Tagarchief: fnv

PvdA zet nepvakbond op voetstuk

Mede-oprichtster en oud-voorzitter van het Alternatief voor Vakbond is PvdA- lijsttrekker voor de senaat. Gefeliciteerd Mei Li en PvdA!

Een alternatief voor de vakbond is, zoals de naam al suggereert, geen vakbond. Een alternatief voor iets kan niet hetzelfde zijn. Een alternatief voor vlees kan geen vlees zijn, hooguit vis. Maar het alternatief voor vakbond is vlees noch vis. Het is geen werknemersvereniging, maar een vereniging van mensen van zeer diverse pluimage. Kleine zelfstandigen, kunstenaars, freelancers, you name it. Veel van hen zijn geen werknemer in de juridische zin. Zij verrichten geen arbeid in loondienst. En dus kan het AVV (Alternatief voor Vakbond) geen werknemersvereniging zijn, en mag je je afvragen of zij bevoegd zijn om een cao af te sluiten. De Wet op cao omschrijft nadrukkelijk een werknemersvereniging als bevoegde partij. Harry van Drongelen schreef hier in 2015 over in Zeggenschap.

Is het AVV eigenlijk wel een vereniging? In het verenigingsrecht geldt dat in een ALV niet-leden niet meer dan de helft van de stemmen die door leden zijn uitgebracht mogen uitbrengen zodat de primaire zeggenschap van leden gewaarborgd is.
Het stemmen over een cao is geen algemene ledenvergadering, maar wél de meest wezenlijke stemming met grote consequenties voor de leden. Bij AVV is het heel goed mogelijk dat het merendeel van de uitgebrachte stemmen van niet-leden komt. Ik zou daar als lid toch vraagtekens bij zetten. In de stemming zit geen onderscheid tussen lid en niet-lid. Elke stem telt even zwaar. Als bij het eerstvolgende cao-akkoord alle FNV-leden zouden meedoen aan de internetraadpleging van het AVV, zouden ze de leden van het AVV volledig buitenspel kunnen zetten.

Hoeveel leden heeft het AVV eigenlijk? Dat lijkt een groot geheim. Lukte het Harry Vogels nog om pas na de oprichting de cijfers uit het jaarverslag te vissen, nu is niets meer openbaar. We moeten voorzitter Pikaart op zijn woord geloven als hij zegt dat het er 2500 zijn. 2500 verspreid over alle sectoren en waarvan een groot deel geen werknemer is.

Van de laatste twee algemene ledenvergaderingen zijn echter geen verslagen te vinden. Zelfs op social media vond niemand, inclusief de accounts van het AVV zelf, het de moeite waard om er ook maar iets over te melden. Van de succesvolle algemene ledenvergadering en ledendag in 2017 heeft het AVV een fotoreportage gepubliceerd. Hoe je de foto’s ook telt, je komt op maximaal vijftien aanwezigen, inclusief bestuur.

Het functioneren van het AVV heeft veel meer kenmerken van een stichting dan een vereniging. Maar om cao’s af te sluiten (en als gevolg daarvan bijdragen te kunnen incasseren), moet het een vereniging zijn.

Als het er inderdaad 2500 zijn, dan is de contributieopbrengst 62.500 euro. Kun je daar een secretariaat, een helpdesk en deskundige onderhandelaars van betalen? Natuurlijk niet. De bijdragen van werkgevers zijn de belangrijkste inkomstenbron. “Het klopt dat het AVV grotendeels wordt betaald uit sectorfondsen,” geeft voorzitter Martin Pikaart ruiterlijk toe. Maar zijn verwijt dat de FNV hetzelfde doet, klopt niet. De FNV krijgt inderdaad forse bijdragen uit fondsen, maar dat is bij lange na niet hun hoofdmiddel van bestaan. Dat is nog steeds de contributie die leden betalen. Dat de FNV onafhankelijk is van werkgeversbijdragen, blijkt wel uit de vijfentwintig cao’s die de FNV niet heeft getekend. Daardoor liep de vakvereniging bijdragen mis. Pikaart kan bij hoog en laag beweren hoe onafhankelijk het AVV van werkgevers is, maar een kind begrijpt dat zijn clubje onmiddellijk door de hoeven zakt als de werkgeversbijdragen wegvallen.

Daarmee zijn ze niet onafhankelijk in de zin van artikel 2 van ILO-conventie 98.

Samengevat, het AVV (Alternatief voor Vakbond) is, zoals de naam al zegt, geen vakbond. Het is een vereniging met de kenmerken van een stichting, waarbij het stemrecht is geëxternaliseerd en de voornaamste inkomsten van derde belanghebbenden komen. Het AVV voldoet niet aan de criteria van de Wet op cao als bevoegde partij, omdat het geen vereniging van werknemers is, en voldoet niet aan de criteria van onafhankelijkheid zoals gesteld in ILO-conventie 98.

De minister van Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op cao, het algemeen verbindend verklaren van een cao en de implementatie van ILO-conventies. Het is dan ook een raadsel dat hij een cao met het AVV algemeen verbindend zou kunnen verklaren en dat nota bene de Partij van de ARBEID Mei Li Vos, de oprichtster van deze club, lijsttrekker heeft gemaakt voor de Senaat.

Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR) voor dummies

Met enige regelmaat bezoek ik Latijns Amerikaanse landen om vakbonden te adviseren. Vaak (of meestal) worden die openlijk tegengewerkt door werkgevers. Dat gebeurt doorgaans niet heel subtiel maar verder niet wezenlijk anders dan in Nederland. Waar zij een “pactos collectivos” sluiten, doen Nederlandse werkgevers het met een Arbeids Voorwaarden Regeling (AVR). Ik heb het eens opgeschreven hoe dat vanuit werkgeversperspectief werkt.

1. Zorg dat je veel mensen in dienst hebt die weinig met de vakbond hebben. Vrouwen, migranten, jongeren zijn moeilijke groepen voor vakbonden. Houdt het loon zo laag mogelijk zodat de vakbondscontributie een drempel is. Grote kans dat het aantal vakbondsleden laag blijft.

2. Als er een CAO is, wacht niet tot de onderhandelingen, maar zeg deze op voorhand op zodat de nawerking na expiratie beperkt is tot de weinige vakbondsleden. Die zullen dure rechtszaken moeten voeren om die doorwerking te claimen.

3. Ga vervolgens onderhandelen met vakbonden en zorg dat het gat tussen wat zij vragen en jij biedt zo groot mogelijk blijft. Vertel intussen aan de werknemers dat je er best iets bij wilt doen, maar die vakbonden zo onredelijk zijn. Frame ze als marginale buitenstaanders die weinig van uw mensen vertegenwoordigen. Als de bonden de onderhandelingen op enig moment afbreken om hun achterban te raadplegen, grote kans dat er daarna weinig of niets gebeurt. Zijn er wel wat acties, zet dan even de tanden op elkaar en frame het als een achterhoede gevecht van een organisatie die wanhopig zoekt naar leden.

4. Kijk of u, uw concern, uw aandeelhouders of werkgeversvereniging zich hebben uitgesproken of aangesloten bij internationale ethische initiatieven van Verenigde Naties (global compact), International Labour Organisation, OESO richtlijnen voor “responsible business conduct”, Global Deal, de Nederlandse corporate governance code of andere codes met verplichtingen t.o.v. Vrijheid van vereniging en het recht op vrije onderhandelingen. Hebt u zich direct of indirect verbonden aan één of meerdere van deze initiatieven, neem dan uw advocaat in de arm om te zien hoe u dit ongedaan kunt maken.

5. Weet wie uw klanten zijn en welke ESG (Environment, Social & Governance) policy zij er op na houden. U kunt maar beter niet leveren aan gerenommeerde Multi Nationale Ondernemingen, grote kans dat hun ESG beleid doorwerkt in de supply chain.

6. Heeft u uw hoofdkantoor of vestigingen in Frankrijk neem dan een Franse advocaat in de arm, de Franse wetgeving op gebied van Corporate governance en Due Dilligance stopt niet bij de Franse grens.

7. Nu kunt u beginnen met het roepen dat bonden ouderwets zijn en de moderne jonge werknemers in uw bedrijf niet vertegenwoordigen. U moet nu beginnen uw nieuwe partner, de OR te groomen. Een gekozen orgaan van alle werknemers, klinkt mooi toch? Via artikel 32;2 WOR kunt u een uitbreiding van de bevoegdheden van de OR afspreken in een convenant. Dit artikel is nooit bedoeld om arbeidsvoorwaarden te regelen, maar de eerste rechtszaak moet daarover nog worden gevoerd. Tot die tijd kan het.

8. Nu moet u gaan onderhandelen met uw nieuwe partner de OR. Om die ook enig krediet en geloofwaardigheid te geven is het beste dat u een onderzoekje doet naar de wensen van werknemers i.s.m. De OR.

9. Afspraken maken met de OR is niet moeilijk maar wel wat ingewikkeld. U legt een eindbod neer als het maximaal haalbare. Voor de OR is het dan stikken of slikken. Omdat de vakbond buitenspel is gezet kan die geen roet meer in het eten gooien en is er niemand om actie te voeren. Omdat de OR geen rechtspersoon en geen vakbond is, kan ze geen CAO af sluiten. Daarom noemt u de CAO in het vervolg Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR). De OR kan niet tekenen zoals een vakbond dat doet. Dus u zult het bereikte aan elke werknemer moeten voorleggen ter ondertekening. Het is ook goed om op te nemen dat werknemers daarmee afstand doen van alle rechten die voortvloeien uit de doorwerking van de CAO. Anders kunnen ongewenste claims volgen. Het is ook daarom dat u al die voorgaande stappen moest nemen. Vertegenwoordiging en collectieve onderhandelingen door een vakbond zijn namelijk mensenrechten. Als u niet voor mensenrechten schender wilt worden uitgemaakt is het zaak dat werknemers hier vrijwillig afstand van doen.

10. Om de “vrije wil” wat te stimuleren zorgt u dat niet tekenen consequenties heeft. Geen (kleine) loonsverhoging en jaren moeten vechten voor je rechten. Uw advocaat wrijft zijn handen al.

Nu bent u er, maar u heeft geen garantie dat deze constructie voor eeuwig werkt. Daarvoor moet de Nederlandse Regering nog het één en ander doen.

A. Opzeggen van ILO verdragen, daarin heeft de staat zich namelijk verplicht om vakbondsrechten te erkennen en toe te zien op de toepassing
B. Opzeggen van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens alsook het Europese Handvest voor de Rechten van de Mens. In die beide verdragen is geregeld dat vertegenwoordiging en onderhandeling door een onafhankelijke vakbond een mensenrecht is.
C. De ondertekening van UN Global Compact, Global Deal, OESO richtlijnen moet ook ongedaan gemaakt warden.

Pas dan kunnen we er van op aan dat uw overeenkomst met de OR en werknemers onbetwistbaar rechtsgeldig is.

Overigens, het kost nog steeds veel tijd, de totstandkoming méér geld en er blijven nog steeds ontevreden werknemers. Het zou maar zo kunnen dat die toch weer een vakbond oprichten en stiekem uw positie ondermijnen of zelfs de OR overnemen. Dat is te voorkomen door er zo nu en dan één te (laten) bedreigen, om te kopen of te ontslaan. Dat laatste wordt met de voorgenomen versoepeling van het ontslagrecht in Nederland een stuk gemakkelijker.

Corruptie in de polder?

Een sterke vakbond is een vereniging maar ook een bedrijf. Er komt geld binnen en er gaat geld uit, en dat moet met elkaar in balans zijn. Anders wacht faillisement. Het beleid hoe middelen en menskracht worden ingezet, wordt democratisch vastgesteld door gekozen leden. Komt de nadruk teveel te liggen op het binnenharken van geld, zonder dat leden veel te zeggen hebben, kun je eigenlijk niet meer van een vereniging spreken, dan is het een bedrijf. Of misschien wel een aan corruptie grenzende onderneming.

Net als een bedrijf moet ook een vakbond er een financiele administratie op nahouden. Contributie moet worden ingeboekt, salarissen, huur en lease contracten moeten worden betaald. Alleen dat al kost geld. Bedenk dat 1 miljoen leden 12 miljoen contributie transacties per jaar zijn. Daar zit nog een percentage late of niet betalers bij die opvolging behoeven. Alhoewel dat proces grotendeels geautomatiseerd is, is het niet gratis.

Het primaire proces bestaat uit individuele dienstverlening aan leden en collectieve belangen behartiging zoals het sluiten van CAO’s en sociale plannen. Daarvoor zijn specilisten nodig. Juristen, onderhandelaars, economen, arbeidsmarkt-, VGW-, en pensioen deskundigen, om er maar een paar te noemen. Daarnaast neemt een vakbeweging deel in externe organisaties.

Die deelnemingen, zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van Europese en wereldorganisaties van vakbonden kosten menskracht en geld. Anderen leveren geld op. Zo vergoeden pensioenfondsen de loonkosten voor vergaderdagen. Ook CAO-s afsluiten levert geld op, daarover straks meer. Daarnaast, het klinkt misschien ouderwets, heeft een vakbond een weerstandsvermogen. Reserves van waaruit de kosten van acties kunnen worden betaald. Die reserves leveren weer vermogenswinst (en soms ook verlies) op en na acties moet worden bijgestort.

CAO’s brengen geld op, hoe kan dit? Niet elke CAO brengt geld op en lang niet elke werkgever volgt de AWVN aanbeveling maar toch legt Peter de Waard het hier aardig uit. Overigens vergeet de Waard te vermelden dat werkgeversorganisaties via dezelfde route ook geld krijgen, maar dat terzijde.

Die geldstromen dekken bij lange de kosten niet, dus in de traditionele vakbond is contributie nog steeds de grootste inkomstenbron. Maar stel nou dat je de dienstsverlening zou kunnen minimaliseren tot een internet platform. Dat je je activiteiten beperkt tot waar het geld opbrengt? Dat je geen stakingskas hebt en niet veel leden om een administratie van bij te houden? Al die kleine transacties kosten veel meer aan verwerking en beheer dan grote jaarlijkse bijdragen van werkgevers. Voor leden raadplegingen stuur je geen mensen het land in maar houd je internet enquetes. Als je maar aan genoeg CAO tafels zit, heb je een verdien model. Klein nadeeltje: je kunt je niet veroorloven om nee te zeggen als de werkgever je vraagt om te tekenen bij het kruisje.

Dat is het verdienmodel van het Alternatief voor de Vakbond (AVV) en het begint er op te lijken dat anderen dat voorbeeld volgen.

De CAO (non food) retail geldt voor ca 170.000 werknemers. De bijdragen worden uitbetaald door het Sociaal Fonds. Die legt een heffing op aan elke werkgever van 0.2% van de loonsom. Stel dat het gemiddelde jaarsalaris van fulltimers, parttimers en jeugdloners 15.000 euro is, dan is 0.2% 5.1 miljoen. Dat is een enorme berg geld voor doelen als scholing, voorlichting en bijdragen aan de CAO partijen. Saillant detail, in de nieuwe CAO betalen werknemers ook 0.05% mee aan het fonds. Dat is op basis van hetzelfde veronderstelde gemiddelde, bijna 1.3 miljoen.

AVV claimt dat ze in tegenstelling tot de oude vakbond iedereen vertegenwoordigen. Zij doen een internet raadpleging die openstaat voor iedereen, ook voor niet leden en zelfs mensen uit andere sectoren kunnen meestemmen. Sterker nog, zelfs ik kan vanuit het buitenland stemmen. De secretaresse op het AVV kantoor dus ook.

Die raadpleging bestaat uit een samenvatting waarop je vóór, tegen of neutraal kunt stemmen. Bij je tegenstem mag je aangeven waarom je tegen bent. Maar dat wordt op zijn best in een volgende CAO gebruikt, het heeft geen invloed op de vraag die voorligt. Dat is anders dan een ouderwetse vakbondsvergadering waarbij tegenstanders kunnen argumenteren waarom anderen ook tegen moeten stemmen. Waarbij er een alternatief achter het nee zit, namelijk de werkgever onder druk zetten door middel van acties. Nu hoor ik zeggen dat die vergaderingen zelden plaatsvinden en slecht worden bezocht. Klopt en daarom vormen leden sector commissies die een uitkomst beoordelen en hun advies meegeven bij een enquete onder alle leden in een sector.

Het CNV heeft vooraf de leden geraadpleegt over de inzet via de online community jou achterban. Daar waren maar liefst 18 deelnemers. De stemming over de uitkomst liep ook via het platform, maar is niet openbaar. Maar het feit dat je de stem moest uitbrengen via e-mail, doet vermoeden dat het niet om een groot aantal gaat. En het stemadvies is duidelijk: “erg positief” en “het hoogst haalbare” is bepaald geen aanmoediging voor tegenstemmers.

Helaas zijn de internet wandelgangen van de UNIE niet toegankelijk voor mij. Maar het is publiek geheim dat de UNIE van oudsher met name in het lagere management enige leden heeft heeft. En dat zijn er geen honderden.

De raadpleging van de AVV raadpleging in retail: 269 respondenten (61%) hebben vóór gestemd, 169 respondenten (39%) tegen en 33 neutraal.

De drie bonden ondertekenden en hun kassa rinkelt. Het sociaal fonds zal de bijdrage uitbetalen aan de ondertekende organisaties. Hoeveel dat is, wordt in principe adhv het aantal werknemers bepaald, maar het bedrag per werknemer is onderdeel van onderhandelingen.

In het laatste verslag van het Sociaal Fonds AGF, Nu onderdeel van retail non food, kregen de deelnemende bonden 30 eu per werknemer. Omgerekend naar de hele sector zou er dan zo’n 5 miljoen te verdelen zijn. Dat is onwaarschijnlijk want dan heeft het fonds niets meer over voor werkgeversorganisatie INRETAIL die ook mee moet eten uit de ruif. Op grond van de AWVN regeling zou de bijdrage voor vakbonden uitkomen op 3 miljoen. Lijkt mij nog steeds onwaarschijnlijk veel. Het meest voor de hand liggende is dat de 0.02% (ca 1.3 miljoen) die werknemers moeten betalen, de bijdrage aan vakbonden is. In dat geval betalen de werknemers zelf hun waardeloze CAO en de handvol leden betalen feitelijk 2 keer. Overigens is dat bedrag het equivalent van 6250 volledig betalende leden. Ik durf wel te stellen dat dit zeker 10 zo niet 20 keer de contributie opbrengst is van deze 3 “bonden” in deze sector.

Stel dat dit straks normaal is aan de CAO tafel, waarom zou je dan nog leden moeten hebben? Hier kun je een leuke business case op bouwen. Maar je hebt een paar leden nodig om aan de wettelijke definitie van vakbond te voldoen. Als je er voor de geloofwaardigheid zo af en toe een internet enquete overheen gooit, dan lijkt het net echt. Werkgevers kopen een door henzelf gedicteerde CAO. De kassa van de “bonden” rinkelt. Is het corruptie? Het kan en het mag, dus nee. Noem het wat je wilt maar onderhandelen met tandenloze tijgers, zonder zeurende leden is voor werkgevers het ultieme “alternatief voor de vakbond”, en de werknemer betaald de rekening.

Werknemers zullen moeten leren dat zij en niemand anders een sterke vakbond moeten bouwen. Anders zullen ze voortdurend worden verkocht en verraden.

 

Jumbo importeert Zuid Amerikaanse praktijken

In enkele Zuid Amerikaanse landen komen illegale overeenkomsten voor waarbij het afzweren van de vakbond een loonsverhoging oplevert. De beruchte “pactos collectivos”. 

Met de ArbeidsVoorwaarden Regeling (AVR) ondermijnen Nederlandse werkgevers de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het stakingsrecht. Ze zijn feitelijk één stap verwijderd van illegale praktijken zoals we die zien in landen als Columbia en Mexico.

Het is een trend onder werkgevers om vrije collectieve onderhandelingen te omzeilen met zo’n AVR. De werkgever sluit dan een akkoord met de ondernemingsraad en vraagt de werknemers hiermee in te stemmen. Dat lijkt democratisch, maar met de handtekening machtigen werknemers de OR om in het vervolg afspraken namens hen te maken. De enige invloed die overblijft is de OR-verkiezing, doorgaans eens in de vier jaar.

Vakbonden leggen de uitkomst van CAO-onderhandelingen altijd ter instemming voor aan hun leden. Als de leden niet tevreden zijn kunnen ze gaan staken. Dat staat in de statuten en is geregeld in het stakingsrecht. De ondernemingsraad hoeft een overeenkomst niet voor te leggen en doet dat ook zelden. In het geval van de Jumbo-AVR is het de directie die het dealtje éénmalig ter ondertekening aan de werknemers voorlegt. De OR kan in het Nederlandse recht geen staking uitroepen. Ze hebben ook geen middelen om dat te doen.

Ondernemingsraden worden democratisch gekozen. De animo is doorgaans gering en vaak is er niets te kiezen omdat de beschikbare zetels niet of nauwelijks kunnen worden gevuld. De ondernemingsraad spreekt de werkgever regelmatig, vaak een keer per maand. Over wat er in die gesprekken wordt gezegd en besloten wordt zelden of nooit de mening gevraagd van werknemers. In het beste geval hangt er een verslag aan het mededelingenbord.

Als je overeenkomsten tussen werkgevers en Ondernemingsraden zou analyseren, dan zijn deze doorgaans in het voordeel van de werkgever. Dat is niet vreemd, de ondernemingsraadsleden zijn afhankelijk van de werkgever en hebben een uitzonderlijke positie die ze graag willen behouden.

Eén van de ontwerpers van de wet op ondernemingsraden, professor Mauk Mulder, heeft een hele theorie geschreven over het mechanisme hoe mensen zich voegen naar een hogere macht om de machtsafstand naar lager gesitueerden te vergroten. Ironisch genoeg zie je dat terug in veel ondernemingsraden, ze luisteren beter naar de baas dan naar de mensen die ze vertegenwoordigen. Sterker nog, in het geval Jumbo wordt de informatie die de OR aan werknemers verstrekt, vooraf door de directie gecontroleerd. Zo staat in het convenant.

De Jumbo-OR heeft zijn eigen macht vergroot door de vakbonden buiten spel te zetten door dicht tegen de wensen van de werkgever aan te kruipen. In plaats van democratische controle over elke nieuwe afspraak, kun je ze eens in de 4 jaar naar huis sturen. Dat maakt het reeds geschiedde kwaad echter niet ongedaan.

de OR heeft geen tegenmacht anders dan ergens instemming te weigeren of een procedurestrijd aan te gaan. Maar het belangrijkste drukmiddel van werknemers -het stakingsrecht- een universeel mensenrecht, is tot in lengte van dagen naar de gallemiezen. Zuid Amerikaans…

Ankara a/d Amstel

Het was tijdens een grote demonstratie in Brussel dat ik een stukje opliep met Ton Heerts. Het was april 2014 en op een of andere manier kwam het ter sprake. Nu Koningsdag niet meer op 30 april valt ontstaat er wat lucht om 1 mei terug te pakken. Ton vondt dat een goed idee en we liepen verder zoals dat in een demonstratie gaat. In de “rush” van een grote demonstratie spreek je wel vaker wat vrijblijvende verklaringen naar elkaar uit.
In Januari 2015 kwam het onderwerp terug. Ik was in de fusie inmiddels vrijgesteld van mijn primaire taken en had nog enkele resterende taken waaronder het zgn campagne team. Toen het ter sprake kwam ben ik eigenlijk onmiddelijk gaan denken hoe we dit zouden kunnen doen en maakte een eerste presentatie voor ons campagneteam en daarna het dagelijks bestuur.

Open, vrolijk, positief en een goede balans tussen informatie, inhoud en amusement. Waarbij de amusementsfactor mensen zou moeten trekken die normalerwijs thuisblijven. Een evenement waarvan je achteraf tegen de thuisblijvers zegt: je had erbij moeten zijn. En natuurlijk moet dat net als in andere landen in de hoofdstad, in Amsterdam. Ik had de hele kermis in het Vondelpark bedacht. Een totaal concept.

Intussen trok ik met een vurige pitch naar verschillende bijeenkomsten in het land om de organisatie en het enthousiasme aan te wakkeren. Er was ook overleg met de gemeente Amsterdam, de deelraad en het kabinet van de burgemeester. Alles liep de goede kant op, maar opeens begon de gemeente bezwaar te maken tegen de locatie en moest er worden uitgeweken. Ook daarna ontstonden er allerlei organisatorische fricties.

In 2016 deed ik inmiddels wat anders maar volgde natuurlijk hoe het verder ging. Nu was op voorhand met de gemeente een locatie afgestemd, het Oosterpark. Nadat een handvol yuppen die meenden dat het park exclusief voor hen is aan de bel trokken, begon de gemeente moeilijk te doen. Er volgden allerlei extra voorschriften en beperkingen. Het ging letterlijk over decibellen en grassprietjes. Opeens maakte de Burgemeester uit hoe een demonstratie er uit moet zien door te stellen dat een DJ en eten niet bij een demonstratie horen. En, een unicum in de vrije westerse wereld, FNV moest een waarborgsom voor het gras betalen. De FNV bleef net binnen de randen van de voorwaarden maar het gepruttel ging nadien nog een tijdje door.

Dit jaar zie ik de aankondiging van het evenement. De kern van mijn concept mist : aantrekkelijk amusement. Bronnen vertellen dat de gemeente Amsterdam nu heeft bepaald dat er geen grote namen mogen komen en zeker niet aangekondigd. Er zijn communicatie beperkingen opgelegd. Een regelrechte aantasting van het recht van vereniging, demonstratie en vrijheid van meningsuiting. Genoeg om de gemeente voor de rechter te slepen. De FNV volgt gedwee. Het wrange is dat voor zeer grote commerciele evenementen zoals SAIL de halve stad op de schop gaat. Dus overlast argumenten zijn nogal hypocriet. Amsterdam wil gewoon geen rode stad meer zijn.

In mijn huidige baan kom ik in landen waar vakbondsrechten niet vanzelfsprekend zijn. Er bestaat zelfs een wereldkaart die het inzichtelijk maakt. Amsterdam kan er zo langzamerhand wel bij: Ankara a/d Amstel.

De glijdende rechter

vrouwe-justitia

Moet een rechter nog langer beslissen of er gestaakt mag worden? Ik heb al eerder betoogd wat er mis is met het stakingsrecht in Nederland. Ik zie o.m. naar aanleiding van mijn eerdere blogs veel reacties van mensen die het niet helemaal snappen. Een discussie met oud studiegenoot en uitzendbaas Sipke Meindertsma deed mij besluiten om nog één keer te bloggen over het stakingsrecht. Nu wil wat dieper op de procedure, die weinig mensen lijken te begrijpen. Daarom is het ook een lang stuk geworden. Ik ben geen jurist, ik begrijp en leg uit met een lekenverstand en daag elke gespecialiseerde jurist uit om het beter uit te leggen.

Wil je deze discussie zindelijk voeren dan moet je een oordeel over KLM-staking uitstellen. Of het slim is en of de FNV-ers kunnen winnen is voor de discussie niet relevant. Of de FNV een kutclub van oude mannen is (wat natuurlijk niet zo is), hoeveel stakers er zijn en of het een verloren strijd is, het is allemaal niet relevant.
Het recht op collectieve actie is een grondrecht en ooit bedoeld om de onevenwichtigheid in de machtsbalans tussen werknemer en werkgever te herstellen. In de vele onderhandelingen die ik heb gevoerd heb ik vaak aan den lijve ondervonden dat die machtsbalans nog steeds onevenwichtig is. Sterker nog, in de 25 jaar als vakbondsbestuurder heb ik de machtsbalans verder zien hellen ten gunste van werkgevers. Het feit dat FNV tientallen CAO’s niet rond kan krijgen zegt genoeg. Op enig moment is het enige tegengewicht collectieve actie.

Het stakingsrecht is vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest (ESH) en in veel beschaafde landen in nationale wetgeving of soms zelfs de grondwet. In Nederland helaas niet, wij leunen op het ESH. Het ESH is geen EU regelgeving, het is een verdrag binnen de raad van Europa, waarbij 47 landen waar onder Rusland en Turkije zijn aangesloten. Ik noen deze landen met opzet omdat daar, ondanks de ondertekening van het ESH, stakingen nogal eens naar aflopen. Het illustreert de zwakte van het ESH. Het is niet afdwingbaar.
Een suggestie die ik meerdere malen op sociale media zag: sleep KLM of de Nederlandse staat voor het Europese Hof van Justitie (EHvJ). Het EHvJ is echter een EU orgaan en gaat niet over het ESH. Het Europees Comité voor Sociale Rechten ECSR in Straatsburg gaat er over. Je zou naar het EHvJ kunnen gaan op grond van artikel 28 van het Europese handvest grondrechten van de EU. Let op: dat is niet het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) of ESH maar die EU “grondwet” die wij niet wilden. Die grondwet is tekstueel zwakker dan het ESH en tot nu toe neemt de Hoge Raad der Nederlanden niet de EU grondwet maar het ESH als uitgangspunt. Bovendien is er niet heel veel EHvJ jurisprudentie over stakingsrecht en wat er is, is niet gunstig. De beroemde Viking en Laval arresten -duidelijke beperkingen van het stakingsrecht- zijn EHvJ interpretaties van het EU handvest. Genoeg redenen om niet bij het EHvJ aan te kloppen.

Dus vallen we terug op het ECSR, een comité van 15 internationaal gerenommeerde rechtsgeleerden. Het ECSR heeft al veel vaker kritiek geuit op beperkingen van het stakingsrecht door Nederlandse rechters. Die kritiek wordt in rapporten doorgegeven aan de Nederlandse regering op wie dan de taak rust de rechterlijke macht te informeren. Die rechterlijke macht is -zoals het een democratie betaamd- onafhankelijk. Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om te kijken naar het ESH als rechtsbasis en de uitleg van het ECSR, -als een soort van memorie van toelichting van de wetgevende macht- in overweging te nemen. Dat doen ze ook.

In een arrest in 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Nederlandse rechtspraak in overeenstemming moet komen met het ESH en dat het stakingsrecht alleen beperkt kan worden op grond van de beperkingen die zijn neergelegd in artikel G. Artikel G zegt dat een staking “…alleen kan worden verboden wanneer dit in een democratische samenleving noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden”.
In dit zgn Amsta arrest heeft de Hore Raad het ultimum remedium criterium (zie eerdere blog) geherdefinieerd. “Bij de beoordeling óf een beperking of uitsluiting van de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk is, dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen (…) Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor in 3.3.3 is overwogen, kan in dit verband ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de spelregels zijn nageleefd”.

Dat is veel meer tekst dan artikel G van het ESH en -alhoewel het niet uitblinkt in duidelijkheid- lijkt het een verruiming van het stakingsrecht. Maar door het ultimum remedium principe onderdeel te laten zijn van een bredere afweging zijn er feitelijk meer mogelijkheden ontstaan om een staking te verbieden. “Vakantiedrukte en een mogelijk terroristische dreiging” zouden vóór het arrest minder haalbare gronden zijn geweest. Vakantiedrukte is immers inherent aan het vliegbedrijf en mogelijk terroristische dreiging is niet te objectiveren. Er is altijd een mogelijke dreiging.

In het KLM geding en appél valt de rechter terug op het Amsta arrest en grijpt de wollige nuancering van de Hoge Raad aan om een verbod te motiveren. De rechter dient alle omstandigheden te wegen en doet dit ook. Maar het gerechtshof doet nog meer en zegt:
“Het verbod van de door FNV voorgestane acties tot en met 4 september 2016 is in dat verband proportioneel”. Daar waar aanvankelijk werd getoetst of een staking proportioneel is, wordt nu ineens een proportionaliteitstoets op het verbod losgelaten. Is het redelijk om te staken wordt plotseling is het redelijk om te verbieden. Dat is wat mij betreft een Erdogannetje: een verbod op het uitoefenen van een grondrecht legitimeren. Een uitglijder die laat zien dat een verbod afhankelijk is van wie wordt bestaakt  en hoe de muts van de rechter staat.

Voor wat in andere landen een fundamenteel recht is, zijn wij in Nederland overgeleverd aan de grillen van de rechter. FNV zou in cassatie kunnen gaan. Cassatie is echter geen inhoudelijke beoordeling van het geschil, maar een beoordeling van de rechtsgang. Cassatie heeft het risico in zich dat deze uitspraak staande jurisprudentie wordt: uitgangspunt bij andere stakingszaken. Het is een zeer gespecialiseerde niche van de rechtspraak: cassatie; stakingsverbod; ESH, dus ik zou niet durven voorspellen hoe dit zou kunnen aflopen.

De andere stap is een klacht bij het Sociaal Comité. Grote kans dat die gehakt maken van het KLM arrest. Maar het zal jaren duren voordat een uitspraak van het ECSR doorsijpelt in de jurisprudentie.
Dit alles leidt tot de vraag of we in dit land niet eens serieus moeten nadenken over één van onze grondrechten en kijken hoe andere landen het doen. Een van de aanbevelingen in het ESH en de EU grondrechten is dat er een tussenstap van bemiddeling wordt ingebouwd. In Zweden is 70% lid van de vakbond. De arbeidsrust (stakingsdagen/werknemer) is bijna even laag als in Nederland. Als bonden een staking willen uitroepen, kijkt een comite van werkgevers en werknemers of het nog anders op te lossen is. Zo ja, wordt er verder onderhandeld, Zo neen, gaat of de werkgever akkoord of de bond in staking. Het leidt zelden of nooit tot rechtzaken (behalve dan de Laval zaak). In andere landen is er een speciale kamer van arbeid van de rechtbank.

In Nederland gaan we naar een willekeurige rechter. Die kan bij wijze van spreken dezelfde dag een burenruzie over een overhangende tak beslechten. Of hij verstand heeft van stakingsrecht en de consequenties van zijn uitspraken in een historische ontwikkeling van grondrechten kan plaatsen mogen we hopen.