Stank als dank

Vandaag een gastblog van mijn Groningse collega Riek van Kampen.

In 1959 wordt er een grote gasbel gevonden in Groningen en op eerste Kerstdag in 1986 is er een eerste aardbeving in de provincie Groningen met de kracht van 3.0 op de schaal van Richter. Sindsdien tellen we meer dan duizend aardbevingen, groter en kleiner in kracht.
Het Groningse gas heeft Nederland al zo’n 250 miljard euro opgeleverd, voornamelijk de afgelopen 50 jaren gebruikt voor de financiering van lopende uitgaven van de overheid. Sociale zekerheid, openbaar bestuur, veiligheid en infrastructuur zijn vooral grote kostenposten geweest. Het Groningse gas kwam goed van pas.
Groningers zijn een nuchter volk. Een volk van hard werken en van niet zeuren, maar van doen. Groningers kunnen wel tegen een stootje, want zoals de noordelijkste provincie van Nederland altijd zo ver van de Randstad blijkt te liggen, hebben Groningers moeten leren dat “niets vanzelf komt”.
Er is veel te doen over de aardbevingen en de schadeafhandeling. De media schrijven, actiegroepen komen en gaan, Freek de Jonge staat op, maar nog steeds wordt het leven van de Groningers elke dag volledig beheerst door de aardbevingen en de gevolgen. Het is het gesprek van de dag, Als er geen aardbeving is, dan is er wel de vraag: hoe en wanneer gaat het weer goed komen met de schade aan mijn woning. Groningers hebben weinig vertrouwen meer dat het goed gaat komen. En dat is niet heel raar als je ziet hoe Groningers het “recht” moet bevechten. Jarenlange procedures doorlopen, onderzoek na onderzoek, afwijzing na afwijzing, het kan niet op en het gaat maar door. Ondertussen wil de bank we je hypotheek aflossing zien voor een huis dat onverkoopbaar onder water staat. Wie gaat de Groninger helpen?
Nederland laat het afweten. Slechts 180.000 ondertekeningen op de petitie Laat Groningen niet zakken. Groningers worden er ziek van. Hoeveel stress kan een mens hebben? Hard werken om je kost te verdienen, mooi huis jaren geleden gekocht en nu gestraft worden. Flink gestraft worden. Nederland rijk geworden aan het Groningse gas, vooral geïnvesteerd in Randstedelijke projecten ver weg van Groningen en jij blijft achter bij je ernstig beschadigd huis.
Je weet je geen raad, want niemand staat naast je nu jij het hard nodig hebt. Fakkeltochten, een Gronings strijdlied, ludieke acties en bemoeienis van bekende Nederlanders hebben tot vandaag weinig concreets gebracht voor eigenaren van de Groningse woningen. Vooral de erkenning, of noem het miskenning en het touwtrekken om geld, maakt murw. Groningers zijn moe, of zou dit juist de bedoeling zijn dat we opgeven?
T’zou zo simpel kunnen zijn. De vervuiler betaald. Maar deze vervuiler, Shell, is machtig, sterk en is te belangrijk voor de staat der Nederlanden. Daar boksen de duizenden Groningers voorlopig niet tegen op. Bureaucratie, commissies, adviseurs maken de Groningers dol. Er wordt over hen gesproken, maar niets opgelost.
Groningers gaan door. Ze verenigen zich in een groot netwerk en brengen zoveel mogelijk huis aan huis een flyer langs de deuren. Nog meer mensen moeten de petitie gaan ondertekenen. Het kan toch niet zijn dat niemand zich het lot van de Groningers aantrekt? Huis aan huis, zij aan zij trekken de Groningers er opnieuw op uit. Samen sterk is het motto. We gaan door, we zijn nuchter, We moeten ons opnieuw zelf zien te redden. Maar de grimmigheid neemt toe, het vertrouwen verdwijnt. Stank als dank.

Aan de zwevende kiezer

Voor mij zijn de verkiezingen voorbij. Ik heb hier in Zwitserland mijn stem per post uitgebracht. Ik heb hier BVN, het TV station voor Nedrlanders en Vlamingen in het buitenland. Ik zag Wilders breed in het Vlaamse nieuws. Een commentator zei dat de Nederlandse verkiezingen feitelijk een referendum is: voor of tegen Wilders.

Zeven jaar geleden woonde ik in Belgie. Ik zag de discussie in Nederland en zocht een manier om bij te dragen. Ik begon de groep “nee tegen PVV” op LinkedIn. Dat leverde veel discussie op. Veel mensen wilden zich niet openlijk distantieren van PVV. Anderen vonden de naam van de groep te negatief. Zo had ieder zijn eigen argument. Toch groeide de groep en bleef met ongeveer 145 leden stabiel. Alle pogingen om de groep groter en actiever te maken mislukten. Een van de leden van de groep werd met mij “ontmaskerd” in de Telegraaf. Zij moest onderduiken en wij hebben op mijn werk een weekje de deur beter in de gaten moeten houden.

Daarna werd het stil in de groep. Pogingen om de boel op te laten leven, danwel af te sluiten stuitte weer op bezwaren van deelnemers van het eerste uur. De laatste tijd komen er weer wat leden bij.

Wat is er in die zeven jaar veranderd? Wilders heeft zichzelf vele malen overtroffen en ons laten wennen aan zijn gedachtengoed van haat en tegenstelling. Het valt minder op omdat andere politici meer met hem meebewegen dan tegenspreken. Afzetten tegen geloofsovertuigingen, buitenlanden en EU is helaas geen unieke Wilders show meer.

Ik zag verschillende politici in de talkshows aanschuiven en ons problemen aanpraten die er niet of nauwelijks zijn. Vanavond zag ik Freek de Jonge die de bevings ellende in Groningen als een echt probleem aanmerkte, wat we over het hoofd zagen omdat we ons druk maakten over vluchtelingen. Freek legde ook gelijk het verband met het milieu, de omschakeling naar duurzaam. Zo zijn er wel meer echte problemen. Hoe gaat het onderwijs er in de toekomst uit zien. Hoe betalen we voor de zorg? Hoe zorgen we dat we weer een inclusieve arbeidsmarkt krijgen? Hoe gaan we om met de nieuwe poltieke werkelijkheid van gekozen dictators zoals Orban, Poetin, of verder van huis Dutarte en Trump. Hoe duurzaam en gevaarlijk is deze wereld voor onze kinderen?

Wij lijken ons liever druk te maken over de kosten van de maandelijkse verhuizing van het Europees Parlement (90 cent per Nederlander per jaar), hoeveel vluchtelingen er tot achter de komma in mogen, hoeveel minaretten we nog kunnen verdragen en hoe we die ene kwaadwillende terrorist kunnen vangen.

Dus..zwever…denk goed na en stem voor oplossingen in plaats van problemen.

 

Gezonde zorg

IMG_0013

Ik kwam onlangs in de medische molen in Zwitserland terecht. Een wonderlijke wereld waar niets teveel is. Dat blijkt ook wel uit de simpele waarneming dat tussen mijn huis en mijn werk maar liefs drie apotheken te kiezen zijn. Ik kan de zorg die ik hier heb mogen ontvangen vergelijken met de huisartsen en specialistische zorg in Belgie en Nederland en ik heb inmiddels ook de eerste hulp in Zweden van dichtbij mogen meemaken. Eigenlijk allemaal toplanden als het gaat om zorg, maar Zwitserland spant de kroon.

Hele goede en toegankelijke zorg (eigen risico kun je gedeeltelijk afkopen). Zelfs de eenvoudige pijnstillers zijn gratis op recept. De huisartsen praktijk is een grote organisatie met veel dokters, assistentes, een eigen lab en administratie. Het is geen maatschap, maar een SA (equivalent van een BV). Een echt bedrijf dus. De zorgverzekering is twee keer zo duur als in Nederland.

In Zweden wordt de zorg door de overheid betaald. Er zit geen ziekenfonds of verzekeraar tussen. Het eigen risico is 110 EURO per jaar. Er is een tekort aan medisch personeel (veel verplaagkundigen wijken uit naar Noorwegen, waar de lonen veel hoger zijn) waardoor er behoorlijke wachtlijsten zijn. Dus daar zijn verzekeraars ingesprongen, je kunt je bijverzekeren om de wachtrij te passeren (waardoor anderen nog langer moeten wachten). Dokters werken vanuit gezondcentra met brede ondersteuning. Iedereen is in loondienst. De regionale spreiding van specialisaties leidt tot veel reisongemak voor patienten. Ik verblijf veelal in Noord Zweden (Kalix) en de dichtsbijzijde oncologie afdeling is 360 km van hier. Voor een bevalling kun je naar een ziekenhuis 80km van hier.

In Belgie ben je lid van het ziekenfonds, wat daar mutualiteit heet. Dat kost pakweg twee tientjes per maand. Het grootste deel van de zorg wordt gefinancierd uit belastinggeld. Voor elk doktersbezoek moet je cash afrekenen en kun je de rekening minus enkele euros eigen risico declaren. Afhankelijk waarvoor je kiest want graag gewilde artsen rekenen een zogenaamd ereloon wat niet uit het basispakket wordt vergoed. Artsen praktijken zien er kleiner en minder modern uit dan in Nederland. Een normale huisarts werkt alleen en heeft geen ondersteuning van assistentes of secretaresses. Ziekenhuizen kennen verschillende klassen. Thuisgeneesmiddelen kun je alleen in de apotheek verkrijgen (die zo ongeveer op elke straathoek te vinden is). Paracetemol is een keer of vier duurder als in de Nederlandse supermarkt.
https://en.m.wikipedia.org/wiki/File:OECD_health_expenditure_per_capita_by_country.svg
Wij hebben in Nederland veel gediscussieerd over de stijgende kosten van de zorg. Laat ik daar eerst van zeggen dat er geen OECD land is waar zorgkosten structureel dalen. Integendeel. Je kunt er echter ook naar kijken in verhouding tot het BBP. En dan dalen de relatieve kosten in Nederland.
Een vaak gehoord argument is dat de hoge kwaliteit de zorg duur maakt. Als dat zo zou zijn zouden mensen in het duurste land het langste leven. Ook die vlieger gaat niet op. https://en.m.wikipedia.org/wiki/List_of_countries_by_life_expectancy
De verschillen lijken vooral te verklaren hoe de zorg georganiseerd is.

In Nederland is een beweging voor een Nationaal Zorgfonds op gang gekomen. Een mooi campagne thema van de SP. Weg met zorgverzekeraars en weg met eigen risico. Terug naar het ziekenfonds, maar dan 2.0. Van de hele zorg keten veranderd er een ding, de zorgverzekering wordt weer een fonds. Van het reclamebudget en de marge betalen we het eigen risico (daar heb ik nog geen sluitende rekensom van gezien) en zorgverleners krijgen minder bureacratie (wat de eerste keer zou zijn bij een centralisatie van deze omvang). Verder veranderd er niets. De zorgkosten blijven gewoon stijgen en we zullen het linksom of rechtsom samen moeten betalen.

Beste Lodewijk,

FullSizeRender(1)Alsjeblieft, mijn stem voor de PvdA. In mijn kiesgerechtigde leven heb ik als ik het goed heb twaalf keer de verkiezingen voor de tweede kamer meegemaakt. Ik heb één keer gemist, omdat ik in het buitenland woonde en mij niet tijdig gemeld had. Ik heb twee keer niet op de PvdA gestemd. Van alle drie gelegenheden heb ik spijt en ik zou uitgebreid kunnen schrijven waarom, maar dat is niet meer belangrijk.

Ik ben opgegroeid in een links milieu. Mijn vader was actief in de vakbeweging en stemde PvdA. Mijn moeder gaf hem altijd een volmacht mee. Het is mij met de paplepel ingegoten waar ik thuis hoor en het is eerder logisch als vreemd dat ik inmiddels 25 jaar voor de vakbeweging werk.

Ik heb dus negen keer PvdA gestemd en daar heb ik eigenlijk ook altijd spijt van gekregen. Omdat jullie eigenlijk nooit waar maken waar je voor hoort te staan. In de oppositie niet en in de regering zeker niet.

Ik heb lang gedacht dat het kwam omdat je in de politiek nu eenmaal compromissen moet sluiten, met anderen maar ook in de partij zelf. Daarom ben ik ooit ook lid geworden, ik dacht dan kan ik intern wellicht nog wat verschil maken. Ook dat bleek teleurstellend, de structuur van de partij liet heel weinig ruimte voor creatieve, gedreven en ongeduldige mensen.

Ik wil mijn stem uitbrengen op een partij die burgers en bedrijven naar draagkracht laat betalen en de koek eerlijk verdeeld. Die ruimhartig is voor mensen aan de onderkant en mensen van buiten. Een partij die nadenkt over de wereld van morgen en daar naar handelt (En met handelen bedoel ik iets anders dan dealen). Een partij die staat voor de belangen van hard werkende mensen maar de zwakkeren niet uit het oog verliest. Een club die niet mee waait met de populistische wind en eisen stelt aan partners. Alhoewel de kieswijzer mij respectievelijk naar Groen Links, PvdD, SP en verwijst, kan ik het niet over mijn hart verkrijgen “mijn” klotenpartij te laten vallen.

Alles wijst er op dat deze verkiezingen cruciaal zijn voor het voortbestaan van de PvdA. Ik kan het tegenover mijn achtergrond niet verantwoorden dat ik aan de ondergang zou hebben bijgedragen. Maar laat jij nu de kiezer ook eens niet vallen Lodewijk. Met je deelname aan een van de meest schadelijke kabinetten sinds de tweede wereldoorlog heb je veel krediet verspeeld. Ik ga geen afbraakrijtje opsommen, je weet zelf wel wie het hardst zijn getroffen door mega bezuinigingen en hoe schadelijk dit is geweest.

Maar sinds kort lijkt het of je het licht hebt gezien en eerlijk gezegd, ik geloof je. Ik stem uit principe op een vrouw en met Khadija hebben jullie een super kandidaat. Iemand die als geen ander boven het gekraai van Wilders staat. Maar jij staat aan het roer en jij zult koers moeten houden! Daarom richt ik deze brief aan jou.

Met vriendelijke groet,
Eddy Stam

Haarlemmerolie

tegengrieplc11februari1931

Stel je eens voor, een vast contract voor 5 jaar. En om de 5 jaar mag de werkgever besluiten of hij nog verder met je wil (en andersom natuurlijk, maar daar denken economen en werkgevers minder over na). Barbara Baarsma, volgens velen een briljant econome, leurt al een paar jaar met het idee en zag dit weekend kans om er de aanval mee te openen op het beleid van Lodewijk Asscher die op zijn beurt weer keihard terug slaat naar Baarsma. Intussen lees ik een twistgesprek over langer door werken, waarin oud MKB voorzitter Hans Biesheuvel doet alsof het zijn uitvinding is.

Ze zien allemaal over het hoofd dat er al een segment van de arbeidsmarkt bestaat waar vaste verplichtingen voor een zekere tijd normaal zijn. Een proeftuin die al bestond voor Baarsma op het idee kwam: Topsport! Daar gaan “werknemers” een contract aan voor een aantal jaren met de hoogste bieder. Op zich prachtig, maar je hebt daar gelijkwaardigheid voor nodig.

Topsport, met name voetbal, laat precies zien waarom het niet werkt. De grootste toppers worden steeds duurder en uiteindelijk weggekocht. De wannabees aan de onderkant moeten leven van een hongerloon. Alleen waar er een perfecte balans is tussen de “marktwaarde” van de speler en het budget van de club, houdt het stand. In alle andere situaties leidt het tot onbetaalbare lonen en bonussen aan de bovenkant en armoede aan de onderkant. En voor de werkgevers de voortdurende onzekerheid van weglopend talent.

En dat is nu precies waarom we ooit hebben besloten om de arbeidsmarkt te reguleren met vaste contracten en CAO lonen. Dat geeft rust aan beide kanten.

Tegen de verdrukking…

fullsizerenderVorig jaar heb ik met veel bonden in Oost Europa gewerkt. Ik was onlangs in Afrika en ben in Zuid Amerika terwijl ik dit schrijf. Ik ken de vele verhalen over bonden die soms gewelddadig worden onderdrukt en anderen die gecorrumpeerd zijn. Met onze westerse ogen denken we snel te weten hoe het zit, vaak met de conclusie dat het bij ons zoveel beter is. Alhoewel de retoriek op sociale media je soms anders doet geloven, bij ons worden geen vakbondsmensen vermoord. Ook al zijn er rechtse bloggers die impliceren dat vakbondsleiders hun eigen zakken vullen, gevallen van bewezen corruptie hebben zich tot op heden niet voorgedaan.

Ik had laatst een discussie met een Zweedse collega die vond dat een Turkse delegatie wel heel erg Erdogan gezind was en eigenlijk daarom niet het woord had mogen voeren. Ik vond dat als we iedereen die fan is van een regering wiens beleid ons niet bevalt het woord ontnemen we ons op hetzelfde hellende vlak begeven als de desbetreffende regeringen. Los van hoe het uiteindelijk uitpakte: beide argumenten komen voort uit een zekere morele superioriteit uit landen waar we denken dat alles goed voor elkaar is. Maar is dat wel echt zo? Moeten we niet eens dieper evalueren hoe goed ons systeem werkelijk is?

Ik maak mij al jaren boos over allerlei bureaucratische hindernissen en beperkingen van het recht om te demonstreren in Nederland. Een goed voorbeeld hiervan is onze 1 mei viering in Amsterdam, waar burgemeester van der Laan een borgsom vroeg in verband met mogelijke beschadiging van het gras in het Oosterpark en ook allerlei privé opvattingen ventileerde over de aard van de demonstratie. Of de burgemeester van Apeldoorn, die vond dat de demonstratie tent van de zorgwerkers plaats moest maken voor een volleybal toernooi. Zo kan ik een hele reeks voorbeelden noemen waarbij de burgemeester de effectiviteit van een demonstratie ondermijnde. In het geval van zorgdemonstraties ligt het extra gevoelig omdat de gemeente zelf vaak het actie doelwit was. Zoals een Kort Geding rechter in Zwolle zich tegenover de gemeente Steenwijkerland hardop afvroeg: bent u nou hier als eigenaar van de grond, het gezag inzake de wet openbare manifestaties, of de partij waartegen gedemonstreerd wordt?

Andere Nederlandse collega’s lopen steeds vaker een blauwtje omdat andere bonden een hele dringende behoefte voelen om een cao af te sluiten. Een zorgelijke ontwikkeling dat bonden als AVV met nauwelijks tot geen leden grote cao’s afsluiten. Onlangs hielden ze een landelijke ledendag, nog geen 40 man te zien in de fotoreportage. Met hun onwaarschijnlijk lage contributie van 25 EUR per jaar is het overduidelijk dat hun “business” model draait op werkgevers bijdragen. Daar waar in normale toestand vakbondswerk begint met leden die vragen om betere arbeidsvoorwaarden, biedt de AVV zichzelf op hun website aan als aantrekkelijke partij voor werkgevers. Hoe overduidelijk dit geen onafhankelijke vrije vakbond is, het kan gewoon bestaan in ons goed geregelde land.

Minder duidelijk is daar waar vakbonden uit pure noodzaak (lees geldgebrek) een cao afsluiten. Actievoeren kost geld, een cao afsluiten levert doorgaans geld op. Het vervelende in de discussie over werkgeversbijdragen is dat alle vakbonden boter op hun hoofd hebben. Ruim 20% van de FNV begroting bestaat uit werkgeversbijdragen. Het verschil met anderen is echter dat er voldoende geld in kas is om “nee” te zeggen. Vandaar dat FNV vaker nee zegt maar dan ook regelmatig wordt geconfronteerd met het gebrek aan echte vakbondsmacht. Immers, als je voldoende kracht hebt (lees: leden die actie willen voeren) om het de werkgever moeilijk te maken, is de kans dat ze zaken doen met welke alternatieve vakbond dan ook zeer klein.

Dat wordt gedemonstreerd door de veranderende balans bij IKEA. De CAO onderhandelingen bij IKEA werden jaren gedomineerd door de W.I.M. Een door IKEA zelf opgerichte “vakbond” waar ik al eerder over schreef. IKEA betaalt een werkgeversbijdrage aan WIM van 90.000 EUR per jaar, bijna 80% van de begroting van deze “vakbond”. FNV krijgt 10.000 EUR per jaar. Het WIM lidmaatschap kost slechts 3 EUR per maand. Een ongelijke strijd, maar FNV kan zich permitteren om te investeren en te strijden voor een goede cao, de W.I.M niet. Dat is het afgelopen jaar gebeurd en inmiddels is FNV ten koste van de W.I.M. gegroeid en bijna even groot. Het gevolg is dat voor het eerst in de geschiedenis van deze CAO, IKEA gedwongen is de onderhandelingen te heropenen.

Het gaat er dus om hoeveel kracht een vakbond kan ontwikkelen. Maar ook daar gaat het wel eens mis in ons “geweldige” systeem. Als het een beetje te bedreigend wordt komt door het gebrek aan een duidelijk gedefinieerd actierecht de rechter in beeld. Ik kan en hele reeks van voorbeelden noemen waarbij de Nederlandse rechter acties verbiedt of beperkt, vaak in cruciale sectoren. Ik beperk mij tot een recent voorbeeld bij KLM waar ik eerder over schreef.

Tot slot zijn er de oneigenlijke politie interventies. De politie die op onduidelijke grond een ontbinding van een demonstratie beveelt of een bezetting ontruimt. Dat is achteraf nooit rechtmatig gebleken, maar de actie druk is op dat moment wel gebroken ten faveure van het doelwit, meestal een werkgever of overheid. Het meest recente voorbeeld hiervan is de ontruiming en aanhouding van actievoerders in de Sociale Werkvoorziening die het kantoor van de Vereniging Nederlandse Gemeenten hadden bezet.

Als je alle incidenten in Nederland waar vakbondsrechten in het geding zijn op een rij zet, dan is het in ons land veel minder goed voor elkaar dan we denken. We worden daarom ook wel eens op de vingers getikt door het Europees Sociaal Comité. Het is goed om ons dat te realiseren voordat we ons een oordeel aanmatigen over anderen. Het is ook goed om te zien dat sommige van onze collega’s onder veel moeilijker omstandigheden toch betere resultaten scoren omdat ze zich sterker – vaak tegen de verdrukking in- hebben georganiseerd en zich minder laten vangen in beperkingen.

The blue dream

cropped-juffer.jpg

Je kent het wel, je zit in de trein of het vliegtuig, dommelt wat weg en de geluiden om je heen gaan deel uitmaken van een andere werkelijkheid. Het is een wonderlijk fenomeen hoe je hersenen in droomtoestand de werkelijkheid in een schijnwerkelijkheid veranderen. Ik zat op stoel 33D van een KLM737. Volgens seatguru geen fijne plek. Het is vooral lawaaiig. Terwijl de stewardessen in de galley achter mij elkaar spreken voeden hun woorden mijn droom. Ik hoor de luidruchtigste van de twee klagen over het personeelsbeleid van de KLM. En hoe haar vakbond FNV er niets aan kan doen omdat de bond van cabine personeel te vredelievend is. Ik besluit mij in het gesprek te mengen. Ik ben tenslotte organiser. Ze schrikken zichtbaar als ik zeg dat ik delen van het gesprek heb gehoord. Maar zijn ook even snel opgelucht als ik zeg dat ze groot gelijk hebben. Er ontstaat een gesprek over hun zware leven (onregelmatigheid, tijdsverschillen, luchtdrukverschillen, tijdsdruk, bedenk het maar). Eén van hen zegt dat ze einde dienst helemaal kapot is en dat KLM nu met nog minder personeel wil vliegen. We spreken over de concurrentie aan de bovenkant, KLM kan met hun oude kisten en uitgezeten stoelen niet concurreren. Aan de onderkant evenmin. Het enige onderscheidend vermogen van KLM is de service en de glimlach van het personeel.

Ze praten ook over het gebrek aan solidariteit. De eerdere acties werden door collega’s ondermijnd. Ze laten mij een discussie op een internet platform zien waarin grondpersoneel de stewardessen uitmaakt voor nagel vijlende hoertjes. Ik vertel ze dat op mijn eerdere blogs over het stakingsverbod voor de grondafhandeling verschillende vliegers negatief reageerden. Er zit veel zeer in de ooit zo trotse blauwe familie. Het blauwe hart is afgezakt naar een blauwe onderbuik. We spreken over hoe mooi het zou zijn als het grondpersoneel, de vliegers en het cabinepersoneel de handen ineen zouden slaan. Dan zou Pieter Elbers wel moeten luisteren. Maar ja, het was maar een droom.

This is Africa!

fullsizerender

In Zwitserland, onder de rook van Zurich ligt het welvarende dorpje Rüschlikon. Een paar jaar geleden was het even wereldnieuws. De CEO van een multinational verkocht zijn aandelen en de gemeente als primaire belastingontvanger bulkte ineens van het geld. Daarom stelde de burgemeester voor de belastingen met 7% te verlagen. Er was echter een inwoner die vond dat best een beetje van dat geld terug mocht naar waar het was verdiend: Afrika. Hij wilde een belastingverlaging van 5% en 2% teruggeven aan Afrika. Democratisch als Zwitserland is volgde een referendum. Zoals gezegd, het verhaal is niet nieuw maar ik zal de uitkomst niet verklappen voor diegenen die het nog niet kennen. Hier vindt je het hele verhaal (geen nood, het antwoord zit in de eerste 5 minuten).

We gebruikten dit verhaal als een eyeopener op een cursus voor collega’s uit Kameroen, Kenia, Rwanda, Zambia en de beide Congo’s. Om te laten zien dat rijkdom en armoede oorzaak en gevolg zijn. Het was een superleuke training waarin mijn ogen ook werden geopend. Mensen vertelden met trots over hun land maar nog vaker met trots en aandoenlijkheid over Afrika. Alsof je kinderen over hun oude moeder hoort praten. Afrika is een gigantisch continent, met vele religies, honderden talen, verschillende volkeren en stammen, vol problemen en tegenstellingen. Toch voelen mensen zich verbonden in moeder Afrika.

Eén van de deelnemers zei in de introductie dat hij zo blij was om in Kameroen te zijn omdat Kameroens voetballers heel Afrika trots maken. Zulke emoties zie en voel ik nu nooit in Europa. We kankeren op “Brussel” en haten de EU. Terwijl wij ons zorgen maken over de Euro hoor je weinig gemopper over de Afrikaanse franc (14 landen, via Frankrijk gekoppeld aan de Euro). Alhoewel overdressed en underdressed een heel ander level hebben in Afrika, zie ik prachtige pan-Afrikaanse damesmode. Natuurlijk is niet alles pais en vree in Afrika. Maar ik was onder de indruk van het saamhorigheidsgevoel. TIA, ofwel “this is Africa!”

Ik ben deze blog begonnen toen ik vorig jaar een klus in Europa startte. Nu mijn nieuwe werkterrein de hele wereld is, wacht een heroverweging. Moet ik ermee doorgaan, is dat vol te houden, en zo ja in welke vorm? Een blog onderhouden kost flink wat tijd. Naarmate het aantal lezers toeneemt, geeft het ook een zekere verantwoordelijkheid. Ik ben er nog niet uit. Voor nu vond ik mijn eerste waarnemingen in Afrika wel een mooie overgang.

Met goede vrienden kun je ver gaan

Het was een vreemde week. Terug uit Zweden, waar ik voorlopig voor de laatste keer zo maar een week kon blijven had ik nog vijf dagen in Nederland. Mijn gevoel zei me dat ik nog veel moest doen. Een gevoel inderdaad want ik kon eigenlijk weinig nuttige taken bedenken. Het oude huis uitgebreid inpakken terwijl ik nog geen nieuw huis heb is tamelijk doelloos. Bovendien is er niet zoveel in te pakken, ik wil graag naar een wat minimalistischer bestaan. Daarom was het belangrijkse al gedaan: heel veel spullen wegdoen. Toch bleef dat gevoel knagen.

Nog vijf dagen te gaan moest ik in elk geval nog enkele vrienden bezoeken, mijn moeder en kids gedag zeggen en mijn auto, telefoon en computer inleveren. Met ook nog twee doktersbezoekjes op het programma bleef er net genoeg tijd over voor het geval mijn gevoel door het verstand in het gelijk zou worden gesteld.
Totdat woensdag bleek dat ik voor mijn reis naar Kameroen over een week alleen in Den Haag een visum kan halen. Dus donderdag heen en weer, en vrijdag bij het inleveren van mijn spullen in Utrecht, met de trein mijn huurauto ophalen op Schiphol, en via Den Haag terug. Ineens zat mijn week vol. Het onrustige gevoel dat er nog veel te doen was nam alleen maar toe. Tot overmaat van ramp werd ik op de A12 ook nog aangereden.
Een oude -te lang niet geziene- vriend van mij, waarmee ik 12 jaar geleden een groot avontuur in Wit Rusland heb meegemaakt, kreeg onlangs een hartinfarct en werd op het nippertje gereanimeerd. Na het dotteren en plaatsen van stents, kreeg hij ook nog een hersen infarct. Ik wilde hem graag bezoeken, maar dat leek niet meer te lukken. Hij was alleen de weekenden thuis. Zaterdag zag ik hem, pakte hem vast en barstte in huilen uit. Ik was zo blij hem in levende lijve te zien dat ik de emoties niet meer de baas was. Ik zag en hoorde hem, een geweldige sterke en super fitte generatiegenoot met een bijna dood ervaring, aangetaste spraak maar nog steeds die sterke optimistische uitstraling.
Na een laatste was en schoonmaakbeurt in huis, toch maar eens mijn twee koffers zo ver mogelijk ingepakt en s’avonds heerlijk op stand dineren met mijn mijn oudste dochter. Ik had haar op haar voorstel een uitje beloofd en dit bleek zeer geslaagd.
Terwijl ik dit in het vliegtuig schrijf en mij eindelijk rustig voel, besef ik wat ik was vergeten: De emoties van het vertrek. De tranen bij mijn goede vriend, waren meer dan het gevolg van een emotioneel weerzien. Het was ook de emotie van het vertrek. “Met goede vrienden, kun je ver gaan” En ik weet zeker dat het weerzien met mijn vrienden altijd goed is. Hoe lang of hoe ver ik ook ben weg geweest.

Het zit er op

Het zit er op, 81 vliegtuigen, 21 luchthavens, 18 steden, 39 groepen, 50 trainingsdagen en iets meer dan 1000 deelnemers. Een enerverende rondreis door Midden en Oost Europese landen. Ik zit de laatste dagen te denken over de verschillen die ik heb gezien en probeer die te checken en te objectiveren.

Als ik spreek over armoede in de MOE landen krijg ik vaak terug dat het prijsniveau ook veel lager ligt. In veel landen kun je voor minder als 10EUR een goed bord eten kopen met een biertje erbij. De menukaart is ons beperkte referentiekader. Wat een kilo vlees, kleding, energie, huur, verzekeringen en abonnementen doen weten wij niet. Als je goed kijkt hoef je het ook niet precies te weten om een indruk te krijgen. Ik zie de staat van de infrastructuur. De onafgemaakte projecten. Ik hoor hoe vertrouwensvol mensen spreken over hun regering en zie de discipline om zich aan verkeersregels en dergelijke te houden. Ik meen ook een verband te zien tussen ontwikkeling en de hoeveelheid zwerfvuil.

In het lijstje zie je mijn subjectieve volgorde van de landen die ik in September heb bezocht. Daar zat Zwitserland ook bij en dat leek mij wel een aardige benchmark. Ter referentie heb ik Nederland er onder gezet. Daarachter heb ik de GDP/capita/ppp (IMF), de GINI index (UNDP) en om toch een indruk te krijgen van de menukaart heb ik de Big Mac Index er achter gezet.

GDP/capita (ppp) GINI Big Mac
Zwitserland 80.675 33.1 15.00
Hongarije 12.240 24.4 5.25
Roemenie 8.906 30.3 4.74
Servie 5.120 29.7 4.65
Armenie 3.535 37.9 4.02
Nederland 49.166 32.6 8.00

GDP/capita (ppp) is het Bruto Binnenlands Product, per hoofd en gecorrigeerd op koopkracht. Mijn gevoelsmatige ranking naar GDP klopte met de cijfers, waarbij Zwitserland op 1 natuurlijk een inkoppertje was. Ik dacht echter ook dat de inkomensverdeling m.u.v. Zwitserland ongeveer hetzelfde liep. Hoe armer het land in mijn ogen lijkt, hoe vaker ik te dure auto’s spot. Maar de GINI index laat toch iets anders zien. GINI meet de verdeling van inkomen. Hoe lager het getal, hoe gelijker de verdeling. Hongarije, Roemenië en Servië zijn tot mijn verbazing gelijker als Nederland. Het aantal superrijken is beperkt, de meeste mensen zijn even arm.

De Big Mac index is het meest inzichtelijk als je kunt zien hoeveel Big Mac’s je van een salaris kunt kopen. De theorie is dat een BM overal dezelfde ingrediënten bevat en de variabelen in loon, grondstof en energie prijzen, belasting e.d. ten opzichte van het inkomen zichtbaar maken. Die cijfers kan ik niet voor al deze landen vinden. Ik heb daarom niet de “officiele” Big Mac index van the economist gebruikt. In plaats daarvan heb ik de actuele prijzen van een Big Mac menu (BMM) volgens Expatistan.com genomen. Je ziet dat de prijs van een BMM zich niet recht evenredig verhoudt met het welvaartsniveau. Het GDP van Zwitserland ligt bijna 23 keer hoger als in Armenië, terwijl een BMM “slechts”4 maal duurder is.

Een zwerfvuil index bestaat niet. Maar mijn idee dat er een causaal verband is tussen armoede en zwerfvuil klopt ook niet helemaal. Boedapest is in mijn waarneming de schoonste stad in deze zes landen, schoner als Amsterdam of Geneve. Er ligt echt geen peukje op straat.

Wat dit lijstje naar mijn idee laat zien is dat het EU lidmaatschap niet alles zegt. Roemenië is beduidend armer dan Hongarije. Zwitserland is beduidend rijker dan Nederland. Kandidaat lidstaat Servië is weer rijker als nooit lid Armenië. Wat ook opvalt is dat de betreffende MOE landen ooit deel waren van een groot en machtig imperium met een rijke en lange historie. De Habsburgse dubbelmonarchie, het Groot Servische Koninkrijk (en later Joegoslavië) en het Bijbelse Groot Armenië. Als gevolg hiervan spelen er tot op heden etnische en territoriale sentimenten.

De culturele erfenis van Europa komt niet exclusief aan de EU toe. In onze gezamenlijke geschiedenis zijn veel sluimerende conflictbronnen ontstaan. De economische verschillen zijn groot en dat maakt de EU achterdochtig en toetreders gretig. De EU sentimenten tegen uitbreiding versus de toetredingsdrang geeft spanningen binnen de EU. Maar we moeten ook goed bedenken welke spanningen uitsluiting oproepen.

Ik heb gekeken, geluisterd, mij vaak verwonderd en ook veel geluld. Ik was tenslotte cursusleider. Ik heb fijne collega’s leren kennen die “understaffed & underfunded” hun werk proberen te doen. Mijn beeld heeft meer kleur en nuance gekregen. Ik voel mij in meerdere opzichten bevoorrecht.