Maandelijks archief: december 2018

PvdA zet nepvakbond op voetstuk

Mede-oprichtster en oud-voorzitter van het Alternatief voor Vakbond is PvdA- lijsttrekker voor de senaat. Gefeliciteerd Mei Li en PvdA!

Een alternatief voor de vakbond is, zoals de naam al suggereert, geen vakbond. Een alternatief voor iets kan niet hetzelfde zijn. Een alternatief voor vlees kan geen vlees zijn, hooguit vis. Maar het alternatief voor vakbond is vlees noch vis. Het is geen werknemersvereniging, maar een vereniging van mensen van zeer diverse pluimage. Kleine zelfstandigen, kunstenaars, freelancers, you name it. Veel van hen zijn geen werknemer in de juridische zin. Zij verrichten geen arbeid in loondienst. En dus kan het AVV (Alternatief voor Vakbond) geen werknemersvereniging zijn, en mag je je afvragen of zij bevoegd zijn om een cao af te sluiten. De Wet op cao omschrijft nadrukkelijk een werknemersvereniging als bevoegde partij. Harry van Drongelen schreef hier in 2015 over in Zeggenschap.

Is het AVV eigenlijk wel een vereniging? In het verenigingsrecht geldt dat in een ALV niet-leden niet meer dan de helft van de stemmen die door leden zijn uitgebracht mogen uitbrengen zodat de primaire zeggenschap van leden gewaarborgd is.
Het stemmen over een cao is geen algemene ledenvergadering, maar wél de meest wezenlijke stemming met grote consequenties voor de leden. Bij AVV is het heel goed mogelijk dat het merendeel van de uitgebrachte stemmen van niet-leden komt. Ik zou daar als lid toch vraagtekens bij zetten. In de stemming zit geen onderscheid tussen lid en niet-lid. Elke stem telt even zwaar. Als bij het eerstvolgende cao-akkoord alle FNV-leden zouden meedoen aan de internetraadpleging van het AVV, zouden ze de leden van het AVV volledig buitenspel kunnen zetten.

Hoeveel leden heeft het AVV eigenlijk? Dat lijkt een groot geheim. Lukte het Harry Vogels nog om pas na de oprichting de cijfers uit het jaarverslag te vissen, nu is niets meer openbaar. We moeten voorzitter Pikaart op zijn woord geloven als hij zegt dat het er 2500 zijn. 2500 verspreid over alle sectoren en waarvan een groot deel geen werknemer is.

Van de laatste twee algemene ledenvergaderingen zijn echter geen verslagen te vinden. Zelfs op social media vond niemand, inclusief de accounts van het AVV zelf, het de moeite waard om er ook maar iets over te melden. Van de succesvolle algemene ledenvergadering en ledendag in 2017 heeft het AVV een fotoreportage gepubliceerd. Hoe je de foto’s ook telt, je komt op maximaal vijftien aanwezigen, inclusief bestuur.

Het functioneren van het AVV heeft veel meer kenmerken van een stichting dan een vereniging. Maar om cao’s af te sluiten (en als gevolg daarvan bijdragen te kunnen incasseren), moet het een vereniging zijn.

Als het er inderdaad 2500 zijn, dan is de contributieopbrengst 62.500 euro. Kun je daar een secretariaat, een helpdesk en deskundige onderhandelaars van betalen? Natuurlijk niet. De bijdragen van werkgevers zijn de belangrijkste inkomstenbron. “Het klopt dat het AVV grotendeels wordt betaald uit sectorfondsen,” geeft voorzitter Martin Pikaart ruiterlijk toe. Maar zijn verwijt dat de FNV hetzelfde doet, klopt niet. De FNV krijgt inderdaad forse bijdragen uit fondsen, maar dat is bij lange na niet hun hoofdmiddel van bestaan. Dat is nog steeds de contributie die leden betalen. Dat de FNV onafhankelijk is van werkgeversbijdragen, blijkt wel uit de vijfentwintig cao’s die de FNV niet heeft getekend. Daardoor liep de vakvereniging bijdragen mis. Pikaart kan bij hoog en laag beweren hoe onafhankelijk het AVV van werkgevers is, maar een kind begrijpt dat zijn clubje onmiddellijk door de hoeven zakt als de werkgeversbijdragen wegvallen.

Daarmee zijn ze niet onafhankelijk in de zin van artikel 2 van ILO-conventie 98.

Samengevat, het AVV (Alternatief voor Vakbond) is, zoals de naam al zegt, geen vakbond. Het is een vereniging met de kenmerken van een stichting, waarbij het stemrecht is geëxternaliseerd en de voornaamste inkomsten van derde belanghebbenden komen. Het AVV voldoet niet aan de criteria van de Wet op cao als bevoegde partij, omdat het geen vereniging van werknemers is, en voldoet niet aan de criteria van onafhankelijkheid zoals gesteld in ILO-conventie 98.

De minister van Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op cao, het algemeen verbindend verklaren van een cao en de implementatie van ILO-conventies. Het is dan ook een raadsel dat hij een cao met het AVV algemeen verbindend zou kunnen verklaren en dat nota bene de Partij van de ARBEID Mei Li Vos, de oprichtster van deze club, lijsttrekker heeft gemaakt voor de Senaat.

Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR) voor dummies

Met enige regelmaat bezoek ik Latijns Amerikaanse landen om vakbonden te adviseren. Vaak (of meestal) worden die openlijk tegengewerkt door werkgevers. Dat gebeurt doorgaans niet heel subtiel maar verder niet wezenlijk anders dan in Nederland. Waar zij een “pactos collectivos” sluiten, doen Nederlandse werkgevers het met een Arbeids Voorwaarden Regeling (AVR). Ik heb het eens opgeschreven hoe dat vanuit werkgeversperspectief werkt.

1. Zorg dat je veel mensen in dienst hebt die weinig met de vakbond hebben. Vrouwen, migranten, jongeren zijn moeilijke groepen voor vakbonden. Houdt het loon zo laag mogelijk zodat de vakbondscontributie een drempel is. Grote kans dat het aantal vakbondsleden laag blijft.

2. Als er een CAO is, wacht niet tot de onderhandelingen, maar zeg deze op voorhand op zodat de nawerking na expiratie beperkt is tot de weinige vakbondsleden. Die zullen dure rechtszaken moeten voeren om die doorwerking te claimen.

3. Ga vervolgens onderhandelen met vakbonden en zorg dat het gat tussen wat zij vragen en jij biedt zo groot mogelijk blijft. Vertel intussen aan de werknemers dat je er best iets bij wilt doen, maar die vakbonden zo onredelijk zijn. Frame ze als marginale buitenstaanders die weinig van uw mensen vertegenwoordigen. Als de bonden de onderhandelingen op enig moment afbreken om hun achterban te raadplegen, grote kans dat er daarna weinig of niets gebeurt. Zijn er wel wat acties, zet dan even de tanden op elkaar en frame het als een achterhoede gevecht van een organisatie die wanhopig zoekt naar leden.

4. Kijk of u, uw concern, uw aandeelhouders of werkgeversvereniging zich hebben uitgesproken of aangesloten bij internationale ethische initiatieven van Verenigde Naties (global compact), International Labour Organisation, OESO richtlijnen voor “responsible business conduct”, Global Deal, de Nederlandse corporate governance code of andere codes met verplichtingen t.o.v. Vrijheid van vereniging en het recht op vrije onderhandelingen. Hebt u zich direct of indirect verbonden aan één of meerdere van deze initiatieven, neem dan uw advocaat in de arm om te zien hoe u dit ongedaan kunt maken.

5. Weet wie uw klanten zijn en welke ESG (Environment, Social & Governance) policy zij er op na houden. U kunt maar beter niet leveren aan gerenommeerde Multi Nationale Ondernemingen, grote kans dat hun ESG beleid doorwerkt in de supply chain.

6. Heeft u uw hoofdkantoor of vestigingen in Frankrijk neem dan een Franse advocaat in de arm, de Franse wetgeving op gebied van Corporate governance en Due Dilligance stopt niet bij de Franse grens.

7. Nu kunt u beginnen met het roepen dat bonden ouderwets zijn en de moderne jonge werknemers in uw bedrijf niet vertegenwoordigen. U moet nu beginnen uw nieuwe partner, de OR te groomen. Een gekozen orgaan van alle werknemers, klinkt mooi toch? Via artikel 32;2 WOR kunt u een uitbreiding van de bevoegdheden van de OR afspreken in een convenant. Dit artikel is nooit bedoeld om arbeidsvoorwaarden te regelen, maar de eerste rechtszaak moet daarover nog worden gevoerd. Tot die tijd kan het.

8. Nu moet u gaan onderhandelen met uw nieuwe partner de OR. Om die ook enig krediet en geloofwaardigheid te geven is het beste dat u een onderzoekje doet naar de wensen van werknemers i.s.m. De OR.

9. Afspraken maken met de OR is niet moeilijk maar wel wat ingewikkeld. U legt een eindbod neer als het maximaal haalbare. Voor de OR is het dan stikken of slikken. Omdat de vakbond buitenspel is gezet kan die geen roet meer in het eten gooien en is er niemand om actie te voeren. Omdat de OR geen rechtspersoon en geen vakbond is, kan ze geen CAO af sluiten. Daarom noemt u de CAO in het vervolg Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR). De OR kan niet tekenen zoals een vakbond dat doet. Dus u zult het bereikte aan elke werknemer moeten voorleggen ter ondertekening. Het is ook goed om op te nemen dat werknemers daarmee afstand doen van alle rechten die voortvloeien uit de doorwerking van de CAO. Anders kunnen ongewenste claims volgen. Het is ook daarom dat u al die voorgaande stappen moest nemen. Vertegenwoordiging en collectieve onderhandelingen door een vakbond zijn namelijk mensenrechten. Als u niet voor mensenrechten schender wilt worden uitgemaakt is het zaak dat werknemers hier vrijwillig afstand van doen.

10. Om de “vrije wil” wat te stimuleren zorgt u dat niet tekenen consequenties heeft. Geen (kleine) loonsverhoging en jaren moeten vechten voor je rechten. Uw advocaat wrijft zijn handen al.

Nu bent u er, maar u heeft geen garantie dat deze constructie voor eeuwig werkt. Daarvoor moet de Nederlandse Regering nog het één en ander doen.

A. Opzeggen van ILO verdragen, daarin heeft de staat zich namelijk verplicht om vakbondsrechten te erkennen en toe te zien op de toepassing
B. Opzeggen van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens alsook het Europese Handvest voor de Rechten van de Mens. In die beide verdragen is geregeld dat vertegenwoordiging en onderhandeling door een onafhankelijke vakbond een mensenrecht is.
C. De ondertekening van UN Global Compact, Global Deal, OESO richtlijnen moet ook ongedaan gemaakt warden.

Pas dan kunnen we er van op aan dat uw overeenkomst met de OR en werknemers onbetwistbaar rechtsgeldig is.

Overigens, het kost nog steeds veel tijd, de totstandkoming méér geld en er blijven nog steeds ontevreden werknemers. Het zou maar zo kunnen dat die toch weer een vakbond oprichten en stiekem uw positie ondermijnen of zelfs de OR overnemen. Dat is te voorkomen door er zo nu en dan één te (laten) bedreigen, om te kopen of te ontslaan. Dat laatste wordt met de voorgenomen versoepeling van het ontslagrecht in Nederland een stuk gemakkelijker.