Wingewest Groningen een schandvlek op de kaart

Groningen en eigenlijk heel Noord Oost Nederland is een wingewest van de Nederlandse staat en de grote olieboeren. Het begon met het winnen van turf in Drenthe, Overijssel, En Friesland. Daarna kwam de Schonebeekse olie. Ik herinner mij uit mijn jeugd in Ommen dat we de olietrein wagons telden bij het station. Soms wel 40 tankwagons vol met olie. Toen kwam het gas. Slochteren werd grotendeels leeggepompt en daarna nog andere velden in het Noorden. Het begint allemaal op te raken (turf wordt nu net over de grens bij Emmen gewonnen).

De exploitatie van deze rijkdommen waren van het vroege begin publiek private projecten. Of het nu de maatschappij van weldadigheid was, de Heidemij, de NAM, de Gasunie en Gasterra, zijn of waren allemaal gedeeltelijk eigendom van de staat. Lokale distributeurs waren eigendom van gemeenten. De andere eigenaren zijn Shell en Exxon Mobile. Met uitzondering de maatschappij van weldadigheid bestaan al die betrokken bedrijven nog, stuk voor stuk miljarden bedrijven.

Vele gemeenten verzilverden hun aandelen in de lokale distributeurs. De Nederlandse staat strijkt nog steeds een groot deel van de baten op, om maar te zwijgen over de twee olieboeren.

De enigen die nooit geprofiteerd hebben zijn de bewoners van het gebied. Drenthe en Groningen. De kaart van Nederlandse gemeenten met het laagste inkomens vertoond opvallend veel gelijkenis met de kaart waar energie is gewonnen.

Daar komt in Groningen de aardbevingsschade bovenop. Maar kennelijk kan niemand de grootmoedigheid opbrengen om de schade te compenseren. De staat, de olieboeren niet en de NAM laten het af weten. De rest van de Nederlanders lopen er ook niet warm voor, terwijl ze eeuwen warmte uit het Noorden hebben ontvangen. Een schandvlek op de kaart van Nederland.

Nederland corrupt?

We zijn een weekje op pad met vakbonden in de beveiligingsbranche.

Terwijl ik s’avonds een biertje met collega’s nuttig zie een man en een vrouw aan de hotelbar. Eén van mijn collega’s heeft inmiddels 4 strategisch opgestelde bewapende bodyguards gespot. Terwijl wij nog een biertje bestellen verteld de collega over zijn ervaringen in in Soweto tijdens de apartheid. Hij heeft er een scherp oog aan overgehouden.

De volgende dag staan er drie glimmend zwarte SUV’s met een escorte van twee hagelnieuwe politie auto’s te wachten op de mystery guest. De SUV’s hebben identieke kentekens en twee dragen vlaggen, zodat je nooit weet in welke auto de man zit. Het blijkt de gouverneur, die ondanks dat hij een residentie en twee villa’s heeft, in een luxe hotel in dezelfde stad slaapt. Later verneem ik het officiele standpunt: hij slaapt daar om veiligheidsredenen. Leuk idee voor de andere gasten dat ze het hotel met een mogelijk terroristisch doelwit delen. Ik houd het erop dat hij daar slaapt om gebruik te maken van alom aanwezige seksuele dienstverleners.

Een avond later wordt een van mijn collega’s beroofd in een restaurant. Terwijl twee verdachten worden opgehouden door de bediening, belt de restaurateur met de politie, “ze zijn hier zo” zegt hij, “want ik heb een deal met ze”. Binnen 10 minuten verschijnt er een hele oude auto met een gebroken voorruit. Er komen drie mannen in een aftands legertenue uit en elk van hen draagt een Kalishnikov gelijkend automatisch wapen. Het is inderdaad de politie en zij arresteren de twee verdachten.

Wij worden geacht naar het politiebureau te komen om aangifte te doen. Het politiebureau is een aftands gebouw met tralies, incompleet meubilair en hier en daar een oude computer. De aangifte wordt met de hand in het logboek geschreven. Wij gaan terug naar het restaurant terwijl de politie buiten wacht tot ons vertrek. Ik bedenk mij ineens dat onze taxi chauffeur de hele avond op ons staat te wachten. Ik besluit hem in te lichten over de vertraging en hem alvast extra geld in het vooruitzicht te stellen. Op weg naar de chauffeur zie ik de agenten op de achterklep van auto genieten van een door het restaurant beschikbaar gestelde maaltijd. Een van hen wil met mij praten. Hij zegt dat ik hen niet heb bedankt voor de snelle interventie en de nog te verlenen diensten. Dus ik geef hem een hand en zeg bedankt.

Op vriendelijke doch indringende wijze wordt mij duidelijk gemaakt dat dank in een zeker geldbedrag wordt uitgedrukt. Omringd door drie gewapende mannen zonder insignes, nummers of namen, besluit ik mijn portemonnee te trekken. Terug in het hotel verteld de barman dat dit normaal is en dat ze -eenmaal ten burele- een percentage moeten afstaan aan hun leidinggevende. De volgende dag spreken wij de politie weer. Nu in het bijzijn van twee gerenommeerde security guards. Beide vrouwen. Na wat vriendelijke uitwisselingen neemt de politieman mij apart en zegt dat ik de vrouwen beter onder controle moet houden. Als een van de vrouwen haar “special agent” badge van de Amerikaanse ambassade trekt en hem een ultimatum stelt om de gestolen waar terug te brengen slaat zijn bui om en wordt hij (vrouw)onvriendelijk. 

Weer een dag later zitten we bij de hoofdinspecteur criminaliteit. Ze lacht om het feit dat ik heb betaald en zegt sorry. Ook zij doet geen moeite om de gestolen waar terug te brengen, dus zitten we een dag later bij de commisaris van politie die lachend haar excuus aanbiedt. De achtereenvolgende vrouwen lijken moeders die zich verontschuldigen voor de ondeugende zoon.

We zijn in Nairobi te gast bij de vakbond van beveiligers. Beveiligers zijn de laagst betaalden in de frontlinie van een door terrorisme bedreigd land. Ze worden geacht terroristen tegen te houden met een uniform, een fluitje een een knuppel en draaien diensten van 12 uur voor een minimumloon. Voor hen geldt zero tolerance op corruptie.

Vandaar dat onze gastheer, voorzitter van de vakbond van beveiligers, ons meenam naar hoge politie officieren om ons recht te halen. Hij schaamt zich voor de laksheid en corruptie bij de politie. Maar als je de uitrusting, het bureau en salaris van politiemensen kent, snap je dat omstandigheden en gelegenheid bij de politie tot andere normen leidt. Het is een systeem waarbij de gouverneur zich met overheidsgeld s’nacht in een hotel vermaakt en overheidsdienaren hun schamele inkomen systematich aanvullen. De gestolen tas met inhoud alsook mijn “service fee” zien we nooit terug.

Zo ziet corruptie eruit. Alleen de gewone hardwerkende burger geniet niet mee, hij betaald. Dus loop nou niet te zeuren dat we in Nederland wel eens een dubieus zaakje tegenkomen. Als je in Nederland een agent geld aanbiedt is er een grote kans dat je in de cel beland. De agent die het aanneemt komt er zeker nog beroerder af. Een politicus die zich publiekelijk vermaakt met prostituees heeft geen lange carriere. Nederland is zo beroerd nog niet.

De polder is naar de kloten, de verzuiling terug.


Ik ben in Tunesië op bezoek bij de collega’s van UGTT. Toen de Tunesische revolutie uit de hand dreigde te lopen, nam vakbondsfederatie UGTT het initiatief voor een nationale dialoog. Samen met de werkgevers, een mensenrechtenorganisatie en de vereniging van advocaten bereidden ze de weg naar democratie. Ze dwongen de tegengestelde politieke krachten aan tafel en polderden naar een vreedzame revolutie. De Jasmijn revolutie. Ze hebben hun land gered en kregen er de Nobelprijs voor de vrede voor.

Tussen pakweg 1917 en 1970 was Nederland verzuild. Een periode waarin men zich bewoog in de eigen geloofsgemeenschap. Katholieken deden het met katholieken, refo’s met refo’s en socialisten met socialisten. Midden jaren zestig begonnen de muren tussen de zuilen te verbrokkelen. Eigenlijk was dat het begin van ons poldermodel. Eindeloos praten richting een compromis waarin iedereen wat gewonnen had maar eigenlijk ook een gelijke mate van ontevredenheid aan overhield. Alleen in streng gelovige gemeenschappen bleef de verzuiling bestaan.

In omroepen, politieke partijen en onderwijs bestaan er nog steeds zichtbare en minder zichtbare elementen van de verzuiling. Met uitzondering van het onderwijs was dit te marginaal ten opzichte van de polderaars. In het onderwijs bleef de “vrijheid van onderwijs” bestaan. Het was feitelijk de vrijheid om een levensbeschouwelijke component in stand te houden. Een krachtig instrument om niet teveel zielen te verliezen. Veel later maakten moslims daar dankbaar gebruik van, waardoor we nu ook islamitisch onderwijs kennen. Apart voor de verschillende etnische afkomsten en religieuze stromingen. Zoals wij dat ook deden.

De oprichting van aparte moskeeen, verenigingen en scholen voor verschillende etnische groepen zoals Surinamers, Turken, Marrokanen, Soenitten en Shiïten is feitelijk een nieuwe verzuiling. In de tijd dat ik in Transvaals Den Haag woonde, was er zelfs een petitie van Surinamers en Marrokanen tegen een Turkse moskee. Wellicht is de segregatie binnen de allochtone gemeenschap voor een deel de oorzaak van de door velen als mislukt bestempelde multi culturele samenleving.

Bolkestein, Fortuyn, Wilders en nu Baudet, lazen Machiavelli, verdeel en heers is hun devies. Dus verdeelden ze theedrinkers en moslimknuffelaars van “het volk”. De moslims worden gemakshalve op een hoop gegooid. Een scheiding in de zogenaamde cultureel Marxistische elite en “het volk”. In pro- en contra EU. Tussen autochtoon en allochtoon. De verdeeldheid over Zwarte piet is daar de ultieme exponent van. Je bent voor Nederland of een verrader van onze culturele waarden (wat die dan precies ook mogen zijn).

Ik verlang terug naar de slechte compromissen van de polder. De optimale balans tussen tegengestelde belangen, meningen en ideologische opvattingen. Het was goed voor ons land en ik ben er zeker van dat als we doorgaan om tegenstellingen te vergroten in plaats ze te overbruggen, het op de lange termijn slecht voor ons uitpakt. Dan hebben we niet een compromis waar we allemaal even blij of ontevreden over zijn, maar alleen nog maar ontevredenheid.

Valse start voor Koolmees (pensioenen)

Wouter Koolmees, onze nieuwe minister van SZW staat naar eigen zeggen voor de BNR microfoon te popelen om de pensioenen op de schop te nemen. Maar daar is geen enkele rationele reden voor.
Mercer maakt al 9 jaar een vergelijkende pensioen index. Natuurlijk is elke vergelijking arbitrair omdat er zoveel systeemverschillen zijn die de weging complex maken. Maar Mercer vergelijkt 30 landen aan de hand van 40 abstracte indicatoren. Het is een alom gewaardeerde graadmeter.
Dit jaar zijn we gedaald van A naar de B+ status. Winnaar Denemarken scoort een tiende punt hoger dan ons, maar haalt daarmee de A status ook niet. Dit terwijl Nederland en Denemarken beiden vorig jaar een A status behaalden. Nu is er geen enkel land met een A status meer over. Maar dat is geen reden voor paniek.

Mercer weegt de 40 indicatoren in 3 categorieën. Adequaatheid, toekomstbestendigheid en integriteit in een holistisch perspectief. De eerste pijler (AOW), tweede pijler (pensioen), derde pijler (Verzekeringen en netto prive vermogen). Dit jaar is een nieuwe indicator ingevoegd, namelijk de lange termijn economische groei (het gemiddelde over 3 jaar terug en 3 jaar vooruit gecorrigeerd met betalingsverplichtingen). Om de schaal gelijk te houden, is de weging van deze indicator ten koste gegaan van de weging van pensioen vermogen en de hoogte van verplichte bijdragen. Indicatoren waarop Nederland zeer hoog scoort tellen daardoor minder zwaar ten opzichte van een relatief lage score op economische groei. In de praktijk is er dus niets veranderd ten opzichte van vorig jaar, de meting is veranderd. In de totaalscores over 9 jaar zijn wat pieken en dalen te zien, maar we scoren aanzienlijk hoger als bij in de eerste index in 2009. Ons pensioenperspectief is feitelijk verbeterd.
Waar zitten de verschillen met Denemarken? Met name op toekomstbestendigheid scoort Denemarken aanmerkelijk hoger terwijl Nederland op adequaatheid en integriteit hoger scoort. De hogere Deense scores zitten in levensverwachting, de hoogte van verplichte bijdragen en de arbeidsparticipatie van ouderen. In de eindweging geeft dat dus een tiende punt voordeel aan Denemarken.

Mercer doet een aantal aanbevelingen voor Nederland. Invoering van een verplichte minimum toetredingsleeftijd, verhoging van het netto vermogen van huishoudens (is in Nederland laag door hoge hypotheekschulden), hogere arbeidsdeelname van 55 plussers en betere bescherming tegen betalingsonmacht van fonds of verzekering.

Dat zijn onderwerpen die weliswaar van invloed op pensioenen zijn, maar op andere politieke beleidsterreinen liggen. De twee belangrijkste beleidsmaatregelen die onze oudedagsvoorziening verbeteren:
– terugdringing van de collectieve hypotheek schuld. Dit gebeurt feitelijk al als gevolg van de lage rente en hoge belasting op spaargeld. Hernieuwde invoering van het huurwaarde forfait gaat die trend weer afremmen terwijl de lage rente in combinatie met heffing op vermogen sparen ontmoedigd.
– De pensioenleeftijd verschuiven (omhoog of omlaag) heeft een beperkt effect zolang werkgevers niet bereid zijn meer ouderen in dienst te nemen. Daarnaast kennen we een relatief hoge uitval in zware beroepen.

Daar moet dus iets aan gedaan worden.

De andere twee aanbevelingen zijn tamelijk technische zaken die weliswaar punten scoren maar in dit verband minder relevant zijn.
Uit het rapport valt echter nergens te lezen dat het systeem op de schop moet.

Voordat je nog meer onzin uitkraamt, je kunt het hier allemaal lezen Wouter.

#Metoo

Het is lang geleden want ik ben niet zo heel jong meer. In mijn jeugd was geweld een onderdeel van mijn leven. Mijn ouders sloegen wel eens en op de lagere school wilde de onderwijzers je ook nog wel eens corrigeren met een flinke klap om de oren. Op de Lagere Technische School werd veel gevochten. Soms in groepen, waarbij ze het vooral op de “kakkers” van het atheneum hadden voorzien. Vaak ook een tegen een. Ik was geen vechter en paste (misschien juist daarom) niet goed in. Dat leverde vaak en veel klappen op met als pijnlijks dieptepunt een gebroken rib en een kapotte fiets.
Toen ik ging werken kreeg ik wat problemen met mijn werkgever en werd voor straf in de graafploeg gezet. Kabels ingraven waar de machine niet kon worden ingezet. Een soort “chaingang” van 7 ruige mannen. Nou ja 7 min 1 ruige mannen die op een rij tegels lichten, graven, kabel trekken, dichtgooien, aanstampen en herstraten. Hard werk. S’ochtend om 6 uur stond de bus voor de deur en als je niet snel genoeg was, werden er vernederende obsceniteiten door de straat geschreeuwd. Tijdens het werk was gewoonte om meisjes na te roepen en te fluiten. Daar deed ik ook aan mee, want ik wilde niet buiten de groep vallen. Op een dag trokken ze een meisje van de fiets. Ik zei er voorzichtig iets van. Vervolgens werd ik de hele dag met homo aangesproken. Uiteraard was dat een scheldwoord in die groep.

Tegen het einde van de dag werd ik in de bus geduwd waar de leider van de groep zijn lul uit zijn broek had gehaald en werd ik gedwongen om hem te pijpen. Net toen ik zijn stinkende lid kon ruiken, ontsnapte ik of lieten ze mij ontsnappen. Kennelijk moest mijn “mannelijkheid” worden getest. Een paar weken later manouvreerde ik mij zodanig dat ik werd ontslagen. Ik was daarna een jaar werkloos. Ik heb er nooit iets mee gedaan in de hoop dat het een vergeten herinnering zou worden.
Ik was 21, het is lang geleden. Ik ken hun namen niet meer. Ik dacht dat ik het achter mij had gelaten, maar ze hebben mij voor het leven getekend. Dus bij tijd en wijle komt het terug. Ik ontleen er gelukkig ook veel strijdlust en rechtvaardigheidsgevoel aan, waarmee ik in mijn latere leven ver ben gekomen. Nadat onlangs een militair naar buiten kwam, ben ik gaan twijfelen of ik het zou publiceren. Ik zag een sterke bekentenis van Jane Fonda, ze had niet gesproken voor anderen en schaamde zich er voor. Nu er een golf is van vrouwelijke outings, wil ik mannen aanmoedigen om hetzelfde te doen. Want gaat niet over seks, maar over macht en vernedering. Dat is niet sekse gebonden en is van alle tijden en settings. Door te vertellen wordt het misschien iets gemakkelijker om te doen wat ik heb nagelaten. De daders ter verantwoording brengen. Door gebruik te maken van interne procedures voor ongewenst gedrag en in ergere situaties aangifte doen. Door de schaamte voorbij te gaan.

De helden van Lima

De straten van Lima zijn schoon. Elke dag is een leger van 1000 vrouwen en een enkele man op pad met een bezem en een rolcontainer. Ze zijn klein van stuk en dragen lelijke overals, petjes met nekflap en een monddoek. Ze zijn anoniem. Ze verdienen het minimum loon, ongeveer 280 dollar per maand. Alhoewel het leven hier naar onze maatstaven goedkoop is, lijkt het mij veel te weinig om fatsoenlijk rond te kunnen komen. Ik sprak een groep die na hun shift gedouched en in schone kleren bijeen kwam. Getekende vrouwen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder.

Nathy vertelde dat hun grootste probleem het verkeer was. Peruaanse chauffeurs hebben weinig oog voor mensen te voet. Hun werkgever, een aannemer, vindt het niet nodig om de dames te verzekeren tegen een verkeersongeval. Een verkeersongeval is in zijn ogen geen arbeidsongeval. Voor de dames een fysiek, maar ook financieel risico. Medische zorg is niet gratis. We keken in de EHBO kast in het depot: leeg. De dames vertelden dat niemand eerste hulp kan verlenen.

Ik sprak ook met Maximo, één van de weinige mannen. Hij is machinist op een Bobcat. Hij klaagde over de massieve banden, die weliswaar nooit stuk gaan, maar funest zijn voor zijn rug.

We gingen naar een plek in Lima waar een straatveger was geraakt door een verdwaalde kogel. Zij was haar werk aan het doen in een straat waar een gewapende overval plaatsvond. Rosa is er niet meer. Een kleine ceremonie met kaarsen en een een toespraak werd afgesloten met het roepen van haar naam, waarop iedereen “presente” riep. Een ontroerend ritueel.

Zo’n 40% van de straatvegers zijn lid van hun kleine vakbond. Een vakbond die bij de gratie van een rijkere bond een kantoortje heeft onder golfplaten op het dak van het gebouw. Er staan wat oude computers en er hangen banners aan de muur. Een arme en zwakke vakbond die moeite heeft om alle problemen het hoofd te bieden. Een gammele David tegen een reusachtige Goliath. Toch is er een zekere trots en vastberadenheid. Met hun kracht en een beetje hulp van buiten moet het mogelijk zijn de levens van de straatvegers te verbeteren. De straatvegers zijn onzichtbare helden. Ze verdienen het!

Übernazi’s

Ik weet niet zo goed waar ik beginnen moet maar ik heb grote zorgen om Nederland en de rest van de wereld. Ik werk voor een grote wereld federatie van vakbonden. In duistere kringen zal het worden gezien als het links fascistische bijkantoor, zo niet het hoofdkwartier van het grote complot. Het grote complot dat door de Noorse terrorist Anders Breivik werd geherintroduceerd, het zogenaamde cultureel marxisme.

Het cultureel Marxisme is een rechts extremistische duiding van de vijand van het volk. In de warboel van opvattingen binnen de rechts extremisten valt een constante te ontdekken: het complot. Feministen hebben de westerse samenleving ondermijnd en de mannen verzwakt. Zwarte mensen (die minder intelligent zijn) verzilveren het schuldcomplex dat zij ons hebben aangepraat. Joden hebben onze financiele wereld overgenomen en ons geld gestolen. Homo’s hebben onze Joods Christelijke traditie ondermijnd. Daarmee is onze samenleving zo verzwakt dat moslims de macht zullen overnemen de mannen zullen onderwerpen zo niet vermoorden om uiteindelijk onze vrouwen te kunnen verkrachten. Dat alles is toegedekt door linkse fascisten en de EU. Alle instanties zoals statistiekbureaus, de media, de rechtspraak, de politie, de politiek en vooral de EU hebben daar aan meegewerkt omdat zij de regisseurs zijn van de vervangingsideologie. Wij, witte mensen moeten worden vervangen door moslim vluchtelingen.

Uit dit pallet van complot theorieën pakken de rechts extremisten naar behoeven de meest passende en strooien die rond. En steeds meer mensen twijfelen bij elk bericht wat ze horen of half begrijpen en plaatsen het in deze repeterende retoriek van twijfel en achterdocht. Onwelgevallige feiten worden meningen of nepnieuws en welgevallige meningen worden feiten.

De pijnlijke werkelijkheid is dat Breivik (fan van Geert Wilders) gelijk had dat hij onderdeel was van een grote beweging. Een beweging die uit hetzelfde vaatje tapt als Breivik: Het is de schuld van…(invullen naar keuze). Feitelijk zijn de fanatieke predikers van FVD en PVV mainstreamers van het gedachtengoed van Breivik. Het zijn geen crypto of neo-nazi’s, het zijn übernazi’s die hun misselijkmakende boodschappen verhullend verpakken. De holle populistische retoriek die hier bij hoort gaat de hele wereld over. Van Washington tot Pyongyang, van Moskou tot Manilla. Maar als Nederlander en Europeaan is het pijnlijk te zien dat op een continent waar niet zo lang geleden op een zelfde soort redenering 6 miljoen mensen zijn vermoord het bijna normaal is geworden om te zondebokken met diep denigrerende termen. Maar ook daar hebben ze een antwoord op, die 6 miljoen doden zijn verzonnen.

Heitje voor een karweitje, mag ik een pizza bezorgen?

Gig economy, achter de façade van dit hippe woord gaat een weerbarstige werkelijkheid schuil. ‘Heitje-voor-een-karweitje-economie’ dekt de lading veel beter.

De deurbel ging. Er stonden twee kinderen in padvindersuniform op de stoep. Ze wilden een klusje voor je doen. Dat koste een “heitje”. Vijf stuivers dus een kwartje: “Heitje voor een karweitje”. Zo leerden de kinderen in noden te voorzien en werd de clubkas gespekt. De beste padvinders konden een extra isigne op hun mouw spelden.

Vandaag de dag is bijna hetzelfde verdienmodel doorontwikkeld naar internetplatforms en algoritmes. Jij hebt trek, een restaurant heeft een afhaalmenu, het platform brengt vraag en aanbod bij elkaar en regelt een fietskoerier. Die fietskoerier is de padvinder, de clubkas een groot internet bedrijf. Dat lijkt een niche in de economie. Maar Amazon, Bol, Expedia, Bax, en nog vele anderen werken volgens hetzelfde principe. Overal zit ergens in de keten een soort padvinder die zo hard mogelijk moet fietsen om een onderscheidingsteken te verdienen. Het wordt zo georganiseerd dat de zwaksten het meeste risico dragen en de top van de piramide alleen incasseert.

In de bouw is een traditionele aannemer al lang geleden veranderd in een coördinatieplatform van onderaannemers en zzp-ers. Het enige nieuwe is de tussenkomst van internet platforms en algoritmes.

De kern van het verdienmodel is gelijk: maak zoveel mogelijk direct personeel aannemer of zzp-er waardoor je risico’s en lasten afschuift. Daarmee gaan de totale premieopbrengsten omlaag en wordt ons hele collectieve systeem ondermijnd.

Dat is niet het enige nadeel. Bedrijven schermen met het idee dat jonge mensen best het ondernemersrisico willen aangaan. Maar ondernemersrisico is een risico dat je moet calculeren in je prijs. Tegen welke prijs kun je diensten leveren waarbij je de risico’s zo klein mogelijk wilt houden en ook je “niet declarabele kosten” kunt dekken? Dat doe je met voorzieningen in je prijsstelling. Tot slot kom je de prijs in onderhandelingen overeen.

Een Deliveroo bezorger krijgt 4,75 euro per bezorging. Bij een gemiddelde van 3 bezorgingen per uur is dat van omzet 14,25 Euro per declarabel uur. Al is de vraag of ze 3 opdrachten per uur überhaupt kunnen halen. Los van het feit dat keihard racen door de stad gevaarlijke verkeerssituaties oplevert; zowel voor de koerier als de andere weggebruikers.

Van dit tarief moet je het volgende betalen:

-Inkomstenbelasting
-BTW
-Arbeidsongeschiktheidsverzekering
-Ongevallen verzekering
-pensioenvoorziening
-Administratie
-Afschrijving en onderhoud fiets
-Smartphone contract
-registratiekosten

Pas dan weet je dat je voor een schijntje fietst en daar ook nog vakantie en dergelijke van moet betalen. Want niet fietsen is geen geld.

Deliveroo krijgt een minimum van 6,50 per order van de restaurateur en de klant samen. Dat lijkt een schamel bedrag, maar buiten de fietsers zijn er nauwelijks kosten. In 2015 trapten zo’n 25,000 bezorgers 24 miljoen winst in de pocket van de eigenaren. En dat was vanwege investeringen een slecht jaar.

Wat wordt geduid met gig- of platform-economie is feitelijk een systeem waar de prijs vaststaat en degenen met de zwakste onderhandelingspositie de meeste winst genereren. En denk nou niet dat het alleen jonge avontuurlijke fietskoeriers zijn. Professionals in de zorg worden op een zelfde manier behandeld door verzekeraars. En het woekert verder door in de economie tot we allemaal padvinders zijn geworden die voor een heitje een karweitje mogen doen.

De valse hoeders van de horlepiep

“De Nederlandse cultuur bestaat niet” is de enige quote van onze Argentijnse Koningin die stof deed opwaaien. Ze had echter een punt. Toch er is er een heuse stroming in Nederland die meent dat onze unieke cultuur en identiteit wordt bedreigd. Biologisch verdunde Fransman Baudet sprak van homeopatische verdunning van het Nederlandse volk. Zijn eveneens verdunde maatje Cliteur wilde zelfs het relativeren van de Nederlandse cultuur strafbaar stellen. Nadat Baudet het op twitter bijna als partij manifest had verheven, beriep Cliteur zich op ironie (een van oorsprong Grieks woord voor het Nederlandse schimp redeneren). Als je geen van Rossum heet kun je deze stijlfiguur beter mijden. Het gekkenhuis zit vol met onbegrepen genieën. Maar goed, genoeg over Kuifje en professor Zonnebloem.

Het is komkommer tijd. De nieuwsfabriek draait op tweets van Trump en heeft verder weinig boeiends te melden. Het leek de zomer van de gender neutrale aanduiding “beste reiziger” te worden. Al snel werd het overstemd door giftige eieren (Waarbij we de VWA verwijten dat we ze niet laten staan). op Social media is het thema “omvolking” min of meer trending. Een uit Nazi Duitsland geleend woord om aan te geven dat de “politieke elite” langzaam maar zeker onze identiteit doet verdwijnen door vervangings immigratie. Los van deze belachelijke complot theorie: Wat is die typisch Nederlandse identiteit dan wel? Mijn buitenlandse vrienden noemen meestal onze vaak als bot en lomp ervaren directheid als kenmerk.

Onze nationale keuken is niet erg bijzonder. Nederlandse delicatessen zoals mosselen, kokkels en kalfsvlees staan in het buitenland hoog aangeschreven. Wij houden het liever bij speklappen, aardappels, patat, frikandellen of -vreemd genoeg- buitenlands geinspireerd voedsel zoals de populaire kapsalon. Lange tijd was “de chinees” -feitelijk een Nederlandse combinatie van de Chinese en Indische keuken- een “exotische” uitspatting.

Zelf vind ik een zoute haring één van de meest typische Nederlandse lekkernijen. Veel jongeren houden er niet van. Overigens wordt Hollandsche nieuwe gevangen en verwerkt in Noorwegen. Maar ik geef toe, het is typisch Nederlands. Aan de huiselijke tafel zie je in tegenstelling tot andere culturen een zekere zuinigheid. Mijn moeder telt de aardappelen naar gelang het aantal eters.

In de hoge cultuur staat ons Concertgebouw Orkest wereldwijd hoog aangeschreven. Met een kwart miljoen bezoekers per jaar een waar visitekaartje voor ons land. Het grootste deel van het repertoire is afkomstig van buitenlandse componisten, de laatste drie dirigenten waren buitenlanders en het orkest zelf is voor 30% van buitenlandse afkomst.

In lage cultuur hebben we natuurlijk voetbal. De Ajax selectie bestaat voor voor 30% uit niet Nederlanders, bij Feyenoord is dit zelfs 45%. In Rotterdam zingt coverkoning en Edison winnaar Lee Towers (mooie Nederlandse naam) zijn “you never walk alone”. Een lied van Gerry and the Pacemakers, dat zijn intrede in het voetbal deed in Liverpool. Als het Nederlands elftal speelt, zingen we “Wij houden van Orange”, een slecht hertaalde versie van het Schotse Auld Lang Syne.

Dat brengt mij bij Nederlandstalige popmuziek. Veel grote Nederlandstalige hits zijn feitelijk hertaalde covers. Wim Sonnevelds oerhollandse klassieker “het dorp” is bijvoorbeeld een hertaling van het Franse “La Montagne”. Hedendaagse Nederlandse pop is geinspireerd op hiphop, soul, jazz, rock, Americana, R&B etc. Ik ken geen Nederlandse muzikanten die de horlepiep tot hun inspiratiebron rekenen. Overigens is de oerhollandse horlepiep een versie van de Schotse hornpipe.

Tot slot onze taal. Naast het Griekse woord ironie en het Germanisme omvolken (umvolkung) bevat het Nederlands volgens Van Dale 28.000 woorden afkomstig uit een ander taal. Anders dan de Vlamingen en Zuid Afrikanen doen wij weinig moeite om nieuwe Nederlandse woorden te bedenken. Zelfs onze kleurrijke schuttingtaal legt het af tegen fuck you.

In het grote complot denken zou je zeggen dat het omvolken al lang bezig is. Ik vind het omgekeerde: de grote uitheemse invloeden in onze cultuur en gewoonten laten juist zien waar wij sterk in zijn: Aanpassen. “Whe’re Dutch, we deal with it”.

Tenzij Baudet en Cliteur elke partij vergadering openen met haring happen en sluiten met horlepiep hossen is hun verhaal niets meer dan ordinaire bangmakerij.

Lieve Anousha

Ik had onlangs het genoegen je te ontmoeten. We spraken over “de kwestie” en je boek. Ik wilde het kopen op schiphol en je waarschuwde mij al. Waarschijnlijk hebben ze het niet want de ketens verkopen het niet. Ondanks de vele positieve en negatieve recencies. Dus zocht ik op Schiphol en zag boeken van verschillende opinie makers, maar die van jou lag er inderdaad niet tussen. Een teken aan de wand. Dus bestelde ik het via bol en heb het direct gelezen. Veel bevestiging van wat ik al wist maar ook veel eyeopeners. Waarvoor dank. Maar ik wil hier niet je boek bespreken.

In ons gesprek spraken we over hoe “zwart” Nederland (ik weet niet of dit een politiek correcte duiding is) zorgvuldig door de media wordt geselecteerd. De welgevalligen en de controversiëlen. De hard core anti zwarte piet activisten krijgen steeds minder ruimte. Sterker nog, ze worden geridiculiseerd. Ik zei dat in DWDD Prem straks overblijft als “excuus-neger”. Je werd erg chagrijnig van dat woord en vermelde terloops dat Prem Hindoestaan is. Ik snap het eerste en weet het tweede. Ik gebruikte het woord zoals ook feministen het woord excuus-truus gebruiken. Of zoals “Kut-Marrokkaan” wordt gebruikt. Ik kon op dat moment zijn rol niet beter duiden. De donkere hofnar van DWDD zou wellicht beter zijn geweest.

Ik schrijf dit terwijl ik in Jakarta ben. Ik heb hier veel gesproken met Indonesiers over ons verleden. Ik heb ook een tentoonstelling gezien die mij veel meer vertelde als wat ik ooit op school heb geleerd en later bijgelezen. Wij hebben een zeer donker verleden wat we maar moeilijk willen erkennen. Of laat ik dubiueus verleden zeggen omdat donker ook een andere connotatie heeft. Overigens zijn de huidskleuren hier van licht getint Aziatisch tot donkerbruin. De laatste zijn Papua’s die je gemakkelijk voor Afrikaans zou kunnen houden. Zoals Prem die ook vrij donker is vaak met het N woord wordt geduid. En hij pretendeerd vaak de stem van “zwart” Nederland te zijn.

De discussie in Nederland gaat tussen witte mensen en de rest. Veel van die witte mensen duiden “de rest” met verschillende voorvoegsels met het N-woord. Ik heb er zelfs mijn kinderen -die in een uitsluitend witte omgeving zijn opgegroeid- wel eens op betrapt. Mijn oude moeder spreekt doorgaans over “zwarten”. Mijn vader had iets meer nuance, hij onderscheidde mensen van Indonesische afkomst met “blauwen”. Overigens beide lieve witte mensen waar ik van houd. Ik hoorde onlangs bij de NOS uitzending van de veteranendag een “deskundig” commentator nog uitleggen wat “de blauwe hap” was. Even denigrerend naar mijn smaak.

Ik heb na ons gesprek veel nagedacht en na enkele uitingen van mijn moeder nog meer. Ik ben van 1959. Zoveel kennis als mijn leeftijdsgenoten in Suriname en de Antillen over Nederland kregen, zo weinig kregen wij over ons koloniale verleden. Wij moesten het doen met een leesboekje met de titel “Dagoe de kleine bosneger” en Kuifje in Afrika. Iets later bleek Pipi Langkous’ vader de koning van Tuka-tuka land was. (Goed te vermelden dat Astrid Lindgren hier later verstandige dingen over heeft gezegd).

Er waren behalve de huisarts, geen donkere mensen in mijn dorp. Deze huisarts was van een moeilijk te duiden Guyaanse afkomst en heel licht van kleur. Er was er in die tijd een bovenmatig aanzien van dat beroep. Dus hij werd zelden als “buitenstaander” gezien. Op de basissschool waren vrij donkere kinderen uit het “Ambonezenkamp”. Die woonden inderdaad op een door de Duitsers achtergelaten kamp, waar de Nederlandse regering dankbaar gebruik van maakte. (Veel witte mensen weten niet dat ook het duistere kamp Westerbork voor dat doel werd gebruikt) werd. De “Ambonezen” of Molukkers werden officieel repatrianten genoemd. Wij leerden er bij weg te blijven want van dat kamp kwam weinig goeds in de ogen van onze ouders. Op latere leeftijd doch steeds nog jong, hoorden en zagen we de Molukse gijzelingen en kapingen. Even daarvoor was in mijn dorp een mislukte bomaanslag van de Palestijse “zwarte september”. Alhoewel we naar mijn herrinering destijds niet zo hysterisch waren, droeg dit bepaald niet bij aan het begrip voor “anderen”. En zelfs in deze tijd schotelt de NPO ons behalve Zwarte Piet nog beschamende interviews voor zoals deze met Chimamanda Adichie. https://www.npo.nl/buitenhof/16-10-2016/VPWON_1250247/POMS_AVRO_5570248

Alhoewel ik een redelijk open mens ben en veel gereisd heb, heeft het mij heel veel jaren gekost om al die aangeleerde vooroordelen en benamingen in een context te zien. Een context van superioriteit en stereotypen. Het probleem van Zwarte Piet ben ik pas een jaar of zes geleden gaan zien toen een hagelwitte Zweedse er mij op wees. Voor die tijd vond ik het een weliswaar domme maar onschuldige traditie.

Het zaad van onbegrip is voor mijn generatie diep in onze zielen gezaaid. De onderwijzers van mijn kinderen zijn mijn generatiegenoten. Tot dat we wat we in mijn kindertijd “vaderlandse geschiedenis” noemden, echte geschiedenis lessen maken in de zin van “de geschiedenis leert ons”, is er een lange weg te gaan. Ik doe mijn best in mijn eigen omgeving en dat levert wel eens vervelende discussies op. Dus laat ik het vaak bij zitten terwijl “donder op naar je eigen land” en erger mij bespaard zal blijven. Daarom bewonder ik je des te meer als een van de wegbereiders van die lange weg. En oh ja: sorry voor dat woord en… witte mensen: wees onbevangen en lees dat boek!