Beste Lodewijk,

FullSizeRender(1)Alsjeblieft, mijn stem voor de PvdA. In mijn kiesgerechtigde leven heb ik als ik het goed heb twaalf keer de verkiezingen voor de tweede kamer meegemaakt. Ik heb één keer gemist, omdat ik in het buitenland woonde en mij niet tijdig gemeld had. Ik heb twee keer niet op de PvdA gestemd. Van alle drie gelegenheden heb ik spijt en ik zou uitgebreid kunnen schrijven waarom, maar dat is niet meer belangrijk.

Ik ben opgegroeid in een links milieu. Mijn vader was actief in de vakbeweging en stemde PvdA. Mijn moeder gaf hem altijd een volmacht mee. Het is mij met de paplepel ingegoten waar ik thuis hoor en het is eerder logisch als vreemd dat ik inmiddels 25 jaar voor de vakbeweging werk.

Ik heb dus negen keer PvdA gestemd en daar heb ik eigenlijk ook altijd spijt van gekregen. Omdat jullie eigenlijk nooit waar maken waar je voor hoort te staan. In de oppositie niet en in de regering zeker niet.

Ik heb lang gedacht dat het kwam omdat je in de politiek nu eenmaal compromissen moet sluiten, met anderen maar ook in de partij zelf. Daarom ben ik ooit ook lid geworden, ik dacht dan kan ik intern wellicht nog wat verschil maken. Ook dat bleek teleurstellend, de structuur van de partij liet heel weinig ruimte voor creatieve, gedreven en ongeduldige mensen.

Ik wil mijn stem uitbrengen op een partij die burgers en bedrijven naar draagkracht laat betalen en de koek eerlijk verdeeld. Die ruimhartig is voor mensen aan de onderkant en mensen van buiten. Een partij die nadenkt over de wereld van morgen en daar naar handelt (En met handelen bedoel ik iets anders dan dealen). Een partij die staat voor de belangen van hard werkende mensen maar de zwakkeren niet uit het oog verliest. Een club die niet mee waait met de populistische wind en eisen stelt aan partners. Alhoewel de kieswijzer mij respectievelijk naar Groen Links, PvdD, SP en verwijst, kan ik het niet over mijn hart verkrijgen “mijn” klotenpartij te laten vallen.

Alles wijst er op dat deze verkiezingen cruciaal zijn voor het voortbestaan van de PvdA. Ik kan het tegenover mijn achtergrond niet verantwoorden dat ik aan de ondergang zou hebben bijgedragen. Maar laat jij nu de kiezer ook eens niet vallen Lodewijk. Met je deelname aan een van de meest schadelijke kabinetten sinds de tweede wereldoorlog heb je veel krediet verspeeld. Ik ga geen afbraakrijtje opsommen, je weet zelf wel wie het hardst zijn getroffen door mega bezuinigingen en hoe schadelijk dit is geweest.

Maar sinds kort lijkt het of je het licht hebt gezien en eerlijk gezegd, ik geloof je. Ik stem uit principe op een vrouw en met Khadija hebben jullie een super kandidaat. Iemand die als geen ander boven het gekraai van Wilders staat. Maar jij staat aan het roer en jij zult koers moeten houden! Daarom richt ik deze brief aan jou.

Met vriendelijke groet,
Eddy Stam

Haarlemmerolie

tegengrieplc11februari1931

Stel je eens voor, een vast contract voor 5 jaar. En om de 5 jaar mag de werkgever besluiten of hij nog verder met je wil (en andersom natuurlijk, maar daar denken economen en werkgevers minder over na). Barbara Baarsma, volgens velen een briljant econome, leurt al een paar jaar met het idee en zag dit weekend kans om er de aanval mee te openen op het beleid van Lodewijk Asscher die op zijn beurt weer keihard terug slaat naar Baarsma. Intussen lees ik een twistgesprek over langer door werken, waarin oud MKB voorzitter Hans Biesheuvel doet alsof het zijn uitvinding is.

Ze zien allemaal over het hoofd dat er al een segment van de arbeidsmarkt bestaat waar vaste verplichtingen voor een zekere tijd normaal zijn. Een proeftuin die al bestond voor Baarsma op het idee kwam: Topsport! Daar gaan “werknemers” een contract aan voor een aantal jaren met de hoogste bieder. Op zich prachtig, maar je hebt daar gelijkwaardigheid voor nodig.

Topsport, met name voetbal, laat precies zien waarom het niet werkt. De grootste toppers worden steeds duurder en uiteindelijk weggekocht. De wannabees aan de onderkant moeten leven van een hongerloon. Alleen waar er een perfecte balans is tussen de “marktwaarde” van de speler en het budget van de club, houdt het stand. In alle andere situaties leidt het tot onbetaalbare lonen en bonussen aan de bovenkant en armoede aan de onderkant. En voor de werkgevers de voortdurende onzekerheid van weglopend talent.

En dat is nu precies waarom we ooit hebben besloten om de arbeidsmarkt te reguleren met vaste contracten en CAO lonen. Dat geeft rust aan beide kanten.

Tegen de verdrukking…

fullsizerenderVorig jaar heb ik met veel bonden in Oost Europa gewerkt. Ik was onlangs in Afrika en ben in Zuid Amerika terwijl ik dit schrijf. Ik ken de vele verhalen over bonden die soms gewelddadig worden onderdrukt en anderen die gecorrumpeerd zijn. Met onze westerse ogen denken we snel te weten hoe het zit, vaak met de conclusie dat het bij ons zoveel beter is. Alhoewel de retoriek op sociale media je soms anders doet geloven, bij ons worden geen vakbondsmensen vermoord. Ook al zijn er rechtse bloggers die impliceren dat vakbondsleiders hun eigen zakken vullen, gevallen van bewezen corruptie hebben zich tot op heden niet voorgedaan.

Ik had laatst een discussie met een Zweedse collega die vond dat een Turkse delegatie wel heel erg Erdogan gezind was en eigenlijk daarom niet het woord had mogen voeren. Ik vond dat als we iedereen die fan is van een regering wiens beleid ons niet bevalt het woord ontnemen we ons op hetzelfde hellende vlak begeven als de desbetreffende regeringen. Los van hoe het uiteindelijk uitpakte: beide argumenten komen voort uit een zekere morele superioriteit uit landen waar we denken dat alles goed voor elkaar is. Maar is dat wel echt zo? Moeten we niet eens dieper evalueren hoe goed ons systeem werkelijk is?

Ik maak mij al jaren boos over allerlei bureaucratische hindernissen en beperkingen van het recht om te demonstreren in Nederland. Een goed voorbeeld hiervan is onze 1 mei viering in Amsterdam, waar burgemeester van der Laan een borgsom vroeg in verband met mogelijke beschadiging van het gras in het Oosterpark en ook allerlei privé opvattingen ventileerde over de aard van de demonstratie. Of de burgemeester van Apeldoorn, die vond dat de demonstratie tent van de zorgwerkers plaats moest maken voor een volleybal toernooi. Zo kan ik een hele reeks voorbeelden noemen waarbij de burgemeester de effectiviteit van een demonstratie ondermijnde. In het geval van zorgdemonstraties ligt het extra gevoelig omdat de gemeente zelf vaak het actie doelwit was. Zoals een Kort Geding rechter in Zwolle zich tegenover de gemeente Steenwijkerland hardop afvroeg: bent u nou hier als eigenaar van de grond, het gezag inzake de wet openbare manifestaties, of de partij waartegen gedemonstreerd wordt?

Andere Nederlandse collega’s lopen steeds vaker een blauwtje omdat andere bonden een hele dringende behoefte voelen om een cao af te sluiten. Een zorgelijke ontwikkeling dat bonden als AVV met nauwelijks tot geen leden grote cao’s afsluiten. Onlangs hielden ze een landelijke ledendag, nog geen 40 man te zien in de fotoreportage. Met hun onwaarschijnlijk lage contributie van 25 EUR per jaar is het overduidelijk dat hun “business” model draait op werkgevers bijdragen. Daar waar in normale toestand vakbondswerk begint met leden die vragen om betere arbeidsvoorwaarden, biedt de AVV zichzelf op hun website aan als aantrekkelijke partij voor werkgevers. Hoe overduidelijk dit geen onafhankelijke vrije vakbond is, het kan gewoon bestaan in ons goed geregelde land.

Minder duidelijk is daar waar vakbonden uit pure noodzaak (lees geldgebrek) een cao afsluiten. Actievoeren kost geld, een cao afsluiten levert doorgaans geld op. Het vervelende in de discussie over werkgeversbijdragen is dat alle vakbonden boter op hun hoofd hebben. Ruim 20% van de FNV begroting bestaat uit werkgeversbijdragen. Het verschil met anderen is echter dat er voldoende geld in kas is om “nee” te zeggen. Vandaar dat FNV vaker nee zegt maar dan ook regelmatig wordt geconfronteerd met het gebrek aan echte vakbondsmacht. Immers, als je voldoende kracht hebt (lees: leden die actie willen voeren) om het de werkgever moeilijk te maken, is de kans dat ze zaken doen met welke alternatieve vakbond dan ook zeer klein.

Dat wordt gedemonstreerd door de veranderende balans bij IKEA. De CAO onderhandelingen bij IKEA werden jaren gedomineerd door de W.I.M. Een door IKEA zelf opgerichte “vakbond” waar ik al eerder over schreef. IKEA betaalt een werkgeversbijdrage aan WIM van 90.000 EUR per jaar, bijna 80% van de begroting van deze “vakbond”. FNV krijgt 10.000 EUR per jaar. Het WIM lidmaatschap kost slechts 3 EUR per maand. Een ongelijke strijd, maar FNV kan zich permitteren om te investeren en te strijden voor een goede cao, de W.I.M niet. Dat is het afgelopen jaar gebeurd en inmiddels is FNV ten koste van de W.I.M. gegroeid en bijna even groot. Het gevolg is dat voor het eerst in de geschiedenis van deze CAO, IKEA gedwongen is de onderhandelingen te heropenen.

Het gaat er dus om hoeveel kracht een vakbond kan ontwikkelen. Maar ook daar gaat het wel eens mis in ons “geweldige” systeem. Als het een beetje te bedreigend wordt komt door het gebrek aan een duidelijk gedefinieerd actierecht de rechter in beeld. Ik kan en hele reeks van voorbeelden noemen waarbij de Nederlandse rechter acties verbiedt of beperkt, vaak in cruciale sectoren. Ik beperk mij tot een recent voorbeeld bij KLM waar ik eerder over schreef.

Tot slot zijn er de oneigenlijke politie interventies. De politie die op onduidelijke grond een ontbinding van een demonstratie beveelt of een bezetting ontruimt. Dat is achteraf nooit rechtmatig gebleken, maar de actie druk is op dat moment wel gebroken ten faveure van het doelwit, meestal een werkgever of overheid. Het meest recente voorbeeld hiervan is de ontruiming en aanhouding van actievoerders in de Sociale Werkvoorziening die het kantoor van de Vereniging Nederlandse Gemeenten hadden bezet.

Als je alle incidenten in Nederland waar vakbondsrechten in het geding zijn op een rij zet, dan is het in ons land veel minder goed voor elkaar dan we denken. We worden daarom ook wel eens op de vingers getikt door het Europees Sociaal Comité. Het is goed om ons dat te realiseren voordat we ons een oordeel aanmatigen over anderen. Het is ook goed om te zien dat sommige van onze collega’s onder veel moeilijker omstandigheden toch betere resultaten scoren omdat ze zich sterker – vaak tegen de verdrukking in- hebben georganiseerd en zich minder laten vangen in beperkingen.

The blue dream

cropped-juffer.jpg

Je kent het wel, je zit in de trein of het vliegtuig, dommelt wat weg en de geluiden om je heen gaan deel uitmaken van een andere werkelijkheid. Het is een wonderlijk fenomeen hoe je hersenen in droomtoestand de werkelijkheid in een schijnwerkelijkheid veranderen. Ik zat op stoel 33D van een KLM737. Volgens seatguru geen fijne plek. Het is vooral lawaaiig. Terwijl de stewardessen in de galley achter mij elkaar spreken voeden hun woorden mijn droom. Ik hoor de luidruchtigste van de twee klagen over het personeelsbeleid van de KLM. En hoe haar vakbond FNV er niets aan kan doen omdat de bond van cabine personeel te vredelievend is. Ik besluit mij in het gesprek te mengen. Ik ben tenslotte organiser. Ze schrikken zichtbaar als ik zeg dat ik delen van het gesprek heb gehoord. Maar zijn ook even snel opgelucht als ik zeg dat ze groot gelijk hebben. Er ontstaat een gesprek over hun zware leven (onregelmatigheid, tijdsverschillen, luchtdrukverschillen, tijdsdruk, bedenk het maar). Eén van hen zegt dat ze einde dienst helemaal kapot is en dat KLM nu met nog minder personeel wil vliegen. We spreken over de concurrentie aan de bovenkant, KLM kan met hun oude kisten en uitgezeten stoelen niet concurreren. Aan de onderkant evenmin. Het enige onderscheidend vermogen van KLM is de service en de glimlach van het personeel.

Ze praten ook over het gebrek aan solidariteit. De eerdere acties werden door collega’s ondermijnd. Ze laten mij een discussie op een internet platform zien waarin grondpersoneel de stewardessen uitmaakt voor nagel vijlende hoertjes. Ik vertel ze dat op mijn eerdere blogs over het stakingsverbod voor de grondafhandeling verschillende vliegers negatief reageerden. Er zit veel zeer in de ooit zo trotse blauwe familie. Het blauwe hart is afgezakt naar een blauwe onderbuik. We spreken over hoe mooi het zou zijn als het grondpersoneel, de vliegers en het cabinepersoneel de handen ineen zouden slaan. Dan zou Pieter Elbers wel moeten luisteren. Maar ja, het was maar een droom.

This is Africa!

fullsizerender

In Zwitserland, onder de rook van Zurich ligt het welvarende dorpje Rüschlikon. Een paar jaar geleden was het even wereldnieuws. De CEO van een multinational verkocht zijn aandelen en de gemeente als primaire belastingontvanger bulkte ineens van het geld. Daarom stelde de burgemeester voor de belastingen met 7% te verlagen. Er was echter een inwoner die vond dat best een beetje van dat geld terug mocht naar waar het was verdiend: Afrika. Hij wilde een belastingverlaging van 5% en 2% teruggeven aan Afrika. Democratisch als Zwitserland is volgde een referendum. Zoals gezegd, het verhaal is niet nieuw maar ik zal de uitkomst niet verklappen voor diegenen die het nog niet kennen. Hier vindt je het hele verhaal (geen nood, het antwoord zit in de eerste 5 minuten).

We gebruikten dit verhaal als een eyeopener op een cursus voor collega’s uit Kameroen, Kenia, Rwanda, Zambia en de beide Congo’s. Om te laten zien dat rijkdom en armoede oorzaak en gevolg zijn. Het was een superleuke training waarin mijn ogen ook werden geopend. Mensen vertelden met trots over hun land maar nog vaker met trots en aandoenlijkheid over Afrika. Alsof je kinderen over hun oude moeder hoort praten. Afrika is een gigantisch continent, met vele religies, honderden talen, verschillende volkeren en stammen, vol problemen en tegenstellingen. Toch voelen mensen zich verbonden in moeder Afrika.

Eén van de deelnemers zei in de introductie dat hij zo blij was om in Kameroen te zijn omdat Kameroens voetballers heel Afrika trots maken. Zulke emoties zie en voel ik nu nooit in Europa. We kankeren op “Brussel” en haten de EU. Terwijl wij ons zorgen maken over de Euro hoor je weinig gemopper over de Afrikaanse franc (14 landen, via Frankrijk gekoppeld aan de Euro). Alhoewel overdressed en underdressed een heel ander level hebben in Afrika, zie ik prachtige pan-Afrikaanse damesmode. Natuurlijk is niet alles pais en vree in Afrika. Maar ik was onder de indruk van het saamhorigheidsgevoel. TIA, ofwel “this is Africa!”

Ik ben deze blog begonnen toen ik vorig jaar een klus in Europa startte. Nu mijn nieuwe werkterrein de hele wereld is, wacht een heroverweging. Moet ik ermee doorgaan, is dat vol te houden, en zo ja in welke vorm? Een blog onderhouden kost flink wat tijd. Naarmate het aantal lezers toeneemt, geeft het ook een zekere verantwoordelijkheid. Ik ben er nog niet uit. Voor nu vond ik mijn eerste waarnemingen in Afrika wel een mooie overgang.

Met goede vrienden kun je ver gaan

Het was een vreemde week. Terug uit Zweden, waar ik voorlopig voor de laatste keer zo maar een week kon blijven had ik nog vijf dagen in Nederland. Mijn gevoel zei me dat ik nog veel moest doen. Een gevoel inderdaad want ik kon eigenlijk weinig nuttige taken bedenken. Het oude huis uitgebreid inpakken terwijl ik nog geen nieuw huis heb is tamelijk doelloos. Bovendien is er niet zoveel in te pakken, ik wil graag naar een wat minimalistischer bestaan. Daarom was het belangrijkse al gedaan: heel veel spullen wegdoen. Toch bleef dat gevoel knagen.

Nog vijf dagen te gaan moest ik in elk geval nog enkele vrienden bezoeken, mijn moeder en kids gedag zeggen en mijn auto, telefoon en computer inleveren. Met ook nog twee doktersbezoekjes op het programma bleef er net genoeg tijd over voor het geval mijn gevoel door het verstand in het gelijk zou worden gesteld.
Totdat woensdag bleek dat ik voor mijn reis naar Kameroen over een week alleen in Den Haag een visum kan halen. Dus donderdag heen en weer, en vrijdag bij het inleveren van mijn spullen in Utrecht, met de trein mijn huurauto ophalen op Schiphol, en via Den Haag terug. Ineens zat mijn week vol. Het onrustige gevoel dat er nog veel te doen was nam alleen maar toe. Tot overmaat van ramp werd ik op de A12 ook nog aangereden.
Een oude -te lang niet geziene- vriend van mij, waarmee ik 12 jaar geleden een groot avontuur in Wit Rusland heb meegemaakt, kreeg onlangs een hartinfarct en werd op het nippertje gereanimeerd. Na het dotteren en plaatsen van stents, kreeg hij ook nog een hersen infarct. Ik wilde hem graag bezoeken, maar dat leek niet meer te lukken. Hij was alleen de weekenden thuis. Zaterdag zag ik hem, pakte hem vast en barstte in huilen uit. Ik was zo blij hem in levende lijve te zien dat ik de emoties niet meer de baas was. Ik zag en hoorde hem, een geweldige sterke en super fitte generatiegenoot met een bijna dood ervaring, aangetaste spraak maar nog steeds die sterke optimistische uitstraling.
Na een laatste was en schoonmaakbeurt in huis, toch maar eens mijn twee koffers zo ver mogelijk ingepakt en s’avonds heerlijk op stand dineren met mijn mijn oudste dochter. Ik had haar op haar voorstel een uitje beloofd en dit bleek zeer geslaagd.
Terwijl ik dit in het vliegtuig schrijf en mij eindelijk rustig voel, besef ik wat ik was vergeten: De emoties van het vertrek. De tranen bij mijn goede vriend, waren meer dan het gevolg van een emotioneel weerzien. Het was ook de emotie van het vertrek. “Met goede vrienden, kun je ver gaan” En ik weet zeker dat het weerzien met mijn vrienden altijd goed is. Hoe lang of hoe ver ik ook ben weg geweest.

Het zit er op

Het zit er op, 81 vliegtuigen, 21 luchthavens, 18 steden, 39 groepen, 50 trainingsdagen en iets meer dan 1000 deelnemers. Een enerverende rondreis door Midden en Oost Europese landen. Ik zit de laatste dagen te denken over de verschillen die ik heb gezien en probeer die te checken en te objectiveren.

Als ik spreek over armoede in de MOE landen krijg ik vaak terug dat het prijsniveau ook veel lager ligt. In veel landen kun je voor minder als 10EUR een goed bord eten kopen met een biertje erbij. De menukaart is ons beperkte referentiekader. Wat een kilo vlees, kleding, energie, huur, verzekeringen en abonnementen doen weten wij niet. Als je goed kijkt hoef je het ook niet precies te weten om een indruk te krijgen. Ik zie de staat van de infrastructuur. De onafgemaakte projecten. Ik hoor hoe vertrouwensvol mensen spreken over hun regering en zie de discipline om zich aan verkeersregels en dergelijke te houden. Ik meen ook een verband te zien tussen ontwikkeling en de hoeveelheid zwerfvuil.

In het lijstje zie je mijn subjectieve volgorde van de landen die ik in September heb bezocht. Daar zat Zwitserland ook bij en dat leek mij wel een aardige benchmark. Ter referentie heb ik Nederland er onder gezet. Daarachter heb ik de GDP/capita/ppp (IMF), de GINI index (UNDP) en om toch een indruk te krijgen van de menukaart heb ik de Big Mac Index er achter gezet.

GDP/capita (ppp) GINI Big Mac
Zwitserland 80.675 33.1 15.00
Hongarije 12.240 24.4 5.25
Roemenie 8.906 30.3 4.74
Servie 5.120 29.7 4.65
Armenie 3.535 37.9 4.02
Nederland 49.166 32.6 8.00

GDP/capita (ppp) is het Bruto Binnenlands Product, per hoofd en gecorrigeerd op koopkracht. Mijn gevoelsmatige ranking naar GDP klopte met de cijfers, waarbij Zwitserland op 1 natuurlijk een inkoppertje was. Ik dacht echter ook dat de inkomensverdeling m.u.v. Zwitserland ongeveer hetzelfde liep. Hoe armer het land in mijn ogen lijkt, hoe vaker ik te dure auto’s spot. Maar de GINI index laat toch iets anders zien. GINI meet de verdeling van inkomen. Hoe lager het getal, hoe gelijker de verdeling. Hongarije, Roemenië en Servië zijn tot mijn verbazing gelijker als Nederland. Het aantal superrijken is beperkt, de meeste mensen zijn even arm.

De Big Mac index is het meest inzichtelijk als je kunt zien hoeveel Big Mac’s je van een salaris kunt kopen. De theorie is dat een BM overal dezelfde ingrediënten bevat en de variabelen in loon, grondstof en energie prijzen, belasting e.d. ten opzichte van het inkomen zichtbaar maken. Die cijfers kan ik niet voor al deze landen vinden. Ik heb daarom niet de “officiele” Big Mac index van the economist gebruikt. In plaats daarvan heb ik de actuele prijzen van een Big Mac menu (BMM) volgens Expatistan.com genomen. Je ziet dat de prijs van een BMM zich niet recht evenredig verhoudt met het welvaartsniveau. Het GDP van Zwitserland ligt bijna 23 keer hoger als in Armenië, terwijl een BMM “slechts”4 maal duurder is.

Een zwerfvuil index bestaat niet. Maar mijn idee dat er een causaal verband is tussen armoede en zwerfvuil klopt ook niet helemaal. Boedapest is in mijn waarneming de schoonste stad in deze zes landen, schoner als Amsterdam of Geneve. Er ligt echt geen peukje op straat.

Wat dit lijstje naar mijn idee laat zien is dat het EU lidmaatschap niet alles zegt. Roemenië is beduidend armer dan Hongarije. Zwitserland is beduidend rijker dan Nederland. Kandidaat lidstaat Servië is weer rijker als nooit lid Armenië. Wat ook opvalt is dat de betreffende MOE landen ooit deel waren van een groot en machtig imperium met een rijke en lange historie. De Habsburgse dubbelmonarchie, het Groot Servische Koninkrijk (en later Joegoslavië) en het Bijbelse Groot Armenië. Als gevolg hiervan spelen er tot op heden etnische en territoriale sentimenten.

De culturele erfenis van Europa komt niet exclusief aan de EU toe. In onze gezamenlijke geschiedenis zijn veel sluimerende conflictbronnen ontstaan. De economische verschillen zijn groot en dat maakt de EU achterdochtig en toetreders gretig. De EU sentimenten tegen uitbreiding versus de toetredingsdrang geeft spanningen binnen de EU. Maar we moeten ook goed bedenken welke spanningen uitsluiting oproepen.

Ik heb gekeken, geluisterd, mij vaak verwonderd en ook veel geluld. Ik was tenslotte cursusleider. Ik heb fijne collega’s leren kennen die “understaffed & underfunded” hun werk proberen te doen. Mijn beeld heeft meer kleur en nuance gekregen. Ik voel mij in meerdere opzichten bevoorrecht.

Wankele Wim

ikea-logos-150x150

Ik dacht altijd dat de uitdrukking gele bond afkomstig was uit Amerika. Waar “yellow” staat voor laf. Maar de oorsprong van gele bonden ligt in Frankrijk bij de Federation Nationale des Jaunes de France. De definitie is volgens ILO: “Een vakbond binnen een enkel bedrijf, welk de vakbond domineert of sterk beïnvloed, om zijn invloed te beperken”.

Bonden die het op een akkoordje gooien met een werkgever en FNV buitensluiten, zijn dus niet per definitie gele bonden. Maar het feit dat het gebeurt en de daarop volgende verontwaardiging van de FNV, laat de zwakte van de Nederlandse vakbeweging zien. We zijn allemaal muizen, maar FNV is de grootste muis. Sinds 2001 zien we steeds vaker dat kleinere vakbonden het op een akkoordje gooien met werkgevers. We zijn het te vaak niet eens met elkaar. Het Nederlandse gebruik dat ondertekening van een cao in veel gevallen een bijdrage van werkgever aan de vakbond ten gevolg heeft, maakt het niet eenvoudiger. Immers hoe afhankelijk zijn bonden van de werkgeversbijdrage en hoe vaak komt het voor dat zij bij het kruisje tekenen om de werkgeversbijdrage te innen? Wellicht stof voor een volgende blog. maar het maakt ze niet per definitie ‘”geel”.

Afgelopen weekend was ik te gast bij Sanitas in Roemernië en dacht aan een ervaring een jaar of zes geleden. Toen ik nog werkte voor de Europese Metaalbewerkers Bond en Nokia nog een succesvol bedrijf was. Het lijkt een eeuwigheid geleden. Nokia wilde productiecapaciteit verplaatsen naar goedkopere landen. In dit geval van Bochum in Duitsland naar Jucu in Roemenië. Ik moest een Roemeense lid organisatie helpen voet aan de grond te krijgen op die nieuwe site. Het was een hele grote nieuwe site op een behoorlijk afgelegen industrieterrein en geheel omgeven met hoge hekken. Werkers werden uit de wijde omgeving geronseld en per bus aangevoerd. De bus bracht en haalde de werkers tot binnen de hekken, zodat direct contact leggen niet mogelijk was. In de eerste maanden werd binnen de hekken een nieuwe bond opgericht en de bestaande bonden werden buiten gehouden.

Tegen de tijd dat de reguliere bonden enige leden telden, was er een cao en zat de zaak potdicht. Een duidelijk gevalletje “gele bond”, wat des te meer opviel omdat Nokia een onderneming was met een rijke vakbondshistorie in Finland. Ik heb al vaker betoogd dat de grote Scandinavische vakbondstraditie geen export product is gebleken. Ik moest de dialoog met en toegang tot het bedrijf op gang helpen en dat lukte zeer moeizaam. Maar goed, ik wil wat verder met het “gele bond” verschijnsel.

Een ander Scandinavisch bedrijf richtte in nota bene Nederland een eigen vakbond op. Misschien wel een voorbeeld voor Nokia in Jucu. Op initiatief van Nederlander Albert Martens, op dat moment plaatsvervangend directeur van IKEA Nederland werd in 1992 de Werknemersvereniging Ikea Medewerkers, kortweg WIM opgericht. De reden voor de oprichting was om met een eigen cao de algemeen verbindend verklaarde cao detailhandel in meubelen te omzeilen en zo de arbeidsvoorwaardenontwikkeling binnenskamers te houden. Het was een slimme zet want WIM beleeft volgend jaar een 25 jarig jubileum en heeft op papier nog steeds zo’n 20% organisatiegraad. Ik zeg “op papier” want als je bij WIM je lidmaatschap probeert op te zeggen, wat geen sinecure is, wordt je daarmee vanzelf “erelid”. Je mag dan niet stemmen over een cao akkoord, maar blijft zonder te betalen lid. Soms waaien documenten die ik niet kan linken zomaar mijn werkkamer binnen. WIM heeft 1098 leden waarvan 743 betalende leden, dit is 14.8% van de medewerkers. De FNV heeft 12.3% georganiseerd. In de blauw-gele samenwerking moet de ruimte voor een echte bond die eisen stelt klein worden gehouden. Dus heeft WIM 355 feitelijk “verplichte” leden en kan IKEA nog steeds een cao afsluiten zonder FNV. Ik vraag mij af waarom de andere betalende WIM leden dit accepteren. Ik zou bezwaar maken of ophouden met betalen. Maar kennelijk is de wederzijdse liefde groter dan het tegengestelde belang. Het wachten is op het moment dat IKEA de rekeningen van WIM moet betalen om FNV klein te houden. En dat is het moment dat IKEA werknemers snappen dat het zo niet werkt. Dat moment komt nabij Albert Martens!

De glijdende rechter

vrouwe-justitia

Moet een rechter nog langer beslissen of er gestaakt mag worden? Ik heb al eerder betoogd wat er mis is met het stakingsrecht in Nederland. Ik zie o.m. naar aanleiding van mijn eerdere blogs veel reacties van mensen die het niet helemaal snappen. Een discussie met oud studiegenoot en uitzendbaas Sipke Meindertsma deed mij besluiten om nog één keer te bloggen over het stakingsrecht. Nu wil wat dieper op de procedure, die weinig mensen lijken te begrijpen. Daarom is het ook een lang stuk geworden. Ik ben geen jurist, ik begrijp en leg uit met een lekenverstand en daag elke gespecialiseerde jurist uit om het beter uit te leggen.

Wil je deze discussie zindelijk voeren dan moet je een oordeel over KLM-staking uitstellen. Of het slim is en of de FNV-ers kunnen winnen is voor de discussie niet relevant. Of de FNV een kutclub van oude mannen is (wat natuurlijk niet zo is), hoeveel stakers er zijn en of het een verloren strijd is, het is allemaal niet relevant.
Het recht op collectieve actie is een grondrecht en ooit bedoeld om de onevenwichtigheid in de machtsbalans tussen werknemer en werkgever te herstellen. In de vele onderhandelingen die ik heb gevoerd heb ik vaak aan den lijve ondervonden dat die machtsbalans nog steeds onevenwichtig is. Sterker nog, in de 25 jaar als vakbondsbestuurder heb ik de machtsbalans verder zien hellen ten gunste van werkgevers. Het feit dat FNV tientallen CAO’s niet rond kan krijgen zegt genoeg. Op enig moment is het enige tegengewicht collectieve actie.

Het stakingsrecht is vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest (ESH) en in veel beschaafde landen in nationale wetgeving of soms zelfs de grondwet. In Nederland helaas niet, wij leunen op het ESH. Het ESH is geen EU regelgeving, het is een verdrag binnen de raad van Europa, waarbij 47 landen waar onder Rusland en Turkije zijn aangesloten. Ik noen deze landen met opzet omdat daar, ondanks de ondertekening van het ESH, stakingen nogal eens naar aflopen. Het illustreert de zwakte van het ESH. Het is niet afdwingbaar.
Een suggestie die ik meerdere malen op sociale media zag: sleep KLM of de Nederlandse staat voor het Europese Hof van Justitie (EHvJ). Het EHvJ is echter een EU orgaan en gaat niet over het ESH. Het Europees Comité voor Sociale Rechten ECSR in Straatsburg gaat er over. Je zou naar het EHvJ kunnen gaan op grond van artikel 28 van het Europese handvest grondrechten van de EU. Let op: dat is niet het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) of ESH maar die EU “grondwet” die wij niet wilden. Die grondwet is tekstueel zwakker dan het ESH en tot nu toe neemt de Hoge Raad der Nederlanden niet de EU grondwet maar het ESH als uitgangspunt. Bovendien is er niet heel veel EHvJ jurisprudentie over stakingsrecht en wat er is, is niet gunstig. De beroemde Viking en Laval arresten -duidelijke beperkingen van het stakingsrecht- zijn EHvJ interpretaties van het EU handvest. Genoeg redenen om niet bij het EHvJ aan te kloppen.

Dus vallen we terug op het ECSR, een comité van 15 internationaal gerenommeerde rechtsgeleerden. Het ECSR heeft al veel vaker kritiek geuit op beperkingen van het stakingsrecht door Nederlandse rechters. Die kritiek wordt in rapporten doorgegeven aan de Nederlandse regering op wie dan de taak rust de rechterlijke macht te informeren. Die rechterlijke macht is -zoals het een democratie betaamd- onafhankelijk. Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om te kijken naar het ESH als rechtsbasis en de uitleg van het ECSR, -als een soort van memorie van toelichting van de wetgevende macht- in overweging te nemen. Dat doen ze ook.

In een arrest in 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Nederlandse rechtspraak in overeenstemming moet komen met het ESH en dat het stakingsrecht alleen beperkt kan worden op grond van de beperkingen die zijn neergelegd in artikel G. Artikel G zegt dat een staking “…alleen kan worden verboden wanneer dit in een democratische samenleving noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden”.
In dit zgn Amsta arrest heeft de Hore Raad het ultimum remedium criterium (zie eerdere blog) geherdefinieerd. “Bij de beoordeling óf een beperking of uitsluiting van de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk is, dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen (…) Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor in 3.3.3 is overwogen, kan in dit verband ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de spelregels zijn nageleefd”.

Dat is veel meer tekst dan artikel G van het ESH en -alhoewel het niet uitblinkt in duidelijkheid- lijkt het een verruiming van het stakingsrecht. Maar door het ultimum remedium principe onderdeel te laten zijn van een bredere afweging zijn er feitelijk meer mogelijkheden ontstaan om een staking te verbieden. “Vakantiedrukte en een mogelijk terroristische dreiging” zouden vóór het arrest minder haalbare gronden zijn geweest. Vakantiedrukte is immers inherent aan het vliegbedrijf en mogelijk terroristische dreiging is niet te objectiveren. Er is altijd een mogelijke dreiging.

In het KLM geding en appél valt de rechter terug op het Amsta arrest en grijpt de wollige nuancering van de Hoge Raad aan om een verbod te motiveren. De rechter dient alle omstandigheden te wegen en doet dit ook. Maar het gerechtshof doet nog meer en zegt:
“Het verbod van de door FNV voorgestane acties tot en met 4 september 2016 is in dat verband proportioneel”. Daar waar aanvankelijk werd getoetst of een staking proportioneel is, wordt nu ineens een proportionaliteitstoets op het verbod losgelaten. Is het redelijk om te staken wordt plotseling is het redelijk om te verbieden. Dat is wat mij betreft een Erdogannetje: een verbod op het uitoefenen van een grondrecht legitimeren. Een uitglijder die laat zien dat een verbod afhankelijk is van wie wordt bestaakt  en hoe de muts van de rechter staat.

Voor wat in andere landen een fundamenteel recht is, zijn wij in Nederland overgeleverd aan de grillen van de rechter. FNV zou in cassatie kunnen gaan. Cassatie is echter geen inhoudelijke beoordeling van het geschil, maar een beoordeling van de rechtsgang. Cassatie heeft het risico in zich dat deze uitspraak staande jurisprudentie wordt: uitgangspunt bij andere stakingszaken. Het is een zeer gespecialiseerde niche van de rechtspraak: cassatie; stakingsverbod; ESH, dus ik zou niet durven voorspellen hoe dit zou kunnen aflopen.

De andere stap is een klacht bij het Sociaal Comité. Grote kans dat die gehakt maken van het KLM arrest. Maar het zal jaren duren voordat een uitspraak van het ECSR doorsijpelt in de jurisprudentie.
Dit alles leidt tot de vraag of we in dit land niet eens serieus moeten nadenken over één van onze grondrechten en kijken hoe andere landen het doen. Een van de aanbevelingen in het ESH en de EU grondrechten is dat er een tussenstap van bemiddeling wordt ingebouwd. In Zweden is 70% lid van de vakbond. De arbeidsrust (stakingsdagen/werknemer) is bijna even laag als in Nederland. Als bonden een staking willen uitroepen, kijkt een comite van werkgevers en werknemers of het nog anders op te lossen is. Zo ja, wordt er verder onderhandeld, Zo neen, gaat of de werkgever akkoord of de bond in staking. Het leidt zelden of nooit tot rechtzaken (behalve dan de Laval zaak). In andere landen is er een speciale kamer van arbeid van de rechtbank.

In Nederland gaan we naar een willekeurige rechter. Die kan bij wijze van spreken dezelfde dag een burenruzie over een overhangende tak beslechten. Of hij verstand heeft van stakingsrecht en de consequenties van zijn uitspraken in een historische ontwikkeling van grondrechten kan plaatsen mogen we hopen.

Startup fuckup

COLLECTIE_TROPENMUSEUM_Het_aanduwen_van_een_auto_die_door_de_modder_op_de_weg_dreigt_weg_te_slippen_TMnr_20010530

In een vorig leven was ik twee keer betrokken bij de opstart van een nieuw bedrijf. “Voor jezelf beginnen” heette dat toen nog. Een familielid en een buurman wilden beiden mijn hulp bij het maken van het ondernemingsplan en ook een beetje sparren met een kritische geest. De één begon een zaak in de motorvoertuigbranche, de ander een schildersbedrijf.

Zo’n ondernemingsplan heb je nodig voor de startfinanciering, maar het is ook een hele goede denkoefening om voorzienbare kansen en tegenslagen in beeld te brengen. Als je een vak goed verstaat wordt je niet vanzelf een succesvolle ondernemer. Je moet er al doende een ander vak bijleren. Een koude start, als het ware. Enfin, beiden ondernemen er na vele jaren nog lustig op los en ik ben trots dat ik een klein beetje heb kunnen helpen bij die koude start.

Eigenlijk gebeurde dat vroeger veel. Je begon als monteur, timmerman, schilder of administrateur voor jezelf en als het goed ging groeide je op het succes van je bedrijf en overzichtelijk krediet. Ik sloot ooit een CAO bij een onderneming van 100 man die zo was ontstaan.

Tegenwoordig is er een andere manier om voor jezelf te beginnen. Het gaat niet om het exploiteren van vaardigheden maar om een concept of uitvinding waar investeerders geld in willen steken. Dat geld is nodig om mensen met de vaardigheden om het concept te realiseren binnen te halen. Omdat de belofte groot is, gaat er heel veel kost voor de baat. Ik las deze week een aanbevelenswaardig artikel over werken bij zo’n startup, want zo heet zo’n onderneming ineens(1). Eigenlijk zijn de personeelsleden durf investeerders die worden gepaaid met capacino’s,computergames en vage winstdelingsverwachtingen, maar zelden met een behoorlijk salaris. Zij geven de onderneming een warme start.

Ik dacht ineens aan een mislukt projectje eerder dit jaar. Het ging om een snel groeiende Nederlandse startup met een heel leuk technisch concept (2). Een conflictvrij, milieu-, werknemers- en klantvriendelijk product in de niche van een grote wereldmarkt. Het wordt natuurlijk in China gemaakt. In Nederland is het feitelijk een ontwerp, marketing en verkooporganisatie.

Maar hoe zorg je nou dat je product “eerlijk” tot stand komt in China en dat werknemers iets van fatsoenlijke voorwaarden, een veilige werkplek en een vorm van medezeggenschap hebben? Daarvoor was advies ingewonnen bij de collega’s van IG Metall die bij VW in China al de nodige ervaringen hadden opgedaan. Dat gratis advies was nuttig, er ontstond een soort alternatieve werknemersorganisatie om de beperkingen in de Chinese wet te omzeilen.

Nu konden de Duitse collega’ s niet nalaten om te vragen hoe het personeel in Nederland werd vertegenwoordigd. Je ziet het al komen, niet dus. Geen vakbond, geen ondernemingsraad en geen CAO. Een smetje op het zo schone blazoen en proper als Duitsers zijn spraken ze het bedrijf daar op aan. De Duitse vakbond kan zich natuurlijk niet rechtstreeks bemoeien met een bedrijf in Nederland.

Dus vroeg men mij of ik er eens naar wilde kijken. Een kolfje naar mijn hand wat ik tussen mijn reizen door kon oppakken. Ik belande al snel in een frivole werktuin in de Randstad. Een gigantische open ruimte met bureaus, exotische plantenbakken, smoothiebar, ontspanningslounges, speelhoekjes en Engels sprekende hipsters.

Alles ademde de geur van organische koffie, etherische oliën en hopelijk klare wijn. Op het eerste gezicht een intens gelukkige gemeenschap ver van noden en behoeften waarin een vakbond voorziet. Ik sprak met een gozer die alleen een voornaam leek te hebben maar wel CEO was. We bedachten een samenwerking om een OR tot stand te brengen en de arbeidsvoorwaarden wat te stroomlijnen. De HR afdeling, een kast in de hoek die net was net uitgebreid met een persoon die zich de people team noemde, zou contact met mij opnemen. Ze konden wel wat hulp en structuur gebruiken in hun snelle groeistuipen.

Maar er kwam ook net een “launch” aan. Nee, ze gingen niet de ruimte in, maar zo heet het begin van “de uitrol” van product 2.0. Die launch gaf zo’ n capaciteitsbeslag dat de samenwerking begrijpelijkerwijs even moest wachten. Dat was mooi want dat gaf mij tijd om met wat extra brainpower van een slimme jonge collega een plan van aanpak op te zetten.

We bedachten hoe we deze prille relatie zouden kunnen gebruiken om te laten zien dat jong, fris en hip en de vakbond heel goed samengaan. En hoe een innovatieve nieuwe onderneming de vakbond ook kan gebruiken voor het eigen imago. Een win-win showcase om maar even in het jargon te blijven.

De launch was voorbij en ik stuurde nog een keer of twee een e-mail naar de hippe vogel over wanneer we nu zouden beginnen en hoe wij het zouden benaderen. Natuurlijk was ik hartstikke duidelijk dat ik eerst het personeel moest spreken. Want ik wilde wel zeker weten of mijn inspanningen ook door het personeel zouden worden gedragen en had ook wat richting nodig.

Ruim zes maanden na het eerste contact kreeg ik een mail van de people team: of ik kon langs komen om wat ervaringen te delen. Ik mailde terug dat ik geen consultant ben die vrijblijvend ervaringen deelt, maar een vertegenwoordiger van een democratische werknemersvereniging die toch echt eerst met het personeel moet spreken. Of die boodschap is doorgekomen weet ik niet. Maar het feit dat het daarna stil bleef deed mij vermoeden dat een diepere blik in het paradijs niet gewenst was.

(1) De startup deceptie, Peter Blasic, Nieuwe Revu

(2) Zolang Ik geen enkele werknemer vertegenwoordig zie ik geen noodzaak om te onthullen om welk bedrijf het gaat en zul je mij op mijn woord moeten geloven dat het waar gebeurt is.