Corruptie in de polder?

Een sterke vakbond is een vereniging maar ook een bedrijf. Er komt geld binnen en er gaat geld uit, en dat moet met elkaar in balans zijn. Anders wacht faillisement. Het beleid hoe middelen en menskracht worden ingezet, wordt democratisch vastgesteld door gekozen leden. Komt de nadruk teveel te liggen op het binnenharken van geld, zonder dat leden veel te zeggen hebben, kun je eigenlijk niet meer van een vereniging spreken, dan is het een bedrijf. Of misschien wel een aan corruptie grenzende onderneming.

Net als een bedrijf moet ook een vakbond er een financiele administratie op nahouden. Contributie moet worden ingeboekt, salarissen, huur en lease contracten moeten worden betaald. Alleen dat al kost geld. Bedenk dat 1 miljoen leden 12 miljoen contributie transacties per jaar zijn. Daar zit nog een percentage late of niet betalers bij die opvolging behoeven. Alhoewel dat proces grotendeels geautomatiseerd is, is het niet gratis.

Het primaire proces bestaat uit individuele dienstverlening aan leden en collectieve belangen behartiging zoals het sluiten van CAO’s en sociale plannen. Daarvoor zijn specilisten nodig. Juristen, onderhandelaars, economen, arbeidsmarkt-, VGW-, en pensioen deskundigen, om er maar een paar te noemen. Daarnaast neemt een vakbeweging deel in externe organisaties.

Die deelnemingen, zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van Europese en wereldorganisaties van vakbonden kosten menskracht en geld. Anderen leveren geld op. Zo vergoeden pensioenfondsen de loonkosten voor vergaderdagen. Ook CAO-s afsluiten levert geld op, daarover straks meer. Daarnaast, het klinkt misschien ouderwets, heeft een vakbond een weerstandsvermogen. Reserves van waaruit de kosten van acties kunnen worden betaald. Die reserves leveren weer vermogenswinst (en soms ook verlies) op en na acties moet worden bijgestort.

CAO’s brengen geld op, hoe kan dit? Niet elke CAO brengt geld op en lang niet elke werkgever volgt de AWVN aanbeveling maar toch legt Peter de Waard het hier aardig uit. Overigens vergeet de Waard te vermelden dat werkgeversorganisaties via dezelfde route ook geld krijgen, maar dat terzijde.

Die geldstromen dekken bij lange de kosten niet, dus in de traditionele vakbond is contributie nog steeds de grootste inkomstenbron. Maar stel nou dat je de dienstsverlening zou kunnen minimaliseren tot een internet platform. Dat je je activiteiten beperkt tot waar het geld opbrengt? Dat je geen stakingskas hebt en niet veel leden om een administratie van bij te houden? Al die kleine transacties kosten veel meer aan verwerking en beheer dan grote jaarlijkse bijdragen van werkgevers. Voor leden raadplegingen stuur je geen mensen het land in maar houd je internet enquetes. Als je maar aan genoeg CAO tafels zit, heb je een verdien model. Klein nadeeltje: je kunt je niet veroorloven om nee te zeggen als de werkgever je vraagt om te tekenen bij het kruisje.

Dat is het verdienmodel van het Alternatief voor de Vakbond (AVV) en het begint er op te lijken dat anderen dat voorbeeld volgen.

De CAO (non food) retail geldt voor ca 170.000 werknemers. De bijdragen worden uitbetaald door het Sociaal Fonds. Die legt een heffing op aan elke werkgever van 0.2% van de loonsom. Stel dat het gemiddelde jaarsalaris van fulltimers, parttimers en jeugdloners 15.000 euro is, dan is 0.2% 5.1 miljoen. Dat is een enorme berg geld voor doelen als scholing, voorlichting en bijdragen aan de CAO partijen. Saillant detail, in de nieuwe CAO betalen werknemers ook 0.05% mee aan het fonds. Dat is op basis van hetzelfde veronderstelde gemiddelde, bijna 1.3 miljoen.

AVV claimt dat ze in tegenstelling tot de oude vakbond iedereen vertegenwoordigen. Zij doen een internet raadpleging die openstaat voor iedereen, ook voor niet leden en zelfs mensen uit andere sectoren kunnen meestemmen. Sterker nog, zelfs ik kan vanuit het buitenland stemmen. De secretaresse op het AVV kantoor dus ook.

Die raadpleging bestaat uit een samenvatting waarop je vóór, tegen of neutraal kunt stemmen. Bij je tegenstem mag je aangeven waarom je tegen bent. Maar dat wordt op zijn best in een volgende CAO gebruikt, het heeft geen invloed op de vraag die voorligt. Dat is anders dan een ouderwetse vakbondsvergadering waarbij tegenstanders kunnen argumenteren waarom anderen ook tegen moeten stemmen. Waarbij er een alternatief achter het nee zit, namelijk de werkgever onder druk zetten door middel van acties. Nu hoor ik zeggen dat die vergaderingen zelden plaatsvinden en slecht worden bezocht. Klopt en daarom vormen leden sector commissies die een uitkomst beoordelen en hun advies meegeven bij een enquete onder alle leden in een sector.

Het CNV heeft vooraf de leden geraadpleegt over de inzet via de online community jou achterban. Daar waren maar liefst 18 deelnemers. De stemming over de uitkomst liep ook via het platform, maar is niet openbaar. Maar het feit dat je de stem moest uitbrengen via e-mail, doet vermoeden dat het niet om een groot aantal gaat. En het stemadvies is duidelijk: “erg positief” en “het hoogst haalbare” is bepaald geen aanmoediging voor tegenstemmers.

Helaas zijn de internet wandelgangen van de UNIE niet toegankelijk voor mij. Maar het is publiek geheim dat de UNIE van oudsher met name in het lagere management enige leden heeft heeft. En dat zijn er geen honderden.

De raadpleging van de AVV raadpleging in retail: 269 respondenten (61%) hebben vóór gestemd, 169 respondenten (39%) tegen en 33 neutraal.

De drie bonden ondertekenden en hun kassa rinkelt. Het sociaal fonds zal de bijdrage uitbetalen aan de ondertekende organisaties. Hoeveel dat is, wordt in principe adhv het aantal werknemers bepaald, maar het bedrag per werknemer is onderdeel van onderhandelingen.

In het laatste verslag van het Sociaal Fonds AGF, Nu onderdeel van retail non food, kregen de deelnemende bonden 30 eu per werknemer. Omgerekend naar de hele sector zou er dan zo’n 5 miljoen te verdelen zijn. Dat is onwaarschijnlijk want dan heeft het fonds niets meer over voor werkgeversorganisatie INRETAIL die ook mee moet eten uit de ruif. Op grond van de AWVN regeling zou de bijdrage voor vakbonden uitkomen op 3 miljoen. Lijkt mij nog steeds onwaarschijnlijk veel. Het meest voor de hand liggende is dat de 0.02% (ca 1.3 miljoen) die werknemers moeten betalen, de bijdrage aan vakbonden is. In dat geval betalen de werknemers zelf hun waardeloze CAO en de handvol leden betalen feitelijk 2 keer. Overigens is dat bedrag het equivalent van 6250 volledig betalende leden. Ik durf wel te stellen dat dit zeker 10 zo niet 20 keer de contributie opbrengst is van deze 3 “bonden” in deze sector.

Stel dat dit straks normaal is aan de CAO tafel, waarom zou je dan nog leden moeten hebben? Hier kun je een leuke business case op bouwen. Maar je hebt een paar leden nodig om aan de wettelijke definitie van vakbond te voldoen. Als je er voor de geloofwaardigheid zo af en toe een internet enquete overheen gooit, dan lijkt het net echt. Werkgevers kopen een door henzelf gedicteerde CAO. De kassa van de “bonden” rinkelt. Is het corruptie? Het kan en het mag, dus nee. Noem het wat je wilt maar onderhandelen met tandenloze tijgers, zonder zeurende leden is voor werkgevers het ultieme “alternatief voor de vakbond”, en de werknemer betaald de rekening.

Werknemers zullen moeten leren dat zij en niemand anders een sterke vakbond moeten bouwen. Anders zullen ze voortdurend worden verkocht en verraden.

 

Jumbo importeert Zuid Amerikaanse praktijken

In enkele Zuid Amerikaanse landen komen illegale overeenkomsten voor waarbij het afzweren van de vakbond een loonsverhoging oplevert. De beruchte “pactos collectivos”. 

Met de ArbeidsVoorwaarden Regeling (AVR) ondermijnen Nederlandse werkgevers de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het stakingsrecht. Ze zijn feitelijk één stap verwijderd van illegale praktijken zoals we die zien in landen als Columbia en Mexico.

Het is een trend onder werkgevers om vrije collectieve onderhandelingen te omzeilen met zo’n AVR. De werkgever sluit dan een akkoord met de ondernemingsraad en vraagt de werknemers hiermee in te stemmen. Dat lijkt democratisch, maar met de handtekening machtigen werknemers de OR om in het vervolg afspraken namens hen te maken. De enige invloed die overblijft is de OR-verkiezing, doorgaans eens in de vier jaar.

Vakbonden leggen de uitkomst van CAO-onderhandelingen altijd ter instemming voor aan hun leden. Als de leden niet tevreden zijn kunnen ze gaan staken. Dat staat in de statuten en is geregeld in het stakingsrecht. De ondernemingsraad hoeft een overeenkomst niet voor te leggen en doet dat ook zelden. In het geval van de Jumbo-AVR is het de directie die het dealtje éénmalig ter ondertekening aan de werknemers voorlegt. De OR kan in het Nederlandse recht geen staking uitroepen. Ze hebben ook geen middelen om dat te doen.

Ondernemingsraden worden democratisch gekozen. De animo is doorgaans gering en vaak is er niets te kiezen omdat de beschikbare zetels niet of nauwelijks kunnen worden gevuld. De ondernemingsraad spreekt de werkgever regelmatig, vaak een keer per maand. Over wat er in die gesprekken wordt gezegd en besloten wordt zelden of nooit de mening gevraagd van werknemers. In het beste geval hangt er een verslag aan het mededelingenbord.

Als je overeenkomsten tussen werkgevers en Ondernemingsraden zou analyseren, dan zijn deze doorgaans in het voordeel van de werkgever. Dat is niet vreemd, de ondernemingsraadsleden zijn afhankelijk van de werkgever en hebben een uitzonderlijke positie die ze graag willen behouden.

Eén van de ontwerpers van de wet op ondernemingsraden, professor Mauk Mulder, heeft een hele theorie geschreven over het mechanisme hoe mensen zich voegen naar een hogere macht om de machtsafstand naar lager gesitueerden te vergroten. Ironisch genoeg zie je dat terug in veel ondernemingsraden, ze luisteren beter naar de baas dan naar de mensen die ze vertegenwoordigen. Sterker nog, in het geval Jumbo wordt de informatie die de OR aan werknemers verstrekt, vooraf door de directie gecontroleerd. Zo staat in het convenant.

De Jumbo-OR heeft zijn eigen macht vergroot door de vakbonden buiten spel te zetten door dicht tegen de wensen van de werkgever aan te kruipen. In plaats van democratische controle over elke nieuwe afspraak, kun je ze eens in de 4 jaar naar huis sturen. Dat maakt het reeds geschiedde kwaad echter niet ongedaan.

de OR heeft geen tegenmacht anders dan ergens instemming te weigeren of een procedurestrijd aan te gaan. Maar het belangrijkste drukmiddel van werknemers -het stakingsrecht- een universeel mensenrecht, is tot in lengte van dagen naar de gallemiezen. Zuid Amerikaans…