basis van de proportionaliteit. En daar is het aantal stakers niet relevant, immers het doel is om de voorwaarden voor alle grondpersoneel te verbeteren. En die schade is natuurlijk gemakkelijk tot grote hoogte bij elkaar te verzinnen door KLM en Schiphol. En de grootste vraag, hoe kun je een elementair recht voorlopig verbieden als je nog niet weet of er een grond is voor een verbod.

Het wordt tijd dat we in Nederland eens na gaan denken of we het elementaire recht om te staken -waar we uiterst verantwoordelijk mee om gaan- nog langer afhankelijk willen laten zijn van de luimen van een rechter. We zijn kampioen niet staken. Het aantal stakingsverboden in verhouding tot het aantal aangekondigde stakingen zou ons wel eens op lijstje van landen kunnen doen belanden, waar je liever niet tussen wilt staan.

 

Bij ons is het anders

Zo’n elf maanden geleden begon mijn tijdelijke klus in Europa. Met nog twee maanden te gaan tijd om eens terug te kijken.

Vakbonden verliezen wereldwijd al jarenlang positie en waar zij verliezen komt dit rechtstreeks terug in een toenemende macht van werkgevers. Het gezamenlijke hoogtepunt was zo’n veertig jaar geleden toen één uit drie werknemers lid waren tegen één uit zes nu.  Er liggen wat gemeenschappelijke trends onder, maar als ik inzoom op drie landen waar ik veel ben geweest ziet het er telkens anders uit.

In Nederland lag het keerpunt rond 1980. De “aan huis” contributie-inning was overgenomen door de bank, het neoliberalisme was in opkomst en onze economie begon te verschuiven naar een diensteneconomie van inlenen en uitbesteden.  Sluipenderwijs verloren we organisatiegraad en dus vakbondsmacht.

In Zweden was de vakbond sterk verbonden aan de bijna altijd heersende sociaal democraten. Het lidmaatschap was gekoppeld aan de sociale verzekeringen die door de bonden werden geadministreerd (het zgn. Gents model). Daarnaast had (en heeft) Zweden een sterkere industriële basis. Toen de sociaal democraten moesten inschikken voor een centrumrechtse regering kwam er druk op de Zweedse verzorgingsstaat. Het Gents model werd in 2007 open getrokken en de zeer hoge organisatiegraad kelderde snel (naar een overigens nog steeds benijdenswaardig niveau van 67%). Maar kennelijk was de klap hard genoeg om de positie te verzwakken en stevig in te grijpen in sociale voorzieningen en rechtszekerheid.

Tot de val van de muur was in Hongarije iedereen lid. Met de val van de muur vielen ook vele staatsbedrijven om. Toenemende werkloosheid, grote inkomensverschillen en bittere armoede. De vakbonden moesten hergroeperen, de boedel verdelen en ideologisch “re-branden”.  Dat alles ging met horten en stoten en met een dramatisch ledenverlies tot gevolg. Hongarije heeft nu een ultrarechtse regering en vakbonden zijn te zwak om enig tegenspel te bieden.

Drie verhalen uit verschillende landen en verschillende keerpunten in de geschiedenis maar met een zelfde uitkomst. Dalende organisatiegraad, meer macht voor werkgevers en tot overmaat van ramp kiezen mensen voor regeringen die de machtsbalans verder verstoren.

Te vaak hoor ik in mijn werk: “ja maar…bij ons is het anders”. We cultiveren onze verschillen zodanig dat het samenwerking belet. Als we zouden focussen op de overeenkomsten in het grotere verhaal, een gezamenlijk narratief zouden ontwikkelen en samen te strijde zouden trekken, dan kunnen we nog winnen. Als we verschillen blijven cultiveren dan kunnen we niet zo lang van nu “Bij ons was het anders” op de grafsteen van de vakbeweging beitelen.