Alle berichten van ik

Hema-CNV cao, Waarom?

CNV heeft vorige week een cao afgesloten voor de medewerkers van Hema. Op zich geen groot nieuws, ware het niet dat CNV akkoord is gegaan met een cao die ervoor zorgt dat nieuwe werknemers erop achteruit gaan.

De vakbond gaf er zelf niet veel ruchtbaarheid aan, maar het was zo’n opvallende cao, dat er tóch media-aandacht voor was. De huidige werknemers worden er nauwelijks beter van. Nóg opvallender? Nieuwe medewerkers stappen in voor ongeveer 25 procent minder salaris.

Splijtzwam

Een potentiële splijtzwam, want je kunt verwachten dat Hema bij een volgende tegenvaller alles gaat doen om van die oude, duurdere werknemers af te komen of hun salaris te verlagen. Waarom werkt een respectabele vakbond als CNV hier aan mee? Ik kan mij niet voorstellen dat dit wordt bedoeld met hun slogan, ‘de vakbond die verschil maakt’.

CNV kampt, net als FNV en veel andere bonden in Europa, met gestaag dalende ledentallen. Enkele achtereenvolgende jaren waren de contributieopbrengsten lager als begroot. Dat leidde tot tekorten, die uit de verkoop van bezittingen en vermogenswinsten moesten worden afgedekt. Alhoewel een derde van de begroting is gebaseerd op inkomsten uit werkgeversbijdragen, heeft CNV anders voldoende vermogen om het risico af te dekken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld AVV (Alternatief voor Vakbond). Maar dat kun je niet oneindig blijven doen, omdat daarmee investeringsruimte om de ledendaling te keren wegvalt. Maar voorlopig lijkt het nog geen urgente reden om ondermaatse cao’s te tekenen. Buiten dat heeft de nieuwe cao Hema nauwelijks werfkracht. Wie wil lid worden van een bond die verslechteringen afspreekt?

Weinig waarde

Er moet dus een andere reden zijn. Hema is de afgelopen decennia door eigenaren leeggezogen, door middel van te dure leningen en sale-and-leasebackconstructies op de panden, met hoge huren tot gevolg. Alhoewel het een winstgevende onderneming is, zit er behalve de ijzersterke merknaam weinig waarde in het bedrijf.

CNV tekende niet lang geleden samen met AVV een slechte cao voor de detailhandel met Inretail. Die cao geeft een veel hogere werkgeversbijdrage aan vakbonden dan de 25.000 euro van Hema. Die Inretail-cao, dát is waar Hema naartoe wil. CNV kan daar moeilijk bezwaar tegen maken, omdat ze zélf die cao hebben afgesloten. Onderhandelaar Martijn den Heijer zegt het eigenlijk zélf.

CNV is partij bij een groot aantal cao’s met FNV, maar heeft veel minder menskracht om al die onderhandelingstafels te bemensen. Eén CNV’er onderhandeld naast de ledencontacten en andere taken gemiddeld bij vijf à zes cao’s. Bij FNV dat er 2 à 3.

Niet tekenen

Voordat een vakbond een conflict aangaat zijn, er een aantal afwegingen. De belangrijkste afwegingen? Wat is mijn vakbondsmacht (of actiekracht)? Hoeveel tijd en geld gaat dat kosten? Waar haal ik die tijd vandaan en hoe verhoudt zich dit tot de (potentiële) contributieopbrengst? Gewoon niet tekenen, zoals FNV doet, is een optie die veel vakbondsonderhandelaars niet begrijpen. In de machocultuur onder onderhandelaars is je relevantie afhankelijk van getekende cao’s. Als werknemers niet goed genoeg georganiseerd zijn om actie te voeren, zou ‘geen cao’ wellicht een impuls kunnen zijn om alsnog te versterken. Maar dan moet er wel geïnvesteerd worden.

Overigens kan CNV maar op zeer weinig plekken actievoeren. Er zijn te weinig leden, verspreid over teveel werkgevers. CNV Vakmensen heeft 135.000 leden, verspreid over 500 cao’s. CNV is doorgaans afhankelijk van de actiekracht van FNV, die op veel plaatsen ook beperkt is.

Inretail

Hema zal opgaan in de Inretail-cao. De merknaam Hema blijft bestaan, maar de vraag is onder welke formule en met hoeveel directe medewerkers. Hema heeft al een succesvolle franchiseformule. CNV heeft ongeveer vijftig leden bij Hema en geen strategisch groeiplan. Vijftig leden zorgen voor ongeveer 9.000 euro contributieopbrengst.

Waarom zou CNV menskracht en geld besteden met een kleine kans op winnen, terwijl de handtekening 25.000 euro oplevert? CNV heeft HEMA en het personeel opgegeven.

Een stem vóór Mei Li Vos is een stem tégen de arbeid

‘Vakbond’ AVV mag dan naar eigen zeggen een vakbond zijn, maar wordt vrijwel volledig betaald en gecontroleerd door werkgevers. Het is een gotspe dat minister Koolmees (Sociale Zaken) cao’s voor 300.000 werknemers algemeen verbindend verklaart, die door deze 680 leden tellende gele bond worden afgesloten. Een nog grotere gotspe? De PvdA wast deze gele vakbond wit door vicevoorzitter Mei Li Vos te kiezen als fractievoorzitter in de Eerste Kamer.

Maandag 27 mei kiezen de leden van de Provinciale Staten de leden van de Eerste Kamer. AVV-vicevoorzitter Mei Li Vos is daarvoor lijsttrekker van de PvdA. Door haar te verkiezen in de Eerste Kamer, wast de partij de gele vakbond AVV wit, schreef ik al eerder.

Een gele bond is een vakbond die financieel en/of strategisch wordt gecontroleerd door werkgevers. In de door Nederland geratificeerde ILO-conventie 98 artikel 2 verplicht de staat zichzelf om werknemers te beschermen tegen een door werkgevers gecontroleerde vakbond.

· 1. Workers’ and employers’ organisations shall enjoy adequate protection against any acts of interference by each other or each other’s agents or members in their establishment, functioning or administration.
· 2. In particular, acts which are designed to promote the establishment of workers’ organisations under the domination of employers or employers’ organisations, or to support workers’ organisations by financial or other means, with the object of placing such organisations under the control of employers or employers’ organisations, shall be deemed to constitute acts of interference within the meaning of this Article.

Niet openbaar

Omdat gegevens over AVV niet openbaar zijn, moest ik in mijn vorige blog werken met veronderstellingen. Toen ik de blog schreef, heb ik mij aangemeld voor een van de cao-panels van AVV. Dit om te zien of AVV screent of hun cao-panelleden daadwerkelijk in de desbetreffende sector werken. Dat doen ze dus niet, waardoor het heel makkelijk is om de stemming van buitenaf te beïnvloeden.

Als gevolg van mijn registratie kreeg ik een uitnodiging voor hun algemene ledenvergadering. Ik meldde mij aan en kreeg een bevestiging. Een week voor de algemene ledenvergadering ontving ik een mailtje van Mei Li Vos dat ik per abuis was uitgenodigd, omdat ik geen betalend lid ben.

Geen probleem. Omdat AVV door werkgevers gesponsord wordt, is de contributie heel laag, slechts 25 euro per jaar. En dus meldde ik mij subiet aan als lid en vroeg AVV alsnog de vergaderstukken te sturen. Na de gebruikelijke welkomstmail kreeg ik echter bericht van voorzitter Martin Pikaart.

“Wij zijn bekend met uw uitingen over AVV op uw persoonlijke website (www.eddystam.com). In deze uitingen geeft u duidelijk te kennen het werk van AVV sterk af te wijzen. Wij hebben geconcludeerd dat het niet geëigend is u toe te laten.”

Werkgever betaalt

Per abuis bereikten de jaarstukken mij toch. Het blijkt dat ik er toch een beetje naast zat. AVV heeft geen 2500 leden, zoals ik uit een interview met voorzitter Pikaart vernam. Het zijn er slechts 680. Bedenk daarbij dat AVV cao’s afsluit voor 300.000 werknemers. Die 680 leden betalen in totaal 17.000 euro aan contributie. Bijna 675.000 euro is afkomstig van werkgevers. Dat is meer dan 97,5 procent van de hele begroting!

In de algemene ledenvergadering claimde het bestuur dat de cao-panels, de brede democratische en vernieuwende basis van deze ‘vakbond’, 4300 leden hebben. Ik was al lid van een panel waar ik feitelijk niets te zoeken heb. Bij het schrijven van deze blog heb ik het even getest. Ik ben nu lid van vier panels, waarvan één dubbel. Je kunt je zo vaak registreren als je wil. AVV sluit een stuk of tien cao’s af voor circa 300.000 werknemers en heeft 43 panels. Waaronder 33 slapende panels, want er valt niets te stemmen. De CAO panels zijn fake.

Minimum loon verhogen is kans!

Beste Jacco Vonhof

De bekendmaking van de FNV om het wettelijk minimumloon op te trekken naar 14 euro en vooral ook de reacties daarop, deden mij denken aan een project in 2004. Een schoonmaker verdiende toen 8,33 euro bruto per uur. Dat was een paar centen meer dan het minimumloon. Wij wilden dat loon verhogen naar 10 euro. 17 procent erbij. Vriend en vijand verklaarden ons voor gek. Ook binnen FNV waren er grote twijfels.

Natuurlijk was het niet zomaar een idee. Het was een zorgvuldig bedacht campagneplan dat begon op een conferentie bij collega-schoonmaakvakbond IG BAU in Duitsland. Toen wij het hoorden, dachten we: tien euro, dat kun je heel goed communiceren, ook met de vele anderstaligen in de sector. 10 euro is voor de gemiddelde Nederlander weinig en moeilijk als ‘overvragen’ te framen. Door het in een vijfjarenplan te stoppen (34 cent per jaar erbij), is het haalbaar en verkoopbaar. We gingen een weddenschap aan met IG BAU en hebben die uiteindelijk gewonnen.

We hebben veel uit kast moeten halen om dit te bereiken. Eén van de activiteiten achter de schermen was een ‘geheime’ sessie met een aantal kleinere schoonmaakbaronnen en een barones in de burcht in Amsterdam. MAS uit Amsterdam, Hectas uit Arnhem, NOVON uit Zwolle en nog een aantal anderen werkten mee. Het was een hele vruchtbare dag, omdat deze mensen zich in hun eigen kring minder goed gehoord voelden en de race naar het putje zat waren. Een stevige prijsbodem in de cao was een kans, in jullie ogen. Ik herinner mij dat de toenmalige directeur van Novon zei: ‘Dit gaat sneller lukken dan je denkt. Als je wint, drinken we samen bier en word ik lid van FNV.’

Dat biertje hebben we gedronken en je hebt het lidmaatschapsformulier ingevuld, Jacco. Toen ik je onlangs op een groot internationaal congres tegen het lijf liep, hebben we er nog eens om gelachen en verzekerde je mij dat je altijd lid bent gebleven.

Daarom verbaasde ik mij over de dramatische gevolgen die MKB Nederland voorziet als het wettelijk minimumloon zou worden verhoogd. Onmogelijk! Ik dacht: Jacco, die ziet altijd kansen die anderen missen. Een sociaal betrokken vent die zich, ondanks zijn positie, goed kan inleven in de kleine portemonnee. Een man die denkt in win-winstrategieën. Daarom daag ik je uit om aan te geven hoe het wél kan.

Groet
Eddy

Is FNV een sterfhuis?

Bij de FNV verdwijnen opnieuw banen, en dat is niet gek. In Nederland daalt het ledenaantal al gestaag sinds de jaren zestig. Als de vakbond dat ziet als een als een extern verschijnsel en weigert te veranderen, is het een kwestie van tijd tot het laatste lid opzegt of sterft. Met de leeftijdsopbouw van het ledenbestand komt dat moment dichterbij dan menigeen denkt.

Ten eerste moeten we een verschil maken tussen ledental en organisatiegraad. Het ledental zegt iets over de contributieopbrengst. De organisatiegraad, het percentage werknemers dat lid is van een vakbond, zegt iets over de relevantie van de vakbond. Een dalend ledental kun je met hogere opbrengsten of verlaging van kosten compenseren. Een dalende organisatiegraad is echter een veel groter probleem. Het raakt het bestaansrecht van een vakbond.

In Nederland was de piek rond 1960. Zo’n 42 procent van de werknemers was destijds lid van een vakbond. De afnemende organisatiegraad loopt sinds 1975 gelijk met het OESO-gemiddelde, van 35 naar 17 procent. Er zijn vele oorzaken, zoals de toenemende afstand tussen bond en lid, waaronder de institutionalisering als ‘zaakwaarnemer’, individualisering in de samenleving en de veranderende arbeidsmarkt.

Opgesplitst

Dat laatste kunnen we eens wat dieper bezien. Vakbonden waren traditioneel sterk in de industrie, vervoer en overheid. Toen ik in 1982 in dienst kwam van de Nederlandse Spoorwegen, waren alle 27 duizend werknemers lid, zo werd mij verteld. Op een paar uitzonderingen na was dat ook zo. Tegenwoordig zijn de spoorwegen opgesplitst in verschillende bedrijven. Delen ervan zijn geprivatiseerd. De kern van het bedrijf, zo’n negenduizend man rijdend personeel, is nog steeds goed georganiseerd, alhoewel daar door interne conflicten ook versnippering is ontstaan. De infrastructuur hoort niet meer bij NS. NS Stations is feitelijk een ander bedrijf. Bijna alle projecten en onderhoud worden uitgevoerd door buitenfirma’s. En zo is een vakbondsbolwerk langzaam versnipperd geraakt.

Hetzelfde geldt in meer of mindere mate voor andere vakbondsbolwerken zoals de havens, scheepsbouw, Tata Steel, DAF, Philips, AzkoNobel en anderen.

Er zijn 8,7 miljoen werkenden in Nederland. Trek daar het huidige aantal vakbondsleden (1,7 miljoen) en het aantal zelfstandigen af (1,4 miljoen). Dan blijven er 5,6 miljoen ongeorganiseerde werknemers over. Waar zitten de grootste groepen? In de horeca, zorg, handel en dienstverlening. Precies de sectoren waar bonden qua organisatiegraad zwak zijn.

Bondgenoten

De fusie tussen industrie-, vervoers-, diensten- en voedingsbond FNV was een vlucht vooruit. Het idee was dat de sterke positie van Industrie en Vervoer de zwakke positie van Diensten en Voeding zou compenseren en een herverdeling van middelen zou leiden tot investeringen in sectoren waar veel te winnen was. Omdat iedereen zich rijk rekende en daarnaar uitgaf, en tegelijkertijd lijk na lijk uit de kast rolde, kwam het er niet van. Sterker nog, FNV Bondgenoten ontsnapte twee jaar na de vorming maar nét aan een faillissement. De reorganisaties en interne conflicten die op dat drama volgden haalde voor jaren de fut uit de organisatie. Toen Bondgenoten eindelijk was opgekrabbeld ontstond een conflict in de Federatie.

Na veel geëmmer werd wederom een vlucht vooruit gemaakt. De Federatie zou met Abvakabo, Bouw en Bondgenoten opgaan in één nieuwe organisatie. Een uitgelezen kans om tot een herverdeling te komen. Dat leidde tot grote onrust in de werk- en ledenorganisatie, met als gevolg dat de budgetten werden bevroren als was er nooit een fusie geweest.

Vakbonden zijn heel lastige organisaties om aan te sturen. Het veranderen van voorgenomen besluiten, het organiseren van tegenkrachten en het ondermijnen van onwelgevallige besluiten behoort tot de kern competenties van het personeel. Interne krachten werken elkaar zodanig tegen dat er in de kern weinig verandert.

Succesverhalen

Ik houd mij al jaren bezig met vakbondsvernieuwing in Nederland en ver daarbuiten. In mijn ervaring zijn de succesverhalen vooral afkomstig van kleine organisaties die, op de rand van de afgrond, bereid tot ingrijpende verandering. En dan kan veel met weinig. In Kenia bijvoorbeeld, waar een kleine bond van particuliere beveiligers met een investering in training en een handvol motoren uitgroeide van achthonderd naar honderdduizend leden in zes jaar tijd. Of in India, waar we met dezelfde strategie een plaatselijke bond van tien naar zevenduizend leden zagen groeien.

Veel West-Europese bonden beschikken over grote vermogens, zoals de stakingskas. Het zijn spaarvarkens. Zelfs als de exploitatie negatief is, kunnen ze het nog wel een poosje uitzingen voordat er moet worden ingegrepen. Maar ze kunnen weinig met veel. FNV reageert op een daling van het ledental en dus inkomsten uit contributie door de tering naar de nering te zetten. De bond reageert nauwelijks op de dalende organisatiegraad.

De initiatieven die er zijn, voornamelijk in de schoonmaak, zorg en handel, zijn te klein en te broos om het verschil te maken. Je kunt duizend nieuwe leden per maand inschrijven, maar je wint het niet als er op hetzelfde moment tweeduizend door de achterdeur verdwijnen. Je kunt via internet een constante toestroom van nieuwe leden veroorzaken, maar dat zijn geen gebonden vakbondsleden. Dat zijn shoppers en hoppers.

Kaderleden

De bond zou er goed aan doen om in groeiende sectoren te investeren. Dichtbij de mensen die over hun eigen arbeidsvoorwaarden willen gaan en weten dat ze dat samen moeten doen. Maak mensen vrij om op grote schaal in contact te komen, nieuwe kaderleden te zoeken en te vinden en met hen de vakbond zowel procedureel en inhoudelijk vorm te geven. Vakbondswerk is mensenwerk. Zonder de kaderleden die de vereniging een smoel geven, is dat niet mogelijk.

De vraag is of er voldoende durf is om te veranderen en substantieel te investeren, of dat we gewoon weer voortkabbelen naar de volgende sanering.

Bananenrepubliek Jumbo

Een greep uit een brief van Jumbo aan de vakbond, die mij per ongeluk onder ogen kwam. “Er komt immers geen cao.” “Afzien van het arbeidsvoorwaardenreglement (avr) levert helemaal niets op.” “Nu niet en later niet.” “De strijd voor een cao is onacceptabel.” “De cao is verleden tijd.” “Wij gaan onder geen beding meer praten.” “Het avr is de nieuwe standaard.” “U moet per direct stoppen met het misleiden…”

De dictatoriale taal die Karel de Jong, directeur supply chain bij Jumbo, over vakbondsrechten en het recht op collectieve onderhandelingen bezigt, is ongehoord. Ik hoor van alles over vakbondsrechtenschendingen over de hele wereld. Maar zelfs in de meest corrupte landen zetten directies dit niet op papier. Karel wél. Hij is de schaamte allang voorbij. Karel leest de vakbond de les over het schenden van belangen van hun medewerkers. Daar heeft hij immers verstand van.

Een onderneming hoort vakbonden niet te dicteren wat zij wel of niet mogen en moeten. Vrije vakbonden en het recht op onderhandelingen zijn mensenrechten, Karel. Maar de directeur supply chain maalt niet om mensenrechten, aldus Oxfam. Ze maken misbruik van hun onderhandelingsmacht. Lekker goedkoop!


Andere ondernemingen verplichten zichzelf uitgebreid om zich aan regels en ethische codes te houden, zoals UN Global Compact, OECD Guidelines en Global Deal. Jumbo lukt het niet eens om de flinterdunne Nederlandse Corporate Governance Code te volgen. “Jumbo past zo veel mogelijk de Nederlandse Corporate Governance Code toe”, aldus hun jaarverslag. Zo veel mogelijk. We zijn dus eerlijk en transparant voor zover het ons uitkomt. Lekker makkelijk!

Andere ondernemingen hebben HR- en compliance-afdelingen. Bij Jumbo hebben ze Karel, een van de loopjongens van de eigenaren, de familie Van Eerd.
Stel je voor hoe in deze dictatuur met de ondernemingsraad wordt onderhandeld. Mensen die van hun baan en bijbehorend hongerloontje afhankelijk zijn? Alle informatie van de ondernemingsraad aan het personeel moet eerst aan de directie worden voorgelegd. De raad moest dat contractueel vastleggen. Lekker onafhankelijk.

Bij Jumbo geven ze liever geld uit aan de dure, vervuilende hobby’s van de baas, dan aan de mensen die voor hen werken. Geel is de kleur van verraad. Geel is de kleur van bananenrepubliek Jumbo.

Nederland, topfinancier van de EU?

Nederland, topfinancier van de EU?

Het ‘grootste nettobetaler’-frame is een vals frame. Op de netto bijdrage per inwoner valt op z’n minst 45 euro af te dingen. Daarmee zou Nederland vier plaatsen dalen op de ranglijst. Nederland int douanerechten voor de EU en telt de overdracht als afdracht. Bovendien wordt de vergoeding niet meegerekend in de ontvangsten.

Bovenstaand kaartje wordt veelvuldig met de nodige verontwaardiging gedeeld op social media. Per hoofd zijn wij ogenschijnlijk de grootste nettobetaler aan de EU. Klopt dit?
Natuurlijk is Nederland op zichzelf niet de grootste betaler. Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk betalen aanzienlijk meer. Per inwoner zijn wij echter de grootste betaler. In 2017 ging het om 6,9 miljard euro. Wij ontvingen 3.7 miljard euro. Dan blijft er 3,2 miljard euro netto te betalen over, 187,36 euro per capita.

Grenspost
Wat in de rekensom mist? Drie miljard van de bijdrage bestaat uit traditioneel eigen middelen, in EU-jargon TOR genoemd. Dat is geld dat wij voor de EU innen. Hoofdzakelijk douaneheffingen op producten die de EU worden ingevoerd en niet per definitie voor Nederland bestemd zijn. Het is het gevolg van één interne EU-markt en de douane-unie. We hebben afgesproken dat EU-landen en enkele verdragslanden elkaar geen douanetarieven opleggen en dat we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de inning van heffingen aan de buitengrenzen.
Met Rotterdam als grootste haven en Schiphol als derde luchthaven van Europa is Nederland een hele grote EU-grenspost. We halen ruim 3.75 miljard euro aan EU-douaneheffingen binnen. Daarvan mogen we 750 miljoen euro van houden als vergoeding voor het douane-apparaat. We betalen drie miljard. Verhoudingsgewijs is dit deel van de bijdrage per capita ruim drie keer meer dan bijvoorbeeld in Duitsland. Het is ook het grootste deel van onze totale EU-bijdrage.
De heffingen komen veelal voor rekening van de consumenten in de landen van bestemming. Het lijkt alsof Nederland geld aan de EU heeft betaald, terwijl de kosten eigenlijk voor rekening van consumenten in andere landen zijn. De Europese Commissie is daarom van mening dat Nederland zo’n drie miljard euro aan douaneheffingen niet mee mag rekenen als afdracht aan de EU.

Nexit
De Commissie heeft hier een punt. De drie miljard is niet ons geld en dus ook geen afdracht. In dat geval zou de netto bijdrage per hoofd nog geen twaalf euro zijn. Zou je hetzelfde rekensommetje maken voor bijvoorbeeld Zweden, dan is de bijdrage per Zweedse inwoner ongeveer 160 euro.
Bovendien krijgen we 750 miljoen euro waarmee een deel van onze douane door de EU wordt betaald. De 750 miljoen euro zou dus moeten meetellen in de ontvangsten van de EU, maar dit bedrag wordt niet meegerekend omdat dit geld ons land niet verlaat. Dan valt de netto afdracht per capita 45 euro lager uit en zakken we vier plaatsen in de ranking.
De netto bijdrage, inclusief de TOR, is 3,2 miljard euro (6,9 afgedragen en 3,7 terug ontvangen). Dit relatief hoge bedrag wordt vaak gebruikt als argument voor een Nexit. Zouden we geen EU-lid zijn, valt dat hele bedrag dan vrij voor andere doelen? Het antwoord is nee. We zouden zeker 200 miljoen overhouden, de bijdrage zonder de TOR.

Grootste nettobetaler
Bij een Nexit zou de douane alleen heffen op goederen waarvan Nederland de eindbestemming is. Transitgoederen zouden verzegeld Rotterdam passeren. De TOR zou in het eerstvolgende EU-land worden geïnd. Kort gezegd, alleen de douaneopbrengst voor Nederland als eindbestemming blijft over. Ik heb getracht dat te becijferen. Bij gebrek aan bronnen over hoeveel ons land binnenkomt en -blijft en hoe de douanetarieven zijn opgebouwd, doe ik het met een aantal veronderstellingen.
Ik denk dat 40 procent met Nederland als eindbestemming Nederland een ruime schatting is, maar for the sake of the argument houden we het even aan. Onder handhaving van de EU-tarieven blijft er 1,5 miljard euro aan douanerechten over. De bijdrage van 750 miljoen euro is er niet meer, dus blijft er ten opzichte van nu 750 miljoen euro over voor de schatkist.
Bovendien zou de Nederlandse export naar de EU worden getarifeerd. Zoals gezegd ken ik de tarieven niet, of liever gezegd, de tariefstructuur is tergend ingewikkeld. Maar de intra EU export is goed voor 463 miljard euro. Zet daar eens 1 procent aan meerkosten op. Dan heb je het over ruim 4,6 miljard extra kosten. Het is duidelijk dat die balans met de meest voorzichtige schattingen al negatief uitvalt. Bovendien worden die extra kosten uiteindelijk opgebracht door de eindgebruiker, die wellicht binnen de EU een goedkoper alternatief heeft. Onze export naar de EU zou hierdoor zeker dalen.
Als je de EU niets vindt, bekt ‘grootste nettobetaler’ lekker. Alleen slaat het nergens op.

Kan BMW ons stakingsrecht beperken?

Onlangs verbood de Nederlandse rechter stakingen bij NedCar en PostNL. Opvallend aan deze verboden was dat in beide gevallen een proportionele beoordeling van de rechter ten grondslag lag aan het verbod. Dat lijkt een terugslag in de ontwikkeling van de jurisprudentie.

Allereerst moeten we vaststellen dat de Nederlandse wet geen stakingsrecht kent en onderworpen is aan de rechtstreekse werking van het Europees Sociaal Handvest (ESH). Het ESH één van de 220 verdragen en conventies tussen de 47 lidstaten van de Raad van Europa, niet te verwarren met de EU.

Het hoogste orgaan in het Nederlandse stakingsrecht is daarom het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR), een comité van vijftien deskundigen die door de lidstaten benoemd worden. Elk land rapporteert jaarlijks over de toepassing van het ESH, het comité stelt vragen en er kunnen klachten worden ingediend. Uiteindelijk publiceert het ECSR landenrapporten. Hierdoor ontstaat een continu due diligenceproces. Overigens kennen de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO-verdragen) vergelijkbare due dilligenceprocedures, maar met één groot verschil: de ILO verdragen kennen geen directe werking.

Een complicerende factor is dat het comité de regering aanspreekt op het niet juist toepassen van het ESH, terwijl de regering formeel geen invloed heeft op de rechter. Zo kon het gebeuren dat waar het comité al in 2004, 2006 en 2010 aanmerkingen had op de door Nederlandse rechters opgelegde beperkingen, het tot 2014 duurde voordat de Hoge Raad deze in haar afwegingen betrok (Eneco en Amsta-arrest) .

De vrijheid van vereniging en collectieve belangenbehartiging worden over het algemeen beschouwd als (afgeleide) mensenrechten. Daarom worden de beraadslagingen en bevindingen van het ECSR gezien als een aanvulling op en richtlijn voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het is wrang dat zo’n belangrijk recht in Nederland in handen ligt van de individuele beoordeling van de voorzieningenrechter. Een rechter wiens meeste zaken huur-, arbeids- en contractsgeschillen betreffen, mag ineens beslissen over een universeel mensenrecht in de context van complexe internationale verdragen en concepties. Niets ten nadele van de kwaliteit van Nederlandse rechters, maar dat dit een treetje te hoog is, blijkt wel uit voornoemde strakingsverboden.

Het ECSR oordeelde eerder namelijk dat een proportionaliteitstoets er in de praktijk toe leidt dat rechters de opportuniteit van de staking beoordelen en dat is onaanvaardbaar. Het legt immers beperkingen op aan het stakingsrecht die verder gaan dan die beperkingen voorzien in artikel 31 van het ESH.

Nu kan een vakbond via een bodemprocedure de voorzieningenrechter corrigeren. Het is immers een voorlopige voorziening. Dat kost echter tijd, terwijl de staking feitelijk al gebroken is. Het is doorgaans heel moeilijk om een staking maanden later weer te laten oplaaien. Een bodemprocedure heeft dus alleen zin voor andere stakingen in de toekomst. Als in een bodemprocedure de uitspraak wordt bevestigd, zijn bonden nóg verder van huis. Dan kan elke werkgever met beperkte invloed op de uitkomst van overleg en een dreigbrief van een belangrijke klant, zoals in de Nedcar-case, een staking afwenden.

De grote vraag is ook of ingrijpen van de rechter in Nederland écht nodig is. Nederland kent zeer gematigde bonden en loyale werknemers. Het aantal stakingsdagen per werknemer ligt op het laagste niveau in Europa. En dat komt écht niet door drie of vier stakingsverboden per jaar.

Het legt ook de hypocrisie bloot in de Nedcar-case. Nedcar betoogde met een brief van BMW dat de staking bij Nedcar ervoor zou kunnen zorgen dat BMW haar auto’s door een andere partner zou laten bouwen. En dat terwijl in bijna elk EU-land, inclusief bij BMW zelf in Duitsland, het stakingsrisico significant hoger is.  Sterker nog, in Duitsland kan en wordt gestaakt op gronden die in Nederland niet mogelijk zijn (waarschuwings-, solidariteits- en politieke stakingen). Vorig jaar nog werd bij BMW Duitsland gestaakt voor een 28-urige werkweek.  Met andere woorden, het Duitse stakingsrecht heeft veel ruimere opvattingen dan het Nederlandse en BMW is wel wat gewend. Daarom heeft het er ook alle schijn van dat Nedcar het briefje van BMW zélf gedicteerd heeft.

Of de Nedcar- en PostNL zaken naar het ECSR gaan, weet ik niet. Het zal in elk geval nog jaren durven tot dat oordeel doorsijpelt naar de Nederlandse rechter. Of wordt het misschien toch eens tijd om het stakingsrecht vast te leggen in de Nederlandse wet?

PvdA zet nepvakbond op voetstuk

Mede-oprichtster en oud-voorzitter van het Alternatief voor Vakbond is PvdA- lijsttrekker voor de senaat. Gefeliciteerd Mei Li en PvdA!

Een alternatief voor de vakbond is, zoals de naam al suggereert, geen vakbond. Een alternatief voor iets kan niet hetzelfde zijn. Een alternatief voor vlees kan geen vlees zijn, hooguit vis. Maar het alternatief voor vakbond is vlees noch vis. Het is geen werknemersvereniging, maar een vereniging van mensen van zeer diverse pluimage. Kleine zelfstandigen, kunstenaars, freelancers, you name it. Veel van hen zijn geen werknemer in de juridische zin. Zij verrichten geen arbeid in loondienst. En dus kan het AVV (Alternatief voor Vakbond) geen werknemersvereniging zijn, en mag je je afvragen of zij bevoegd zijn om een cao af te sluiten. De Wet op cao omschrijft nadrukkelijk een werknemersvereniging als bevoegde partij. Harry van Drongelen schreef hier in 2015 over in Zeggenschap.

Is het AVV eigenlijk wel een vereniging? In het verenigingsrecht geldt dat in een ALV niet-leden niet meer dan de helft van de stemmen die door leden zijn uitgebracht mogen uitbrengen zodat de primaire zeggenschap van leden gewaarborgd is.
Het stemmen over een cao is geen algemene ledenvergadering, maar wél de meest wezenlijke stemming met grote consequenties voor de leden. Bij AVV is het heel goed mogelijk dat het merendeel van de uitgebrachte stemmen van niet-leden komt. Ik zou daar als lid toch vraagtekens bij zetten. In de stemming zit geen onderscheid tussen lid en niet-lid. Elke stem telt even zwaar. Als bij het eerstvolgende cao-akkoord alle FNV-leden zouden meedoen aan de internetraadpleging van het AVV, zouden ze de leden van het AVV volledig buitenspel kunnen zetten.

Hoeveel leden heeft het AVV eigenlijk? Dat lijkt een groot geheim. Lukte het Harry Vogels nog om pas na de oprichting de cijfers uit het jaarverslag te vissen, nu is niets meer openbaar. We moeten voorzitter Pikaart op zijn woord geloven als hij zegt dat het er 2500 zijn. 2500 verspreid over alle sectoren en waarvan een groot deel geen werknemer is.

Van de laatste twee algemene ledenvergaderingen zijn echter geen verslagen te vinden. Zelfs op social media vond niemand, inclusief de accounts van het AVV zelf, het de moeite waard om er ook maar iets over te melden. Van de succesvolle algemene ledenvergadering en ledendag in 2017 heeft het AVV een fotoreportage gepubliceerd. Hoe je de foto’s ook telt, je komt op maximaal vijftien aanwezigen, inclusief bestuur.

Het functioneren van het AVV heeft veel meer kenmerken van een stichting dan een vereniging. Maar om cao’s af te sluiten (en als gevolg daarvan bijdragen te kunnen incasseren), moet het een vereniging zijn.

Als het er inderdaad 2500 zijn, dan is de contributieopbrengst 62.500 euro. Kun je daar een secretariaat, een helpdesk en deskundige onderhandelaars van betalen? Natuurlijk niet. De bijdragen van werkgevers zijn de belangrijkste inkomstenbron. “Het klopt dat het AVV grotendeels wordt betaald uit sectorfondsen,” geeft voorzitter Martin Pikaart ruiterlijk toe. Maar zijn verwijt dat de FNV hetzelfde doet, klopt niet. De FNV krijgt inderdaad forse bijdragen uit fondsen, maar dat is bij lange na niet hun hoofdmiddel van bestaan. Dat is nog steeds de contributie die leden betalen. Dat de FNV onafhankelijk is van werkgeversbijdragen, blijkt wel uit de vijfentwintig cao’s die de FNV niet heeft getekend. Daardoor liep de vakvereniging bijdragen mis. Pikaart kan bij hoog en laag beweren hoe onafhankelijk het AVV van werkgevers is, maar een kind begrijpt dat zijn clubje onmiddellijk door de hoeven zakt als de werkgeversbijdragen wegvallen.

Daarmee zijn ze niet onafhankelijk in de zin van artikel 2 van ILO-conventie 98.

Samengevat, het AVV (Alternatief voor Vakbond) is, zoals de naam al zegt, geen vakbond. Het is een vereniging met de kenmerken van een stichting, waarbij het stemrecht is geëxternaliseerd en de voornaamste inkomsten van derde belanghebbenden komen. Het AVV voldoet niet aan de criteria van de Wet op cao als bevoegde partij, omdat het geen vereniging van werknemers is, en voldoet niet aan de criteria van onafhankelijkheid zoals gesteld in ILO-conventie 98.

De minister van Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op cao, het algemeen verbindend verklaren van een cao en de implementatie van ILO-conventies. Het is dan ook een raadsel dat hij een cao met het AVV algemeen verbindend zou kunnen verklaren en dat nota bene de Partij van de ARBEID Mei Li Vos, de oprichtster van deze club, lijsttrekker heeft gemaakt voor de Senaat.

Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR) voor dummies

Met enige regelmaat bezoek ik Latijns Amerikaanse landen om vakbonden te adviseren. Vaak (of meestal) worden die openlijk tegengewerkt door werkgevers. Dat gebeurt doorgaans niet heel subtiel maar verder niet wezenlijk anders dan in Nederland. Waar zij een “pactos collectivos” sluiten, doen Nederlandse werkgevers het met een Arbeids Voorwaarden Regeling (AVR). Ik heb het eens opgeschreven hoe dat vanuit werkgeversperspectief werkt.

1. Zorg dat je veel mensen in dienst hebt die weinig met de vakbond hebben. Vrouwen, migranten, jongeren zijn moeilijke groepen voor vakbonden. Houdt het loon zo laag mogelijk zodat de vakbondscontributie een drempel is. Grote kans dat het aantal vakbondsleden laag blijft.

2. Als er een CAO is, wacht niet tot de onderhandelingen, maar zeg deze op voorhand op zodat de nawerking na expiratie beperkt is tot de weinige vakbondsleden. Die zullen dure rechtszaken moeten voeren om die doorwerking te claimen.

3. Ga vervolgens onderhandelen met vakbonden en zorg dat het gat tussen wat zij vragen en jij biedt zo groot mogelijk blijft. Vertel intussen aan de werknemers dat je er best iets bij wilt doen, maar die vakbonden zo onredelijk zijn. Frame ze als marginale buitenstaanders die weinig van uw mensen vertegenwoordigen. Als de bonden de onderhandelingen op enig moment afbreken om hun achterban te raadplegen, grote kans dat er daarna weinig of niets gebeurt. Zijn er wel wat acties, zet dan even de tanden op elkaar en frame het als een achterhoede gevecht van een organisatie die wanhopig zoekt naar leden.

4. Kijk of u, uw concern, uw aandeelhouders of werkgeversvereniging zich hebben uitgesproken of aangesloten bij internationale ethische initiatieven van Verenigde Naties (global compact), International Labour Organisation, OESO richtlijnen voor “responsible business conduct”, Global Deal, de Nederlandse corporate governance code of andere codes met verplichtingen t.o.v. Vrijheid van vereniging en het recht op vrije onderhandelingen. Hebt u zich direct of indirect verbonden aan één of meerdere van deze initiatieven, neem dan uw advocaat in de arm om te zien hoe u dit ongedaan kunt maken.

5. Weet wie uw klanten zijn en welke ESG (Environment, Social & Governance) policy zij er op na houden. U kunt maar beter niet leveren aan gerenommeerde Multi Nationale Ondernemingen, grote kans dat hun ESG beleid doorwerkt in de supply chain.

6. Heeft u uw hoofdkantoor of vestigingen in Frankrijk neem dan een Franse advocaat in de arm, de Franse wetgeving op gebied van Corporate governance en Due Dilligance stopt niet bij de Franse grens.

7. Nu kunt u beginnen met het roepen dat bonden ouderwets zijn en de moderne jonge werknemers in uw bedrijf niet vertegenwoordigen. U moet nu beginnen uw nieuwe partner, de OR te groomen. Een gekozen orgaan van alle werknemers, klinkt mooi toch? Via artikel 32;2 WOR kunt u een uitbreiding van de bevoegdheden van de OR afspreken in een convenant. Dit artikel is nooit bedoeld om arbeidsvoorwaarden te regelen, maar de eerste rechtszaak moet daarover nog worden gevoerd. Tot die tijd kan het.

8. Nu moet u gaan onderhandelen met uw nieuwe partner de OR. Om die ook enig krediet en geloofwaardigheid te geven is het beste dat u een onderzoekje doet naar de wensen van werknemers i.s.m. De OR.

9. Afspraken maken met de OR is niet moeilijk maar wel wat ingewikkeld. U legt een eindbod neer als het maximaal haalbare. Voor de OR is het dan stikken of slikken. Omdat de vakbond buitenspel is gezet kan die geen roet meer in het eten gooien en is er niemand om actie te voeren. Omdat de OR geen rechtspersoon en geen vakbond is, kan ze geen CAO af sluiten. Daarom noemt u de CAO in het vervolg Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR). De OR kan niet tekenen zoals een vakbond dat doet. Dus u zult het bereikte aan elke werknemer moeten voorleggen ter ondertekening. Het is ook goed om op te nemen dat werknemers daarmee afstand doen van alle rechten die voortvloeien uit de doorwerking van de CAO. Anders kunnen ongewenste claims volgen. Het is ook daarom dat u al die voorgaande stappen moest nemen. Vertegenwoordiging en collectieve onderhandelingen door een vakbond zijn namelijk mensenrechten. Als u niet voor mensenrechten schender wilt worden uitgemaakt is het zaak dat werknemers hier vrijwillig afstand van doen.

10. Om de “vrije wil” wat te stimuleren zorgt u dat niet tekenen consequenties heeft. Geen (kleine) loonsverhoging en jaren moeten vechten voor je rechten. Uw advocaat wrijft zijn handen al.

Nu bent u er, maar u heeft geen garantie dat deze constructie voor eeuwig werkt. Daarvoor moet de Nederlandse Regering nog het één en ander doen.

A. Opzeggen van ILO verdragen, daarin heeft de staat zich namelijk verplicht om vakbondsrechten te erkennen en toe te zien op de toepassing
B. Opzeggen van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens alsook het Europese Handvest voor de Rechten van de Mens. In die beide verdragen is geregeld dat vertegenwoordiging en onderhandeling door een onafhankelijke vakbond een mensenrecht is.
C. De ondertekening van UN Global Compact, Global Deal, OESO richtlijnen moet ook ongedaan gemaakt warden.

Pas dan kunnen we er van op aan dat uw overeenkomst met de OR en werknemers onbetwistbaar rechtsgeldig is.

Overigens, het kost nog steeds veel tijd, de totstandkoming méér geld en er blijven nog steeds ontevreden werknemers. Het zou maar zo kunnen dat die toch weer een vakbond oprichten en stiekem uw positie ondermijnen of zelfs de OR overnemen. Dat is te voorkomen door er zo nu en dan één te (laten) bedreigen, om te kopen of te ontslaan. Dat laatste wordt met de voorgenomen versoepeling van het ontslagrecht in Nederland een stuk gemakkelijker.

Corruptie in de polder?

Een sterke vakbond is een vereniging maar ook een bedrijf. Er komt geld binnen en er gaat geld uit, en dat moet met elkaar in balans zijn. Anders wacht faillisement. Het beleid hoe middelen en menskracht worden ingezet, wordt democratisch vastgesteld door gekozen leden. Komt de nadruk teveel te liggen op het binnenharken van geld, zonder dat leden veel te zeggen hebben, kun je eigenlijk niet meer van een vereniging spreken, dan is het een bedrijf. Of misschien wel een aan corruptie grenzende onderneming.

Net als een bedrijf moet ook een vakbond er een financiele administratie op nahouden. Contributie moet worden ingeboekt, salarissen, huur en lease contracten moeten worden betaald. Alleen dat al kost geld. Bedenk dat 1 miljoen leden 12 miljoen contributie transacties per jaar zijn. Daar zit nog een percentage late of niet betalers bij die opvolging behoeven. Alhoewel dat proces grotendeels geautomatiseerd is, is het niet gratis.

Het primaire proces bestaat uit individuele dienstverlening aan leden en collectieve belangen behartiging zoals het sluiten van CAO’s en sociale plannen. Daarvoor zijn specilisten nodig. Juristen, onderhandelaars, economen, arbeidsmarkt-, VGW-, en pensioen deskundigen, om er maar een paar te noemen. Daarnaast neemt een vakbeweging deel in externe organisaties.

Die deelnemingen, zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van Europese en wereldorganisaties van vakbonden kosten menskracht en geld. Anderen leveren geld op. Zo vergoeden pensioenfondsen de loonkosten voor vergaderdagen. Ook CAO-s afsluiten levert geld op, daarover straks meer. Daarnaast, het klinkt misschien ouderwets, heeft een vakbond een weerstandsvermogen. Reserves van waaruit de kosten van acties kunnen worden betaald. Die reserves leveren weer vermogenswinst (en soms ook verlies) op en na acties moet worden bijgestort.

CAO’s brengen geld op, hoe kan dit? Niet elke CAO brengt geld op en lang niet elke werkgever volgt de AWVN aanbeveling maar toch legt Peter de Waard het hier aardig uit. Overigens vergeet de Waard te vermelden dat werkgeversorganisaties via dezelfde route ook geld krijgen, maar dat terzijde.

Die geldstromen dekken bij lange de kosten niet, dus in de traditionele vakbond is contributie nog steeds de grootste inkomstenbron. Maar stel nou dat je de dienstsverlening zou kunnen minimaliseren tot een internet platform. Dat je je activiteiten beperkt tot waar het geld opbrengt? Dat je geen stakingskas hebt en niet veel leden om een administratie van bij te houden? Al die kleine transacties kosten veel meer aan verwerking en beheer dan grote jaarlijkse bijdragen van werkgevers. Voor leden raadplegingen stuur je geen mensen het land in maar houd je internet enquetes. Als je maar aan genoeg CAO tafels zit, heb je een verdien model. Klein nadeeltje: je kunt je niet veroorloven om nee te zeggen als de werkgever je vraagt om te tekenen bij het kruisje.

Dat is het verdienmodel van het Alternatief voor de Vakbond (AVV) en het begint er op te lijken dat anderen dat voorbeeld volgen.

De CAO (non food) retail geldt voor ca 170.000 werknemers. De bijdragen worden uitbetaald door het Sociaal Fonds. Die legt een heffing op aan elke werkgever van 0.2% van de loonsom. Stel dat het gemiddelde jaarsalaris van fulltimers, parttimers en jeugdloners 15.000 euro is, dan is 0.2% 5.1 miljoen. Dat is een enorme berg geld voor doelen als scholing, voorlichting en bijdragen aan de CAO partijen. Saillant detail, in de nieuwe CAO betalen werknemers ook 0.05% mee aan het fonds. Dat is op basis van hetzelfde veronderstelde gemiddelde, bijna 1.3 miljoen.

AVV claimt dat ze in tegenstelling tot de oude vakbond iedereen vertegenwoordigen. Zij doen een internet raadpleging die openstaat voor iedereen, ook voor niet leden en zelfs mensen uit andere sectoren kunnen meestemmen. Sterker nog, zelfs ik kan vanuit het buitenland stemmen. De secretaresse op het AVV kantoor dus ook.

Die raadpleging bestaat uit een samenvatting waarop je vóór, tegen of neutraal kunt stemmen. Bij je tegenstem mag je aangeven waarom je tegen bent. Maar dat wordt op zijn best in een volgende CAO gebruikt, het heeft geen invloed op de vraag die voorligt. Dat is anders dan een ouderwetse vakbondsvergadering waarbij tegenstanders kunnen argumenteren waarom anderen ook tegen moeten stemmen. Waarbij er een alternatief achter het nee zit, namelijk de werkgever onder druk zetten door middel van acties. Nu hoor ik zeggen dat die vergaderingen zelden plaatsvinden en slecht worden bezocht. Klopt en daarom vormen leden sector commissies die een uitkomst beoordelen en hun advies meegeven bij een enquete onder alle leden in een sector.

Het CNV heeft vooraf de leden geraadpleegt over de inzet via de online community jou achterban. Daar waren maar liefst 18 deelnemers. De stemming over de uitkomst liep ook via het platform, maar is niet openbaar. Maar het feit dat je de stem moest uitbrengen via e-mail, doet vermoeden dat het niet om een groot aantal gaat. En het stemadvies is duidelijk: “erg positief” en “het hoogst haalbare” is bepaald geen aanmoediging voor tegenstemmers.

Helaas zijn de internet wandelgangen van de UNIE niet toegankelijk voor mij. Maar het is publiek geheim dat de UNIE van oudsher met name in het lagere management enige leden heeft heeft. En dat zijn er geen honderden.

De raadpleging van de AVV raadpleging in retail: 269 respondenten (61%) hebben vóór gestemd, 169 respondenten (39%) tegen en 33 neutraal.

De drie bonden ondertekenden en hun kassa rinkelt. Het sociaal fonds zal de bijdrage uitbetalen aan de ondertekende organisaties. Hoeveel dat is, wordt in principe adhv het aantal werknemers bepaald, maar het bedrag per werknemer is onderdeel van onderhandelingen.

In het laatste verslag van het Sociaal Fonds AGF, Nu onderdeel van retail non food, kregen de deelnemende bonden 30 eu per werknemer. Omgerekend naar de hele sector zou er dan zo’n 5 miljoen te verdelen zijn. Dat is onwaarschijnlijk want dan heeft het fonds niets meer over voor werkgeversorganisatie INRETAIL die ook mee moet eten uit de ruif. Op grond van de AWVN regeling zou de bijdrage voor vakbonden uitkomen op 3 miljoen. Lijkt mij nog steeds onwaarschijnlijk veel. Het meest voor de hand liggende is dat de 0.02% (ca 1.3 miljoen) die werknemers moeten betalen, de bijdrage aan vakbonden is. In dat geval betalen de werknemers zelf hun waardeloze CAO en de handvol leden betalen feitelijk 2 keer. Overigens is dat bedrag het equivalent van 6250 volledig betalende leden. Ik durf wel te stellen dat dit zeker 10 zo niet 20 keer de contributie opbrengst is van deze 3 “bonden” in deze sector.

Stel dat dit straks normaal is aan de CAO tafel, waarom zou je dan nog leden moeten hebben? Hier kun je een leuke business case op bouwen. Maar je hebt een paar leden nodig om aan de wettelijke definitie van vakbond te voldoen. Als je er voor de geloofwaardigheid zo af en toe een internet enquete overheen gooit, dan lijkt het net echt. Werkgevers kopen een door henzelf gedicteerde CAO. De kassa van de “bonden” rinkelt. Is het corruptie? Het kan en het mag, dus nee. Noem het wat je wilt maar onderhandelen met tandenloze tijgers, zonder zeurende leden is voor werkgevers het ultieme “alternatief voor de vakbond”, en de werknemer betaald de rekening.

Werknemers zullen moeten leren dat zij en niemand anders een sterke vakbond moeten bouwen. Anders zullen ze voortdurend worden verkocht en verraden.