Raar feestje

Ik was afgelopen week in Londen op een research seminar. Leuk om met collega’ s te zijn die allemaal met verandering bezig zijn. Vrijdag mocht ik spreken op een 25 jarig jublileum van een Letse vakbond. Ze zijn na de onafhankelijkheid met 110.000 leden afgesplitst van een van de oude bonden. Van die 110.000 zijn er nu nog 4000 over. Weinig reden voor een feestje. Ik hoefde de aanwezigen niet uitgebreid uit te leggen dat als wij niet veranderen, het einde van de vakbond nabij is. Dat snapten ze donders goed en misschien is mijn boodschap wel een strohalm voor ze.

Boedapest

Vreemd volk, ze spreken een ondoorgrondelijke taal die behalve op Fins, nergens anders op lijkt. Als ze over geschiedenis spreken lijkt niet Wenen maar Boedapest het centrum te zijn geweest van het grote Habsburgse rijk. Trotse gebouwen en trotse mensen in Boedapest. De straten zijn schoon, historische gebouwen zijn in volle glorie gerestaureerd. De Boeda en Pest scheidende Donau ligt vol met grote toeristen boten. Toeristen komen hier graag om te genieten van deze mooie stad. Maar onder de pracht ligt veel armoede. Boedapest is een stad van werkende armen. Ik verblijf in leuke studio van 30 m2. Naast, boven en onder mij wonen mensen in appartementen van dezelfde afmeting. Een appartement in de stad kost tussen een 50 a 100% van een niet ongebruikelijk fulltime salaris van 80.000 Forint, netto per maand. Dat is nog geen 300 Euro. In een cursus setting bespreken we een huishoudbudget met twee fulltime inkomens. Als alle rekeningen zijn betaald blijft er zo’n 100 a 150 euro per maand over om van te leven. Ik was ook in de supermarkt. Erg moeilijk voor te stellen dat je van zo’ n bedrag een gezin kunt voeden, kleren kunt kopen en ook nog geld overhoudt voor vervanging van een kapotte wasmachine of iets dergelijks. Er wordt dan ook veel op afbetaling of met geleend geld gekocht. De populistische regering heeft weinig op met de gewone man. Ze roepen wel dingen die mensen graag horen: tegen vluchtelingen, tegen de EU, je kent het wel. Prestige is ook belangrijk: de regering wil een serie nieuwe voetbalstadions bouwen. Maar verbeteringen voor de werkende armen zit er niet in. En opstand ook niet. Mensen zijn bang en gelaten. Zo gelaten dat velen verkiezingen ook als zinloos beschouwen. En zo komt Hongarije aan de meest rechtse regering van Europa.

Ich bin ein gutmensch

Een collega kwam te laat de zaal binnen. Het werd even stil en alle blikken volgden hem terwijl onverstoord een zitplaats zocht. Met z’n geverfde haren, donkere bril en lange jas was het een flamboyante verschijning. Ik dacht wat zou ik doen in zijn plaats? Allerlei gedachten schoten door mij heen. Was het niet beter als hij weg was gebleven? Had hij niet gebukt onder schaamte moeten binnen komen? Kunnen wij nog wel zaken doen met hem? Zou hij niet openlijk afstand moeten nemen?

Het was 15 jaar geleden toen in Oostenrijk ondanks wereldwijde protesten de Christen Democraten een coalitie met de ultra rechtse FPÖ van Jörg Haider vormden. Er waren discussies over boycots. De Europese Commissie had besloten de contacten met Oostenrijk te minimaliseren. En toch kwam deze Oostenrijkse collega zonder enige schaamte naar een EU bijeenkomst.

Inmiddels zijn we 15 jaar verder en in verschillende landen in de EU spelen zich taferelen af waar Jörg Haider van kon dromen. Overal in de EU zien we radicaal rechts sterker worden. We kijken nergens meer van op. Ik loop ook nergens met schaamte binnen omdat de PVV misschien wel de grootste partij in Nederland is.

Er was natuurlijk helemaal niets mis met de houding van die Oostenrijkse collega. Onze reactie of liever non-reactie sloeg nergens op. We waren gewoon nog niet gewend aan de rechtsrukkerij die 15 jaar later gewoongoed is in de EU.

Inmiddels zijn we op het punt beland waar “goed mens” is verworden tot het als scheldwoord gebruikte “Gutmensch”, voor iedereen die vanuit een moreel perspectief reageert. Gutmenschen worden uitgejouwd en overschreeuwd. In de openbare ruimte gaat bijna niemand er tegenin. Politici reageren met gemeenplaatsen als “we hebben begrip voor de zorgen”.  De steun komt via het veel veiliger internet. Een paar jaar geleden was het nog andersom. PVV-ers die hun nare gedachten –doorgaans anoniem- via het internet kenbaar maakten omdat ze in het publieke debat kansloos waren. De meesten van hen zijn nog steeds anoniem omdat ze weten wat ze zeggen niet door de beugel kan. Maar door een handvol openlijke schreeuwlelijken durven we er niets meer tegenover te zetten. We buigen steeds verder mee in wat gezegd kan worden.

Laten we geuzennaam maken van Gutmensch. Laten we spreekkoren aanheffen: “Wir sind die Gutmenschen” telkens als we mensonterende opmerkingen horen. Voor mijn part komt er een partij van Gutmenschen, ik stem op ze!

Cultuurrelativisme

Ik schreef al eerder iets over IKEA, met name de universele handleidingen zonder taal intrigeerden mij. Ik zou natuurlijk over belastingontwijking, werknemersrechten, of het dubieuze verleden van de oprichter kunnen schrijven, maar dat weten we wel. Mijn vele verhuizingen maken mij tot een noodgedwongen Ikea kenner. Ik was onlangs bij IKEA in Haparanda Zweden. Die ziet er precies zo uit als vestigingen die ik eerder in Nederland en België bezocht. De folder, de doolhof lay-out, bewegwijzering, het restaurant menu, de producten (en hun Zweedse namen), de prijskaartjes, de uniformen, zelfs de meetlintjes, alles is in principe gelijk. In de designs herken je Scandinavische cultuurelementen. In het menu ook: zalm en Zweedse gehaktballetjes vindt je in elke winkelrestaurant, waar ook ter wereld. De kleine supermarkt bij de uitgang is gevuld met Zweedse producten. Ik zag in Zwolle dat het typisch Zweedse “lördag godis” (zaterdag snoep) niet eens meer wordt vertaald. De enige verschillen zitten in de gebouwen (1 of 2 verdiepingen), taal en in België verkopen ze ook alcohol.

Kennelijk is het bedrijf er in geslaagd om één uiterst gedetailleerd, ogenschijnlijk cultuurgebonden concept bijna wereldwijd tot een succes te maken. Dat lukte McDonalds, Burgerking en anderen overigens ook. In Nederland maakt men zich zorgen hoe vluchtelingen onze cultuur bedreigen.Vluchtelingen die zich waar ook ter wereld met herkenning ten ruste zullen leggen op een Jömna of Moshult matras. (Ja, ze leveren niet alleen bedden maar schenken ze ook aan vluchtelingen kampen in het Midden-Oosten). De grote multinationals laten niets na om hun thuisland cultuur zonder noemenswaardig bezwaar aan de wereld op te dringen. Maar dit ter zijde.

Laatst zei een niet nader te noemen buitenlandse collega naar aanleiding van mijn verhaal over de dringende vernieuwing van de vakbond: “dat past niet in onze cultuur”. Waarom zitten vakbonden gevangen in een cultuur waar multinationals en consumenten zich niet aan schijnen storen? En welke cultuur is dat dan?

Netwerken

Onlangs werd mij gevraagd of ik mijn netwerk wel voldoende in stand weet te houden nu ik tijdelijk in den vreemde werk. Een voor mij rare vraag. Ik werk sinds 1992 voor de vakbeweging en ken heel veel mensen. Nu ik van de ene naar de andere buitenlandse conferentie vlieg, komen er steeds nieuwe bekenden bij. Eén van de lastigste zaken als je aan iets nieuws begint is onthouden wie je ontmoet (en in termen van netwerken: wat ze voor je zouden kunnen betekenen). Het begin van een nieuwe baan vreet toch al veel energie. Dus de vervolg vraag overrompelde mij: “Heb je al nagedacht wat je gaat doen als dit project voorbij is”. “Ik ben nog maar net begonnen” dacht ik. “Een jaar is zomaar voorbij!” zag ik al aankomen. Ik ben zeer actief op  Linkedin, Facebook, Twitter, Whatsapp en wat dies meer zij. De overlap op sociale media is groot, maar ik schat dat ik toch meer dan 1000 unieke contacten heb. Alleen al in mijn telefoon zitten een paar honderd nummers.

Maar daar gaat het natuurlijk niet om. We dichten Sociale Media een grote rol in ons leven toe en staan zelden stil bij de oppervlakkigheid. Daarom was het ook leuk om collega’s te ontmoeten bij een actie in Groningen en bijna het gemeentehuis uit gezet te worden. Aan een tafeltje met thuiszorg dames in Apeldoorn te zitten om een nieuwe actie te bedenken. Op huisbezoek te gaan bij een collega die niet de beste tijd van haar leven meemaakt. Na een intensieve dag op stap met het EPSU jeugd comité in Madrid. Tussendoor een kopje koffie met een Spaanse collega. Oude bekenden uit Duitsland benaderden mij voor een leuk klusje. Vandaag kreeg ik nog een mail van een collega die iets over een “geheime” actie kwijt wilde. Even later kreeg ik een mail uit Italië. Iemand van de ILO had een van mijn voordrachten “live” gezien en vroeg of ik naar Italië kon komen.

Laten we sociale media en het woord “netwerken” vergeten. Het gaat om sociaal contact, liefst in levende lijve. En netwerken lijkt meer te gaan om belangen dan menselijk contact. Dat overwegende ben ik een blij mens in de bloeiende sociale omgeving die werk heet.

De vakbond is achterhaald

Je kent het wel. Zo’n feestje waar ouderwets alle stoelen uit het hele huis bij elkaar zijn gezocht om iedereen een zitplaats te bieden. Ik zat naast de vader van de heer des huizes. De man was 85 en zat duidelijk om een praatje verlegen. Sterker nog: ik hoorde later dat de man altijd om een praatje verlegen zat, ook als een ander daar minder zin in had. Vaak begint zo’n gesprek met de nodige opmerkingen over het weer die je dan alleen maar kunt bevestigen. Hij vroeg mij hoe ik de kost verdiende. Ook zo’n standaard ijsbreker om het gesprek te beginnen en het geeft meer inhoud dan een mooi weer gesprek. Ik aarzelde even. Vaak als je op feestjes en partijen zegt dat je voor de FNV werkt, krijg je frustraties en of klachten over je heen. Of ze willen een discussie over het beleid. Gezien de leeftijd van de man stapte ik over mijn aarzeling. “De vakbond” zei de man “is die niet achterhaald?”. “Zolang nog 1,8 miljoen werknemers contributie betalen is de vakbond niet achterhaald” zei ik. Later dacht ik dat ik had moeten zeggen dat zolang werkgevers geld boven mensen stellen is de vakbond niet achterhaald. Maar het kwaad was al geschied want de man wilde natuurlijk weten waarvoor die mensen nog betalen en wat het dan koste. Na enige discussie kwam hij tot de conclusie dat er misschien nog wel een rol is voor de vakbeweging, maar…In dit soort conclusies is “maar” het onvermijdelijke woord en in dit geval ook onverbiddelijk.  “Jullie moeten wel moderniseren”. Hij hief daarbij de wijsvinger.  Dat was een inkoppertje: “dat is precies waarmee ik bezig ben”. Dingen slimmer en effectiever doen. De volgende dag ging ik naar een conferentie van het EPSU youth committee in Madrid. Daar moest ik mijn project weer aan de man brengen. Gisteren sprak ik een man van 85 die vond dat de vakbond achterhaald is. Een mooie anekdotische binnenkomer voor het jeugd comité waarmee ik meteen de aandacht goed kon pakken.

Discipline

Toen ik deze blog begon was het voornemen om tenminste wekelijks te bloggen. In verband met een verhuizing en het ontbreken van een internetverbinding kwam het er niet van. Behalve afspraken die niet kwamen opdagen, was er ook niet heel veel te melden. Maar toch voelt het niet goed om een week te missen.

Tijdens de verhuizing heb ik vooral IKEA meubelen in elkaar gezet. Ik schijn een van de weinigen te zijn die dat met plezier doen. De tekstloze handleidingen zitten verbazend knap in elkaar. Erg goed voorbeeld hoe je taalbarrières omzeild. Ik probeer al jaren in de tekst minimaal te houden in de presentaties die ik maak en daar wel van geleerd hoe moeilijk volledige visualisatie is. Als je zo’n IKEA handleiding stap voor stap volgt, dan kan het niet fout gaan. Dat is precies waar het in de verandering van ons werk vaak mis gaat. In ons ongeduld slaan we wel eens een stap over om vervolgens tot de conclusie te komen dat de aloude manier beter werkt. De verandering die nodig is vergt discipline. Dat wringt logischerwijs met de autonome en vrijblijvende cultuur binnen de vakbeweging en die mijzelf ook wel eens in de weg zit.

Introspectie

Het is moeilijk om diep in jezelf te kijken wat je goed doet en waar je er goed aan zou doen om te veranderen. Hoe complexer de externe omstandigheden, hoe makkelijker het is om te blijven hangen in het eerste. Er zijn altijd omgevingsfactoren te vinden die jouw verandering belemmeren. Dat gaat ook op voor organisaties. Ik was deze week te gast bij een bont gezelschap van vakbondsmensen uit voornamelijk Turkije, Bulgarije en Roemenië. Ik hoorde hartverscheurende verhalen. Hoe mensen moeten rondkomen van een minimum loon van 180 euro of nog erger, een pensioen van 50 euro per maand. Bejaarden die hun eten uit de vuilnis bij elkaar zoeken. Onder welke onmogelijke omstandigheden de Turkse collega’s moeten werken. De kern van mijn boodschap was dat het slecht gaat met de vakbeweging. De externe omstandigheden dwingen ons in een eindeloze slachtofferrol. Maar er is maar één belangrijke factor is die we daadwerkelijk kunnen veranderen: onszelf! Als we niet eerst kritisch naar onszelf durven te kijken, zullen we nooit de kracht ontwikkelen om iets aan die externe omstandigheden te doen. Het was een moeilijk en af en toe pijnlijk gesprek. Eén van de deelnemers nam mij in vertrouwen. Zij wil haar enthousiasme niet langer stukbranden op een stel oude mannen die niet willen veranderen. Ik moest samen met een collega alle zeilen bij zetten om haar te overtuigen dat juist mensen zoals zij van grote waarde zijn. Een andere collega benaderde mij buiten de vergadering. Zij is één van de twee personeelsleden van een piep kleine vakbond die wél wil en graag enkele trainingen met mij doet. Ik heb nu kandidaten voor mijn trainingsproject in Estland, Oekraïne, Roemenië en Slowakije. Stuk voor stuk zeer arme en complexe landen. Als ik diep in mijzelf kijk denk ik wie ben ik. Ik kom uit een superrijk land waar de vakbeweging ook maar zeer beperkte invloed heeft. Ik heb nooit de externe omstandigheden gevoeld zoals zij die voelen. Ik kan hun wereld niet veranderen. Maar dat is nu juist een drogreden om niets te doen.

Eerste bijeenkomst in Kiev

Borispol airport ziet er inmiddels een stuk moderner uit. Het gevolg van de Europacup 2012. Een paar moderne gebouwen hebben de skyline van de stad flink opgetrokken. De wegen zitten nog steeds vol gaten en de verkeersdiscipline is ver te zoeken. Op een weg waar ik zelf niet harder dan 60 zou rijden, doen wij zo’n 140. In de stad is het 80 waar het kan en stilstaan waar er geen keuze over is. Maar dan zie ik links Hotel Ukraine het rechts Maidanplein. Een plaats die ik nog ken van mijn verblijf alhier elf jaar geleden. De sfeer was toen broeierig in de aanloop naar de oranje revolutie. Een jaar geleden was het weer het toneel van een grote opstand. Zo langzamerhand een plein in het collectieve nieuws geheugen. Voor hotel Rus staan veel te grote MPV’s, Porsches en zelfs een Maserati. Hoe armer het land hoe rijker de rijken. Vorige regeringen hebben staatsbedrijven voor een appel en ei overgedaan aan hun eigen familie. Dat zijn nu oligarchen en minigarchen. De zo goed als failliete staat voert een oorlog tegen rebellen in het oosten. Je merkt er hier niets van. Bij aankomst krijg ik “Rochen” chocolade en koekjes. Het merk is eigendom van president Petro Poroshenko. Dat leverde hem veel geld en de bijnaam Willy Wonka op. Intussen hoor ik van collega’s de harde economische werkelijkheid. Het is zoals altijd de gewone man die de grootste lasten draagt. De eerste dag proef ik de atmosfeer tussen de gasten uit Georgië, Armenië, Wit Rusland, Ukraïne en de Baltische landen. Op de tweede dag krijg ik anderhalf uur om mijn project te promoten. Het is de bedoeling dat ik Oost Europese bonden ga helpen met het ontwikkelen van activerend vakbondswerk. Tot mijn verbazing worden stellingen die in Nederland vaak als provocatief gelden hier instemmend ontvangen. Het besef dat er iets moet veranderen is alom aanwezig. Alhoewel ik zelf niet geheel tevreden was over mijn presentatie, leverde het een goede discussie op. Na afloop krijg ik een concrete uitnodiging van collega’s uit Litouwen en tonen de andere Baltics en Ukraïne belangstelling. Het was een prima try-out, ik kan mijn presentatie nog wat aanscherpen voor de bijeenkomst in Sofia volgende week.

Begin van een nieuw avontuur!

In 2009 woonde ik in België en liep mijn in Nederland afgegeven EU “groot” rijbewijs af.  Ik moest volgens de geldende EU regels mijn rijbewijs verlengen in België. Bij een loket van de gemeente Elsene betaalde ik leges en ik stond binnen 20 minuten buiten met een Belgisch EU “groot” rijbewijs. Het BE gedeelte was “permanent”, het vrachtwagen en bus gedeelte liep op enig moment af. Terug in Nederland merkte dat nogal vreemd werd gekeken naar die ouderwetse roze flap met de “permanent” stempels er op. Het ding wordt niet als ID bewijs geaccepteerd en sommige autoverhuurders weigeren een auto te verhuren. Bij onderzoek bleek dat de Belgische stempel “permanent” in Nederland 10 jaar geldig is. Ik had dus nog tot 2019, maar gezien de problemen met het ding leek het mij goed om het in te wisselen voordat ik aan mijn nieuwe Europese avontuur begon. Op het gemeentehuis heb ik gezegd dat ik gezien alle keuringseisen en kosten afstand wilde doen van de C en D bevoegdheden. Anders dan bij het inwisselen van een Nederland afgegeven EU rijbewijs, moet een buitenlands rijbewijs worden ingeleverd bij de aanvraag van een nieuwe. Ik zou binnen 5 dagen een nieuwe krijgen, dus met een kopie en de leges bon van de gemeente zou ik volgens de ambtenaar wel kunnen rijden. Dat bleek bij nader onderzoek niet waar, maar goed, het is wel uit te leggen. Inmiddels heb ik na 11 dagen een brief gehad van RDW. Ik moet of een medisch attest halen of een ingewikkelde afstandsverklaring tekenen. Dat laatste heb ik meteen gedaan, want ik heb dat rijbewijs nodig. Maar het zal ongetwijfeld nog tot volgende week duren voordat ik weer een officieel rijbewijs heb.  Het verhaal zegt mij twee dingen. De digitale bureaucratie in Nederland is zeker niet efficiënter of klantgerichter dan de ouderwetse loket bureaucratie in België. Alhoewel EU rijbewijzen formeel zijn geharmoniseerd, zijn er in de praktijk nog steeds verschillen in procedures en geldigheid per land.

Voorlopig moet ik vertrouwen op een fotokopie van de roze flap.