Tagarchief: OESO

De vakbond is dood, lang leve de vakbond! Deel 1

Groot nieuws dat de Nederlandse vakbonden de afgelopen twee jaar 100.000 leden verloren. Het is zelden nieuws dat vakbonden leden winnen, maar dat terzijde.


Wat is er aan de hand? Vakbonden verliezen al decennialang leden. Dat is niets nieuws. Ook de verwijzing naar vakbonden in Nederland, in het bijzonder de FNV, is in dit verband ook nauwelijks relevant. De kracht van vakbonden meten we in organisatiegraad, het percentage werkenden dat lid is. Dat percentage neemt in bijna alle OESO-landen af. Nederland loopt al sinds 1975, het historische hoogtepunt van de wereldwijde organisatiegraad, bijna gelijke tred met het OESO-gemiddelde.

In mijn werk als vertegenwoordiger, adviseur en trainer voor 130 vakbonden in 75 landen zie ik met uitzondering van enkele Afrikaanse landen overal een dalende organisatiegraad. En de enkele bonden die winnen binnen een bepaalde sector, kunnen het verlies in andere sectoren niet compenseren.

Neoliberalisme

Er worden zeer veel externe oorzaken aangevoerd: het neoliberalisme, individualisering, verzakelijking, union-bashing, veranderende arbeidsverhoudingen, vergrijzing etc. Allemaal een beetje waar.

Maar de werkelijke oorzaak zit in de conservatieve aard van vakbondsorganisaties. Veranderingen komen niet of nauwelijks van de grond. En dat terwijl bonden al zo’n veertig jaar positie verliezen.

Kijken we naar de FNV, dan is de leeftijdsopbouw van het ledenbestand de grootste oorzaak van het ogenschijnlijk plotselinge ledenverlies. Verreweg de grootste groepen leden zitten in de cohorten 45-55 en 55-65. Uit die laatste groep gaan heel veel mensen met pensioen. De helft zegt dan het lidmaatschap op. Er is ook een grote groep gepensioneerden. Hun lidmaatschap eindigt bij hun overlijden. Dat is de dijkdoorbraak van de afgelopen twee jaar. Terwijl de aanwas bij lange na geen gelijke tred houdt. En die nieuwe aanwas blijft ook steeds korter lid.

Vernieuwing

Die aanwas is moeilijk, omdat het over hele grote aantallen gaat. Ga er maar aan staan, vijftigduizend nieuwe leden per jaar werven. Ik heb een tijdje voor een Europese federatie van ambtenarenbonden trainingen gegeven. In sommige landen haalden we mooie resultaten, in totaal zo’n duizend nieuwe leden in een jaar tijd. Maar alle lidbonden verloren in datzelfde jaar tachtigduizend leden. De schaal van vernieuwing is gewoon te klein.

Wat doen we dan precies tijdens die winnende training? Allereerst besteden we aandacht aan het bestuur. Is het solide en eensgezind in de wil om te veranderen. Willen ze daar ook middelen aan toewijzen? Is dat het geval, dan ontwikkelen we een herkenbare visie. Vervolgens gaan we met personeel aan de slag. Wat zijn de problemen die leden ondervinden? Wat is de boodschap naar hen? Hoe gaan we het gesprek aan? Tenslotte maken we een afgebakend strategisch plan. Wat willen we bereiken in een gegeven tijdspanne? Stel zo concreet mogelijke doelen. Het getrainde personeel (of activisten) gaat daarop met werknemers spreken. Individueel of groepsgewijs.

En dat werkt meestal, ongeacht de sector en het land. De keren dat het niet lukt, zit het meestal in de randvoorwaarden. Vijftigduizend nieuwe leden per jaar vragen een hele grote investering met een lange terugverdientijd.

Organisatiegraad

FNV heeft veel geld en veel personeel. Er zijn er echter maar vierhonderd die, naast cao’s afsluiten en bestaande leden tevreden houden, ook nog moeten werven. Die moeten dus minimaal elk 125 nieuwe leden bijschrijven. Dat lukt niet, omdat de verreweg de meeste mensen worden ingezet op plaatsen met een relatief hoge organisatiegraad en dalende personeelsaantallen, zoals industrie en vervoer. Er zijn circa vijf miljoen ongeorganiseerde werknemers. De grootste aantallen zitten in sectoren waar vakbonden nooit een stevige voet tussen de deur hadden en waar de doorstroom ook nog eens hoog is. Zoals winkels, horeca, zorg en diensten. In het algemeen besteden westerse bonden 80 procent van hun middelen aan bestaande leden en 20 procent aan werving. Dat je daarmee het tij niet keert, bewijst de OESO-statistiek over bijna 50 jaar.

Maar laten we de vakbond vooral niet doodverklaren. De verlaging van de leeftijd van het wettelijk minimumloon, waardoor 21-jarigen er 262 euro p/m bij kregen, is het resultaat van acties door Young & United (powered by FNV). Het bewijs dat de vakbond nog niet dood is. Leve de vakbond!