Tagarchief: fnv

Hoe Rosenmöller de onderwijsbonden een loer draaide

Er zaten zes partijen in gezamenlijkheid tegenover onderwijsminister Arie Slob. Rinda den Besten (PO-raad), Paul Rosenmöller (VO-raad), Jan de Vries (CNV Onderwijs), Jilles Veenstra (FvOv) Liesbeth Verheggen (AOb) en Ingrid Doornbos (AVS). Rosenmöller en Den Besten vertegenwoordigen de onderwijswerkgevers, AVS is een club van vijfduizend schooldirecteuren en FvOv een verzameling van kleine clubjes. Beiden niet echt in staat een achterban te mobiliseren. Het komt écht op FNV en CNV aan, samen goed voor 140.000 leden.

Toen er 460 miljoen (!!!) op tafel lag (36,5 miljoen meer dan gevraagd) en er twijfel rees, schoten werkgevers in hun rol als cao-onderhandelaars. Als CNV en FNV dit door hun vingers zouden laten glippen, zouden werkgevers hen weigeren aan de cao-tafel. De werkgevers, die eerst de bonden nodig waren om maximale druk op Slob te zetten, plaatsen bonden nu in een prisoner’s dilemma. Een smerig spel waar ik vooral doorgewinterd politicus, GroenLinks-senator en oud-vakbondsbestuurder Rosenmöller van verdenk. Rinda den Besten heeft nauwelijks ervaring met landelijke politiek en vakbonden. Ze heeft Nederlands gestudeerd en was wethouder in Utrecht.

Incidenteel geld

De vakbonden gaan echter ook niet vrijuit. Ze stapelden fout op fout. Ten eerste stelden de gezamenlijke bonden een ultimatum. In het eerste gedeelte, het feitelijke ultimatum, eisten zij 423 miljoen extra voor 2020. Dat is een klip en klare eis voor incidenteel geld.

In de verdere uitleg, waar een normaal mens geen touw aan vast kan knopen, hebben de bonden alvast het geld verdeeld over hun subsectoren voor 2020 en 2021, wat opgeteld ruim 1,1 miljard maakt. Tweeënhalf keer meer dan wat eerst in ultimatieve zin is geformuleerd.

Blijft staan het feitelijke ultimatum van 423,5 miljoen voor 2020. En dat is ruimschoots binnen. Case closed (of niet?). Maar nee, het blijkt dat Facebookgroep PO in actie (45.000 volgers) structureel geld wil. En de onderwijzers ook, getuige hun poll. Maar als je meer krijgt dan gevraagd, is een mogelijk stakingsverbod ook een reële dreiging.

Deelbelang

Nu is het lastig structureel geld te vragen van een kabinet dat van Prinsjesdag naar Prinsjesdag leeft en in 2021 aan het einde van de termijn is. Maar de vraag blijft hoe er zoveel licht kan zitten tussen het ultimatum en de verwachtingen van de achterban. Ik vermoed dat het ultimatum niet tot stand is gekomen door intensieve ledenraadpleging, maar door onderhandelingen tussen AOb, AVS, CNV, FNV overheid en FvOv, die elk een deelbelang in het onderwijs vertegenwoordigen en het ultimatum ondertekenden.

Vervolgens gingen de onderhandelaars mét de onderwijswerkgeversorganisaties naar Arie Slob. PO- en VO-raad zijn de counterparts van de bonden bij cao-onderhandelingen. Nu stellen die als cao-onderhandelaars weinig voor. Elk dubbeltje dat ze in de cao stoppen, moet uiteindelijk van Arie Slob komen. Deze gezamenlijke tocht voor meer geld valt te begrijpen als je niet weet dat je ‘bondgenoten’ een andere agenda en andere prioriteiten hebben en zich op het moment suprême tegen je keren.

Dus besloten de bonden (niet alleen AOb, maar alle eerder genoemde partijen) te tekenen. Het wordt vooral de AOb, met 85.000 leden de grootste van deze bonden, aangerekend. Maar alle eerder genoemde bonden gingen akkoord en besloten in gezamenlijkheid de staking af te blazen.

PO in actie

Een staking zonder ledenraadpleging, uitgeroepen en afgeblazen op basis van een eis die niet wordt gedragen door de achterban. Die achterban is opgeruid door PO in actie. Een groep die van alles wil, zelf geen verantwoordelijk neemt en anderen de schuld geeft wanneer ze niet op hun wenken worden bediend.

Welke les leren wij van de leraren?

1. Laat je niet gek maken op social media. Het is los zand.

2. Beleg ledenvergaderingen voor je een ultimatum stelt en schep redelijke verwachtingen

3. Stel een helder ultimatum zonder politiek jargon en niet kloppende rekensommen (nota bene in het onderwijs)

4. Samenwerken met werkgeversverenigingen waarin het politieke old boys netwerk een rol speelt, is levensgevaarlijk

5. Als je een actie uitroept en de sfeer langzamerhand begint op te warmen, dan kun je die niet ongestraft zonder leden te raadplegen afblazen.

6. Bedenk je timing vooraf. Zo kort voor de stakingsdatum onderhandelen is gevaarlijk, omdat het organisatorisch en logistiek heel ingewikkeld is om de staking ordentelijk af te blazen.

7. Bij twijfel niet tekenen, schorsen voor beraad en eventueel terug naar de achterban. In dat geval kun je de staking gebruiken om de situatie te bespreken.

8. Als je geen stoel aan de cao-tafel kunt afdwingen (vakbondsmacht), vraag je dan af wat je überhaupt aan die tafel te zoeken hebt.

De vakbond is dood, lang leve..deel 2

Ik schreef onlangs dit artikel naar aanleiding van de berichten over het ledenverlies bij de vakbonden. Ik ben er niet helemaal tevreden over, omdat mijn oplossing zich vooral richt op hoe je leden werft en bindt, maar daar redden we het niet mee. De vakbond zit ook zichzelf in de weg.

Bedrijven zijn tegenwoordig heel anders georganiseerd, door outsourcing en offshoring. Maar ook door nog meer schakel te zijn in een keten.

Kolommen

Vakbonden zijn ontstaan in beroepsgroepen, zoals drukkers, diamantbewerkers en lantaarnopstekers. Dat werkte, omdat de economie toen zo in elkaar stak. De baas was meestal de eigenaar. Langzamerhand is dit uitgegroeid tot een indeling in kolommen, zoals Bouw, Transport, Chemie, Voeding, Handel, Horeca en Metaal. Alhoewel veel bonden in West-Europa zijn gefuseerd en meerdere kolommen organiseren, gaat het werk en ook de samenwerking met werkgevers nog steeds langs die kolomindeling. Maar die werkgevers zijn vaak geen eigenaar meer. Producten worden niet meer in een bedrijf gemaakt en verkocht, maar in een complexe keten van onderlinge afhankelijkheid. Die keten bestrijkt vaak meer dan één kolom. Sterker nog, soms heel veel kolommen.

Stel, je bestelt een pizza via een platform of via een telefoonnummer. De eerste schakel is het platform in de ICT-kolom. De tweede schakel is de pizzabakker in de horecakolom. De bakker haalt zijn grondstoffen uit de voedingsmiddelenkolom. Hij huurt zijn pand in de dienstenkolom en krijgt zijn vergunningen uit de kolom Overheid. Wellicht heeft hij uitzendkrachten uit de Uitzendkolom in dienst. De bezorger komt uit de transportkolom. Er zijn dus zes cao’s die onafhankelijk van elkaar de prijs van het product beïnvloeden. En dit is een simpel voorbeeld. Kijk je bijvoorbeeld naar de keten van een platform als bol.com, dan wordt het nog veel ingewikkelder. Dan zien we ketens en sterren die zich uitspreiden over acht verschillende vakbondskolommen.

Ketenstrategie

Vakbonden hebben zelden een ketenstrategie, omdat ze vastzitten in die kolommen. Het is erg ingewikkeld en ze zijn er organisatorisch niet op ingericht. Een goed voorbeeld uit mijn eigen ervaring is privatisering van vuilophaaldiensten. Dat waren niet zo lang geleden machtige vakbondsbolwerken binnen de kolom Overheid. De meeste vuilophaaldiensten zijn inmiddels geprivatiseerd. Het personeel ging mee. De overheidsbonden volgden niet, want het was immers geen overheid meer. Ik herinner me een discussie met collega’s. Overheid zei: “Je mag ze hebben.” Vervoer zei: “Er zitten wielen onder, dus het is van ons.” Wij zeiden: “Het is industriële reiniging, dus diensten.” Overheid zei: “No way dat jullie een cao afsluiten die de laatste grote gemeentelijke bedrijven aanzet tot privatisering.” Gevolg: de ophaalbedrijven hebben vrij spel, want er is geen eensgezinde tegenmacht.

Werkgevers hebben feitelijk hetzelfde probleem. Ze gaan niet meer over hun eigen prijsstelling, Als we terug willen naar effectieve en gebalanceerde verhoudingen, moet eigenlijk alles op de schop van verticale naar horizontale organisaties. Dat dit ingewikkeld is, merk ik zelf in mijn huidige baan. Ik vertegenwoordig bonden van schoonmakers en beveiligers in de hele wereld. Onze grootste tegenspelers zijn G4S en ISS, werkgevers van respectievelijk zeshonderdduizend en vijfhonderdduizend werknemers. Bij ISS is door het integrated facility services-concept de schoonmaakcomponent inmiddels teruggevallen naar 50 procent van de business. De andere diensten zijn beveiliging (da’s nog makkelijk), catering en landscaping. Dat laatste valt onder een andere wereldfederatie, IUF. IUF doet zaken met cateringgigant Sodexo, waar precies het omgekeerde gebeurt. We zouden moeten samenwerken, maar dat gaat moeizaam.

Bangladesh Akkoord

Maar soms lukt het. Na de kledingfabriekramp in Bangladesh hebben de internationale kolommen Handel en Industrie en mensenrechtenorganisaties de koppen bij elkaar gestoken en samen het Bangladesh Akkoord gesloten. Het is een ketenakkoord waar de productie, distributie en de grote retailers deel van uit maken. In Bangladesh hebben zij nu een groot team van brandveiligheidsinspecteurs en is de kans op herhaling sterk afgenomen. En er zijn meer voorbeelden. Als we daarnaartoe werken, moeten we ook wegen vinden om onze wortels in de samenleving terug te vinden.

De vakbond is dood, lang leve de vakbond! Deel 1

Groot nieuws dat de Nederlandse vakbonden de afgelopen twee jaar 100.000 leden verloren. Het is zelden nieuws dat vakbonden leden winnen, maar dat terzijde.


Wat is er aan de hand? Vakbonden verliezen al decennialang leden. Dat is niets nieuws. Ook de verwijzing naar vakbonden in Nederland, in het bijzonder de FNV, is in dit verband ook nauwelijks relevant. De kracht van vakbonden meten we in organisatiegraad, het percentage werkenden dat lid is. Dat percentage neemt in bijna alle OESO-landen af. Nederland loopt al sinds 1975, het historische hoogtepunt van de wereldwijde organisatiegraad, bijna gelijke tred met het OESO-gemiddelde.

In mijn werk als vertegenwoordiger, adviseur en trainer voor 130 vakbonden in 75 landen zie ik met uitzondering van enkele Afrikaanse landen overal een dalende organisatiegraad. En de enkele bonden die winnen binnen een bepaalde sector, kunnen het verlies in andere sectoren niet compenseren.

Neoliberalisme

Er worden zeer veel externe oorzaken aangevoerd: het neoliberalisme, individualisering, verzakelijking, union-bashing, veranderende arbeidsverhoudingen, vergrijzing etc. Allemaal een beetje waar.

Maar de werkelijke oorzaak zit in de conservatieve aard van vakbondsorganisaties. Veranderingen komen niet of nauwelijks van de grond. En dat terwijl bonden al zo’n veertig jaar positie verliezen.

Kijken we naar de FNV, dan is de leeftijdsopbouw van het ledenbestand de grootste oorzaak van het ogenschijnlijk plotselinge ledenverlies. Verreweg de grootste groepen leden zitten in de cohorten 45-55 en 55-65. Uit die laatste groep gaan heel veel mensen met pensioen. De helft zegt dan het lidmaatschap op. Er is ook een grote groep gepensioneerden. Hun lidmaatschap eindigt bij hun overlijden. Dat is de dijkdoorbraak van de afgelopen twee jaar. Terwijl de aanwas bij lange na geen gelijke tred houdt. En die nieuwe aanwas blijft ook steeds korter lid.

Vernieuwing

Die aanwas is moeilijk, omdat het over hele grote aantallen gaat. Ga er maar aan staan, vijftigduizend nieuwe leden per jaar werven. Ik heb een tijdje voor een Europese federatie van ambtenarenbonden trainingen gegeven. In sommige landen haalden we mooie resultaten, in totaal zo’n duizend nieuwe leden in een jaar tijd. Maar alle lidbonden verloren in datzelfde jaar tachtigduizend leden. De schaal van vernieuwing is gewoon te klein.

Wat doen we dan precies tijdens die winnende training? Allereerst besteden we aandacht aan het bestuur. Is het solide en eensgezind in de wil om te veranderen. Willen ze daar ook middelen aan toewijzen? Is dat het geval, dan ontwikkelen we een herkenbare visie. Vervolgens gaan we met personeel aan de slag. Wat zijn de problemen die leden ondervinden? Wat is de boodschap naar hen? Hoe gaan we het gesprek aan? Tenslotte maken we een afgebakend strategisch plan. Wat willen we bereiken in een gegeven tijdspanne? Stel zo concreet mogelijke doelen. Het getrainde personeel (of activisten) gaat daarop met werknemers spreken. Individueel of groepsgewijs.

En dat werkt meestal, ongeacht de sector en het land. De keren dat het niet lukt, zit het meestal in de randvoorwaarden. Vijftigduizend nieuwe leden per jaar vragen een hele grote investering met een lange terugverdientijd.

Organisatiegraad

FNV heeft veel geld en veel personeel. Er zijn er echter maar vierhonderd die, naast cao’s afsluiten en bestaande leden tevreden houden, ook nog moeten werven. Die moeten dus minimaal elk 125 nieuwe leden bijschrijven. Dat lukt niet, omdat de verreweg de meeste mensen worden ingezet op plaatsen met een relatief hoge organisatiegraad en dalende personeelsaantallen, zoals industrie en vervoer. Er zijn circa vijf miljoen ongeorganiseerde werknemers. De grootste aantallen zitten in sectoren waar vakbonden nooit een stevige voet tussen de deur hadden en waar de doorstroom ook nog eens hoog is. Zoals winkels, horeca, zorg en diensten. In het algemeen besteden westerse bonden 80 procent van hun middelen aan bestaande leden en 20 procent aan werving. Dat je daarmee het tij niet keert, bewijst de OESO-statistiek over bijna 50 jaar.

Maar laten we de vakbond vooral niet doodverklaren. De verlaging van de leeftijd van het wettelijk minimumloon, waardoor 21-jarigen er 262 euro p/m bij kregen, is het resultaat van acties door Young & United (powered by FNV). Het bewijs dat de vakbond nog niet dood is. Leve de vakbond!

Schiphol: Anti-EU-sentiment moest stakingsverbod legitimeren

Schiphol praatte zoals gewoonlijk weer poep, ditmaal uit de populistische koker. Om te voorkomen dat beveiligers zouden staken, klaagde de luchthaven tevergeefs bij de rechter over de aanbestedingsregels van de EU.

Schiphol betoogde onlangs voor de rechter dat zij bij de aanbesteding van de beveiliging geen eisen aan de toepassing van de cao aan de bieders mag stellen, op grond van Europese aanbestedingsregels. De luchthaven hoopte dat de rechter een mogelijke staking van FNV Beveiliging zou verbieden. Gelukkig werd de eis afgewezen, maar daarbij bleef de sfeer hangen van de beknottende regels van de EU. Koren op de molen van anti-EU-populisten, die dit argument ook vaak gebruiken. In het geval van aanbestedingsregels luiden velen de klok, maar weten weinigen waar de klepel hangt.

Temco-arrest

Europese aanbestedingsregels gelden voor publieke bestedingen en zijn bedoeld om aanbestedingen eerlijk en transparant te laten verlopen. Het is een instrument om (semi-)overheidsprojecten in de gemeenschappelijke markt te zetten. Bedrijven in eigen land voorrang geven is verboden. Dat lijkt een beperking, maar dat is het niet. Met deze regels kan beveiligingsbedrijf Wakend Oog uit Klazienaveen in principe onder gelijke voorwaarden meedingen op de beveiliging van Madrid-Barajas en Schiphol.

Buiten de aanbestedingsregels is de Wet Overgang Van Onderneming veelal van toepassing op dit soort contractswisselingen. Daarmee is een wijziging van arbeidsvoorwaarden feitelijk niet mogelijk. In Nederland heeft FNV jarenlang gestreden en geprocedeerd om deze wet, feitelijk een omgezette Europese Richtlijn, van toepassing te krijgen op contractswisselingen. De omslag werd mede door onze Belgische vakbondscollega’s bereikt in 2002, in een zaak bij het Europese Hof, bekend als het Temco-arrest. Sindsdien volgen Nederlandse rechters dat arrest en is er meestal sprake van een overgang van onderneming.

Laagsteprijsdoctrine

Terug naar de aanbestedingsregels. Omdat de regels complex zijn en aanbestedingen vaak in rechtszaken overgaan vanwege vermeende ontduiking, zijn aanbesteders en inkopers uiterst voorzichtig. Er is een praktijk ontstaan waarbij de laagste prijs de meest concrete gunningsfactor is, onder het credo: het moet van de EU. Weinig kans op procedures, en je maakt de baas er ook nog blij mee.

Die laagsteprijsdoctrine is een doorn in het oog van vakbonden en contracters. Het leidt immers tot een race to the bottom, tot steeds lagere lonen en minder winst.

De EU sponsort een sociale dialoog tussen werkgevers en werknemers op zowel centraal niveau als bedrijfstakniveau. Daar komen Europese werkgevers- en werknemersorganisaties bij elkaar. In verschillende sectorale dialogen speelde de discussie over Europese aanbestedingen en de race to the bottom. Vandaar dat in onder andere in de beveiliging en schoonmaak sociale partners een handleiding voor Europese aanbestedingen hebben ontwikkeld. Daarin werd onder toezicht van de Europese Commissie tot achter de komma uiteengezet welke elementen in een aanbesteding mogen meewegen, waaronder toepassing van de cao.

Populistische kreet

Ik was zelf betrokken bij de eerste versie in de schoonmaak in 2005 en de gereviseerde versie in de beveiliging in 2018. Ik herinner mij de lange weg in 2005, toen we met een consultant en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers uit alle lidstaten het eerst eens moesten worden wat erin moest, om vervolgens de bezwaren en correcties van de Europese Commissie te verwerken. Ik ben er nog steeds trots op dat ik deelnemer was aan zo’n belangrijk en complex proces. Ik schaam me voor een semi-overheidsbedrijf als Schiphol, dat nog steeds voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten en zich verschuilt achter een populistische kreet.

En voor de cynici onder mijn lezers: zowel de Wet Overgang Van Onderneming als de aanbestedingsregels laten zien dat vakbonden via hun Europese invloed de positie van werknemers in dit soort situaties behoorlijk hebben verbeterd.

De meest recente aanbestedingshandleiding voor particuliere beveliging in ENG

De meest recente aanbestedingshandleiding voor schoonmaak in NL

Een stem vóór Mei Li Vos is een stem tégen de arbeid

‘Vakbond’ AVV mag dan naar eigen zeggen een vakbond zijn, maar wordt vrijwel volledig betaald en gecontroleerd door werkgevers. Het is een gotspe dat minister Koolmees (Sociale Zaken) cao’s voor 300.000 werknemers algemeen verbindend verklaart, die door deze 680 leden tellende gele bond worden afgesloten. Een nog grotere gotspe? De PvdA wast deze gele vakbond wit door vicevoorzitter Mei Li Vos te kiezen als fractievoorzitter in de Eerste Kamer.

Maandag 27 mei kiezen de leden van de Provinciale Staten de leden van de Eerste Kamer. AVV-vicevoorzitter Mei Li Vos is daarvoor lijsttrekker van de PvdA. Door haar te verkiezen in de Eerste Kamer, wast de partij de gele vakbond AVV wit, schreef ik al eerder.

Een gele bond is een vakbond die financieel en/of strategisch wordt gecontroleerd door werkgevers. In de door Nederland geratificeerde ILO-conventie 98 artikel 2 verplicht de staat zichzelf om werknemers te beschermen tegen een door werkgevers gecontroleerde vakbond.

· 1. Workers’ and employers’ organisations shall enjoy adequate protection against any acts of interference by each other or each other’s agents or members in their establishment, functioning or administration.
· 2. In particular, acts which are designed to promote the establishment of workers’ organisations under the domination of employers or employers’ organisations, or to support workers’ organisations by financial or other means, with the object of placing such organisations under the control of employers or employers’ organisations, shall be deemed to constitute acts of interference within the meaning of this Article.

Niet openbaar

Omdat gegevens over AVV niet openbaar zijn, moest ik in mijn vorige blog werken met veronderstellingen. Toen ik de blog schreef, heb ik mij aangemeld voor een van de cao-panels van AVV. Dit om te zien of AVV screent of hun cao-panelleden daadwerkelijk in de desbetreffende sector werken. Dat doen ze dus niet, waardoor het heel makkelijk is om de stemming van buitenaf te beïnvloeden.

Als gevolg van mijn registratie kreeg ik een uitnodiging voor hun algemene ledenvergadering. Ik meldde mij aan en kreeg een bevestiging. Een week voor de algemene ledenvergadering ontving ik een mailtje van Mei Li Vos dat ik per abuis was uitgenodigd, omdat ik geen betalend lid ben.

Geen probleem. Omdat AVV door werkgevers gesponsord wordt, is de contributie heel laag, slechts 25 euro per jaar. En dus meldde ik mij subiet aan als lid en vroeg AVV alsnog de vergaderstukken te sturen. Na de gebruikelijke welkomstmail kreeg ik echter bericht van voorzitter Martin Pikaart.

“Wij zijn bekend met uw uitingen over AVV op uw persoonlijke website (www.eddystam.com). In deze uitingen geeft u duidelijk te kennen het werk van AVV sterk af te wijzen. Wij hebben geconcludeerd dat het niet geëigend is u toe te laten.”

Werkgever betaalt

Per abuis bereikten de jaarstukken mij toch. Het blijkt dat ik er toch een beetje naast zat. AVV heeft geen 2500 leden, zoals ik uit een interview met voorzitter Pikaart vernam. Het zijn er slechts 680. Bedenk daarbij dat AVV cao’s afsluit voor 300.000 werknemers. Die 680 leden betalen in totaal 17.000 euro aan contributie. Bijna 675.000 euro is afkomstig van werkgevers. Dat is meer dan 97,5 procent van de hele begroting!

In de algemene ledenvergadering claimde het bestuur dat de cao-panels, de brede democratische en vernieuwende basis van deze ‘vakbond’, 4300 leden hebben. Ik was al lid van een panel waar ik feitelijk niets te zoeken heb. Bij het schrijven van deze blog heb ik het even getest. Ik ben nu lid van vier panels, waarvan één dubbel. Je kunt je zo vaak registreren als je wil. AVV sluit een stuk of tien cao’s af voor circa 300.000 werknemers en heeft 43 panels. Waaronder 33 slapende panels, want er valt niets te stemmen. De CAO panels zijn fake.

Bananenrepubliek Jumbo

Een greep uit een brief van Jumbo aan de vakbond, die mij per ongeluk onder ogen kwam. “Er komt immers geen cao.” “Afzien van het arbeidsvoorwaardenreglement (avr) levert helemaal niets op.” “Nu niet en later niet.” “De strijd voor een cao is onacceptabel.” “De cao is verleden tijd.” “Wij gaan onder geen beding meer praten.” “Het avr is de nieuwe standaard.” “U moet per direct stoppen met het misleiden…”

De dictatoriale taal die Karel de Jong, directeur supply chain bij Jumbo, over vakbondsrechten en het recht op collectieve onderhandelingen bezigt, is ongehoord. Ik hoor van alles over vakbondsrechtenschendingen over de hele wereld. Maar zelfs in de meest corrupte landen zetten directies dit niet op papier. Karel wél. Hij is de schaamte allang voorbij. Karel leest de vakbond de les over het schenden van belangen van hun medewerkers. Daar heeft hij immers verstand van.

Een onderneming hoort vakbonden niet te dicteren wat zij wel of niet mogen en moeten. Vrije vakbonden en het recht op onderhandelingen zijn mensenrechten, Karel. Maar de directeur supply chain maalt niet om mensenrechten, aldus Oxfam. Ze maken misbruik van hun onderhandelingsmacht. Lekker goedkoop!


Andere ondernemingen verplichten zichzelf uitgebreid om zich aan regels en ethische codes te houden, zoals UN Global Compact, OECD Guidelines en Global Deal. Jumbo lukt het niet eens om de flinterdunne Nederlandse Corporate Governance Code te volgen. “Jumbo past zo veel mogelijk de Nederlandse Corporate Governance Code toe”, aldus hun jaarverslag. Zo veel mogelijk. We zijn dus eerlijk en transparant voor zover het ons uitkomt. Lekker makkelijk!

Andere ondernemingen hebben HR- en compliance-afdelingen. Bij Jumbo hebben ze Karel, een van de loopjongens van de eigenaren, de familie Van Eerd.
Stel je voor hoe in deze dictatuur met de ondernemingsraad wordt onderhandeld. Mensen die van hun baan en bijbehorend hongerloontje afhankelijk zijn? Alle informatie van de ondernemingsraad aan het personeel moet eerst aan de directie worden voorgelegd. De raad moest dat contractueel vastleggen. Lekker onafhankelijk.

Bij Jumbo geven ze liever geld uit aan de dure, vervuilende hobby’s van de baas, dan aan de mensen die voor hen werken. Geel is de kleur van verraad. Geel is de kleur van bananenrepubliek Jumbo.

Kan BMW ons stakingsrecht beperken?

Onlangs verbood de Nederlandse rechter stakingen bij NedCar en PostNL. Opvallend aan deze verboden was dat in beide gevallen een proportionele beoordeling van de rechter ten grondslag lag aan het verbod. Dat lijkt een terugslag in de ontwikkeling van de jurisprudentie.

Allereerst moeten we vaststellen dat de Nederlandse wet geen stakingsrecht kent en onderworpen is aan de rechtstreekse werking van het Europees Sociaal Handvest (ESH). Het ESH één van de 220 verdragen en conventies tussen de 47 lidstaten van de Raad van Europa, niet te verwarren met de EU.

Het hoogste orgaan in het Nederlandse stakingsrecht is daarom het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR), een comité van vijftien deskundigen die door de lidstaten benoemd worden. Elk land rapporteert jaarlijks over de toepassing van het ESH, het comité stelt vragen en er kunnen klachten worden ingediend. Uiteindelijk publiceert het ECSR landenrapporten. Hierdoor ontstaat een continu due diligenceproces. Overigens kennen de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO-verdragen) vergelijkbare due dilligenceprocedures, maar met één groot verschil: de ILO verdragen kennen geen directe werking.

Een complicerende factor is dat het comité de regering aanspreekt op het niet juist toepassen van het ESH, terwijl de regering formeel geen invloed heeft op de rechter. Zo kon het gebeuren dat waar het comité al in 2004, 2006 en 2010 aanmerkingen had op de door Nederlandse rechters opgelegde beperkingen, het tot 2014 duurde voordat de Hoge Raad deze in haar afwegingen betrok (Eneco en Amsta-arrest) .

De vrijheid van vereniging en collectieve belangenbehartiging worden over het algemeen beschouwd als (afgeleide) mensenrechten. Daarom worden de beraadslagingen en bevindingen van het ECSR gezien als een aanvulling op en richtlijn voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het is wrang dat zo’n belangrijk recht in Nederland in handen ligt van de individuele beoordeling van de voorzieningenrechter. Een rechter wiens meeste zaken huur-, arbeids- en contractsgeschillen betreffen, mag ineens beslissen over een universeel mensenrecht in de context van complexe internationale verdragen en concepties. Niets ten nadele van de kwaliteit van Nederlandse rechters, maar dat dit een treetje te hoog is, blijkt wel uit voornoemde strakingsverboden.

Het ECSR oordeelde eerder namelijk dat een proportionaliteitstoets er in de praktijk toe leidt dat rechters de opportuniteit van de staking beoordelen en dat is onaanvaardbaar. Het legt immers beperkingen op aan het stakingsrecht die verder gaan dan die beperkingen voorzien in artikel 31 van het ESH.

Nu kan een vakbond via een bodemprocedure de voorzieningenrechter corrigeren. Het is immers een voorlopige voorziening. Dat kost echter tijd, terwijl de staking feitelijk al gebroken is. Het is doorgaans heel moeilijk om een staking maanden later weer te laten oplaaien. Een bodemprocedure heeft dus alleen zin voor andere stakingen in de toekomst. Als in een bodemprocedure de uitspraak wordt bevestigd, zijn bonden nóg verder van huis. Dan kan elke werkgever met beperkte invloed op de uitkomst van overleg en een dreigbrief van een belangrijke klant, zoals in de Nedcar-case, een staking afwenden.

De grote vraag is ook of ingrijpen van de rechter in Nederland écht nodig is. Nederland kent zeer gematigde bonden en loyale werknemers. Het aantal stakingsdagen per werknemer ligt op het laagste niveau in Europa. En dat komt écht niet door drie of vier stakingsverboden per jaar.

Het legt ook de hypocrisie bloot in de Nedcar-case. Nedcar betoogde met een brief van BMW dat de staking bij Nedcar ervoor zou kunnen zorgen dat BMW haar auto’s door een andere partner zou laten bouwen. En dat terwijl in bijna elk EU-land, inclusief bij BMW zelf in Duitsland, het stakingsrisico significant hoger is.  Sterker nog, in Duitsland kan en wordt gestaakt op gronden die in Nederland niet mogelijk zijn (waarschuwings-, solidariteits- en politieke stakingen). Vorig jaar nog werd bij BMW Duitsland gestaakt voor een 28-urige werkweek.  Met andere woorden, het Duitse stakingsrecht heeft veel ruimere opvattingen dan het Nederlandse en BMW is wel wat gewend. Daarom heeft het er ook alle schijn van dat Nedcar het briefje van BMW zélf gedicteerd heeft.

Of de Nedcar- en PostNL zaken naar het ECSR gaan, weet ik niet. Het zal in elk geval nog jaren durven tot dat oordeel doorsijpelt naar de Nederlandse rechter. Of wordt het misschien toch eens tijd om het stakingsrecht vast te leggen in de Nederlandse wet?

PvdA zet nepvakbond op voetstuk

Mede-oprichtster en oud-voorzitter van het Alternatief voor Vakbond is PvdA- lijsttrekker voor de senaat. Gefeliciteerd Mei Li en PvdA!

Een alternatief voor de vakbond is, zoals de naam al suggereert, geen vakbond. Een alternatief voor iets kan niet hetzelfde zijn. Een alternatief voor vlees kan geen vlees zijn, hooguit vis. Maar het alternatief voor vakbond is vlees noch vis. Het is geen werknemersvereniging, maar een vereniging van mensen van zeer diverse pluimage. Kleine zelfstandigen, kunstenaars, freelancers, you name it. Veel van hen zijn geen werknemer in de juridische zin. Zij verrichten geen arbeid in loondienst. En dus kan het AVV (Alternatief voor Vakbond) geen werknemersvereniging zijn, en mag je je afvragen of zij bevoegd zijn om een cao af te sluiten. De Wet op cao omschrijft nadrukkelijk een werknemersvereniging als bevoegde partij. Harry van Drongelen schreef hier in 2015 over in Zeggenschap.

Is het AVV eigenlijk wel een vereniging? In het verenigingsrecht geldt dat in een ALV niet-leden niet meer dan de helft van de stemmen die door leden zijn uitgebracht mogen uitbrengen zodat de primaire zeggenschap van leden gewaarborgd is.
Het stemmen over een cao is geen algemene ledenvergadering, maar wél de meest wezenlijke stemming met grote consequenties voor de leden. Bij AVV is het heel goed mogelijk dat het merendeel van de uitgebrachte stemmen van niet-leden komt. Ik zou daar als lid toch vraagtekens bij zetten. In de stemming zit geen onderscheid tussen lid en niet-lid. Elke stem telt even zwaar. Als bij het eerstvolgende cao-akkoord alle FNV-leden zouden meedoen aan de internetraadpleging van het AVV, zouden ze de leden van het AVV volledig buitenspel kunnen zetten.

Hoeveel leden heeft het AVV eigenlijk? Dat lijkt een groot geheim. Lukte het Harry Vogels nog om pas na de oprichting de cijfers uit het jaarverslag te vissen, nu is niets meer openbaar. We moeten voorzitter Pikaart op zijn woord geloven als hij zegt dat het er 2500 zijn. 2500 verspreid over alle sectoren en waarvan een groot deel geen werknemer is.

Van de laatste twee algemene ledenvergaderingen zijn echter geen verslagen te vinden. Zelfs op social media vond niemand, inclusief de accounts van het AVV zelf, het de moeite waard om er ook maar iets over te melden. Van de succesvolle algemene ledenvergadering en ledendag in 2017 heeft het AVV een fotoreportage gepubliceerd. Hoe je de foto’s ook telt, je komt op maximaal vijftien aanwezigen, inclusief bestuur.

Het functioneren van het AVV heeft veel meer kenmerken van een stichting dan een vereniging. Maar om cao’s af te sluiten (en als gevolg daarvan bijdragen te kunnen incasseren), moet het een vereniging zijn.

Als het er inderdaad 2500 zijn, dan is de contributieopbrengst 62.500 euro. Kun je daar een secretariaat, een helpdesk en deskundige onderhandelaars van betalen? Natuurlijk niet. De bijdragen van werkgevers zijn de belangrijkste inkomstenbron. “Het klopt dat het AVV grotendeels wordt betaald uit sectorfondsen,” geeft voorzitter Martin Pikaart ruiterlijk toe. Maar zijn verwijt dat de FNV hetzelfde doet, klopt niet. De FNV krijgt inderdaad forse bijdragen uit fondsen, maar dat is bij lange na niet hun hoofdmiddel van bestaan. Dat is nog steeds de contributie die leden betalen. Dat de FNV onafhankelijk is van werkgeversbijdragen, blijkt wel uit de vijfentwintig cao’s die de FNV niet heeft getekend. Daardoor liep de vakvereniging bijdragen mis. Pikaart kan bij hoog en laag beweren hoe onafhankelijk het AVV van werkgevers is, maar een kind begrijpt dat zijn clubje onmiddellijk door de hoeven zakt als de werkgeversbijdragen wegvallen.

Daarmee zijn ze niet onafhankelijk in de zin van artikel 2 van ILO-conventie 98.

Samengevat, het AVV (Alternatief voor Vakbond) is, zoals de naam al zegt, geen vakbond. Het is een vereniging met de kenmerken van een stichting, waarbij het stemrecht is geëxternaliseerd en de voornaamste inkomsten van derde belanghebbenden komen. Het AVV voldoet niet aan de criteria van de Wet op cao als bevoegde partij, omdat het geen vereniging van werknemers is, en voldoet niet aan de criteria van onafhankelijkheid zoals gesteld in ILO-conventie 98.

De minister van Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op cao, het algemeen verbindend verklaren van een cao en de implementatie van ILO-conventies. Het is dan ook een raadsel dat hij een cao met het AVV algemeen verbindend zou kunnen verklaren en dat nota bene de Partij van de ARBEID Mei Li Vos, de oprichtster van deze club, lijsttrekker heeft gemaakt voor de Senaat.

Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR) voor dummies

Met enige regelmaat bezoek ik Latijns Amerikaanse landen om vakbonden te adviseren. Vaak (of meestal) worden die openlijk tegengewerkt door werkgevers. Dat gebeurt doorgaans niet heel subtiel maar verder niet wezenlijk anders dan in Nederland. Waar zij een “pactos collectivos” sluiten, doen Nederlandse werkgevers het met een Arbeids Voorwaarden Regeling (AVR). Ik heb het eens opgeschreven hoe dat vanuit werkgeversperspectief werkt.

1. Zorg dat je veel mensen in dienst hebt die weinig met de vakbond hebben. Vrouwen, migranten, jongeren zijn moeilijke groepen voor vakbonden. Houdt het loon zo laag mogelijk zodat de vakbondscontributie een drempel is. Grote kans dat het aantal vakbondsleden laag blijft.

2. Als er een CAO is, wacht niet tot de onderhandelingen, maar zeg deze op voorhand op zodat de nawerking na expiratie beperkt is tot de weinige vakbondsleden. Die zullen dure rechtszaken moeten voeren om die doorwerking te claimen.

3. Ga vervolgens onderhandelen met vakbonden en zorg dat het gat tussen wat zij vragen en jij biedt zo groot mogelijk blijft. Vertel intussen aan de werknemers dat je er best iets bij wilt doen, maar die vakbonden zo onredelijk zijn. Frame ze als marginale buitenstaanders die weinig van uw mensen vertegenwoordigen. Als de bonden de onderhandelingen op enig moment afbreken om hun achterban te raadplegen, grote kans dat er daarna weinig of niets gebeurt. Zijn er wel wat acties, zet dan even de tanden op elkaar en frame het als een achterhoede gevecht van een organisatie die wanhopig zoekt naar leden.

4. Kijk of u, uw concern, uw aandeelhouders of werkgeversvereniging zich hebben uitgesproken of aangesloten bij internationale ethische initiatieven van Verenigde Naties (global compact), International Labour Organisation, OESO richtlijnen voor “responsible business conduct”, Global Deal, de Nederlandse corporate governance code of andere codes met verplichtingen t.o.v. Vrijheid van vereniging en het recht op vrije onderhandelingen. Hebt u zich direct of indirect verbonden aan één of meerdere van deze initiatieven, neem dan uw advocaat in de arm om te zien hoe u dit ongedaan kunt maken.

5. Weet wie uw klanten zijn en welke ESG (Environment, Social & Governance) policy zij er op na houden. U kunt maar beter niet leveren aan gerenommeerde Multi Nationale Ondernemingen, grote kans dat hun ESG beleid doorwerkt in de supply chain.

6. Heeft u uw hoofdkantoor of vestigingen in Frankrijk neem dan een Franse advocaat in de arm, de Franse wetgeving op gebied van Corporate governance en Due Dilligance stopt niet bij de Franse grens.

7. Nu kunt u beginnen met het roepen dat bonden ouderwets zijn en de moderne jonge werknemers in uw bedrijf niet vertegenwoordigen. U moet nu beginnen uw nieuwe partner, de OR te groomen. Een gekozen orgaan van alle werknemers, klinkt mooi toch? Via artikel 32;2 WOR kunt u een uitbreiding van de bevoegdheden van de OR afspreken in een convenant. Dit artikel is nooit bedoeld om arbeidsvoorwaarden te regelen, maar de eerste rechtszaak moet daarover nog worden gevoerd. Tot die tijd kan het.

8. Nu moet u gaan onderhandelen met uw nieuwe partner de OR. Om die ook enig krediet en geloofwaardigheid te geven is het beste dat u een onderzoekje doet naar de wensen van werknemers i.s.m. De OR.

9. Afspraken maken met de OR is niet moeilijk maar wel wat ingewikkeld. U legt een eindbod neer als het maximaal haalbare. Voor de OR is het dan stikken of slikken. Omdat de vakbond buitenspel is gezet kan die geen roet meer in het eten gooien en is er niemand om actie te voeren. Omdat de OR geen rechtspersoon en geen vakbond is, kan ze geen CAO af sluiten. Daarom noemt u de CAO in het vervolg Arbeidsvoorwaarden Regeling (AVR). De OR kan niet tekenen zoals een vakbond dat doet. Dus u zult het bereikte aan elke werknemer moeten voorleggen ter ondertekening. Het is ook goed om op te nemen dat werknemers daarmee afstand doen van alle rechten die voortvloeien uit de doorwerking van de CAO. Anders kunnen ongewenste claims volgen. Het is ook daarom dat u al die voorgaande stappen moest nemen. Vertegenwoordiging en collectieve onderhandelingen door een vakbond zijn namelijk mensenrechten. Als u niet voor mensenrechten schender wilt worden uitgemaakt is het zaak dat werknemers hier vrijwillig afstand van doen.

10. Om de “vrije wil” wat te stimuleren zorgt u dat niet tekenen consequenties heeft. Geen (kleine) loonsverhoging en jaren moeten vechten voor je rechten. Uw advocaat wrijft zijn handen al.

Nu bent u er, maar u heeft geen garantie dat deze constructie voor eeuwig werkt. Daarvoor moet de Nederlandse Regering nog het één en ander doen.

A. Opzeggen van ILO verdragen, daarin heeft de staat zich namelijk verplicht om vakbondsrechten te erkennen en toe te zien op de toepassing
B. Opzeggen van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens alsook het Europese Handvest voor de Rechten van de Mens. In die beide verdragen is geregeld dat vertegenwoordiging en onderhandeling door een onafhankelijke vakbond een mensenrecht is.
C. De ondertekening van UN Global Compact, Global Deal, OESO richtlijnen moet ook ongedaan gemaakt warden.

Pas dan kunnen we er van op aan dat uw overeenkomst met de OR en werknemers onbetwistbaar rechtsgeldig is.

Overigens, het kost nog steeds veel tijd, de totstandkoming méér geld en er blijven nog steeds ontevreden werknemers. Het zou maar zo kunnen dat die toch weer een vakbond oprichten en stiekem uw positie ondermijnen of zelfs de OR overnemen. Dat is te voorkomen door er zo nu en dan één te (laten) bedreigen, om te kopen of te ontslaan. Dat laatste wordt met de voorgenomen versoepeling van het ontslagrecht in Nederland een stuk gemakkelijker.

Corruptie in de polder?

Een sterke vakbond is een vereniging maar ook een bedrijf. Er komt geld binnen en er gaat geld uit, en dat moet met elkaar in balans zijn. Anders wacht faillisement. Het beleid hoe middelen en menskracht worden ingezet, wordt democratisch vastgesteld door gekozen leden. Komt de nadruk teveel te liggen op het binnenharken van geld, zonder dat leden veel te zeggen hebben, kun je eigenlijk niet meer van een vereniging spreken, dan is het een bedrijf. Of misschien wel een aan corruptie grenzende onderneming.

Net als een bedrijf moet ook een vakbond er een financiele administratie op nahouden. Contributie moet worden ingeboekt, salarissen, huur en lease contracten moeten worden betaald. Alleen dat al kost geld. Bedenk dat 1 miljoen leden 12 miljoen contributie transacties per jaar zijn. Daar zit nog een percentage late of niet betalers bij die opvolging behoeven. Alhoewel dat proces grotendeels geautomatiseerd is, is het niet gratis.

Het primaire proces bestaat uit individuele dienstverlening aan leden en collectieve belangen behartiging zoals het sluiten van CAO’s en sociale plannen. Daarvoor zijn specilisten nodig. Juristen, onderhandelaars, economen, arbeidsmarkt-, VGW-, en pensioen deskundigen, om er maar een paar te noemen. Daarnaast neemt een vakbeweging deel in externe organisaties.

Die deelnemingen, zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van Europese en wereldorganisaties van vakbonden kosten menskracht en geld. Anderen leveren geld op. Zo vergoeden pensioenfondsen de loonkosten voor vergaderdagen. Ook CAO-s afsluiten levert geld op, daarover straks meer. Daarnaast, het klinkt misschien ouderwets, heeft een vakbond een weerstandsvermogen. Reserves van waaruit de kosten van acties kunnen worden betaald. Die reserves leveren weer vermogenswinst (en soms ook verlies) op en na acties moet worden bijgestort.

CAO’s brengen geld op, hoe kan dit? Niet elke CAO brengt geld op en lang niet elke werkgever volgt de AWVN aanbeveling maar toch legt Peter de Waard het hier aardig uit. Overigens vergeet de Waard te vermelden dat werkgeversorganisaties via dezelfde route ook geld krijgen, maar dat terzijde.

Die geldstromen dekken bij lange de kosten niet, dus in de traditionele vakbond is contributie nog steeds de grootste inkomstenbron. Maar stel nou dat je de dienstsverlening zou kunnen minimaliseren tot een internet platform. Dat je je activiteiten beperkt tot waar het geld opbrengt? Dat je geen stakingskas hebt en niet veel leden om een administratie van bij te houden? Al die kleine transacties kosten veel meer aan verwerking en beheer dan grote jaarlijkse bijdragen van werkgevers. Voor leden raadplegingen stuur je geen mensen het land in maar houd je internet enquetes. Als je maar aan genoeg CAO tafels zit, heb je een verdien model. Klein nadeeltje: je kunt je niet veroorloven om nee te zeggen als de werkgever je vraagt om te tekenen bij het kruisje.

Dat is het verdienmodel van het Alternatief voor de Vakbond (AVV) en het begint er op te lijken dat anderen dat voorbeeld volgen.

De CAO (non food) retail geldt voor ca 170.000 werknemers. De bijdragen worden uitbetaald door het Sociaal Fonds. Die legt een heffing op aan elke werkgever van 0.2% van de loonsom. Stel dat het gemiddelde jaarsalaris van fulltimers, parttimers en jeugdloners 15.000 euro is, dan is 0.2% 5.1 miljoen. Dat is een enorme berg geld voor doelen als scholing, voorlichting en bijdragen aan de CAO partijen. Saillant detail, in de nieuwe CAO betalen werknemers ook 0.05% mee aan het fonds. Dat is op basis van hetzelfde veronderstelde gemiddelde, bijna 1.3 miljoen.

AVV claimt dat ze in tegenstelling tot de oude vakbond iedereen vertegenwoordigen. Zij doen een internet raadpleging die openstaat voor iedereen, ook voor niet leden en zelfs mensen uit andere sectoren kunnen meestemmen. Sterker nog, zelfs ik kan vanuit het buitenland stemmen. De secretaresse op het AVV kantoor dus ook.

Die raadpleging bestaat uit een samenvatting waarop je vóór, tegen of neutraal kunt stemmen. Bij je tegenstem mag je aangeven waarom je tegen bent. Maar dat wordt op zijn best in een volgende CAO gebruikt, het heeft geen invloed op de vraag die voorligt. Dat is anders dan een ouderwetse vakbondsvergadering waarbij tegenstanders kunnen argumenteren waarom anderen ook tegen moeten stemmen. Waarbij er een alternatief achter het nee zit, namelijk de werkgever onder druk zetten door middel van acties. Nu hoor ik zeggen dat die vergaderingen zelden plaatsvinden en slecht worden bezocht. Klopt en daarom vormen leden sector commissies die een uitkomst beoordelen en hun advies meegeven bij een enquete onder alle leden in een sector.

Het CNV heeft vooraf de leden geraadpleegt over de inzet via de online community jou achterban. Daar waren maar liefst 18 deelnemers. De stemming over de uitkomst liep ook via het platform, maar is niet openbaar. Maar het feit dat je de stem moest uitbrengen via e-mail, doet vermoeden dat het niet om een groot aantal gaat. En het stemadvies is duidelijk: “erg positief” en “het hoogst haalbare” is bepaald geen aanmoediging voor tegenstemmers.

Helaas zijn de internet wandelgangen van de UNIE niet toegankelijk voor mij. Maar het is publiek geheim dat de UNIE van oudsher met name in het lagere management enige leden heeft heeft. En dat zijn er geen honderden.

De raadpleging van de AVV raadpleging in retail: 269 respondenten (61%) hebben vóór gestemd, 169 respondenten (39%) tegen en 33 neutraal.

De drie bonden ondertekenden en hun kassa rinkelt. Het sociaal fonds zal de bijdrage uitbetalen aan de ondertekende organisaties. Hoeveel dat is, wordt in principe adhv het aantal werknemers bepaald, maar het bedrag per werknemer is onderdeel van onderhandelingen.

In het laatste verslag van het Sociaal Fonds AGF, Nu onderdeel van retail non food, kregen de deelnemende bonden 30 eu per werknemer. Omgerekend naar de hele sector zou er dan zo’n 5 miljoen te verdelen zijn. Dat is onwaarschijnlijk want dan heeft het fonds niets meer over voor werkgeversorganisatie INRETAIL die ook mee moet eten uit de ruif. Op grond van de AWVN regeling zou de bijdrage voor vakbonden uitkomen op 3 miljoen. Lijkt mij nog steeds onwaarschijnlijk veel. Het meest voor de hand liggende is dat de 0.02% (ca 1.3 miljoen) die werknemers moeten betalen, de bijdrage aan vakbonden is. In dat geval betalen de werknemers zelf hun waardeloze CAO en de handvol leden betalen feitelijk 2 keer. Overigens is dat bedrag het equivalent van 6250 volledig betalende leden. Ik durf wel te stellen dat dit zeker 10 zo niet 20 keer de contributie opbrengst is van deze 3 “bonden” in deze sector.

Stel dat dit straks normaal is aan de CAO tafel, waarom zou je dan nog leden moeten hebben? Hier kun je een leuke business case op bouwen. Maar je hebt een paar leden nodig om aan de wettelijke definitie van vakbond te voldoen. Als je er voor de geloofwaardigheid zo af en toe een internet enquete overheen gooit, dan lijkt het net echt. Werkgevers kopen een door henzelf gedicteerde CAO. De kassa van de “bonden” rinkelt. Is het corruptie? Het kan en het mag, dus nee. Noem het wat je wilt maar onderhandelen met tandenloze tijgers, zonder zeurende leden is voor werkgevers het ultieme “alternatief voor de vakbond”, en de werknemer betaald de rekening.

Werknemers zullen moeten leren dat zij en niemand anders een sterke vakbond moeten bouwen. Anders zullen ze voortdurend worden verkocht en verraden.