Jumbo importeert Zuid Amerikaanse praktijken

In enkele Zuid Amerikaanse landen komen illegale overeenkomsten voor waarbij het afzweren van de vakbond een loonsverhoging oplevert. De beruchte “pactos collectivos”. 

Met de ArbeidsVoorwaarden Regeling (AVR) ondermijnen Nederlandse werkgevers de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het stakingsrecht. Ze zijn feitelijk één stap verwijderd van illegale praktijken zoals we die zien in landen als Columbia en Mexico.

Het is een trend onder werkgevers om vrije collectieve onderhandelingen te omzeilen met zo’n AVR. De werkgever sluit dan een akkoord met de ondernemingsraad en vraagt de werknemers hiermee in te stemmen. Dat lijkt democratisch, maar met de handtekening machtigen werknemers de OR om in het vervolg afspraken namens hen te maken. De enige invloed die overblijft is de OR-verkiezing, doorgaans eens in de vier jaar.

Vakbonden leggen de uitkomst van CAO-onderhandelingen altijd ter instemming voor aan hun leden. Als de leden niet tevreden zijn kunnen ze gaan staken. Dat staat in de statuten en is geregeld in het stakingsrecht. De ondernemingsraad hoeft een overeenkomst niet voor te leggen en doet dat ook zelden. In het geval van de Jumbo-AVR is het de directie die het dealtje éénmalig ter ondertekening aan de werknemers voorlegt. De OR kan in het Nederlandse recht geen staking uitroepen. Ze hebben ook geen middelen om dat te doen.

Ondernemingsraden worden democratisch gekozen. De animo is doorgaans gering en vaak is er niets te kiezen omdat de beschikbare zetels niet of nauwelijks kunnen worden gevuld. De ondernemingsraad spreekt de werkgever regelmatig, vaak een keer per maand. Over wat er in die gesprekken wordt gezegd en besloten wordt zelden of nooit de mening gevraagd van werknemers. In het beste geval hangt er een verslag aan het mededelingenbord.

Als je overeenkomsten tussen werkgevers en Ondernemingsraden zou analyseren, dan zijn deze doorgaans in het voordeel van de werkgever. Dat is niet vreemd, de ondernemingsraadsleden zijn afhankelijk van de werkgever en hebben een uitzonderlijke positie die ze graag willen behouden.

Eén van de ontwerpers van de wet op ondernemingsraden, professor Mauk Mulder, heeft een hele theorie geschreven over het mechanisme hoe mensen zich voegen naar een hogere macht om de machtsafstand naar lager gesitueerden te vergroten. Ironisch genoeg zie je dat terug in veel ondernemingsraden, ze luisteren beter naar de baas dan naar de mensen die ze vertegenwoordigen. Sterker nog, in het geval Jumbo wordt de informatie die de OR aan werknemers verstrekt, vooraf door de directie gecontroleerd. Zo staat in het convenant.

De Jumbo-OR heeft zijn eigen macht vergroot door de vakbonden buiten spel te zetten door dicht tegen de wensen van de werkgever aan te kruipen. In plaats van democratische controle over elke nieuwe afspraak, kun je ze eens in de 4 jaar naar huis sturen. Dat maakt het reeds geschiedde kwaad echter niet ongedaan.

de OR heeft geen tegenmacht anders dan ergens instemming te weigeren of een procedurestrijd aan te gaan. Maar het belangrijkste drukmiddel van werknemers -het stakingsrecht- een universeel mensenrecht, is tot in lengte van dagen naar de gallemiezen. Zuid Amerikaans…

Ankara a/d Amstel

Het was tijdens een grote demonstratie in Brussel dat ik een stukje opliep met Ton Heerts. Het was april 2014 en op een of andere manier kwam het ter sprake. Nu Koningsdag niet meer op 30 april valt ontstaat er wat lucht om 1 mei terug te pakken. Ton vondt dat een goed idee en we liepen verder zoals dat in een demonstratie gaat. In de “rush” van een grote demonstratie spreek je wel vaker wat vrijblijvende verklaringen naar elkaar uit.
In Januari 2015 kwam het onderwerp terug. Ik was in de fusie inmiddels vrijgesteld van mijn primaire taken en had nog enkele resterende taken waaronder het zgn campagne team. Toen het ter sprake kwam ben ik eigenlijk onmiddelijk gaan denken hoe we dit zouden kunnen doen en maakte een eerste presentatie voor ons campagneteam en daarna het dagelijks bestuur.

Open, vrolijk, positief en een goede balans tussen informatie, inhoud en amusement. Waarbij de amusementsfactor mensen zou moeten trekken die normalerwijs thuisblijven. Een evenement waarvan je achteraf tegen de thuisblijvers zegt: je had erbij moeten zijn. En natuurlijk moet dat net als in andere landen in de hoofdstad, in Amsterdam. Ik had de hele kermis in het Vondelpark bedacht. Een totaal concept.

Intussen trok ik met een vurige pitch naar verschillende bijeenkomsten in het land om de organisatie en het enthousiasme aan te wakkeren. Er was ook overleg met de gemeente Amsterdam, de deelraad en het kabinet van de burgemeester. Alles liep de goede kant op, maar opeens begon de gemeente bezwaar te maken tegen de locatie en moest er worden uitgeweken. Ook daarna ontstonden er allerlei organisatorische fricties.

In 2016 deed ik inmiddels wat anders maar volgde natuurlijk hoe het verder ging. Nu was op voorhand met de gemeente een locatie afgestemd, het Oosterpark. Nadat een handvol yuppen die meenden dat het park exclusief voor hen is aan de bel trokken, begon de gemeente moeilijk te doen. Er volgden allerlei extra voorschriften en beperkingen. Het ging letterlijk over decibellen en grassprietjes. Opeens maakte de Burgemeester uit hoe een demonstratie er uit moet zien door te stellen dat een DJ en eten niet bij een demonstratie horen. En, een unicum in de vrije westerse wereld, FNV moest een waarborgsom voor het gras betalen. De FNV bleef net binnen de randen van de voorwaarden maar het gepruttel ging nadien nog een tijdje door.

Dit jaar zie ik de aankondiging van het evenement. De kern van mijn concept mist : aantrekkelijk amusement. Bronnen vertellen dat de gemeente Amsterdam nu heeft bepaald dat er geen grote namen mogen komen en zeker niet aangekondigd. Er zijn communicatie beperkingen opgelegd. Een regelrechte aantasting van het recht van vereniging, demonstratie en vrijheid van meningsuiting. Genoeg om de gemeente voor de rechter te slepen. De FNV volgt gedwee. Het wrange is dat voor zeer grote commerciele evenementen zoals SAIL de halve stad op de schop gaat. Dus overlast argumenten zijn nogal hypocriet. Amsterdam wil gewoon geen rode stad meer zijn.

In mijn huidige baan kom ik in landen waar vakbondsrechten niet vanzelfsprekend zijn. Er bestaat zelfs een wereldkaart die het inzichtelijk maakt. Amsterdam kan er zo langzamerhand wel bij: Ankara a/d Amstel.

De glijdende rechter

vrouwe-justitia

Moet een rechter nog langer beslissen of er gestaakt mag worden? Ik heb al eerder betoogd wat er mis is met het stakingsrecht in Nederland. Ik zie o.m. naar aanleiding van mijn eerdere blogs veel reacties van mensen die het niet helemaal snappen. Een discussie met oud studiegenoot en uitzendbaas Sipke Meindertsma deed mij besluiten om nog één keer te bloggen over het stakingsrecht. Nu wil wat dieper op de procedure, die weinig mensen lijken te begrijpen. Daarom is het ook een lang stuk geworden. Ik ben geen jurist, ik begrijp en leg uit met een lekenverstand en daag elke gespecialiseerde jurist uit om het beter uit te leggen.

Wil je deze discussie zindelijk voeren dan moet je een oordeel over KLM-staking uitstellen. Of het slim is en of de FNV-ers kunnen winnen is voor de discussie niet relevant. Of de FNV een kutclub van oude mannen is (wat natuurlijk niet zo is), hoeveel stakers er zijn en of het een verloren strijd is, het is allemaal niet relevant.
Het recht op collectieve actie is een grondrecht en ooit bedoeld om de onevenwichtigheid in de machtsbalans tussen werknemer en werkgever te herstellen. In de vele onderhandelingen die ik heb gevoerd heb ik vaak aan den lijve ondervonden dat die machtsbalans nog steeds onevenwichtig is. Sterker nog, in de 25 jaar als vakbondsbestuurder heb ik de machtsbalans verder zien hellen ten gunste van werkgevers. Het feit dat FNV tientallen CAO’s niet rond kan krijgen zegt genoeg. Op enig moment is het enige tegengewicht collectieve actie.

Het stakingsrecht is vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest (ESH) en in veel beschaafde landen in nationale wetgeving of soms zelfs de grondwet. In Nederland helaas niet, wij leunen op het ESH. Het ESH is geen EU regelgeving, het is een verdrag binnen de raad van Europa, waarbij 47 landen waar onder Rusland en Turkije zijn aangesloten. Ik noen deze landen met opzet omdat daar, ondanks de ondertekening van het ESH, stakingen nogal eens naar aflopen. Het illustreert de zwakte van het ESH. Het is niet afdwingbaar.
Een suggestie die ik meerdere malen op sociale media zag: sleep KLM of de Nederlandse staat voor het Europese Hof van Justitie (EHvJ). Het EHvJ is echter een EU orgaan en gaat niet over het ESH. Het Europees Comité voor Sociale Rechten ECSR in Straatsburg gaat er over. Je zou naar het EHvJ kunnen gaan op grond van artikel 28 van het Europese handvest grondrechten van de EU. Let op: dat is niet het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) of ESH maar die EU “grondwet” die wij niet wilden. Die grondwet is tekstueel zwakker dan het ESH en tot nu toe neemt de Hoge Raad der Nederlanden niet de EU grondwet maar het ESH als uitgangspunt. Bovendien is er niet heel veel EHvJ jurisprudentie over stakingsrecht en wat er is, is niet gunstig. De beroemde Viking en Laval arresten -duidelijke beperkingen van het stakingsrecht- zijn EHvJ interpretaties van het EU handvest. Genoeg redenen om niet bij het EHvJ aan te kloppen.

Dus vallen we terug op het ECSR, een comité van 15 internationaal gerenommeerde rechtsgeleerden. Het ECSR heeft al veel vaker kritiek geuit op beperkingen van het stakingsrecht door Nederlandse rechters. Die kritiek wordt in rapporten doorgegeven aan de Nederlandse regering op wie dan de taak rust de rechterlijke macht te informeren. Die rechterlijke macht is -zoals het een democratie betaamd- onafhankelijk. Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om te kijken naar het ESH als rechtsbasis en de uitleg van het ECSR, -als een soort van memorie van toelichting van de wetgevende macht- in overweging te nemen. Dat doen ze ook.

In een arrest in 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Nederlandse rechtspraak in overeenstemming moet komen met het ESH en dat het stakingsrecht alleen beperkt kan worden op grond van de beperkingen die zijn neergelegd in artikel G. Artikel G zegt dat een staking “…alleen kan worden verboden wanneer dit in een democratische samenleving noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden”.
In dit zgn Amsta arrest heeft de Hore Raad het ultimum remedium criterium (zie eerdere blog) geherdefinieerd. “Bij de beoordeling óf een beperking of uitsluiting van de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk is, dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen (…) Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. Zoals volgt uit hetgeen hiervoor in 3.3.3 is overwogen, kan in dit verband ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de spelregels zijn nageleefd”.

Dat is veel meer tekst dan artikel G van het ESH en -alhoewel het niet uitblinkt in duidelijkheid- lijkt het een verruiming van het stakingsrecht. Maar door het ultimum remedium principe onderdeel te laten zijn van een bredere afweging zijn er feitelijk meer mogelijkheden ontstaan om een staking te verbieden. “Vakantiedrukte en een mogelijk terroristische dreiging” zouden vóór het arrest minder haalbare gronden zijn geweest. Vakantiedrukte is immers inherent aan het vliegbedrijf en mogelijk terroristische dreiging is niet te objectiveren. Er is altijd een mogelijke dreiging.

In het KLM geding en appél valt de rechter terug op het Amsta arrest en grijpt de wollige nuancering van de Hoge Raad aan om een verbod te motiveren. De rechter dient alle omstandigheden te wegen en doet dit ook. Maar het gerechtshof doet nog meer en zegt:
“Het verbod van de door FNV voorgestane acties tot en met 4 september 2016 is in dat verband proportioneel”. Daar waar aanvankelijk werd getoetst of een staking proportioneel is, wordt nu ineens een proportionaliteitstoets op het verbod losgelaten. Is het redelijk om te staken wordt plotseling is het redelijk om te verbieden. Dat is wat mij betreft een Erdogannetje: een verbod op het uitoefenen van een grondrecht legitimeren. Een uitglijder die laat zien dat een verbod afhankelijk is van wie wordt bestaakt  en hoe de muts van de rechter staat.

Voor wat in andere landen een fundamenteel recht is, zijn wij in Nederland overgeleverd aan de grillen van de rechter. FNV zou in cassatie kunnen gaan. Cassatie is echter geen inhoudelijke beoordeling van het geschil, maar een beoordeling van de rechtsgang. Cassatie heeft het risico in zich dat deze uitspraak staande jurisprudentie wordt: uitgangspunt bij andere stakingszaken. Het is een zeer gespecialiseerde niche van de rechtspraak: cassatie; stakingsverbod; ESH, dus ik zou niet durven voorspellen hoe dit zou kunnen aflopen.

De andere stap is een klacht bij het Sociaal Comité. Grote kans dat die gehakt maken van het KLM arrest. Maar het zal jaren duren voordat een uitspraak van het ECSR doorsijpelt in de jurisprudentie.
Dit alles leidt tot de vraag of we in dit land niet eens serieus moeten nadenken over één van onze grondrechten en kijken hoe andere landen het doen. Een van de aanbevelingen in het ESH en de EU grondrechten is dat er een tussenstap van bemiddeling wordt ingebouwd. In Zweden is 70% lid van de vakbond. De arbeidsrust (stakingsdagen/werknemer) is bijna even laag als in Nederland. Als bonden een staking willen uitroepen, kijkt een comite van werkgevers en werknemers of het nog anders op te lossen is. Zo ja, wordt er verder onderhandeld, Zo neen, gaat of de werkgever akkoord of de bond in staking. Het leidt zelden of nooit tot rechtzaken (behalve dan de Laval zaak). In andere landen is er een speciale kamer van arbeid van de rechtbank.

In Nederland gaan we naar een willekeurige rechter. Die kan bij wijze van spreken dezelfde dag een burenruzie over een overhangende tak beslechten. Of hij verstand heeft van stakingsrecht en de consequenties van zijn uitspraken in een historische ontwikkeling van grondrechten kan plaatsen mogen we hopen.